Taux de la taxe · Jurisprudence belge

Aller au texte
Juriel

Tribunal de première instance Bruges 25 février 2008

Rechercher
Texte en néerlandais

Taux de la taxeTaxe sur la valeur ajoutée

https://juriel.be/fr/jurisprudence/taux-taxe-tribunal-bruges-2008-02-25-b3df

Juridiction
Tribunal de première instance
Siège
Bruges
Date
25 février 2008

Sur le document

Collection
Jurisprudence belge
Langue du texte
néerlandais
Version française
non publiée par le SPF

Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.

Texte

73 paragraphes

Fiche du SPF Finances

Jugement du Tribunal de première instance de Bruges du 25.02.2008

Résumé non fourni

Texte du jugement

Corps de la décision

Le texte est publié uniquement dans la langue originale

De Rechtbank van eerste aanleg te Brugge, VIERDE KAMER, heeft het hierna volgend vonnis verleend :

In de zaak : 06/578/A Rep. nr. 2008/2995

De NV L. V. P., (ondernemingsnr. …), met maatschappelijke …, …,

eiseres,

voor wie is opgetreden Meester C. M. (balie Gent) loco Meester M. D. B., advocaat met kantoor te …, …

tegen :

De FOD FINANCIËN, Administratie van de Invordering - Sector BTW, vertegenwoordigd door de e.a. inspecteur van het BTW-Ontvangkantoor te 8800 Roeselare, Rondekomstraat 30, doch woonstkiezende op het BTW-Ontvangkantoor te 8000 Brugge, G. Vincke Dujardinstraat 4;

verweerder,

voor wie optreedt Meester F. W., advocaat met kantoor te …, …,

I. RECHTSPLEGING

Gelet op het inleidend verzoekschrift d.d. 17 februari 2006.

De rechtbank nam kennis van het dossier van de rechtspleging en van de door partijen overlegde bundels.

Partijen werden gehoord in hun middelen bij monde van hun raadsman in de openbare terechtzitting van 28 januari 2008.

Artikel 2 en volgende van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken werden in acht genomen.

II. BIJZONDERSTE GEGEVENS VAN DE ZAAK

1. Eiseres is ingeschreven als BTW-belastingplichtige onder het BTWi registratienummer BE 464.311.680, voor de activiteit van diensten verwant met de

landbouw. Zij is derhalve onderworpen aan de bepalingen van de BTW-wetgeving e~ de ter uitvoering ervan genomen besluiten.

Op 4 en 5 oktober 2004 werd door Walter Hoflack, eerstaanwezend verificateur bij de Administratie van de. BTW .en in die hoedanigheid ter beschikking gesteld van db Administratie van de ondernemings- en inkomensfiscalitelt te Ieper, een controle gestart over de toepassing van de wetgeving en de reglementering inzake de belasting over de toegevoegde waarde over de periode van 1 juli 2001 tot 30 juni 2003.

Op 17 november 2005 werden de overtredingen en vaststellingen opgenomen in een proces-verbaal door vermelde ambtenaar. Volgens de administratie zijn het ophalen, vervoer en opslaan van mest geen landbouwdiensten en heeft eiseres voor deze diensten ten onrechte het tarief van 6 % toegepast. De betreffende diensten zijn obk geen werken in onroerende staat zodat het stelsel van verlegging van heffing niet kan worden toegepast. Eiseres is dus verschuldigd … EUR als BTW, … EUR als boete, en intresten vanaf 21 juli 2003 op het btw-:bedrag .. i

Op 24 november 2005 werd op basis van dit proces-verbaal door de bevoegde ambtenaar van het BTW-ontvangkantoor te Roeselare een dwangbevel uitgevaardigd.

Voormeld dwangbevel werd op 25 november 2005 geviseerd en uitvoerbaar verklaard door K. Depraetere, e.a. inspecteur a.i.,aangewezen door de gewestelijke directeur van de Administratie van de BTW, registratie en domeinen te Brugge.

Op 10 februari 2006 werd het dwangbevel met het aangehechte proces-verbaal betekend aan eiseres.

Op 17 februari 2006 heeft eiseres een fiscaal verzoekschrift neergelegd ter griffie.

2. Eiseres vraagt dat :

de vordering ontVankelijk en gegrond wordt verklaard;

het dwan.gbev.e.I n.ie.tig. wo..rdt. ve.rkl.aard en de. vordering van verwee/rder ongegrond wordt verklaard; .. :

verweerder veroordeeld wordt tot terugbetaling aan eiseres van alle som,men die zijn betaald of ingehouden ter aanzuivering van het dwangbevel, te vermeerderen met de moratoriumintresten; r

het vonnis uitvoerbaar bij voorraad wordt verklaard, niettegenstaande elk verhaal en zonder borgstelling en kantonnement;

verweerder wordt veroordeeld tot alle kosten van het geding, met inbegrip van de rechtsplegingsvergoeding.

