Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.
Fiche du SPF Finances
Jugement du Tribunal de première instance d'Anvers du 18.04.2001
Résumé non fourni
Texte du jugement
Corps de la décision
Le texte est publié uniquement dans la langue originale
V O N N I S gewezen en uitgesproken in het gerechtsgebouw te Antwerpen, op achttien april tweeduizend en één in openbare zitting van de tweede F Kamer van de rechtbank van eerste aanleg van het gerechtelijk arrondissement Antwerpen, alwaar zetelden :
P. W., enig rechter,
G. G., griffier.
In zake : AR nr. 00/624/A
A. P. NV, ingeschreven in het handelsregister te Mechelen onder het nummer …, BTW-nummer …, met zetel gevestigd te …, …,
eisende partij,
verschijnende bij Meester F. J., loco Meester S. S., advocaat, kantoorhoudende te …, …,
tegen :
de BELGISCHE STAAT, Ministerie van Financiën, Administratie van de BTW, Registratie en Domeinen, in de persoon van de rekenplichtige van het BTW-Ontvangkantoor van Mechelen, waarvan de kantoren gevestigd zijn te 2300 Mechelen, Nekkerspoelstraat 21-23,
verwerende partij,
verschijnende bij Meester L. C., advocaat, kantoorhoudende te …, ….
Gezien de stukken in het dossier der rechtspleging, o.m. :
- het exploot van rechtsingang, betekend door het ambt van plaatsvervangend gerechtsdeurwaarder F. M. in vervanging van gerechtsdeurwaarder B. M. te Antwerpen op 21 januari 2000.
- de besluiten van partijen.
Gelet op de wet van 15 juni 1935 op het gebruik van talen in gerechtszaken.
Gehoord partijen in hun middelen en gezegden ter zitting van 21 maart 2001.
De vordering strekt ertoe het dwangbevel Reg. 127/118, uitgevaardigd op 3 november 1999 te horen vernietigen, dienvolgens te horen zeggen voor recht dat de bedragen vermeld in voornoemd dwangbevel ten titel van BTW, boeten en intresten niet verschuldigd zijn en verweerder te horen veroordelen tot de kosten van het geding.
Relevante feiten
Eiseres is een handelaar in auto-onderdelen.
Op grond van de administratieve samenwerking tussen de lidstaten van de EU op het gebied van de BTW werd door de Italiaanse administratie aan de BTW-administratie medegedeeld, dat de door eiseres beweerde intracommunautaire leveringen van autoonderdelen gedurende de jaren 1994, 1995 en 1996 ter bestemming van de Italiaanse vennootschap R. M. SRL niet het voorwerp hebben uitgemaakt van enige aangifte inzake intracommunautaire verwerving van deze laatste.
Uit het onderzoek van de Italiaanse administratie was gebleken dat de …, een gewezen werknemer van voornoemde Italiaanse vennootschap, de werkelijke aankoper was van de door eiseres verkochte auto-onderdelen en dat hij ten onrechte gebruik had gemaakt van het BTW-nummer van zijn gewezen werkgever aangezien hij de autoonderdelen als particulier had aangekocht.
Verder bleek uit dit onderzoek dat de … zelf niet over een Italiaans BTW-nummer beschikte.
Tevens is gebleken dat de door eiseres uitgereikte verkoopfacturen als bestemmeling vermeldden, die deze facturen betaalde met kredietkaarten welke aan hem zijn toegekend.
Tot slot is uit de facturen van de transporteur aan eiseres en uit de vrachtbrieven gebleken dat hierop eveneens … als bestemmeling was vermeld.
Op 30 augustus 1999 heeft eiseres het voorwerp uitgemaakt van een BTW controle en op 29 oktober 1999 werd hiervan proces-verbaal opgesteld.
Op 3 november 1999 werd een dwangbevel uitgevaardigd, waarbij een eensluidend verklaard afschrift van voornoemd proces-verbaal werd gevoegd, waardoor eiseres de hierna volgende bedragen verschuldigd werd in verband met voornoemde leveringen van autoonderdelen, namelijk :
- BTW : 97.462 BEF
- geldboete : 9.700 BEF
- intrest van 0,80 % per maand vertraging over de verschuldigde BTW vanaf 21 januari
- moratoire intrest over de nog verschuldigde geldboeten vanaf de kennisgeving of betekening van het dwangbevel
- vervolgingskosten.
