Poursuite, instance, droits et privilèges du Trésor · Jurisprudence belge

Aller au texte
Juriel

Tribunal de première instance Bruges 11 octobre 2011

Rechercher
Texte en néerlandais

Poursuite, instance, droits et privilèges du TrésorTaxe sur la valeur ajoutée

https://juriel.be/fr/jurisprudence/poursuite-instance-droits-privileges-tresor-tribunal-bruges-2011-10-11-0706

Juridiction
Tribunal de première instance
Siège
Bruges
Date
11 octobre 2011

Sur le document

Collection
Jurisprudence belge
Langue du texte
néerlandais
Version française
non publiée par le SPF

Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.

Texte

68 paragraphes

Fiche du SPF Finances

Jugement du Tribunal de première instance de Bruges du 11.10.2011

Résumé non fourni

Texte du jugement

Corps de la décision

Le texte est publié uniquement dans la langue originale

De rechtbank van eerste aanleg te Brugge, VIERDE KAMER, heeft het hierna volgend vonnis verleend :

In de zaak nr. 10/1836/A Rep. nr. 2011/11803

D. NV, met zetel te …, …, ingeschreven in de Kruispuntbank van Ondernemingen onder het nummer …,

eiseres,

voor wie optreedt meester S. F., advocaat te …, ….

tegen :

DE BELGISCHE STAAT, Federale Overheidsdienst Financiën, Administratie van de Ondernemings- en Inkomensfiscaliteit, in de persoon van de rekenplichtige van het 1ste BTW-Ontvangkantoor te Kortrijk, wiens kantoor gevestigd is te 8500 Kortrijk, Hoveniersstraat 31,

verweerder,

voor wie optreedt de heer S. E..

I. RECHTSPLEGING

Gelet op het fiscaal verzoekschrift ingediend ter griffie de dato 8.06.2010.

De rechtbank nam kennis van het dossier van de rechtspleging en van de door partijen overgelegde bundels.

Partijen werden gehoord in hun middelen in de openbare terechtzitting van 6.09.2011.

Artikel 2 en volgende van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken werden in acht genomen.

Il. BIJZONDERSTE GEGEVENS VAN DE ZAAK

2.1. Eiseres is ingeschreven als gemengde BTW-belastingplichtige onder het BTW­registratienummer …, ingevolge haar activiteit van administratieve en boekhoudkundige prestaties voor verbonden ondernemingen, verhuur van machines, commissionair voor verbonden ondernemingen en onroerende verhuur. Zij is derhalve onderworpen aan de bepalingen van de BTW-wetgeving en de ter uitvoering ervan genomen besluiten.

Op 27.05.2009 werd door een ambtenaar bij het AOIF een toezicht uitgevoerd over de toepassing van de wetgeving en de reglementering inzake de belasting over de toegevoegde waarde m.b.t. de periode van 1 januari 2006 tot 31 december 2007.

Op 17.11.2009 werd door voornoemde ambtenaar een proces-verbaal opgesteld waarin de door eiseres begane overtredingen werden geacteerd.

Op 27.11.2009 werd op basis van dit proces-verbaal door de bevoegde ontvanger van de BTW, overeenkomstig artikel 85, § 1 W.BTW., een dwangbevel uitgevaardigd. Volgens dit dwangbevel was eiseres 8.133,74 EUR BTW en 810,00 EUR boete verschuldigd.

Voormeld dwangbevel werd op 1.12.2009 geviseerd en uitvoerbaar verklaard door P. L., waarnemend directeur bij de BTW te Brugge.

Met een tegensprekelijk verzoekschrift de dato 8.06.2010 stelt eiseres haar vordering in.