3. Verweerder vraagt dat het verzet van eiseres ongegrond wordt verklaard en dat eiseres wordt veroordeeld tot de kosten van het geding, met inbegrip van de rechtsplegingsvergoeding .

III. BEOORDELING

A. Betreffende de toelaatbaarheid

Verweerder voert geen redenen aan die tot de ontoelaatbaarheid van de eis kunnen leiden. Nu de rechtbank evenmin middelen van ontoelaatbaarheid, die zij ambtshalve zou moeten opwerpen, vaststelt, is de eis toelaatbaar.

B. Betreffende de grond

1. het tarief en de verlenging van heffing

1.1. Volgens eiseres dient de complexe handeling, die erin bestaat de mest op te halen, te vervoeren, desgevallend op te slaan en navolgend uit te spreiden, waarbij het uitspreiden van de mest de hoofdverrichting is, in zijn geheel of subsidiair alle dienstverrichtingen afzonderlijk beschouwd, aan het verlaagd tarief van 6 % onderworpen te worden.

1.2. Tabel A, rubriek XXIV van de bijlage bij KB nr. 20 van 20 juli 1970 bepaalt dat de landbouwdiensten onderworpen zijn aan het tarief van 6 %. 0nder landbouwdiensten verstaat men de bebouwingswerkzaamheden, oogstwerkzaamheden en teeltwerkzaamheden, met uitzondering van a) diensten met betrekking tot dieren, andere dan die bedoeld in rubriek I; b) aanleg en onderhoud van tuinen. Goederen die ter gelegenheid van die werkzaamheden worden geleverd, worden belast tegen het tarief dat erop van toepassing zou zijn geweest waren ze afzonderlijk geleverd.

Landbouwdiensten moeten volgens hun aard behoren tot de normale bedrijvigheid van landbouwers of telers en zij moeten bijdragen tot het voortbrengen van. landbouwproducten of teeltproducten.

1.3. Er is geen betwisting dat de dienst die bestaat uit het bemesten van landbouwgronden onderworpen is aan het verlaagd tarief van 6 %. Wanneer een aannemer ingevolge éénzelfde overeenkomst dierlijk mest oppompt uit mestkelders, de mest vervoert en vervolgens de mest uitspreidt op grond van een landbouwbedrijf, is dit één dienst die wordt aangemerkt als een landbouwdienst waarop het tarief van 6 % van toepassing is. In dit geval is de hoofddienst het uitspreiden van de mest of het bemesten van de grond.

1.4. De betwisting gaat over de situatie waarbij eiseres de mest ophaalt bij de landbouwer en waarvoor deze landbouwer een prijs per afgehaalde hoeveelheid betaalt. De facturen vermelden als omschrijving 'uitspreiden mengmest', 'injecteren drijfmest' of 'vervoer en uitspreiden mengmest'. De mest wordt vervoerd en opgeslagen in silo's die beheerd worden door FV V. d. B.. Op vraag wordt deze mest uitgespreid op grond van een landbouwer (derde).

Wanneer de mest wordt opgehaald wordt een 'mestafzetdocument' opgemaakt, waarbij is vermeld als aanbieder de landbouwer waar de mest wordt opgehaald, als verplichte bestemming 'geen', als afnemer FV V. d. B. in de hoedanigheid van exploitant verzamelpunt, en als erkende mestvoerder eiseres.

Wanneer de mest wordt uitgespreid wordt opnieuw een 'mestafzetdocument' opgemaakt, waarbij is vermeld als aanbieder FV V. d. B. in de hoedanigheid van exploitant verzamelpunt, als afnemer de landbouwer op wiens grond de mest wordt uitgespreid en als erkende mestvoerder FV V. d. B..

De hoofdverrichting is volgens eiseres het verspreiden van mest. In de relatie tussen eiseres en de landbouwer waar de mest wordt opgehaald, blijkt dit evenwel uit niets. Het uiteindelijk verspreiden van de mest is niet de uitvoering van dezelfde overeenkomst ingevolge dewelke de mest werd opgehaald.

De overeenkomst tussen eiseres en de landbouwer beperkt zich tot het ophalen van de mest, het vervoeren van de mest naar een verzamelpunt en het opslaan van de mest in het verzamelpunt. De landbouwer heeft geen verplichte bestemming voor de mest gegeven. De exploitant van het verzamelpunt, zijnde FV V. d. B., kan overeenkomstig het mestdecreet van 23 januari 1991 en de uitvoeringsbesluiten de mest opslagen, de mest afvoeren naar een gebruiker (uitspreiden van de mest), de mest exporteren, de mest overdragen aan een ander verzamelpunt of een bewerkings- of verwerkingseenheid.

