Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.
Fiche du SPF Finances
Jugement du Tribunal de Première instance de Bruxelles du 07.09.2007
Résumé non fourni
Texte du jugement
Corps de la décision
Le texte est publié uniquement dans la langue originale
RECHTBANK VAN EERSTE AANLEG TE BRUSSEL, 36ste Kamer
AR 05/2088/A
- Fiscale Zaken : BTW
- op tegenspraak
- eindvonnis
In zake van :
De BVBA C., met maatschappelijke zetel thans te …, …, voorheen te …, … ingeschreven in de Kruispuntbank van de ondernemingen onder het nummer …
eisende partij,
Vertegenwoordigd door Mr. M. L. loco Mr. L. D., advocaat te …, … (ref. : /),
tegen :
De BELGISCHE STAAT, Administratie van de BTW, registratie en domeinen op vervolging en benaarstiging van de heer eerstaanwezend inspecteur van het BTW-ontvangkantoor te Halle, waarvan de burelen gevestigd zijn te 1500 Halle, Zuster Bernardastraat 32,
verwerende partij,
vertegenwoordigd door Mr. loco Mr. J. H., advocaat te …, … (ref. : …)
In deze zaak, in beraad genomen op 9/05/2007, wordt door de rechtbank volgend vonnis uitgesproken
Gelet op :
1. de dagvaarding, houdende verzet tegen dwangbevel inzake BTW, betekend op 14 juni 1999;
2. het verwijzingsvonnis van de rechtbank van eerste aanleg van Leuven d.d. 4 februari 2005;
3. het gezamenlijk verzoekschrift 747, § 2 Ger. W., ter griffie neergelegd door verweerder op 25/07/2005;
4. gelet op de beschikking genomen in toepassing van art. 747, § 2 Ger. W. op 16/09/2005;
5. de conclusies en aanvullende conclusies van verweerder, neergelegd ter griffie van de rechtbank van eerste aanleg van Leuven op respectievelijk 8/11/1991 en 29/09/2004;
6. de conclusies van eiseres, neergelegd ter griffie op 2/11/2005;
Gehoord de raadslieden van partijen ter openbare zitting van 9/05/2007, waarna twee bundels met de stavingstukken van partijen werden neergelegd en de zaak in beraad werd genomen.
Toepassing is gemaakt van de bepalingen van de wet van 15 juni 1935 op het taalgebruik in gerechtszaken.
1. FEITEN
Het geding heeft betrekking op een geschil inzake BTW-wetgeving.
Eiseres is BTW-plichtige (BTW nr. BE …).
N.a.v. een door de diensten van verweerder uitgevoerde BTW-controle m.b.t. periode 1/01/1994 - 31/12/1996 werd een proces-verbaal opgesteld op 5/02/1999 op grond waarvan eiseres volgende sommen aan verweerder verschuldigd zou zijn :
BTW : 10.699.829 BEF
Boete : 21.399.658 BEF
Interest : 10.699.000 BEF
Op 10 februari 1999 vaardigde de ontvanger van het BTW-ontvangkantoor Halle een dwangbevel uit dat op 12/02/1999 werd geviseerd en uitvoerbaar verklaard.
Dit dwangbevel werd bij exploot van gerechtsdeurwaarder J. V. aan eiseres betekend op 6 april 1999.
Eiseres dagvaardde verweerder in verzet d.m.v. dagvaarding betekend op 14 juni 1999.
2. DE VORDERING
De vordering van eiseres beoogt het dwangbevel op 10 februari 1999 uitgevaardigd door de heer L. R., waarnemend inspecteur van het BTW-ontvangkantoor Halle, geviseerd en uitvoerbaar verklaard door Mevrouw I. V. D. S., eerstaanwezend inspecteur van de BTW-administratie te Ternat te horen vernietigen en verweerder te horen veroordelen tot de terugbetaling van alle op grond daarvan ten onrechte geïnde bedragen.
De vordering beoogt tevens de veroordeling van verweerder tot de kosten van het geding met inbegrip van de rechtsplegingsvergoeding.
3. BEOORDELING
3.1. Ontvankelijkheid
De vordering van eiseres werd ingesteld bij dagvaarding betekend op 14 juni 1999.
