Droit à déduction de l’impôt · Jurisprudence belge

Aller au texte
Juriel

Tribunal de première instance Louvain 26 mars 2004

Rechercher
Texte en néerlandais

Droit à déduction de l’impôtTaxe sur la valeur ajoutée

https://juriel.be/fr/jurisprudence/droit-deduction-impot-tribunal-louvain-2004-03-26-d8fd

Juridiction
Tribunal de première instance
Siège
Louvain
Date
26 mars 2004

Sur le document

Collection
Jurisprudence belge
Langue du texte
néerlandais
Version française
non publiée par le SPF

Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.

Texte

76 paragraphes

Fiche du SPF Finances

Jugement du Tribunal de première instance de Louvain du 26.03.2004

Résumé non fourni

Texte du jugement

Corps de la décision

Le texte est publié uniquement dans la langue originale

Rechtbank van Eerste Aanleg te Leuven

Rol nr. : 02/535/A

T. G. NV, met maatschappelijke zetel te …, …, ingeschreven in het handelsregister te Brussel onder het nummer …, gekend als BTW-belasingplichtige onder het nummer …, met exploitatiezetel te …, …, ingeschreven in het handelsregister te Leuven onder het nummer …;

- eiseres, ter zitting vertegenwoordigd door meester V., advocaat te …, …;

tegen :

De Belgische Staat, Federale Overheidsdienst Financiën, Administratie van de ondernemings- en inkomensfiscaliteit, Sector BTW, Controlecentrum Leuven, 3001 Leuven, Philipssite 3 A, bus 1 (4de verdieping);

- verweerster, ter zitting vertegenwoordigd door meester C. loco meester d. N. advocaat te …, …;

_____

De rechtbank doet uitspraak in deze zaak die op de zitting van 30 januari 2004 werd behandeld en op tegenspraak in beraad werd genomen.

Gelet op de artikelen 2-9-34-36-37-40 en 41 van de Wet van 15 juni 1935 op het taalgebruik in gerechtszaken.

Gezien de geding inleidende dagvaarding op 19 februari 2002 betekend door het ambt van F. D., gerechtsdeurwaarder met standplaats te Leuven.

Gezien de neergelegde conclusies en stukken.

Gehoord de advocaten van partijen op de openbare zitting van 30 januari 2004.

I. De feiten

Eiseres is BTW-belastingplichtige. Na een controle over de periode van 1 januari 1998 tot 31 december 1999 werden door de administratie een aantal overtredingen vastgesteld die in een correctieopgave werden opgenomen.

Na discussie ging eiseres akkoord met een aantal opmerkingen van de administratie. Voor deze punten waarmee eiseres akkoord was werd een correctieopgave door eiseres voor akkoord ondertekend.

Met een aantal andere punten was eiseres niet akkoord. Voor deze punten werd op 6 augustus 2001 een correctieopgave naar eiseres gestuurd voor … euro BTW en een boete van … euro.

Eiseres ging niet akkoord met deze correctieopgave. Bij schrijven d.d. 18 januari 2002 deelde eiseres mee dat zij overging tot betaling van de bedragen van … euro en … euro, vermeerderd met … euro, intresten berekend tot 20 januari 2002. In het schrijven wordt vermeld dat "deze betaling wordt uitgevoerd zonder enige schulderkentenis, noch akkoord, en zonder nadelig gevolg voor onze vennootschap".

In verband met tijdens de controle gedane vaststellingen werd op 10 maart 2003 een proces-verbaal opgesteld.

II. De vorderingen

Eiseres vordert de terugbetaling van het betaalde bedrag … euro, "verhoogd met de intresten sedert de datum van betaling".

III. Beoordeling

1. De door eiseres uitgeoefende activiteiten werden tijdens de controle door eiseres zelf ais volgt omschreven :

- bepalen van de algemene strategie van de groep T. op commercieel vlak en inzake externe groei;

- beslissingen nemen betreffende uitbreiding/inkrimping van de activiteiten van de binnenlandse en buitenlandse dochtervennootschappen;

- beslissingen nemen betreffende aankopen/afstoten participaties in vennootschappen;

- personeelspolitiek voor de T. vennootschappen (binnen- en buitenland);

- voeren personeelsadministratie voor groepsfilialen;

- verrichten juridische diensten (vnl. onderhandelen contracten) voor groepsfilialen;

- financiële en administratieve organisatie van de filialen;

- opzetten van een gestandaardiseerd boekhoudplan voor de vennootschappen van. de groep en van richtlijnen voor een gestandaardiseerde boekhouding;

- interne controle op de rapportering en de boekhouding van de filialen;

- inrichten van cursussen voor intern en extern gebruik in verband met computertechnologie.