Bij aangetekende brief van 8 november 1999 werd het dwangbevel en het hierbij gevoegde eensluidend verklaard afschrift van het proces-verbaal ter kennis gebracht van eiseres.
Beoordeling
Betreffende het bewijs van de intracommunautaire leveringen
Krachtens artikel 39bis, eerste lid, 1° van het wetboek van BTW zijn de leveringen van goederen vrijgesteld van de belasting indien :
- de leveringen worden verricht door de verkoper; andere dan een belastingplichtige die de regeling geniet bepaald in artikel 56, § 2,
- de leveringen worden verricht voor een andere belastingplichtige of voor een niet-belastingplichtige rechtspersoon, die als zodanig optreden in een andere Lid-Staat en die aldaar ertoe gehouden zijn hun intracommunautaire verwervingen van goederen aan de belasting te onderwerpen,
- de leveringen niet onderworpen zijn aan de bijzondere regeling van de belastingheffing over de winstmarge ingesteld bij artikel 58, § 4,
- de goederen worden verzonden of vervoerd buiten België maar binnen de Gemeenschap door de verkoper, de koper of voor hun rekening.
Artikel 39bis, tweede lid van het wetboek van BTW heeft aan de Koning opgelegd de beperkingen en voorwaarden te bepalen die voor de toepassing van deze vrijstelling moeten worden nageleefd, hetgeen hij deed bij KB nummer 52 van 29 december 1992.
Krachtens voornoemd KB nummer 52 is de vrijstelling van artikel 39bis, eerste lid, 1° van het wetboek van BTW afhankelijk van de volgende voorwaarden :
- het bewijs dient geleverd te worden dat de goederen verzonden of vervoerd zijn buiten België maar binnen de Gemeenschap (artikel 1) en de verkoper, casu eiseres, moet te allen tijde in het bezit zijn van alle stukken waaruit de echtheid van de verzending of het vervoer van de goederen blijkt; die stukken zijn ondermeer de contracten, de bestelbons, de vervoerdocumenten en de betalingsstukken (artikel 3),
- het bewijs dient geleverd te worden dat de levering is geschied voor een belastingplichtige of voor een niet-belastingplichtige rechtspersoon, die voor de belasting over de toegevoegde waarde geïdentificeerd is in een andere Lid-Staat (artikel 2).
Bijgevolg heeft eiseres, die zich beroept op de vrijstelling, de bewijslast en dient zij dan ook het bewijs te leveren dat zij voldoet aan alle voorwaarden van de vrijstelling, bij gebreke waaraan de belasting, verschuldigd is.
Verzending of vervoer van de goederen buiten België maar binnen de Gemeenschap
In casu dient eiseres het bewijs van het bestaan van de echtheid van het vervoer of de verzending van de goederen naar Italië te leveren via een geheel van gebruikelijke en overeenstemmende handelsstukken die aantonen dat aan de voorwaarde voor de vrijstelling is voldaan.
Verweerder betwist niet dat het vervoer of de verzending van de goederen naar Italië voldoende is aangetoond zodat het bewezen is dat de goederen werkelijk werden verzonden of vervoerd buiten België maar binnen de Gemeenschap.
Bijgevolg is aan deze vrijstellingsvoorwaarde voldaan.
Levering voor een belastingplichtige of voor een niet-belastingplichtige rechtspersoon, die voor de belasting over de toegevoegde waarde geïdentificeerd is in een andere Lid-Staat.
Krachtens artikel 10, § 1, eerste lid van het wetboek van BTW wordt als levering van een goed beschouwd de overdracht of de overgang van de macht om als een eigenaar over een goed te beschikken.
Uit de in artikel 10, § 1, eerste lid van het wetboek BTW gebruikte bewoordingen blijkt dat het begrip “levering van een goed” niet verwijst naar de eigendomsoverdracht in de vormen voorzien door het nationale recht, maar elke overdrachtshandeling van een lichamelijke zaak door een partij insluit, die de andere partij in staat stelt daadwerkelijk daarover te beschikken als ware zij eigenaar van die zaak (H.v.J. 8 februari 1990, F.J.F. 1990, 118-119).