Verweerder betwist de ontvankelijkheid van de vordering van eiser niet.
Waar zich voor het overige geen ambtshalve op te werpen gronden van onontvankelijkheid aandienen, is de vordering van eiseres dan ook ontvankelijk.
3.2. Gegrondheid
1. Het geschil betreft een discussie over het al dan niet verschuldigd zijn van BTW door eiseres op een hele reeks leveringen van goederen (textiel).
Volgens het proces-verbaal d.d. 5 februari 1999 zijn de hogervermelde bedragen aan BTW, boeten en interesten verschuldigd n.a.v. inbreuken op de aftrekregeling t.a.v. goederen en/of diensten die volledig of gedeeltelijk bestemd zijn voor privé- of andere doeleinden dan die van de economische activiteit.
Volgens de bevoegde ambtenaar deed eiseres een aantal leveringen van textiel aan diverse ambassades (zie pv. blz. 3-7).
Art. 42, § 3, 1° van het W.BTW bepaalt dat de leveringen en de invoeren van goederen en de diensten in het kader van de diplomatieke en consulaire betrekkingen vrijgesteld zijn van BTW (Art. 15, lid 10 van zesde BTW-richtlijn (77/388/EEG) van 17 mei 1977 bepaalt dat de lidstaten vrijstelling verlenen voor o.m. de levering van goederen en diensten in het kader van diplomatieke en consulaire zendingen; dit artikel werd omgezet in het Belgisch intern recht in art. 42, § 3, eerste lid, 1°, 2° en 3° W.BTW. De aanhef van art. 15, lid 10 van de Zesde BTW-richtlijn bepaalt dat de lidstaten de nodige maatregelen kunnen treffen om fraude, ontwijking en misbruik te voorkomen en aldus een van de maatregelen kan zijn dat documenten moeten worden voorgelegd waaruit blijkt dat degene die zich op de vrijstelling beroept effectief een rechthebbende is op deze vrijstelling en waarin de aangekochte goederen en en/of diensten worden vermeld zonder dat dit document het enige gegeven is waarop de belastingplichtige zich dient te steunen om de waarachtigheid van de vrijstelling te beoordelen).
Art. 42, § 3, 2° bepaalt dat hetzelfde geldt voor de leveringen van roerende goederen en diensten, met uitzondering van werken in onroerende staat, alsook de invoeren door de leden van het diplomatiek personeel en de leden van het administratief en technisch personeel, de consulaire beroepsambtenaren en de consulaire bedienden, handelend voor hun persoonlijk gebruik 2n gehecht aan de zendingen en posten.
Art. 42, § 3 in fine bepaalt dat :
"door of vanwege de Minister van Financiën worden de perken en de voorwaarden voor de toepassing van deze paragraaf bepaald. Er kan onder meer worden bepaald dat de in deze paragraaf bedoelde vrijstellingen worden verleend bij wijze van teruggaaf.
Volgens aanschrijving nr. 1 van 3 januari 1978 wordt deze vrijstelling betreffende het persoonlijk gebruik o.m. afhankelijk gesteld van de voorwaarde dat de ambtenaar geen Belgisch onderdaan is noch in België duurzaam verblijf houdt of er een eigen winstgevende activiteit uitoefent. Deze voorwaarde dient te worden bevestigd in een getuigschrift, af te leveren door het hoofd van de zending of van de post of door dienst gevolmachtigde en te overhandigen aan de leverancier of de dienstverrichter, voor de levering van het goed of het verstrekken van de dienst. Het getuigschrift moet vermelden dat de bestelling geschiedt voor het persoonlijk gebruik van de betrokken ambtenaar en de stempel van de diplomatieke zending of consulaire post dient er op te zijn aangebracht.
M.b.t. het officieel gebruik is de vrijstelling afhankelijk van het uitreiken aan de leverancier of aan de dienstverrichter van een bestelbon door het hoofd van de diplomatieke zending of consulaire post. Deze bestelbon dient te vermelden dat de bestelling geschiedt voor het officieel gebruik van de diplomatieke zending of de consulaire post. Op die bestelbon dient door de diplomatieke zending of de consulaire post een ontvangstmelding te worden aangebracht van de bestelde en geleverde goederen of van de bestelde en verstrekte diensten.