De NV T. G. (eiseres) is de holdingmaatschappij van de "groep T.". Deze groep bestaat uit verschillende vennootschappen waarvan de NV T. de belangrijkste werkmaatschappij is.

Eiseres heeft in essentie drie verschillende activiteiten (zie schrijven d.d. 6 augustus 2001 van de administratie aan eiseres) :

a) de eigenlijke holdingsactiviteiten (aankoop en verkoop van financiële deelnemingen) en financiële opbrengsten;

b) activiteiten van het opleidingscentrum;

c) diensten van administratieve en bestuurlijke aard die worden verleend d.m.v. de personeelsdienst, de juridische dienst en een audit afdeling (beheersdiensten). Deze diensten worden verleend aan allerlei vennootschappen waarin eiseres via NV T. participeert of die zij via NV T. controleert. De facturatie gebeurd aan NV T. dat op haar beurt doorfactureert naar de "kleindochtervennootschappen".

2. Voor de activiteiten van het opleidingscentrum (b) aanvaardt verweerster de volledige aftrek van de BTW.

3. Voor de holdingactiviteiten (b) aanvaardt verweerster geen aftrek van de BTW.

4. Voor de beheersactiviteiten (c) maakt de administratie een onderscheid tussen enerzijds deze waarbij eiseres optreedt in het kader van het beheer van deze vennootschappen en die behoren tot haar normale taak als holding en het verlenen van diensten die niet behoren tot het beheer van de vennootschappen. Voor de eerste wordt geen aftrek van de BTW aanvaard, voor de tweede wel.

Voor de kosten die zonder onderscheid en tegelijk zowel voor de handelingen als holding als voor andere handelingen worden gebruikt dient met het oog op de opsplitsing een verhouding te worden vastgesteld.

5. Samengevat kan volgens de administratie het recht op aftrek als volgt worden uitgeoefend (zie schrijven d.d. 6 augustus 2001 van de administratie aan eiseres) :

-holdingsactiviteiten / financiële opbrengsten : geen recht op aftrek en een percentage (11,38 % voor 1999 en 11,80 % voor 1998) van niet aftrekbare BTW voor de gemeenschappelijke kosten

-andere diensten : recht op aftrek.

6. Een holdingvennootschap wiens enig doel is de deelneming in andere ondernemingen, zonder dat deze vennootschap zich direct of indirect mengt in het beheer van die ondernemingen, heeft niet de hoedanigheid van BTW-plichtige, zodat zij ook geen recht op aftrek heeft.

Dit ligt anders wanneer de deelneming gepaard gaat met een directe of indirecte inmenging in het beheer van de vennootschappen waarin wordt deelgenomen. Een inmenging in het beheer van de dochterondernemingen, die gepaard gaat met handelingen die op grond van art. 2 van de Zesde Richtlijn aan BTW zijn onderworpen, zoals administratieve, financiële, commerciële en technische diensten, die een holding ten behoeve van haar dochterondernemingen verricht, moet als een economische activiteit in de zin van art. 4, lid 2 van die richtlijn worden beschouwd. (H.v.J., 27 september 2001).

7. Krachtens artikel 45 § 1 BTW-Wetboek mag elke belastingplichtige in aftrek brengen de belasting geheven van de aan hem geleverde goederen en verleende diensten in de mate dat hij die goederen en diensten gebruikt voor het verrichten van belaste handelingen.

In beginsel dient er een rechtstreeks en onmiddellijk verband te bestaan tussen een bepaalde handeling in een eerder stadium, en een of meer in een later stadium verrichte handelingen waarvoor recht op aftrek bestaat, opdat aan de belastingplichtige een recht op aftrek van de voorbelasting kan worden toegekend en de omvang van dat recht kan worden bepaald. Het recht op aftrek van de BTW vooronderstelt dat de voor de verwerving van goederen of diensten gedane uitgaven zijn opgenomen in de prijs van de handelingen in een later stadium waarvoor een recht op aftrek bestaat. Die uitgaven moeten dus een onderdeel zijn van de kosten van de in een later stadium verrichte handelingen waarbij van die goederen en diensten gebruik wordt gemaakt en waarvoor recht op aftrek bestaat

Er bestaat geen rechtstreeks en onmiddellijk verband tussen de diverse door een holding gebruikte diensten bij de verwerving van een deelneming in een dochteronderneming, en een of meer in een later stadium verrichte handelingen waarvoor recht op aftrek bestaat. Die uitgaven maken geen deel uit van de kosten van in een later stadium verrichte handelingen waarbij genoemde diensten worden gebruikt.

De kosten van die diensten maken daarentegen deel uit van de algemene kosten van de belastingplichtige, en zijn als zodanig bestanddelen van de prijs van de producten van een onderneming. Er is derhalve in beginsel een rechtstreekse en onmiddellijke samenhang tussen dergelijke diensten en de volledige bedrijfsactiviteit van de belastingplichtige.

