Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.
Fiche du SPF Finances
Jugement du Tribunal de première instance d'Anvers du 16.05.1995
Résumé non fourni
Texte du jugement
Corps de la décision
Le texte est publié uniquement dans la langue originale
VONNIS gewezen en uitgesproken in het gerechtsgebouw te Antwerpen, op zestien mei negentienhonderd vijfennegentig, in openbare zitting van de zestiende kamer van de rechtbank van eerste aanleg van het gerechtelijk arrondissement Antwerpen, alwaar zetelden :
I. V. O., enig rechter,
M. D. R. griffier
Inzake :
De N.V. I.U.M., met maatschappelijke zetel te …, …, voorheen te …, …, geregistreerd als BTW-belastingplichtige onder het nummer …, en ingeschreven in het H.R. te Antwerpen onder nummer …
Eiseres,
- vertegenwoordigd door Meester D. V. B., advocaat, loco Meester V. D., advocaat, kantoorhoudende te …, …
tegen :
de BELGISCHE STAAT, Administratie der Belasting over de Toegevoegde Waarde, Registratie en Domeinen, in de persoon van de Minister· van Financiën, van wie de burelen zijn gevestigd te Brussel, op vervolging en benaarstiging van de heer Gewestelijk Directeur der Belasting over de Toegevoegde Waarde; Registrat.ie en Domeinen te Antwerpen, in de persoon van de heer Hoofdcontroleur L. V. van het Zesde BTW-Controlekantoor te Antwerpen, Italiëlei 4, bus 4,
verweerder,
- vertegenwoordigd door Meester A. v. L. d. J., advocaat, ………..
1. voorwerp van de vordering :
De vordering strekt er in hoofdzaak toe, verweerder te horen veroordelen tot terugbetaling aan eiseres van een bedrag van … Fr. als ten onrechte geïnde BTW, zijnde de door eiseres aanvankelijk als aftrekbaar geboekte BTW op 12 facturen van de firma A. T. welke volgens verweerder kosten van onthaal betroffen zodat de gefactureerde BTW niet aftrekbaar zou geweest zijn. Eiseres meent dat het gaat om kosten gemaakt bij de promotie van haar uitgeversprodukten (tijdschriften) teneinde deze een zo groot mogelijke publiciteit te geven.
Daarnaast blijkt uit de conclusies dat de eis ook de vernietiging impliceert van het betalingsbericht dat verweerder desbetreffend op 26 juli 1993 aan eiseres betekende.
2. Feitelijke situatie :
Eiseres is een uitgeversbedrijf, gespecialiseerd in tijdschriften waaronder Panorama en Feeling.
In het kader van deze activiteit organiseert ze evenementen die erop gericht zijn, de naambekendheid van haar tijdschriften te verzorgen. Aldus :
- de verkiezing van de Man/Vrouw van het jaar,
- de uitreiking van de « Gouden Prosper”,
- de lancering van het Tijdschrift "Feeling".
De organisatie van deze evenementen wordt toevertrouwd aan een NV A. T., die de kosten daarvan, verhoogd met BTW, aan eiseres factureerde.
Deze BTW. werd door eiseres als aftrekbaar geboekt. Volgens verweerster betreffen deze facturen evenwel kosten van onthaal in de zin van het toenmalige art. 45, § 3, 4° en zijn ze bijgevolg niet aftrekbaar.
Nadat verweerster de volgens haar ten onrechte afgetrokken BTW, verhoogd met interesten en boeten, ingevorderd had betaalde eiseres vrijwillig.
Korte tijd later leidde ze evenwel de huidige procedure in teneinde de betaalde bedragen terug te vorderen.
De vrijwillige betaling leidde, met betrekking tot de thans ingestelde vordering, niet tot een middel van onontvankelijkheid.
3. In rechte.
a. De wet.
Het toenmalige art. 45, 3, 4° van het BTW-wetboek stelt laconisch dat “voor aftrek niet in aanmerking komt, de belasting ter zake van kosten van onthaal”.
Wat met kosten van onthaal bedoeld wordt, wordt daar niet aan toegevoegd.
De rechter dient bijgevolg de bedoeling van de wetgever te onderzoeken.
Daarbij kan hij zich laten leiden door zowel taalkundige interpretatie als rechtsleer en rechtspraak.
In de voorbereidende werken van de wet zijn daarentegen geen aanwijzingen te vinden.
b. De minister.
Een eerste - zij het geenszins bindend - element is de interpretatie die de Minister van Financiën geeft aan het begrip “kosten van onthaal”.
