Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.
Fiche du SPF Finances
Jugement du Tribunal de première instance d'Anvers du 03.04.2006
Résumé non fourni
Texte du jugement
Corps de la décision
Le texte est publié uniquement dans la langue originale
V 0 N N I S gewezen en uitgesproken in het gerechtsgebouw te Antwerpen, op drie april tweeduizend en zes in openbare zitting van de vierde F kamer van de rechtbank van eerste aanleg van het gerechtelijk arrondissement Antwerpen, al waar zetelden :
L. B., enig rechter,
N. D., adjunct-griffier.
In zake :.A.R. Nr. 04/2651/A
BVBA Q., ingeschreven in de kruispuntbank der ondernemingen onder het nummer …, met maatschappelijke zetel gevestigd te …, …,
EISENDE PARTIJ OP HOOFDVORDERING
EISENDE PARTIJ IN GEDWONGEN TUSSENKOMST EN GEMEENVERKLARING
verschijnende bij meester F. S. loco meester J. S., advocaat, kantoorhoudende te …, ….
tegen :
DE BELGISCHE STAAT, Administratie der BTW, Registratie en Domeinen, vertegenwoordigd door de Minister van de Federale Overheidsdienst Financiën, in de persoon van de Rekenplichtige van het tweede BTW-ontvangkantoor, met burelen gevestigd te 2000 Antwerpen, Italiëlei 4 bus 4.
VERWERENDE PARTIJ OP HOOFDVORDERING
verschijnende bij meester A. v. L. d. J., advocaat, kantoorhoudende te …, ….
en
NV A. D., ingeschreven in de kruispuntbank der ondernemingen onder het nummer …, met vennootschapszetel gevestigd te …, ….
VERWERENDE PARTIJ IN GEDWONGEN TUSSENKOMST EN GEMEENVERKLARING
- verschijnende bij meester M. V. B., advocaat, kantoorhoudende te …, …,
- eveneens verschijnende bij meester J. S., advocaat, kantoorhoudende te …, ….
Gezien de stukken in het dossier der rechtspleging, onder meer :
- het verzoekschrift neergelegd ter griffie op 26 april 2004,
- de dagvaarding in gedwongen tussenkomst en gemeenverklaring betekend door het ambt van gerechtsdeurwaarder M. B. te … op 9 december 2004,
- de beschikking verleend overeenkomstig artikel 747, § 2 van het Gerechtelijk Wetboek op 4 juli 2005,
- de besluiten van partijen.
Gelet op de wet van 15 juni 1935 op het gebruik van talen in gerechtszaken.
Gelet op de verordeningen van de Raad van de ministers nummer 974/98 van 03 mei 1998 en nummer 1103/97 van 17 juni 1997 en de wetten van 26 juni 2000 en 30 juni 2000 ter invoering van de euro.
Gehoord de partijen in hun middelen en gezegden ter zitting van 6 maart 2006.
Een ambtenaar van AOIF Controlecentrum Antwerpen II heeft op onbepaalde datum ter zetel van eiseres aangekondigd controle doorgevoerd inzake BTW, over periode 1 januari 1999 tot en met 31 december 2001.
Hierover werd op 5 december 2003 proces-verbaal opgemaakt, onder volgende vaststelling :
“... dat op 29 september 2000 een voorraad goederen met waarde … U.S.dollar in volle eigendom werd overgedragen aan Antwerpse Diamantbank, ter gedeeltelijke voldoening van de aldaar openstaande schuld".
Daarop werd artikel 10 Wetboek BTW inzake levering toegepast onder stellingneming dat het gaat om een overeenkomst van inbetalinggeving, als contract onder bezwarende voorwaarden waarbij eigendom van een goed ter schulddelging wordt overgedragen aan de schuldeiser.
Meer bepaald werd verwezen naar overeenkomst van "transactional deed" van 1 maart 2001, artikel 3.a.a1, zijnde een dadingovereenkomst tussen huidig eiseres en huidig verweerster in tussenkomst en gemeenverklaring.
Tarief 21 % werd hierop berekend, en bovenop een conform KB nr. 41 tot 10 % herleide boete, met vermelding pro memorie van intrestvordering conform art. 91 § 1 Wetboek BTW vanaf21 januari 2001 op enkel de rechten.
