Disposition pénale, amende administrative, poursuite, instance · Jurisprudence belge

Aller au texte
Juriel

Tribunal de première instance Gand 16 novembre 2011

Rechercher
Texte en néerlandais

Disposition pénale, amende administrative, poursuite, instanceTaxe sur la valeur ajoutée

https://juriel.be/fr/jurisprudence/disposition-penale-amende-administrative-poursuite-tribunal-gand-2011-11-16-b3d7

Juridiction
Tribunal de première instance
Siège
Gand
Date
16 novembre 2011

Sur le document

Collection
Jurisprudence belge
Langue du texte
néerlandais
Version française
non publiée par le SPF

Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.

Texte

83 paragraphes

Fiche du SPF Finances

Jugement du Tribunal de première instance de Gand du 16.11.2011

Résumé non fourni

Texte du jugement

Corps de la décision

Le texte est publié uniquement dans la langue originale

Rechtbank van Eerste aanleg te Gent Zesde Fiscale Kamer - Openbare terechtzitting van 16 november 2011

Rolnummer AR 09/2510/A

In de zaak van :

Bvba AMF W. & E., met zetel te …, … en met ondernemingsnummer …

EISERES, hebbende als raad Mter G. D. S., advocaat te …, …

TEGEN :

DE BELGISCHE STAAT, Federale Overheidsdienst Financiën, vertegenwoordigd door de Minister van Financiën, wiens burelen gevestigd zijn te 1000 Brussel, Wetstraat 12-14, op vervolging en benaarstiging van de Ontvanger van administratie BTW, Registratie en Domeinen, sector BTW, met burelen te 9140 Temse, Vrijheidsstraat 79.

VERWEERDER, hebbende als raad Mter Ph. V., advocaat te …, …

Vonnist de rechtbank als volgt :

I. DE RECHTSPLEGING

De partijen werden gehoord in hun middelen op de openbare terechtzitting van 19 oktober 2011 waarna het debat gesloten werd en de zaak in beraad genomen. Het dossier van rechtspleging en de overtuigingsstukken werden ingezien, in het bijzonder het verzoekschrift op tegenspraak van 20 juli 2009 en de conclusies van de partijen en hun stukkenbundels.

ll. DE VORDERING

De eiseres verhaalt zich tegen het door eerstaanwezend inspecteur a.i. W. Y. uitgevaardigd proces-verbaal van 5 juni 2009 welk op dezelfde dag per aangetekende brief aan de eiseres ter kennis werd gebracht.

In het proces-verbaal worden de verschuldigde bedragen vastgesteld als volgt :

- als belasting op toegevoegde waarde : … EUR

- als geldboete ingevolge artikel 70, §1 bis W.BTW : … EUR

- als verlopen intresten krachtens artikel 91, §1, 1° W.BTW vanaf 21/01/2009.

De eiseres vordert volledige ontheffing te verlenen van alle BTW. boetes intresten en gerechtskosten.

Ten slotte de verweerder te veroordelen tot de kosten van het geding, te begroten op de rechtsplegingsvergoeding van … EUR en tot terugbetaling van alle ten onrechte geïnde sommen. meer de moratoriumintresten.

III. RELEVANTE FEITEN EN GESCHIL

1. De eiseres heeft haar maatschappelijke zetel te …, … en is aldus gevestigd op hetzelfde adres waar de BVBA AMF T. haar zetel had. Van deze laatste firma heeft de eiseres de goederen en de infrastructuur overgenomen.

De eiseres is sedert 11 augustus 2008 geregistreerd als BTW-belastingplichtige onder het nummer BE … voor de activiteit van kleinhandel, groothandel en tussenpersoon in uurwerken en kleine elektronische goederen.

2. De eiseres stelt op 2 oktober 2008 een deel van de voorraad en de infrastructuur van de BVBA AMF T. te hebben gekocht, die aan haar werd gefactureerd in 7 opeenvolgende facturen voor een totale hoofdsom van … EUR te vermeerderen met … EUR BTW of in totaal … EUR

3. De eiseres beweert alle facturen inclusief BTW aan de overlater te hebben betaald en de BTW te hebben in de kwartaalaangifte te hebben aangegeven als aftrekbare BTW.

4. De overlater, BVBA AMG T., werd op 20 oktober 2008 failliet verklaard.

De eiseres neemt de goodwill over van de voor de gefailleerde vennootschap optredende curator voor de som van … EUR inclusief BTW. De factuur werd door de curator voor voldaan afgetekend.

