Dwangbevel, Onroerende verhuur, Recht op aftrek, Uitstel · Belgische rechtspraak

Naar de tekst
Juriel

Rechtbank van eerste aanleg Antwerpen 14/3110/A 18 november 2015

Zoeken

Dwangbevel, Onroerende verhuur, Recht op aftrek, UitstelBtw – Dwangbevel – Onroerende verhuur - Recht op aftrek - Boete - Uitstel

https://juriel.be/nl/rechtspraak/dwangbevel-onroerende-verhuur-recht-aftrek-rechtbank-antwerpen-2015-11-18-e653

Rechtscollege
Rechtbank van eerste aanleg
Zetel
Antwerpen
Rolnummer
14/3110/A
Datum
18 november 2015

Over het document

Verzameling
Belgische rechtspraak
Taal van de tekst
Nederlands
Strekking volgens de FOD
gunstig voor de Belgische Staat

Tekst

88 paragrafen

Fiche van de FOD Financiën

Vonnis van de Rechtbank van eerste aanleg, Antwerpen dd. 18.11.2015 (14/3110/A)

WF 713-15-14/029426

Btw –Dwangbevel –Onroerende verhuur - Recht op aftrek - Boete - Uitstel

Wetgeving

Art. 45 §1, WBTW

Koninklijk Besluit nr. 1 art. 20

Koninklijk Besluit nr. 41

Samenvatting

Eerder oordeelde het hof van beroep te Antwerpen op definitieve wijze (2013/AR/3383) over een vorige periode. De belastingplichtige betwist nu een gelijkaardig geschil in voorliggende periode. De controle gebeurde op tegenspraak en de controlerende ambtenaar werd toegang verleend. De correctieopgave werd door de raadsman bij elektronisch bericht betwist.

De belastingplichtige draagt de bewijslast van het door haar voorbehouden recht op aftrek. Hij stelt zich te bevinden onder de voorwaarden van volledige opname van het gebouw in zijn onderneming met gebruik van een deel ervan voor privédoeleinden van het gezin van de bedrijfsleider.

De terbeschikkingstelling vormt, naar lezing van de voorliggende feiten, een verhuur. Uit de boeking op rekening-courant van de bedrijfsleider blijkt immers dat het gebouw niet gratis ter beschik-king werd gesteld.Het blijft een vergoeding voor tijdsgemeten exclusief gebruiksrecht voor bedrijfsleider en gezin.

Inzake verlegging van de heffing werpt de belastingplichtige in conclusie de handdoek in de ring. Met zoveel woorden stelt hij dat verkeerdelijk recht op aftrek werd toegepast. Het door de belastingplichtige hierover opgegeven bedrag stemt overeen met wat in proces-verbaal werd verworpen.

De opgelegde boete van 10% is conform de modulering van KB 41 inzake btw. De belastingplichtige onderbouwt op geen enkele manier met concrete gegevens waarom uitstel zou moeten worden verleend. Hij argumenteert op dit punt volledig in het ijle.

Opmerkingen

Het vonnis is gunstig voor de administratie.

Standpunt tegenpartij

Voorziening in hoger beroep

Volledige tekst

Tekst van de beslissing

Vonnis van de rechtbank van eerste aanleg Antwerpen,

dd. 18.11.2015

14/3110/A

Inzake:

B-F NV,

met maatschappelijke zetel te…, met ondernemingsnummer … … … eisende partij, vertegenwoordigd ter zitting door meester J.J. te …

TEGEN:

DE BELGISCHE STAAT, Federale Overheidsdienst Financiën, in de persoon van de rekenplichtige van het BTW-ontvangkantoor te Turnhout, met burelen gevestigd te 2300 Turnhout, Spoorwegstraat 22. verwerende partij,

- vertegenwoordigd ter zitting door de heer W.B., in hoedanigheid van eerstaanwezend inspecteur,

- eveneens vertegenwoordigd ter zitting door de heer D. S., in hoedanigheid van eerstaanwezend inspecteur.


Gezien de stukken in het dossier der rechtspleging, onder meer:

- het verzoekschrift neergelegd ter griffie op 28 mei 2014,

- de beschikking verleend overeenkomstig artikel 747, §1 van het Gerechtelijk Wetboek op

30 juni 2014,

- de besluiten van partijen.

Gelet op de wet van 15 juni 1935 op het gebruik van talen in de gerechtszaken.

Gelet op de verordening van de Raad van de ministers nummer 974/98 d.d. 3 mei 1998 en

nummer 1103/97 d.d. 17 juni 1997 en de wetten van 26 juni 2000 en 30 juni 2000 ter

invoering van de euro.

Gehoord partijen in hun middelen en gezegden ter zitting van 21 oktober 2015.


Het geschil behelst BTW in hoofde van eiseres.