Op reeds dezelfde datum als het proces-verbaal heeft de Ontvanger BTW Antwerpen, onder sibillijnse vermelding 'Aangezien de belastingplichtige de verschuldigde bedragen niet heeft voldaan', dwangbevel opgesteld dat op 8 december 2003 uitvoerbaar werd verklaard en dat met aangetekende brief van 19 december 2003 ter kennis van eiseres werd gegeven.
Of eiseres eerder dan middels het dwangbevel om betaling werd verzocht, blijkt niet uit aan de rechtbank voorgelegde stukken.
Eiseres heeft op 26 april 2004 ter griffie verzoekschrift op tegenspraak met afschrift van het dwangbevel neergelegd, in betwisting van de fiscale vordering.
Nadat oorspronkelijke gedingpartijen over en weer hadden geconcludeerd, heeft eiseres met exploot van 9 december 2004 haar medecontractant (aldus NV A. D.) in tussenkomst en gemeenverklaring laten dagvaarden.
Toelaatbaarheid van hoofd- en tussenvordering staat niet in betwisting, ook niet zo nodig van ambtswege aan te voeren.
Ten gronde behelst de hoofdbetwisting in essentie de fiscale gevolgen van de tussen eiseres en verweerster in tussenkomst op 1 maart 2001 gesloten dadingovereenkomst.
Verder wordt de tussenvordering door eiseres gemotiveerd als gericht op vooralsnog (latere) aanrekening van de betrokken BTW aan verweerster in tussenkomst.
Hoofdorde - BTW verschuldigd of niet.
De dadingovereenkomst vormt stuk 12 van eiseres en stuk 8 van verweerder op hoofdeis.
Hoewel tussen Belgische contractanten, is ze in het Engels gesteld.
Het reeds vermelde artikel 3a a.1 bepaalt dat goederen (diamanten) in volle eigendom aan de bank worden overgedragen ter rechtstreekse betaling van … U.S. dollar op de volledige schuld, zijnde in de originele Engelse tekst : "are transmitted to the Bank in fuIl ownership, representing a direct payment of USD … on the global debt".
Gezamenlijke lezing van leden 1 en 2 van hetzelfde artikel 3a a.1 doet naar voren komen dat de diamanten in pand waren gegeven ('pledged') door eiseres en dat de bank ze overhandigde (“handed over”) aan eiseres, om te worden verkocht op de markt voor een niet lagere prijs dan … U.S. dollar.
Eiseres omschrijft zulks wel als minnelijke pandverzilvering, wat mogelijk de economische intentie was der contractspartijen, maar wat hoe dan ook wordt belichaamd in het werkelijke gegeven van de, overigens met zoveel woorden uitdrukkelijk gestipuleerde, inbetalinggeving.
Inderdaad bepaalt de overeenkomst uitdrukkelijk en met zoveel woorden dat overhandiging geschiedt in volle eigendom, zulks in rechtstreekse betaling op een deel der globale schuld.
Het is pas nadien dat de bank, als niet handelaar in diamanten, de goederen nog overhandigt aan eiseres met het doel te worden verkocht op de markt, aldus te worden omgezet in geld.
Zulks is echter op dat ogenblik niet meer relevant voor de fiscale beoordeling, die geschiedt aan de hand van artikel 10 Wetboek BTW ten aanzien van de geschiede inbetalinggeving.
Evenmin is het voorafgaandelijk in pand zijn gegeven der diamanten relevant voor de fiscale beoordeling, die zoals gezegd geschiedt aan de hand van vermeld artikel 10 Wetboek BTW ten aanzien van de inbetalinggeving, en op dat eigenste ogenblik.
Waar eiseres, daarin op dat punt gesteund door verweerster in tussenkomst, opwerpt dat de dadingovereenkomst is behept met innerlijke tegenstrijdigheid, wijzigt zulks (indien al het geval) evenwel niets aan de letterlijke tekst van de (clausule van) inbetalinggeving.
Contractspartijen dienen aldus de fiscale gevolgen te dragen der vrijelijk tussen hen gesloten overeenkomst.
De rechter mag onder mom van interpretatie de overeenkomst tussen partijen niet vervangen door een andere overeenkomst (vgl. Cass. 24 maart 1988, R.W. 1988-89, 1126).
