Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.
Fiche du SPF Finances
Jugement du tribunal de première instance d’Anvers dd. 18.11.2015 (14/3110/A)
WF 713-15-14/029426
T.V.A. – Contrainte – Location immobilière – Droit à déduction – Amende fiscale - Sursis
Législation
Article 45, § 1er, du Code de la TVA
Article 20 de l’arrêté royal n° 1
Arrêté royal n° 41
Résumé
Précédemment, la cour d’appel d’Anvers avait jugé de manière définitive (arrêt 2013/AR/3383) un litige couvrant une période antérieure. L’assujetti soulève maintenant un litige similaire pour une période postérieure. Le contrôle a été effectué contradictoirement et le fonctionnaire contrôleur a eu accès aux locaux. Le relevé de régularisation a été contesté par le conseil de l’assujetti dans un message électronique.
L’assujetti supporte la charge de la preuve relative au droit à déduction qu’il a exercé. Il soutient se trouver dans les conditions où l’immeuble litigieux est entièrement affecté à son entreprise, avec une partie utilisée pour les besoins privés de la famille du dirigeant. En l’espèce, eu égard aux faits de la cause, la mise à disposition doit être considérée comme une location. Il ressort des écritures comptables du compte courant du dirigeant de l’entreprise que l’immeuble n’a pas été mis gratuitement à disposition. Une rémunération a en effet été calculée sur la base de la durée du droit d’usage exclusif octroyé au dirigeant et à sa famille.
L’assujetti a abandonné sa thèse relative au report de la perception, par voie de conclusions. Il expose longuement que le droit à déduction a été exercé erronément. Le montant mentionné par l’assujetti correspond à celui qui a été rejeté dans le procès-verbal.
L’amende de 10% infligée est conforme à la modulation de l’A.R. n° 41 en matière de TVA. L’assujetti n’établit en aucune façon, avec des éléments concrets, la raison pour laquelle le sursis devrait être accordé. Il argumente sur ce point dans la précipitation.
Remarque
Le jugement est favorable à l’administration.
Position de la partie adverse
L’assujetti s’est porté en appel.
Texte intégral
La décision est publiée uniquement dans la langue originale
Corps de la décision
Vonnis van de rechtbank van eerste aanleg Antwerpen,
dd. 18.11.2015
14/3110/A
Inzake:
B-F NV,
met maatschappelijke zetel te…, met ondernemingsnummer … … … eisende partij, vertegenwoordigd ter zitting door meester J.J. te …
TEGEN:
DE BELGISCHE STAAT, Federale Overheidsdienst Financiën, in de persoon van de rekenplichtige van het BTW-ontvangkantoor te Turnhout, met burelen gevestigd te 2300 Turnhout, Spoorwegstraat 22. verwerende partij,
- vertegenwoordigd ter zitting door de heer W.B., in hoedanigheid van eerstaanwezend inspecteur,
- eveneens vertegenwoordigd ter zitting door de heer D. S., in hoedanigheid van eerstaanwezend inspecteur.
Gezien de stukken in het dossier der rechtspleging, onder meer:
- het verzoekschrift neergelegd ter griffie op 28 mei 2014,
- de beschikking verleend overeenkomstig artikel 747, §1 van het Gerechtelijk Wetboek op
30 juni 2014,
- de besluiten van partijen.
Gelet op de wet van 15 juni 1935 op het gebruik van talen in de gerechtszaken.
Gelet op de verordening van de Raad van de ministers nummer 974/98 d.d. 3 mei 1998 en
nummer 1103/97 d.d. 17 juni 1997 en de wetten van 26 juni 2000 en 30 juni 2000 ter
invoering van de euro.
Gehoord partijen in hun middelen en gezegden ter zitting van 21 oktober 2015.
Het geschil behelst BTW in hoofde van eiseres.
Te dezen gaat het over de jaren 2010 en 2011.
Recent oordeelde het hof van Beroep te Antwerpen op definitieve wijze (2013/AR/3383) over de jaren 2006 tot en met 2009.
Een ter zake BTW bevoegd ambtenaar verrichtte over de hier voorliggende jaren controle.
Hij verzond op 23 september 2013 correctieopgave.
Deze opgave werd door een raadsman betwist bij elektronisch bericht (e-mail) van 25
oktober 2013.
Een correctieopgave over andere vaststellingen was wel voor akkoord terugbezorgd.