In een aanschrijving van 31 december 1970 lichtte de minister het begrip “kosten van onthaal” toe als “de kosten op het stuk van public-relations gedaan voor onthaal, ontvangst en vermaak of ontspanning van aan het bedrijf vreemde bezoekers, inzonderheid leveranciers en klanten. Hier wordt alle BTW, bedoeld die betrekking heeft op onthaal.”
Tenslotte worden blijkbaar een aantal zaken genoemd, die kennelijk louter exemplatief bedoeld zijn.
De “definitie” die de Minister van Financiën geeft, benadert de volmaaktheid op gebied van nietszeggendheid.
Een definitie die tot tweemaal toe het te definiëren woord zelf gebruikt klinkt misschien geleerd maar leert de lezer niets.
Voor zover er toch een betekenis is te ontwaren is, spreekt ze die bovendien onmiddellijk tegen :
In haar eerste zin lijkt ze immers een beperking in te houden :
“kosten van onthaal zijn de kosten gedaan voor onthaal, … van vreemde bezoekers, gedaan op het stuk van public relations”.
Niet alle “kosten gedaan voor onthaal” zouden volgens deze zin ook “kosten gedaan voor onthaal” zijn – evenmin trouwens als kosten voor ontvangst en vermaak of ontspanning; dit is slechts het geval indien ze
- gemaakt werden voor aan het bedrijf vreemde bezoekers
- en met het oog op public relations
Haar tweede zin lijkt in zijn algemeenheid deze beperking echter weer tegen te spreken :
“alle BTW … die betrekking heeft op het onthaal”.
Ten onrechte stelt verweerster het voor alsof de hierboven besproken en volgens ons onbruikbare definitie in rechtsleer en rechtspraak onbetwist is : het Antwerpse vonnis kadert ook in een veel meer beperkende interpretatie; het vonnis uit Verviers wordt door de door verweerder zelf ingeroepen rechtsleer afgedaan als nietszeggend en slaafs (Fiskoloog 1.6.89).
Een tweede definitie die verweerder wil geven, namelijk dat het gaat om kosten waarmee aan de genieter van het onthaal een voordeel gegeven wordt … dat … als het ware in de eindconsumptie treedt, zou zinvol kunnen zijn als er enige reden was om aan te nemen dat dit criterium inderdaad aan de bedoeling van de wetgever beantwoord.
Niet alleen zwijgen zowel de wetgever als de minister echter over zulk criterium, maar dezelfde redenering geldt evengoed voor allerhande toegiften en gadgets waarmee handelaars de consument tot kopen trachten aan te zetten en waarvan de BTW ontegensprekelijk aftrekbaar blijft (cfr. Fiscale Documentatie Vandewinckele XIV, Actuele Voorinformatie, oktober 1988).
Het kunstmatige karakter van de ministeriële definitie blijkt uit het feit dat wel als aftrekbaar beschouwd worden, de kosten van een reis die de BTW-plichtige zijn potentiële kopers aanbiedt om zijn bedrijf te bezoeken – zonder dat er aandacht aan besteed wordt hoe prettig het op deze reis misschien aan toe gaat : blijkbaar hebben sommige toepassers van de ministeriële aanschrijving de gegeven voorbeelden als normerend ervaren en durven ze niet verder kijken dan eten, drinken en bloemen.
Als een bedrijf een Amerikaanse zakenrelatie laat overkomen zou ze, blijkens deze casuïstiek wel de BTW op zijn vliegtuigticket mogen aftrekken maar niet deze op het glas water dat ze hem tussendoor aanbiedt.
Neemt ze hem echter mee naar een voetbalstadion waar ze een business seat heeft, dan is die weer aftrekbaar…
c. Het Europese recht :
Het Europees Hof van Justitie heeft in drie arresten van 17 november 1993 het kunstmatig en ongerechtvaardigd onderscheid aangeklaagd dat gemaakt wordt tussen reclame in de enge zin en “verkoopsbevordering” zoals de organisatie van manifestaties.
Aldus werd het Koninkrijk Spanje veroordeeld wegens inbreuk op Richtlijn 77/388/EEG omdat het “voor de diensten op het gebied van de reclame een BTW-regeling had ingevoerd en gehandhaafd die promotieactiviteiten uitsluit van dit begrip, ook indien die activiteiten de doorgifte van een boodschap meebrengen die tot doel heeft, de consumenten over het bestaan of de kwaliteiten van het betrokken product of de betrokken dienst te informeren teneinde de verkoop ervan te stimuleren.” (BTW-revue nr. 109/05/1994 p. 771).