Het getuigschrift en de bestelbon zijn sedert 1 juni 1993 vervangen door het door de Fiscale Administratie genoemde documenten nr. 450 (voor de aankopen voor officieel gebruik) en 451 (voor de aankopen voor het persoonlijk gebruik).
De bevoegde ambtenaar somt in zijn proces-verbaal een hele reeks leveringen van textiel op (zie proces-verbaal blz. 3 t.e.m. blz. 10) die op grond van art. 42, § 3, 1° en 2° van het W.BTW met vrijstelling van BTW werden gefactureerd maar i.v.m. waarmee voormelde bewijzen van de echtheid van de vrijstelling niet werden geleverd.
M.b.t. de schending van de beginselen van behoorlijk bestuur
Eiseres voert eerst en vooral aan dat er inzake een schending van de beginselen van behoorlijk bestuur zou zijn. Zij stelt dat zij reeds meer dan 20 jaar op dezelfde wijze (als in de jaren 1994 en 1995) gehandeld heeft waarbij verweerder n.a.v. verschillende controles nooit enige opmerking zou hebben gemaakt omtrent het bijhouden van getuigschriften of bestelbons. Door de houding van de administratie meent eiseres steeds in overeenstemming met de wettelijke bepalingen gehandeld te hebben.
Zij meent dan ook dat de administratie door n.a.v. de controle in kwestie op retroactieve wijze terug te komen op haar vroegere constante houding waarbij ze gerechtvaardigde verwachtingen heeft doen ontstaan m.b.t. de te houden getuigschriften of documenten de beginselen van behoorlijk bestuur, meer bepaald het vertrouwensbeginsel, schendt. De wijziging van houding van de administratie kan volgens eiseres enkel voor de toekomst (zijnde vanaf 1999) uitwerking hebben.
In belastingaangelegenheden gelden de beginselen van behoorlijk bestuur, waaronder het rechtszekerheidsprincipe. Het Hof besliste in een arrest van 1992 dat de regels van behoorlijk bestuur het recht op rechtszekerheid inhouden en dat deze ook gelden in fiscalibus. Dit houdt in dat de burger moet kunnen vertrouwen op vaste gedrags- en beleidsregelen van de overheid. De door die overheid opgewekte gerechtvaardigde verwachtingen moeten gehonoreerd worden (Cass., 27 maart 1992, R.W., 1991-92, p. 1466; zie ook Cass. 3 november 2000, FJ.F., 2001/1, 1).
Het recht op rechtszekerheid is echter geen onbeperkt recht. Het dient onder omstandigheden te wijken voor het legaliteitsbeginsel.
Een vrijstelling van belasting kan zoals een belasting zelf enkel wij wet worden ingevoerd.
De regeling in kwestie (vereiste van getuigschrift of bestelbon) werd door de Fiscale Administratie bij aanschrijving opgelegd. Per 1 juli 1993 werd deze regeling "gemoderniseerd" door een andere circulaire. De Redenering die eiseres maakt dat ze reeds 20 jaar op dezelfde wijze handelt dient bijgevolg genuanceerd te worden nu de controle naar aanleiding waarvan het proces-verbaal werd opgesteld een eerste controle is die na de gewijzigde circulaire werd uitgevoerd.
Het legaliteitsbeginsel laat niet toe dat een in het verleden toegepaste maar met de wet strijdige regeling wordt voorgehouden als een rechtmatige regeling. Zelfs wanneer de Fiscale Administratie een standpunt zou hebben ingenomen (wat inzake niet het geval is), genereert dit op zich geen akkoord waaruit de belastingplichtige rechten zou kunnen putten voor later aanslagjaren (Rb. Gent 27 oktober 1999, F.J.F., 2000/4).
De vordering van eiseres is bijgevolg op dit punt ongegrond.
M.b.t. de vrijstelling van BTW voor de leveringen aan diplomatieke zendingen en consulaire posten
Daarnaast stelt eiseres dat zij over de vereiste documenten beschikt en dat de inzake door de ambassades afgeleverde attesten voor zowel officieel als persoonlijk gebruik van de door verzoekster geleverde goederen de door art. 42, § 3, 1° en 2° W.BTW gevraagde inlichtingen bevatten.
