Droit à déduction de l’impôt · Jurisprudence belge

Aller au texte
Juriel

Tribunal de première instance Anvers 17 décembre 2007

Rechercher
Texte en néerlandais

Droit à déduction de l’impôtTaxe sur la valeur ajoutée

https://juriel.be/fr/jurisprudence/droit-deduction-impot-tribunal-anvers-2007-12-17-9e85

Juridiction
Tribunal de première instance
Siège
Anvers
Date
17 décembre 2007

Parcours procédural

2 étapes · 2 ans 2 mois
  1. Décision affichéeTribunal de première instance d'Anvers17.12.2007
  2. Décision sur appelCour d'appel d'Anvers16.03.2010

Sur le document

Collection
Jurisprudence belge
Langue du texte
néerlandais
Version française
non publiée par le SPF

Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.

Texte

53 paragraphes

Fiche du SPF Finances

Jugement du Tribunal de Première instance d'Anvers du 17.12.2007

Résumé non fourni

Texte du jugement

Corps de la décision

Le texte est publié uniquement dans la langue originale

V O N N I S gewezen en uitgesproken in het gerechtsgebouw te Antwerpen, op zeventien december tweeduizend en zeven in openbare zitting van de vierde F kamer van de rechtbank van eerste aanleg van het gerechtelijk arrondissement Antwerpen, alwaar zetelden :

L. B., enig rechter,

N. D., griffier.

In zake : AR nr. 06/7220/A

V. T. E., bestuurder van vennootschappen, wonende te …, …, wonende te …, ….

eisende partij,

- verschijnende bij meester D. C., advocaat, kantoorhoudende te …, …,

- meester D. C., advocaat, verschijnt eveneens loco meester A. V. R., advocaat, kantoorhoudende te …, ….

tegen :

DE BELGISCHE STAAT, Federale Overheidsdienst Financiën, Administratie van de Ondernemings- en Inkomensfiscaliteit, sector BTW, in de persoon van de heer Minister van Financiën, wiens kabinet gevestigd te 1000 Brussel, Wetstraat 12, vertegenwoordigd door de waarnemend

verwerende partij,

verschijnende bij meester P. S., advocaat, kantoorhoudende te …, ….

Gezien de stukken in het dossier der rechtspleging, onder meer :

- het verzoekschrift neergelegd ter griffie op 22 november 2006,

- de beschikking verleend overeenkomstig artikel 747, § 2 van het Gerechtelijk Wetboek op 2 april 2007,

- de besluiten van partijen.

Gelet op de wet van 15 juni 1935 op het gebruik van talen in gerechtszaken.

Gelet op de verordeningen van de Raad van de ministers nummer 974/98 van 03 mei 1998 en nummer 1103/97 van 17 juni 1997 en de wetten van 26 juni 2000 en 30 juni 2000 ter invoering van de euro.

Gehoord de partijen in hun middelen en gezegden ter zitting van 19 november 2007.


Eiser heeft op 28 februari 2005 verklaring als 'toevallig' BTW-belastingplichtige ingediend (artikel 1 van KB 14).

Op 9 mei 2005 heeft hij de toepasselijke BTW-aangifte ingediend (artikel 2 van KB 14).

Het betreft vestiging of overdracht van vruchtgebruik op een villa in oprichting op het adres waar ook zijn woonplaats is gevestigd.

De desbetreffende notarisakte was verleden op 5 april 2005, en het vruchtgebruik werd naar de tekst ervan voor twintig jaar verkocht aan BVBA H., waarover hij zowel rechtstreeks als onrechtstreeks de macht blijkt te hebben.

De verkoop geschiedde aldus onder het BTW-stelsel, en via de aangifte werd om teruggaaf verzocht van het verschil in meer tussen de als aftrekbaar en verschuldigd opgegeven BTW.

De BTW-belastingdienst heeft de gevraagde aftrek slechts gehonoreerd voor 65 %.

Dit geschiedde volgens breuk oprichtingskost / verkoopprijs.

Op welke wijze zulks werd gemeld aan eiser, is niet duidelijk.

Uit de stukken van partijen blijkt enkel dat eerst eiser zelf, en naderhand zijn raadsman, deze beperking gemotiveerd hebben betwist.

De gewestelijk directeur schreef terug dat aftrekrecht slechts volledig is wanneer de prijs van het zakelijk recht de oprichtingsprijs van het gebouw benadert, met slechts een tolerantie van 2,5 % zo het recht (casus alhier) wordt gevestigd voor minstens 10 jaar.

Zoniet wordt hoger vermelde verhouding toegepast, zoals aldus te dezen.

Voor de wettelijke gegrond verwees de directeur naar art. 45, § 1 Wetboek BTW, en ter verdere ondersteuning verwees hij nog naar het antwoord op een parlementaire vraag (710-22/09/93).

Hij stelde verder nog (stuk 6 verweerder) : "De verkoper behoudt de naakte eigendom, wat een gedeelte van de oprichtingsprijs vertegenwoordigt. Het feit dat U het vruchtgebruik van het gebouw verkoopt voor een veel lagere prijs dan de oprichtingsprijs duidt erop dat U een hoge waarde toekent aan de naakte eigendom".

AOIF schreef op haar beurt kort daarop een gelijklopend antwoord onder verwijzing naar ook nog het antwoord op een andere parlementaire vraag (Kamer 125-08/05/06).

Raadsman van eiser legde op 22 november 2006 ter griffie verzoekschrift op tegenspraak met een afschrift van enkel de laatst vermelde beslissing aangehecht.

De vordering is in het hogerop gestelde kader gesteld als vordering tot teruggaaf.

Toelaatbaarheid van de rechtsvordering staat niet in betwisting, ook niet desnoods ambtshalve aan te voeren.

Art. 45, § 1 Wetboek BTW kent aftrekrecht toe in de mate waarin goederen en diensten worden gebruikt voor het verrichten van de erin opgesomde handelingen.

Dit artikel kent aldus geen aftrekrecht toe <in zoverre> goederen en diensten worden gebruikt voor het verrichten van de erin opgesomde handelingen.

Eiser heeft een zakelijk recht overgedragen ("gevestigd" zo men wil) en dit zakelijk recht dat niet alle kenmerken heeft van eigendomsrecht is uit zijn aard beperkt in kwaliteit (art. 578 van het Burgerlijk Wetboek) en in de tijd, te dezen bovendien door eiser en zijn medecontractante nader bepaald op een duurtijd van slechts twintig jaar.

De prijs blijkt in functie van deze gegevens te staan.

De belastingdienst dient dan ook te worden bijgetreden waar hij een correcte verhouding heeft toegepast op de oprichtingsprijs versus de verkoopprijs ("vestigingsprijs" zo men wil) van het zakelijk recht.

Het opgerichte goed werd aldus niet bestemd voor handelingen met recht op aftrek in de mate waarin de naakte eigendom werd voorbehouden door eiser.

Dispositif

OM DEZE REDENEN,

DE RECHTBANK,

Rechtdoende op tegenspraak,

Alle andere en strijdige conclusies verwerpend,

Verklaart de vordering toelaatbaar, maar ongegrond,

Veroordeelt eiser tot de kosten, deze aan elke zijde begroot in de respectieve conclusies, en alzo door de rechtbank in hoofde van verweerder vereffend op 371,84 EUR geactualiseerde rechtsplegingvergoeding.

N. D. L. B.

Textes cités

1
CTVA art. 452 occurrences

Décisions similaires

8