Blijft dan de betwisting over weigering van recht op aftrek (art.45 §1 Wetboek BTWL en over verlegging van de heffing (art.20 van KB 1 inzake BTW).
Ontvanger BTW Turnhout vaardigde op 26 november 2013 dwangschrift uit.
Het werd uitvoerbaar verklaard op 28 november 2013.
Aan het dwangschrift werd vermeld proces-verbaal gehecht.
Het geheel werd met aangetekende brief van 2 december 2013 ter kennis gegeven aan eiseres.
Een raadsman legde op 28 mei 2014 ter griffie verzoekschrift op tegenspraak neer.
Afschriften van het dwangschrift (met eraan gehecht proces-verbaal) en de kennisgeving zijn aan het gedinginleidend verzoekschrift gehecht.
Eiseres concludeerde laatst op 17 juni 2015 (syntheseconclusie).
Verweerder concludeerde laatst op 14 september 2015 (syntheseconclusie).
Ontvankelijkheid der rechtsvordering staat niet in betwisting.
Ten gronde
1. Eiseres is volle eigenares van het gebouw te …
Het werd van 2006 tot en met 2009 opgericht.
2. Eiseres ontwikkelt een steriele discussie over de vraag over de plaats van controle.
Deze wijze van betwisten doet alvast volop afbreuk aan de ernst daarvan.
Feit is dat de controle op tegenspraak geschiedde en dat de controlerende ambtenaar toegang werd verleend tot aan het plaatsnemen aan een tafel ter uitvoering van zijn controle.
2. Eiseres draagt de bewijslast van het door haar voorhouden recht op aftrek.
Zij stelt zich hier te bevinden onder de voorwaarden van volledige opname van het gebouw in haar onderneming met dan gebruik van een deel voor privédoeleinden (voor het gezin van haar bedrijfsleider, bij wijze van woning).
Over de terbeschikkingstelling bestaat hier geen schriftelijk contract, wel een overeenkomst hoe dan ook.
Ze wordt niet zomaar geacht geen onroerende verhuur te zijn.
De terbeschikkingstelling vormt, naar lezing van de voorliggende feiten, een verhuur.
Men treft hier geen andere acceptabele uitleg voor het betalen van een vergoeding "dan dat het een vergoeding vormt voor het genot van het gebouw voor privédoeleinden" (zie en vgl. Antwerpen 8 september 2015, hoger vermeld, inzake dezelfde gedingpartijen).
Uit de boeking op rekening - courant van de bedrijfsleider blijkt dat het gebouw (of een deel ervan) niet gratis ter beschikking werd gesteld, met onbetwiste opneming in haar resultaat.
Het blijft een vergoeding voor tijdsgemeten exclusief gebruiksrecht door de bedrijfsleider en zijn gezin.
3. Inzake verlegging van de heffing werpt eiseres in conclusie de handdoek in de ring.
Met zoveel woorden stelt zij dat verkeerdelijk recht op aftrek werd toegepast.
Het door haar hierover opgegeven bedrag stemt overeen met wat in het proces-verbaal werd verworpen.
4. De opgelegde boete van 10% is conform de modulering van KB41 inzake BTW.
Ze is voorts volkomen evenredig met de feiten.
Ze veronderstelt geenszins kwade trouw.
De handelwijze van eiseres ligt zeker niet buiten haar wil, wel in tegendeel.
Eiseres onderbouwt op geen enkele manier met concrete gegevens waarom uitstel zou moeten worden verleend, argumenteert op dit punt dan ook volledig in het ijle.
Dispositif
OM DEZE REDENEN
DE RECHTBANK
Rechtdoende op tegenspraak.
Alle andere en strijdige conclusies verwerpend.
Verklaart de rechtsvordering ontvankelijk, maar ongegrond,
Veroordeelt eiseres tot de kosten,
Vereffent de kosten in hoofde van verweerder niet, dit bij gebrek aan opgave en begroting van eigen kosten in conclusie.
Dit vonnis werd uitgesproken op achttien november tweeduizend vijftien in openbare zitting van de Kamer AFi4, die samengesteld was uit:
L. B., rechter
N. D., griffier
Référence citée
Raccourcis clavier
Inactifs pendant la saisie dans un champ.
- Rechercher dans le texte
- /Ctrl/⌘ F
- Occurrence suivante / précédente
- EntréeMaj Entrée
- Section suivante / précédente
- JK
- Mode lecture
- L
- Fermer un panneau
- Échap
Le mode lecture retire le sommaire et les repères, grossit le texte et recentre la colonne.