2.2. Eiseres vraagt dat de vordering ontvankelijk en gegrond wordt verklaard en dat dienvolgens voor recht wordt gezegd dat de tenuitvoerlegging van het bestreden dwangbevel, uitgevaardigd op 27.11.2009 en geviseerd en uitvoerbaar verklaard op 1.12.2009, wordt gestuit en dat de in het bestreden dwangbevel vermelde BTW­sommen niet verschuldigd zijn. Ondergeschikt wordt gevraagd dat de opgelegde boete wordt kwijtgescholden of verminderd. Verder vraagt zij de terugbetaling van alle sommen die werden betaald of ingehouden, verhoogd met de moratoire rente vanaf de dag der betaling en met de gerechtelijke rente vanaf heden.

Tenslotte vordert zij dat verweerder wordt veroordeeld tot de gedingkosten, in haar hoofde begroot op de rechtsplegingsvergoeding ten bedrage van 1.210,00 EUR.

2.3. Verweerder vordert dat het verzoekschrift ontvankelijk en ongegrond wordt verklaard en dat eiseres wordt veroordeeld tot de kosten van het geding.

III. BEOORDELING

3.1. Nopens de ontvankelijkheid

Verweerder voert geen redenen aan die tot de onontvankelijkheid van de vordering kunnen leiden. Nu de rechtbank evenmin middelen van onontvankelijkheid, die hij ambtshalve zou moeten opwerpen, ontwaart, is de vordering ontvankelijk.

3.2. Nopens de grond

3.2.1. nopens de facturen die als voorwerp hebben het wassen van een voertuig of brandstof voor een voertuig

Met betrekking tot de facturen die als voorwerp hebben het wassen van een voertuig of brandstof voor een voertuig stelt de rechtbank vast dat eiseres, gelet op het niet­ gedetailleerd zijn van voormelde facturen, niet kan aantonen dat deze kosten gemaakt zijn voor belaste handelingen of voor de economische activiteit van de belastingplichtige.

Voormelde facturen werden dan ook ten onrechte in aftrek genomen.

3.2.2. nopens de werken uitgevoerd in de … te ….

Het verwijderen van bomen op het perceel van de woning gelegen in de …, teneinde drainagewerken te kunnen uitvoeren (factuur nr. … van 16 maart 2006), de drainagewerken op het perceel van de woning gelegen in de …, (factuur nr. … van 26 juni 2006) en het opvoeren en nivelleren van de grond op het perceel van de woning gelegen in de …, (factuur nr. … van 12 juli 2006) zijn werken in onroerende staat die voldoen aan de voorwaarden van tabel A, XXXI, § 1 van het KB nr. 20 en die dus terecht onder de toepassing van het verlaagd BTW-tarief van 6 % werden gefactureerd.

3.2.3. nopens de werken uitgevoerd aan de woning gelegen te …, …,

De werken aan het terras aanpalend aan de woning werden deels gefactureerd aan het verlaagd tarief van 6 % (factuur nr. … van 3 oktober 2007) en deels onder toepassing van artikel 20 van het KB nr. 1 'BTW verschuldigd door de medecontractant' (factuur nr. … van 20 november 2007). Eiseres heeft hierbij op het gedeelte van de factuur ten belope van 3007,65 EUR terecht de verschuldigde BTW aan het tarief van 6 % betaald.

Verweerder heeft hier dan ook volkomen ten onrechte een tarief van 21 % toegepast.

Verder erkent verweerder dat m.b.t. de renovatiewerken aan het zwembad de destijds niet betaalde BTW werd geregulariseerd, zodat het BTW-bedrag ad. 2.456,18 EUR in mindering mag gebracht worden van de krachtens het bestreden dwangbevel gevorderde BTW-sommen.

3.2.4. nopens de toepassing van het recht op aftrek

De rechtbank stelt vast dat eiseres een gemengde belastingplichtige is. Aangezien het recht op aftrek op grond van het werkelijk gebruik enkel kan na akkoord van de administratie, heeft verweerder dan ook hier terecht gebruik gemaakt van het algemeen verhoudingsgetal.

Met betrekking tot de 2 mogelijkheden voor de gemengde belastingplichtige om het recht op aftrek toe te passen heeft de administratie blijkbaar hier in het verleden nooit een concreet standpunt ingenomen. Van een afwijking van een vaste gedragslijn is hier dus geen sprake. Het vertrouwensbeginsel werd dan ook niet geschonden.