Te dezen gaat het over de jaren 2010 en 2011.

Recent oordeelde het hof van Beroep te Antwerpen op definitieve wijze (2013/AR/3383) over de jaren 2006 tot en met 2009.

Een ter zake BTW bevoegd ambtenaar verrichtte over de hier voorliggende jaren controle.

Hij verzond op 23 september 2013 correctieopgave.

Deze opgave werd door een raadsman betwist bij elektronisch bericht (e-mail) van 25

oktober 2013.

Een correctieopgave over andere vaststellingen was wel voor akkoord terugbezorgd.

Blijft dan de betwisting over weigering van recht op aftrek (art.45 §1 Wetboek BTWL en over verlegging van de heffing (art.20 van KB 1 inzake BTW).

Ontvanger BTW Turnhout vaardigde op 26 november 2013 dwangschrift uit.

Het werd uitvoerbaar verklaard op 28 november 2013.

Aan het dwangschrift werd vermeld proces-verbaal gehecht.

Het geheel werd met aangetekende brief van 2 december 2013 ter kennis gegeven aan eiseres.

Een raadsman legde op 28 mei 2014 ter griffie verzoekschrift op tegenspraak neer.

Afschriften van het dwangschrift (met eraan gehecht proces-verbaal) en de kennisgeving zijn aan het gedinginleidend verzoekschrift gehecht.

Eiseres concludeerde laatst op 17 juni 2015 (syntheseconclusie).

Verweerder concludeerde laatst op 14 september 2015 (syntheseconclusie).

Ontvankelijkheid der rechtsvordering staat niet in betwisting.

Ten gronde

1. Eiseres is volle eigenares van het gebouw te …

Het werd van 2006 tot en met 2009 opgericht.

2. Eiseres ontwikkelt een steriele discussie over de vraag over de plaats van controle.

Deze wijze van betwisten doet alvast volop afbreuk aan de ernst daarvan.

Feit is dat de controle op tegenspraak geschiedde en dat de controlerende ambtenaar toegang werd verleend tot aan het plaatsnemen aan een tafel ter uitvoering van zijn controle.

2. Eiseres draagt de bewijslast van het door haar voorhouden recht op aftrek.

Zij stelt zich hier te bevinden onder de voorwaarden van volledige opname van het gebouw in haar onderneming met dan gebruik van een deel voor privédoeleinden (voor het gezin van haar bedrijfsleider, bij wijze van woning).

Over de terbeschikkingstelling bestaat hier geen schriftelijk contract, wel een overeenkomst hoe dan ook.

Ze wordt niet zomaar geacht geen onroerende verhuur te zijn.

De terbeschikkingstelling vormt, naar lezing van de voorliggende feiten, een verhuur.

Men treft hier geen andere acceptabele uitleg voor het betalen van een vergoeding "dan dat het een vergoeding vormt voor het genot van het gebouw voor privédoeleinden" (zie en vgl. Antwerpen 8 september 2015, hoger vermeld, inzake dezelfde gedingpartijen).

Uit de boeking op rekening - courant van de bedrijfsleider blijkt dat het gebouw (of een deel ervan) niet gratis ter beschikking werd gesteld, met onbetwiste opneming in haar resultaat.

Het blijft een vergoeding voor tijdsgemeten exclusief gebruiksrecht door de bedrijfsleider en zijn gezin.

3. Inzake verlegging van de heffing werpt eiseres in conclusie de handdoek in de ring.

Met zoveel woorden stelt zij dat verkeerdelijk recht op aftrek werd toegepast.

Het door haar hierover opgegeven bedrag stemt overeen met wat in het proces-verbaal werd verworpen.

4. De opgelegde boete van 10% is conform de modulering van KB41 inzake BTW.

Ze is voorts volkomen evenredig met de feiten.

Ze veronderstelt geenszins kwade trouw.

De handelwijze van eiseres ligt zeker niet buiten haar wil, wel in tegendeel.

Eiseres onderbouwt op geen enkele manier met concrete gegevens waarom uitstel zou moeten worden verleend, argumenteert op dit punt dan ook volledig in het ijle.

Beschikkend gedeelte

OM DEZE REDENEN

DE RECHTBANK

Rechtdoende op tegenspraak.

Alle andere en strijdige conclusies verwerpend.

Verklaart de rechtsvordering ontvankelijk, maar ongegrond,

Veroordeelt eiseres tot de kosten,

Vereffent de kosten in hoofde van verweerder niet, dit bij gebrek aan opgave en begroting van eigen kosten in conclusie.

Dit vonnis werd uitgesproken op achttien november tweeduizend vijftien in openbare zitting van de Kamer AFi4, die samengesteld was uit:

L. B., rechter

N. D., griffier

Aangehaalde teksten

2
WBTW art. 452 voorkomens

Vergelijkbare beslissingen

8