Het gaat hierbij niet noodzakelijk om civielrechtelijke eigendomsoverdracht. Ook indien geen juridische eigendom van een zaak wordt overgedragen kan sprake zijn van levering.
Waar het op aankomt is niet dat juridisch civielrechtelijke eigendom wordt overgedragen, maar wel dat er een overdracht is van het recht om juridisch over het goed te beschikken (juridische beschikkingsbevoegdheid).
Bijgevolg dient eiseres dan ook te bewijzen dat zij het recht om juridisch over de auto-onderdelen te beschikken heeft overgedragen aan een belastingplichtige of aan een niet-belastingplichtige rechtspersoon, die voor de BTW geïdentificeerd is in een andere Lid-Staat.
Terecht stelt eiseres dat zij moet moet nagaan welke bestemming de koper aan de goederen geeft en aldus niet moet nagaan of de koper de goederen aanwendt voor belastbare leveringen of diensten, doch dit doet geen afbreuk aan het feit dat eiseres wel moet bewijzen dat zij daadwerkelijk heeft geleverd aan een belastingplichtige of aan een niet-belastingplichtige rechtspersoon, die voor de BTW geïdentificeerd is in een andere Lid-Staat;
Niettegenstaande de Italiaanse vennootschap R. M. SRL geldig geïdentificeerd was voor de BTW in Italië, dient eiseres door middel van een sluitend geheel van bewijselementen te bewijzen dat zij het recht om juridisch over de goederen te beschikken daadwerkelijk heeft overgedragen aan deze. vennootschap, hetgeen zij kan aantonen via een geheel van gebruikelijke en overeenstemmende handelsstukken. De verificatie van een BTW-identificatienummer, dat werd afgeleverd' door een andere lidstaat, is immers noch onmisbaar, noch voldoende is om de levering rechtmatig vrij te stellen en voegt zich enkel bij het geheel van de bewijsmiddelen.
Eiseres, die zich beroept op de vrijstelling, heeft immers de bewijslast om aan te tonen dat zij voldoet aan de vrijstellingsvoorwaarde en dat de auto-onderdelen bijgevolg daadwerkelijk werden geleverd aan deze vennootschap.
Bij gebreke aan dit bewijs is de administratie gerechtigd de vrijstelling te verwerpen. Er anders over oordelen zou immers de administratie elke werkelijkheid tot controle op het vervuld zijn va de vrijstellingsvoorwaarde ontnemen.
Eiseres faalt in haar bewijslast en bovendien bewijzen de verkoopfacturen, de betalingsbewijzen en in ieder geval de vrachtbrieven zeer duidelijk dat de goederen niet aan deze vennootschap werden geleverd, doch wel aan …
Bovendien is het bewezen dat … in Italië, geen belastingplichtige is, en verder blijkt uit geen enkel objectief element dat hij in andere lidstaat belastingplichtige is.
Tot slot is het voor de toepassing van de vrijstelling van geen enkel belang of eiseres al dan net te goeder trouw was.
Het gaat immers geenszins op om de eigen goedgelovigheid en nalatigheid in te roepen om de naleving van de wettelijke bewijslast te ontlopen.
Aangezien eiseres de bewijslast heeft om van de vrijstelling te kunnen genieten, doet het dan ook totaal niet ter zake dat de Heer B. A. te kwader trouw gebruik maakte van een BTW-nummer dat niet aan hem toebehoorde.
Bovendien ging eiseres wel bijzonder lichtvaardig in op de beweringen die haar werden voorgehouden zonder zich echt te bekommeren om de op haar rustende bewijslast zodat zij dan ook slecht gekomen is om op te werpen dat van haar een onmogelijk bewijs wordt geëist.
Eiseres heeft immers zich niet de minste moeite getroost om zelfs maar minimale inspanningen te doen teneinde zich van de hoedanigheid van … te vergewissen en om na te gaan of het Italiaans BTW-nummer aan hem toebehoorde.
Eiseres had immers minstens aan … een attestkunnen vragen van de Italiaanse administratie waaruit bleek dat hij als BTW-belastingplichtige geregistreerd was in Italië.
Eiseres legt zelfs geen enkel document voor uitgaande van … het Italiaans BTW-nummer is vermeld.