Een vrijstelling van belasting dient strikt te worden toegepast.
Eiseres legt de nodige bewijsstukken niet voor en zelfs geen enkel ander stuk waaruit de gegevens die in de vereiste documenten moeten voorkomen blijkt.
Er kan bijgevolg niet anders dan geconcludeerd dat verweerder terecht de vrijstelling bedoeld in art. 42, § 3, eerste lid, 1° en 2° W.BTW en art. 15, lid 10, van de zesde BTW-richtlijn 77/388/EEG.
Het is dan ook niet nodig om verder in te gaan of er desgevallend ook aan de vereiste voorwaarden voldaan zou zijn voor een vrijstelling. Gelet op de hoeveelheden textiel die aan de diplomatieke zendingen werd geleverd kan zich op het eerste zicht overigens al de vraag stellen of deze leveringen met de werking van een diplomatieke zending te maken hebben (zie in een mogelijks vergelijkbare zaak Antwerpen (5° kamer) 4 december 2000 inzake AR 1997/AR/41 + 1997/AR/1562).
De vordering van eiseres is bijgevolg op dit punt eveneens ongegrond.
M.b.t. de vrijstelling van BTW voor uitvoer van goederen
Eiseres argumenteert dat ze op afdoende wijze aantoont dat de geleverde goederen de EU verlieten zodat ze tenminste recht heeft op een vrijstelling voor uitvoer.
Op grond van art. 39, § 1 W.BTW zijn van de belasting vrijgesteld de levering van goederen die door of voor rekening van de verkoper worden verzonden of vervoerd naar een plaats buiten de gemeenschap en de levering van goederen die door of voor rekening van een niet in België gevestigde koper worden verzonden of vervoerd naar een plaats buiten de EU.
Art. 1 van het KB nr. 18 d.d. 29 december 1992 bepaalt dat opdat dergelijke vrijstelling genoten kan worden de voorwaarden vervuld dienen te zijn, de formaliteiten nageleefd dienen te zijn en de bewijzen dienen te worden geleverd. Voorts bepaalt art. 3 van dat KB dat de verkoper in het bezit dient te zijn van alle stukken waaruit de echtheid van de uitvoer blijkt en ze op ieder verzoek dient te kunnen overleggen.
Er dient vastgesteld dat eiseres niet op afdoende aantoont dat de goederen in kwestie de EU verlaten hebben (bijvoorbeeld de plaatsing onder de douaneregeling uitvoer). De factuur 01/01 d.d. januari 1995 en het schrijven van de permanente vertegenwoordiging van Zaire bij de VN te Genève d.d. 3/01/1995 kan niet toegepast worden in het kader van de vrijstelling van art. 42 W.BTW en vormt een onvoldoende bewijs van effectieve uitvoer in het kader van de vrijstelling van art. 39 W.BTW
De vordering van eiseres is bijgevolg ook op dit punt ongegrond.
Dispositif
OM DEZE REDENEN,
Gelet op de artikelen 4, 37, 41 en 42 van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken,
Rechtsprekend in eerste aanleg en op tegenspraak,
Alle andersluidende en meeromvattende besluiten van de hand wijzende als niet ter zake en/of overbodig,
Verklaart de vordering van eiseres ontvankelijk maar ongegrond,
Veroordeelt eiseres tot betaling van de kosten van het geding, begroot op € 371,84 rechtsplegingsvergoeding aan de zijde van eisende partij en op € 371,84 rechtsplegingsvergoeding aan de zijde van verweerder,
Aldus gevonnist en uitgesproken ter buitengewone openbare terechtzitting van de 36ste kamer van de Rechtbank van eerste aanleg te Brussel, op 7 september 2007
Waar aanwezig waren en zitting namen :
De heer M. L., alleenrechtsprekend rechter
Mevrouw I. D., griffier.
I. D. M. L.
Référence citée
Raccourcis clavier
Inactifs pendant la saisie dans un champ.
- Rechercher dans le texte
- /Ctrl/⌘ F
- Occurrence suivante / précédente
- EntréeMaj Entrée
- Section suivante / précédente
- JK
- Mode lecture
- L
- Fermer un panneau
- Échap
Le mode lecture retire le sommaire et les repères, grossit le texte et recentre la colonne.