5. Het BTW-controlekantoor Temse verstuurde op 2 april 2004 een correctie­opgave waarin werd vastgesteld dat de eiseres de BTW op de voormelde facturen ten bedrage van … EUR ten onrechte in aftrek had gebracht.

De advocaat van de eiseres verklaarde in de brief van 22 april 2009 dat de eiseres niet akkoord ging met de correctie-opgave.

6. De administratie ging over tot het opstellen van een proces-verbaal d.d. 05/06/2009 en verzond op dezelfde dag de kennisgeving ervan aan de eiseres.

Overeenkomstig de akte van inhouding van 25 juni 2009 wordt in afwachting van de beslechting van het BTW-geschil een som van … EUR in het voordeel van de eiseres, zijnde het saldo voortvloeiend uit de periodieke aangiften voor de periode van 01/01/209 tot 31/03/2009, ingehouden, wat geldt als een bewarend beslag onder derden. Deze inhouding werd per aangetekend zending van 25 juni 2009 ter kennis gegeven aan de eiseres.

Overeenkomstig artikel 1452 van het Gerechtelijk Wetboek werd een verklaring van derde-beslagene aan het BTW-kantoor Sint-Niklaas toegezonden en werd aan de eiseres daarvan op 1 juli 2009 een afschrift overgemaakt.

7. De eiseres legde betreffende bovenvermeld proces-verbaal op 20 juli 2009 een verzoekschrift op tegenspraak ter griffie van deze rechtbank neer.

V. BESPREKING

1. Nopens de ontvankelijkheid

Verweerder voert geen redenen aan die tot de onontvankelijkheid van de vordering kunnen leiden. Nu de rechtbank evenmin middelen van onontvankelijkheid. die zij ambtshalve zou moeten opwerpen, vaststelt. is de vordering ontvankelijk.

2. Nopens de grond

2.1.

De kern van het geschil heeft betrekking op de toepasselijkheid van artikel 11 W.BTW. waarbij de eiseres ervan uitgaat dat kwestieuze aankopen niet als een overdracht van een algemeenheid van goederen kan worden gekwalificeerd. De verweerder is van oordeel dat zulks wel het geval is.

2.2.

Artikel 11 W.BTW luidt als volgt :

"Als levering wordt niet beschouwd de overdracht van een algemeenheid van goederen of van een bedrijfsafdeling, onder bezwarende titel of om niet, bij wege van inbreng in vennootschap of anderszins, wanneer de overnemer een belastingplichtige is die de belasting, indien ze ingevolge de overdracht zou verschuldigd zijn, geheel of gedeeltelijk zou kunnen aftrekken. In dat geval wordt de overnemer geacht de persoon van de overdrager voort te zetten."

De overdracht van een algemeenheid van goederen of een bedrijfsafdeling wordt niet als levering beschouwd en is aldus vrijgesteld van BTW.

De overlater heeft de overgelaten goederen in verschillende opeenvolgende facturen opgenomen.

Wanneer een overdracht van een algemeenheid van goederen of van een bedrijfsafdeling tot uitdrukking wordt gebracht in verschillende facturen, verhindert zulks de toepassing van artikel 11 W.BTW niet.

In voorliggende zaak hebben alle facturen dezelfde factuurdatum en werden de onderscheiden overgedragen goederen gegroepeerd en genummerd. Deze handelswijze bevestigt dat de consecutieve facturen als een eenheid moet worden aanzien. De overdracht van de voorraad "totaalstock", weze het dat niet de volledige voorraad van de overlatende onderneming werd overgenomen, samen met de infrastructuur, maken duidelijk het voorwerp van één globale overeenkomst.

Het principe vervat in artikel 5, lid 8 eerste zin van de Zesde Richtlijn stelt dat de overdracht van het geheel of een gedeelte van een algemeenheid van goederen niet wordt beschouwd als een levering van goederen die aan BTW onderworpen is. De overdracht van een algemeenheid vereist derhalve niet dat alle goederen worden overgenomen.

Artikel 11 van het BTW-Wetboek houdt tevens de fictie van de voortzetting van de persoon van de overdrager in, wat moet begrepen worden als dat de overnemer de economische activiteit van de overdrager moet voortzetten. In casu wordt vastgesteld dat naast de voorraad, door de eiseres de infrastructuur wordt overgenomen, hetgeen in de factuur nr. 78605 van 02/10/2008 gedetailleerd omschreven wordt als : tafels showroom, vier computers, fax, twee printers, borden, kluis, rekken, boekhoudprogramma's, alarminstallatie, VIP­meubilair, valiezen, opbouwmateriaal, pc programma's, keukentoestellen, compressor, kantoormateriaal, fotocopiepapier, enveloppen, inktcartridges, vloerbedekking showroom en kantoren, telefoon- en faxinstallatie, ...