Indien de holding zowel handelingen uitvoert Waarvoor een recht op aftrek bestaat als handelingen waarvoor dat recht niet bestaat, kan hij enkel het gedeelte van de BTW aftrekken dat evenredig is aan het bedrag van eerstbedoelde handelingen (H.v.J., 27 september 2001).

De BTW geheven op diensten waarvan de holding gebruikt maakt bij de verwerving van een deelneming in een dochteronderneming, waar de holding geen handelingen stelt die aan BTW zijn onderworpen komt niet voor aftrek in aanmerking. Deze dienst wordt immers niet gebruikt voor het verrichten van belaste handelingen.

8. In casu staat vast dat eiseres administratieve, financiële, commerciële en technische diensten verricht voor diverse (klein)dochterondernemingen. Dit werd door de administratie uitdrukkelijk erkend in haar schrijven d.d. 6 augustus 2001.

Het feit dat deze diensten door eiseres gefactureerd worden aan NV T., dat op haar beurt deze diensten doorfactureert aan de (klein)dochteronderneming doet hieraan geen afbreuk. Het betreft diensten die door eiseres verricht worden en aan eiseres betaald worden.

Evenmin doet het feit dat eiseres geen rechtstreekse deelneming heeft in de (klein)dochteronderneming maar hierin participeert via een door haar gecontroleerde vennootschap hieraan afbreuk. De kosten voor het verwerven van de deelneming in de (klein)dochter werden door eiseres gemaakt en zijn kosten die rechtstreeks en onmiddellijke samenhangen met de volledige bedrijfsactiviteit van eiseres.

De BTW geheven op de diensten waarvan eiseres gebruikt maakte om, ook onrechtstreeks, participaties te verwerven in ondernemingen waarvoor verschillende administratieve, financiële, commerciële en technische diensten worden verricht, ook al worden deze aan NV T. gefactureerd, komt dan ook voor aftrek in aanmerking.

9. Eiseres maakte ook kosten voor de verwerving van participaties (rechtstreeks of onrechtstreeks) in vennootschappen waarvoor zij geen handelingen stelt die aan BTW zijn onderworpen, maar die louter financiële deelnemingen zijn. De op deze kosten geheven BTW komt niet voor aftrek in aanmerking.

Tevens maakte eiseres kosten voor deelnemingen die uiteindelijk niet gerealiseerd werden. Eiseres bewijs niet dat deze kosten gemaakt werden met het oog op het verrichten van belaste handelingen. De op deze kosten geheven BTW komt niet vóor aftrek in aanmerking.

10. Eiseres heeft ook kosten gemaakt die betrekking hadden op de verkoop van deelnemingen. Deze kosten vertonen een rechtstreekse en onmiddellijke samenhang met de volledige bedrijfsactiviteit van eiseres in de mate dat de deelnemingen verkocht worden aan ondernemingen die door eiseres gecontroleerd worden en eiseres ook na de verkoop van deze deelnemingen nog belaste handelingen blijft verrichten voor de onderneming waarvan de deelneming verkocht werd. Dan blijft eiseres deze onderneming immers onrechtstreeks controleren, en vertonen de kosten van deze onrechtstreekse deelneming een rechtstreeks en onmiddellijke samenhang met de belaste handelingen die eiseres voor deze onderneming verricht.

11. De kosten voor de kapitaalverhoging zijn kosten die gemaakt worden zowel voor de activiteiten die voor aftrek in aanmerking komen, als voor de activiteiten die niet in aanmerking komen. De BTW op deze kosten komt slechts in aanmerking voor aftrek in evenredigheid van deze activiteiten. Hetzelfde is trouwens het geval voor kosten die betrekking hebben op de beide activiteiten.

12. Partijen dienen op grond van de hierboven uiteengezette principes een afrekening op te maken. Hiertoe wordt de zaak naar de bijzondere rol verzonden teneinde partijen toe te laten de zaak met betrekking tot deze afrekening in staat te stellen.

Dispositif

OM DEZE REDENEN,

DE RECHTBANK,

Rechtsprekende op tegenspraak en in eerste aanleg.

Verklaart de vordering ontvankelijk.

Verwijst de zaak naar de bijzondere rol teneinde partijen toe te laten een afrekening op te stellen op grond van de in het motiverend gedeelte weergegeven principes en de zaak verder in staat te stellen.

Houdt de beslissing met betrekking tot de kosten aan.

Aldus gedaan en uitgesproken in de openbare terechtzitting van de twaalfde kamer der rechtbank van eerste aanleg, zitting houdende te Leuven op vrijdag 26 maart 2004, waar zetelden :

de heer L. W., rechter;

mevrouw G. D., e.a. adjunct-griffier.

G. D. L. W.

Textes cités

3

Décisions similaires

8