Verder kan de rechtbank zich aansluiten bij de gemaakte berekening in het proces-verbaal m.b.t. de werkelijke verhouding tussen privé en beroep.

3.2.5. nopens het voordeel van alle aard telefoon

De raming die thans werd gemaakt voor het jaar 2006 is, gelet op de prijzenevolutie logisch. Het akkoord van de administratie van 23 juni 1993 is dan ook niet meer bruikbaar.

3.2.6. nopens de herziening

Door de wijziging van bepaalde factoren die aan de berekening van de aftrek ten grondslag liggen, dient er een herziening te worden verricht van de oorspronkelijk in aftrek genomen BTW op de bedrijfsmiddelen. De becijfering in het proces-verbaal werd gedaan aan de hand van de afschrijvingstabel dewelke voorgelegd werd door eiseres.

3.3. Nopens de kosten

Gelet op het wederzijds ge1ijk en ongelijk van elk van de partijen moeten zij elk hun eigen gerechtskosten dragen.

Dispositif

OM DEZE REDENEN,

De rechtbank,

Wijzende in eerste aanleg en op tegenspraak.

Alle verdere middelen van partijen verwerpende als niet dienend.

Verklaart het verzoekschrift ontvankelijk en gedeeltelijk gegrond.

Zegt dienvolgens voor recht dat het verwijderen van bomen op het perceel van de woning gelegen in de …, (factuur nr. … van 16 maart 2006), de drainagewerken op het perceel van de woning gelegen in de …, (factuur nr. … van 26 juni 2006) en het opvoeren en nivelleren van de grond op het perceel van de woning gelegen in de …, (factuur nr. … van 12 juli 2006) werken zijn die vallen onder de toepassing van het verlaagd BTW­tarief van 6 % en dat de navordering van de BTW-sommen, gestoeld op een tarief van 21 %, ongegrond is.

Zegt dienvolgens voor recht dat de werken aan het terras aanpalend aan de woning gelegen te …, …, terecht deels werden gefactureerd aan het verlaagd tarief van 6 % (factuur nr. … van 3 oktober 2007) en deels onder toepassing van artikel 20 van het KB nr. 1 'BTW verschuldigd door de medecontractant' (factuur nr. … van 20 november 2007) zodat verweerder dan ook ten onrechte een tarief van 21 % heeft toegepast.

Zegt dienvolgens voor recht dat m.b.t. de renovatiewerken aan het zwembad de destijds niet betaalde BTW werd geregulariseerd, zodat het BTW-bedrag ad. 2.456,18 EUR in mindering mag gebracht worden van de krachtens het bestreden dwangbevel gevorderde BTW-sommen.

Zegt dienvolgens voor recht dat de door verweerder hierop betrekking hebbende opgelegde boete ongegrond is.

Beveelt dienvolgens verweerder om over te gaan tot terugbetaling aan eiseres van elk bedrag dat werd geïnd boven het gedeelte dat gegrond werd bevonden, te vermeerderen met de verwijlsinterest aan de wettelijke rentevoet vanaf de inning of de inhouding, daarin begrepen zijnde de gerechtelijke rente vanaf datum dagvaarding tot op datum van volledige betaling.

Wijst eiseres van het overige af.

Verwijst elk van de partijen in hun eigen gerechtskosten, in welk geval het overbodig is die kosten vast te stellen.

Aldus gewezen en uitgesproken in openbare terechtzitting in het gerechtshof te Brugge op elf oktober tweeduizend en elf.

Aanwezig zijn :

N. H., alleenrechtsprekend rechter;

M. D. C., gedelegeerd griffier (MB d.d. 16/05/11 gepubliceerd in het BS d.d. 23/05/11)

M. D. N. H.

Textes cités

1
AR no 1 art. 202 occurrences

Décisions similaires

8