Weliswaar is de huidige vordering niet gebaseerd op de genoemde richtlijn en komt het ons niet toe een uitspraak te doen over de conformiteit van de Belgische wet met deze Europese norm; bij het toepassen van de Belgische wet dienen wij echter de voorkeur te geven aan een interpretatie die verzoenbaar is met het Europees recht.
De rechtbank kan slechts vaststellen dat, indien art. 45, § 3, 4° van het BTW-wetboek zou moeten geïnterpreteerd worden zoals verweerster voorstelt, de bovengenoemde veroordeling daarop evengoed van toepassing zou zijn.
Het kan immers niet betwijfeld worden dat de door eiseres ingerichte feestelijkheden, ook al werd er wellicht voedsel, drank en vermaak, geboden en stonden er misschien zelfs bloemen op tafel, de doorgifte van een boodschap meebrachten die tot doel had, de consumenten over het bestaan of de kwaliteiten van het betrokken product of de betrokken dienst te informeren teneinde de verkoop ervan te stimuleren.
d. Taalkundige analyse
Bij de analyse van het onderzochte begrip stuit men op enkele verwante begrippen, ten aanzien waarvan het afgebakend dient te worden : public-relations, promotie, publiciteit.
VAN DALE Groot woordenboek der Nederlandse taal geeft hiervan de volgende definities :
- onthaal : 1. Wijze waarop men iemand als gast ontvangt; ook : de spijs en drank waarop men een gast vergast; 2. Bejegening; 3. (in Belg.) receptie.
- promotie : (1 – 3 betreffen andere betekenissen) verkoopstimulering en -bevordering, geheel van acties dat daartoe dient : (in België, gall.) in promotie, in de aanbieding.
- publiciteit : (1 – 5 betreffen andere betekenissen) (gall.) het reclamemaken, adverteren.
- public relations : het leggen en onderhouden van goede betrekkingen met de kring van personen waarmee men zakelijk of ambtshalve te maken heeft.
Reclame, waarnaar de definitie van publiciteit verwijst wordt aldaar gedefinieerd als “openbare aanprijzing en alles wat daartoe dient ter bevordering van de afzet van goederen of diensten”.
Aan de hand van hun taalkundige betekenis kan dan ook de volgende hiërarchie der genoemde begrippen opgesteld worden :
- “public relations” is het meest algemeen. Niet alleen bedrijven maar ook andere organisaties en individuen verzorgen hun public relations. Doel is dan ook niet alleen de verkoopsbevordering – een goede relatie met de afnemers – maar met de overheid, met de publieke opinie, met leveranciers …
- “promotie” is dat onderdeel van public relations dat zich richt op de verkoopsbevordering.
- “reclame” is een van de middelen waarmee aan verkoopsbevordering gedaan kan worden en is dus een onderdeel van promotie, namelijk wanneer deze zich tot het publiek in het algemeen richt.
- “onthaal” in de taalkundige zin is daarentegen een aspect van public relations en kan, zoals deze laatste, zowel verkoopsbevordering tot doel hebben als de goede betrekkingen met andere partners. Het eigene aan onthaal is echter dat het zich tot bepaalde personen “waarmee men iemand als gast ontvangt” (Van Dale), “aan het bedrijf vreemde bezoekers” (cfr. de definitie van de Minister).
Ook onthaal is bijgevolg een onderdeel van public relations, zonder dat het echter als dusdanig in tegenstelling staat met promotie : beide onderverdelingen gebeuren immers volgens een verschillend criterium. Bij het begrip “promotie” is het doel, namelijk de verkoop te bevorderen, het criterium terwijl onthaal zich van andere vormen van public relations onderscheid doordat het zich niet tot het publiek, zelfs niet tot een doelgroep maar slechts tot op voorhand bepaalde individuen richt.
Tussen het bedrijf en de gast ontstaat als het ware een “contract” met betrekking tot het bezoek : een aanbod vanwege de ene, de aanvaarding door de ander. Vanaf dat ogenblik onderscheidt de gast zich van “het publiek” in het algemeen en is er steeds in de taalkundige betekenis, geen sprake meer van publiciteit, al was wat gedaan werd om een kandidaat-koper tot dit “contract” te brengen misschien wel publiciteit.
Eens de gast zich laten uitnodigen heeft, rest partijen eigenlijk alleen nog de taak, het werkelijk doel van hun bijeenkomst te realiseren. Dit kan zijn : onderhandelen over een verkoop of een aankoop – met inbegrip van bijvoorbeeld een testrit – het verstrekken of verkrijgen van informatie, zelfs een belastingcontrole. Wat echter daarnaast gebeurt en tot doel heeft de relatie te verbeteren, behoort tot het domein van het onthaal.