Blijkbaar heeft eiseres dan ook geen enkel document gevraagd aan … waarop het Italiaans BTW-nummer is vermeld.
Bijgevolg was de BTW administratie dan ook gerechtigd de vrijstelling te verwerpen zodat de belastingen dan ook verschuldigd zijn door eiseres.
Betreffende de strijdigheid van de bewijslast met de zesde BTW-richtlijn en de schending van het rechtszekerheidsbeginsel, het evenredigheidsbeginsel en het beginsel van behoorlijke regelgeving
Aangezien het bewezen is dat de goederen werkelijk werden verzonden of vervoerd buiten België maar binnen de Gemeenschap, is aan deze vrijstellingsvoorwaarde voldaan en bijgevolg doet het dan ook totaal niets ter zake dat de bewijslast dienaangaande strijdig zou zijn met de zesde BTW-richtlijn of voornoemde beginselen zou schenden.
Anderzijds kan eiseres de daadwerkelijke levering aan een belastingplichtige, of aan een niet-belastingplichtige rechtspersoon, die voor de BTW geïdentificeerd is in een andere Lid-Staat, bewijzen met alle middelen van het gemeen recht; uitgezonderd de eed, zodat deze voorwaarde dan ook niet strikt, doch integendeel ruim wordt toegepast.
Nu het bewezen is dat er geen daadwerkelijke levering heeft plaats gehad aan een belastingplichtige of aan een niet-belastingplichtige rechtspersoon, die voor de BTW geïdentificeerd is in een andere Lid-Staat, en eiseres zich bovendien niet de minste moeite heeft getroost om zelfs maar minimale inspanningen te doen teneinde zich van de hoedanigheid van … te vergewissen en om na te gaan of het Italiaans BTW-nummer aan hem toebehoorde, kan men geenszins stellen dat de vereiste van daadwerkelijke levering dermate rigide is en in het economisch handelsverkeer onhaalbaar is zodat het recht op vrijstelling nagenoeg onmogelijk of overdreven moeilijk wordt gemaakt.
De stelling van eiseres, dat haar bewijslast onmogelijk is, is dan ook totaal onjuist.
De vrijstellingsvoorwaarde van de daadwerkelijke levering aan een belastingplichtige of aan een niet-belastingplichtige rechtspersoon, die voor de BTW geïdentificeerd is in een andere lidstaat, is immers een essentiële voorwaarde zonder dewelke fraude, misbruik en ongeoorloofde vrijstellingen zouden gestimuleerd worden die de belangen van de Gemeenschap ernstig zouden aantasten zodat deze voorwaarde dan ook redelijk is in verhouding tot het nagestreefde doel.
Bijgevolg is deze vrijstellingsvoorwaarde in geen geval in strijd met de zesde BTWrichtlijn en schendt deze evenmin het rechtszekerheidsbeginsel en het evenredigheidsbeginsel en het beginsel van behoorlijke regelgeving.
Voornoemd KB nummer 52 moet dan ook niet buiten beschouwing blijven.
Betreffende de uitvoerbaar verklaring bij voorraad
Conform artikel 92bis van het wetboek van BTW schorsen de termijnen van verzet, hoger beroep en cassatie, alsmede het verzet, het hoger beroep en de voorziening in cassatie de tenuitvoerlegging van de gerechtelijke beslissing zodat huidig vonnis dan ook niet uitvoerbaar bij voorraad kan verklaard worden.
Dispositif
OM DEZE REDENEN,
DE RECHTBANK,
rechtdoende op tegenspraak,
alle andere en strijdige conclusies verwerpend,
Verklaart de vordering toelaatbaar, doch ongegrond en wijst deze af.
Veroordeelt eiseres tot de kosten van het geding tot op heden door verweerder begroot op de rechtsplegingsvergoeding en door de rechtbank ambtshalve vereffend op 6.450 BEF rechtsplegingsvergoeding.
G. G. P. W.
Référence citée
Raccourcis clavier
Inactifs pendant la saisie dans un champ.
- Rechercher dans le texte
- /Ctrl/⌘ F
- Occurrence suivante / précédente
- EntréeMaj Entrée
- Section suivante / précédente
- JK
- Mode lecture
- L
- Fermer un panneau
- Échap
Le mode lecture retire le sommaire et les repères, grossit le texte et recentre la colonne.