Te dezen hebben partijen gestipuleerd dat de diamanten werden overgedragen ter voldoening van de schuld van eiseres, zulks in volle eigendom en in rechtstreekse betaling.
De rechter mag evenmin onder mom van (door eiseres en door verweerster in tussenkomst hier gesuggereerde) interpretatie weigeren de overeenkomst de gevolgen toe te kennen die deze wettelijk dient te hebben (vgl. Cass.19 februari 1987, Arr. Cass.1986-87, 817).
Er heeft levering plaatsgevonden in de zin en onder de toepassingsvoorwaarden van artikel 10 Wetboek BTW, en uit die oorzaak is BTW verschuldigd (tegen zelf niet betwist tarief 21 %).
Ondergeschikt - maatstaf van heffing
Eiseres, daarin gevolgd door verweerster in tussenkomst, werpt terecht op dat de geraamde waarde … U.S. dollar van de diamanten niet (noodzakelijk) de werkelijke waarde vertegenwoordigde.
Evenwel blijkt het te dezen te zijn gegaan om de conventioneel ten dage der overeenkomst aan de diamanten toegekende minimumwaarde, bewust en in volle vrijheid.
Het loutere gegeven dat naderhand is of zou zijn gebleken dat de werkelijke realisatieprijs op de markt lager lag, verandert niets aan de conventioneel vastgelegde waarde ten dage van het afsluiten van de overeenkomst.
Meer ondergeschikt - verzoek tot kwijtschelding van boete.
De rechtbank heeft volle rechtsmacht ter beoordeling van de concrete evenredigheid van de boete (Arbitragehof), zonder evenwel loutere billijkheid als criterium te mogen nemen (Hof van Cassatie).
Te dezen blijkt reeds, conform de modulatie van KB nr. 41 inzake BTW, de boete herleid te zijn tot 10 % ten opzichte van het bedrag der nagevorderde rechten.
Deze herleiding staat volop in evenredigheid met de voorliggende feiten en gegevens.
Het is niet omdat eiseres beweert dat zij er van overtuigd was ('is') dat er geen sprake was van eigendomsoverdracht dat zulks een vergoelijking vormt terzake de gevolgen van het door haar met volle kennis van zaken aangegane contract en de rechtsgevolgen daarvan.
Vordering in gemeenverklaring.
Verweerster in tussenkomst en gemeenverklaring blijkt, buiten verweer op de hoofdvordering, geen afzonderlijke eigen reden aan te voeren waarom ook de vordering in gemeenverklaring ongegrond zou zijn, terwijl eiseres in gemeenverklaring deze gemeenverklaring bouwt op een eventuele toekomstige vrijwaringvordering, wat hier en nu volstaat als onderbouwing voor het gevorderde.
Dispositif
OM DIE REDENEN
DE RECHTBANK,
Rechtdoende op tegenspraak.
Alle andere en strijdige conclusies verwerpend.
Verklaart zowel de hoofdvordering als de vordering in tussenkomst en gemeenverklaring toelaatbaar,
Verklaart de hoofdvordering in betwisting der in het dwangbevel verwoorde fiscale vordering ongegrond,
Verklaart de vordering in tussenkomst en gemeenverklaring gegrond, en verklaart het vonnis aldus gemeen aan verweerster in tussenkomst en gemeenverklaring,
Veroordeelt eiseres op hoofdvordering tot de kosten ervan, deze aan beide zijden begroot, en door de rechtbank in hoofde van verweerder op hoofdvordering vereffend op … EUR bij wijze van rechtsplegingvergoeding,
Veroordeelt verweerster in tussenkomst en gemeenverklaring tot de kosten ervan, deze aan beide zijden begroot, en door de rechtbank in hoofde van eiseres in tussenkomst vereffend op … EUR bij wijze van rechtsplegingvergoeding.
N. D. L. B.
Référence citée
Raccourcis clavier
Inactifs pendant la saisie dans un champ.
- Rechercher dans le texte
- /Ctrl/⌘ F
- Occurrence suivante / précédente
- EntréeMaj Entrée
- Section suivante / précédente
- JK
- Mode lecture
- L
- Fermer un panneau
- Échap
Le mode lecture retire le sommaire et les repères, grossit le texte et recentre la colonne.