De door eiseres voor getypte verklaringen die door enkele landbouwers op 1 maart 2006 werden ondertekend, bewijzen geenszins dat wat betreft de facturen opgenomen in het proces-verbaal d.d. 17 november 2005 voor eiseres de verplichte bestemming het uitspreiden van de mest was. Het feit dat eiseres als vage omschrijving op de facturen 'uitspreiden mengmest', 'injecteren drijfmest' of 'vervoer en uitspreiden mengmest' heeft vermeld, bewijst niet dat de verplichte bestemming van de mest voor eiseres het verspreiden ervan was.

1.5. Het ophalen, vervoeren en opslaan van mest zoals hiervoor beschreven is dan ook geen landbouwdienst waarop het tarief van 6 % van toepassing is. Het betreft daarentegen een dienst waarvoor op grond van artikel 37 W.BTW het tarief van 21 % van toepassing is.

Het ophalen, vervoeren en opslaan van mest zoals hiervoor beschreven is ook geen werk in onroerende staat, als bedoeld In artikel 20, § 2 van het KB nr. 1 van 29 december 1992, gewijzigd bij het KB van 2 april 2002 en het KB van 16 februari 2004, waarvoor de verlegging van heffing van toepassing is.

2. het vertrouwensbeginsel

2.1. Volgens eiseres heeft verweerder het vertrouwensbeginsel geschonden doordat het tarief van 6 % in een identieke casus schriftelijk werd bevestigd op 19 juli 2002 door een ambtenaar (stuk 10 van eiseres) en het tarief van 6 % schriftelijk werd bevestigd op 8 december 2004 door een andere ambtenaar (stuk 11 van eiseres) naar aanleiding van een controle bij eiseres. Bij vorige controles bij eiseres hebben de ambtenaren ook geen opmerkingen gemaakt omtrent het toegepaste tarief van 6 %.

2.2. De rechtbank stelt vooreerst vast dat zowel het schriftelijk advies van 19 juli 2002 als van 8 december 2004 het tarief van 6 % vermelden wanneer het ophalen, vervoeren en uitspreiden van mest éénzelfde overeenkomst betreft, wat hier niet het geval is. Nergens in de schriftelijke adviezen is vermeld dat het ophalen, vervoeren en opslaan van mest onderworpen is aan het tarief van 6 %.

De overheid kan niet gebonden zijn door een eventuele nalatigheid of onoplettendheid van een controlerende ambtenaar die, zonder een standpunt in te nemen of een interpretatie te geven, bepaalde overtredingen van de wetgeving over het hoofd zou hebben gezien of niet zou hebben gesanctioneerd. De vroegere houding van verweerder kan niet verhinderen dat de wet thans strikt wordt toegepast.

2.3. Op grond van de voorliggende stukken is duidelijk dat verweerder in het verleden geen verkeerde inlichtingen heeft gegeven, geen uitdrukkelijk andersluidend standpunt heeft ingenomen en geen interpretatie heeft gegeven die bij eiseres het vertrouwen zou kunnen gewekt hebben dat zij het tarief van 6 % correct heeft toegepast.

3. het rechtszekerheidsbeginsel

3.1. Verweerder heeft zijn standpunt wat betreft het uitspreiden van mest niet gewijzigd. De door eiseres gefactureerde diensten betreffen alleen niet het verspreiden van mest en zijn dan ook geen landbouwdiensten.

3.2. Verweerder heeft dan ook het rechtszekerheidsbeginsel niet geschonden

C. Betreffende de kosten

Eiseres wordt in het ongelijk gesteld. Overeenkomstig artikel 1017, 1ste lid van het gerechtelijk wetboek moet zij de gerechtskosten dragen.

Met inbegrip van de nalatigheidsintresten kan de vordering cijfermatig worden geraamd tussen de 60.000,00 EUR ende 100.000,00 EUR. Het basisbedrag van de rechtsplegingsvergoeding bedraagt derhalve … EUR.

Dispositif

OM DEZE REDENEN,

De rechtbank,

Wijzende in eerste aanleg en op tegenspraak.

Alle verdere middelen van partijen verwerpend als niet dienend.

Verklaart de eis toelaatbaar doch wijst ze af als ongegrond.

Veroordeelt eiseres tot de gedingkosten, aan haar zijde niet te begroten aangezien haar ten laste blijven, en aan de zijde van verweerder begroot op de rechtsplegingsvergoeding t.b.v. … EUR.

Aldus gewezen en uitgesproken in openbare terechtzitting in het gerechtshof te Brugge op maandag vijfentwintig februari tweeduizend en acht.

Aanwezig zijn :

D. P. L., alleenrechtsprekend rechter,

L. N., griffier.

N. L. L. D. P.

Textes cités

1
AR no 1 art. 201 occurrence

Décisions similaires

8