Ten onrechte stelt verweerster dan ook dat kosten voor het onthaal per definitie publiciteitskosten zijn zodat het voor de toepassing van art. 45, § 3, 4° niet relevant zou zijn dat de bedoelde kosten gemaakt werden met publicitaire doeleinden.
Het organiseren van onthaal beperkt zich, in tegenstelling tot publiciteit, trouwens niet alleen tot commerciële ondernemingen.
e. beslechting van het geschil
Partijen zijn het erover eens dat de kosten die in het kader van het huidig geschil onderzocht worden, gemaakt werden met het oog op het verstrekken van voedsel, drank en vermaak aan de bezoekers van de door eiseres georganiseerde evenementen.
Ongetwijfeld kaderden deze evenementen in de door het bedrijf gevoerde public relations en wel – vermits het om een verkoopsbevorderende actie ging, in de promotie.
Aan de hand van de ons verstrekte gegevens lijkt het ons echter niet aannemelijk dat eiseres erop rekende de bezoekers van deze evenementen aan zich te binden door hen voedsel, drank en/of vermaak/verstrekken.
Veeleer lijkt het haar erom te doen geweest te zijn een evenement te creëren dat als dusdanig een weerklank zou vinden in de andere media en aldus de naambekendheid van haar producten bij het grote publiek ten goede zou komen.
Zulk evenement: is immers een beproefd middel om persbelangstelling op te wekken. Een evenement heeft echter geen zin zonder toeschouwers, terwijl die uiteraard slechts geïnteresseerd zijn in de mate dat hen iets aangeboden wordt.
Het aanbieden van voedsel, drank en/of vermaak aan deze welbepaalde personen kaderde dan ook niet in een betrachting van het bedriJf, haar public relations tegenover deze personen te verzorgen - hun individuele tevredenheid was darbij voor haar immers ongetwijfeld zonder belang - maar in een publicitaire actie jegens iedereen wiens aandacht via de aangesproken media getrokken zou worden op de naam van de tijdschriften die eiseres produceert.
De rechtbank vestigt er de aandacht op dat de toepassing die zij aan het onderzochte wetsartikel geeft tensotte niet ver verwijderd is van de – stuntelige – omschrijving die de minister trachtte te verwoorden. Wanneer men deze “definitie” ontdoet van haar nietszeggende elementen en opteert voor een restrictieve interpretatie – die opgelegd wordt door het feit dat art. 45, § 3, 4° een uitzondering vormt op de algemene regel van aftrekbaarheid, geformuleerd door art. 45, § 1, van het BTW-wetboek – blijft ervan over dat kosten van onthaal zijn, kosten die met het oog op public relations gemaakt zijn ten gunste van bezoekers, vreemd aan het bedrijf met het oog op hun ontvangst, vermaak of spanning – hetzij zaken die niet werkelijk het (officiële) doel van hun bezoek aanbelangen.
Daarbij lijkt verweerder vooral aan de term “aan het bedrijf vreemde bezoekers” een te uitgebreide betekenis gegeven te hebben, nu de administratie daaronder iedereen catalogiseert die niet behoort tot het personeel of de directie van het bedrijf.
Dispositif
OM DEZE REDENEN,
De Rechtbank, zetelend in eerste aanleg en recht doende op tegenspraak,
Alle verdere of strijdige conclusies verwerpend,
Verklaart de eis ontvankelijk en gegrond,
Verklaart het verzet ontvankelijk en gegrond,
Vernietigt het betalingsbericht van verweerder ten bedrage van … Fr. ten laste van eiseres, d.d. 26 juni 1993;
Veroordeelt dienvolgens verweerder tot integrale terugbetaling aan eiseres van alle bedragen welke ten onrechte werden betaald, ingehouden en/of toegerekend op de sommen vermeld op het vernietigde betalingsbericht, vermeerderd met de moratoire interesten tot de dag der volledige betaling overeenkomstig art. 91 van het BTW-wetboek.
Veroordeelt verweerder tot de kosten van het geding, deze tot op heden begroot in hoofde van eiseres op :
Dagvaarding : … Fr.
Rechtsplegingsvergoeding : … Fr.
Doorhaling goedgekeurd van …. Regel(s) en … woord(en).
M. D. R. I. V. O.
Référence citée
Raccourcis clavier
Inactifs pendant la saisie dans un champ.
- Rechercher dans le texte
- /Ctrl/⌘ F
- Occurrence suivante / précédente
- EntréeMaj Entrée
- Section suivante / précédente
- JK
- Mode lecture
- L
- Fermer un panneau
- Échap
Le mode lecture retire le sommaire et les repères, grossit le texte et recentre la colonne.