De globale overname van de hierboven opgesomde goederen, samen met het aanhouden van de dezelfde uitbatingszetel als deze van de overlater, laten de eiseres naadloos toe om de economische activiteit van de overlater voort te zetten.

De rechtbank stelt vast dat de voorwaarden zoals voorzien in artikel 11, W.BTW vervuld zijn en dat de eiseres de overname van de algemeenheid van goederen niet als een levering van goederen kon kwalificeren.

De overdracht was dientengevolge vrijgesteld van BTW zodat de eiseres dan ook geen aftrekbare BTW op de overnameprijs kon in rekening brengen.

Krachtens artikel 45, § 1 W.BTW kan het recht op aftrek van de BTW slechts worden uitgeoefend indien deze belasting opeisbaar is overeenkomstig de artikelen 17 en 22 W.BTW. Gezien enkel de wettelijke verschuldigde belasting aftrekbaar is, heeft de eiseres ten onrechte een bedrag van … EUR als aftrekbare BTW aangegeven.

2.3.

De eiseres argumenteert vervolgens dat zij geen aftrek van BTW heeft genoten zodat de verweerder ten onrechte de BTW ten bedrage van … EUR vordert.

De eiseres verliest daarbij uit het oog dat zij wel degelijk in haar kwartaalaangifte het BTW-bedrag als aftrekbare BTW in rekening heeft gebracht.

Uit het ontvangstbewijs van het 4de kwartaal 2008 blijkt dat een totaalbedrag van … EUR als aftrekbare BTW werd aangegeven. In dat bedrag zit de som van … EUR begrepen. Deze kwartaalaangifte resulteerde in een som verschuldigd door de Staat van … EUR.

De eiseres vroeg vervolgens de teruggaaf van … EUR.

De BTW-administratie ging in afwachting van de beslechting van het geschil over tot inhouding van … EUR (akte van inhouding van 25 juni 2009). Deze inhouding is echter geen betaling, zoals de eiseres ten onrechte voorhoudt, doch een bewarend beslag onder derden.

De vordering van de verweerder blijft aldus onverminderd … EUR in hoofdsom.

De grief van de eiseres is ongegrond.

3. Nopens de rechtsplegingsvergoeding

De eiseres begroot de rechtsplegingsvergoeding op … EUR. Verweerder begroot de rechtsplegingsvergoeding op … EUR.

Gezien de vordering kan aanzien worden als een niet in geld waardeerbare vordering, kan overeenkomstig artikel 3 van het K.B. van 26 oktober 2007 tot vaststelling van het tarief van de rechtsplegingsvergoeding bedoeld in artikel 1022 van het Gerechtelijk Wetboek de rechtsplegingsvergoeding op het geïndexeerd basisbedrag van … EUR.

Gezien de eiseres in het ongelijk gesteld wordt, dient zij overeenkomstig artikel 1017, 1e lid van het Gerechtelijk Wetboek de gerechtskosten dragen.

4. Uitvoerbaarheid bij voorraad

Nu de vordering van de eiseres ongegrond is, is haar verzoek om het vonnis uitvoerbaar bij voorraad te verklaren, eveneens ongegrond.

Dispositif

OM DEZE REDENEN,

DE RECHTBANK,

Recht doende op tegenspraak.

Met inachtneming van de artikelen 2 en 37 van de wet van 15 juni 1935 op het taalgebruik in gerechtszaken.

Alle meeromvattende en strijdige conclusies verwerpend als niet ter zake dienend;

Verklaart de vordering ontvankelijk doch ongegrond.

Verwijst eiseres in de kosten van het geding, als volgt te begroten :

* langs de zijde van eiseres rechtsplegingsvergoeding : … EUR

* langs de zijde van verweerder : rechtsplegingsvergoeding : … EUR

Aldus gewezen en uitgesproken in openbare terechtzitting door de zesde fiscale kamer van de rechtbank van eerste aanleg te Gent, op woensdag zestien november tweeduizend en elf,

waar aanwezig waren :

de heer Ch. S., toegevoegd rechter, voorzitter van deze kamer,

mevrouw G. L., griffier.

G. L. C. S.

Textes cités

2

Décisions similaires

8