Koninklijk besluit nr. 41 van 30 januari 1987, tot vaststelling van het bedrag van de proportionele · Koninklijke besluiten

Naar de tekst
Juriel

nr. 41

Zoeken
Van kracht

Koninklijk besluit nr. 41 van 30 januari 1987, tot vaststelling van het bedrag van de proportionele

https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-41-januari-vaststelling-bedrag-proportionele-fiscale-d48c

Besluit
nr. 41

Over het document

Verzameling
Koninklijke besluiten
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

6 artikelen 1 bijlage 4 tabellen

(Uitvoering van de artikelen 70, 71 en 84 van het Btw-Wetboek)

Officieuze coördinatie nr. 10 - Laatstelijk gewijzigd met ingang van 10.01.2026 bij:

17 december 2025. - Koninklijk besluit tot wijziging van de koninklijke besluiten nrs. 1, 2, 3, 4, 8, 10, 18, 19, 22, 27, 41, 44, 53 en 59 met betrekking tot de belasting over de toegevoegde waarde, bl. 99208, Numac:2025009888

bijlage

TABEL A: Geldboeten voor overtredingen beoogd in artikel 70, § 1, van het wetboek

Afdeling 1. - Binnenlandse verrichtingen

Afdeling 2. - Invoer.

Afdeling 3. - Uitvoer.

TABEL B: Geldboeten voor overtredingen beoogd in artikel 70, § 1bis, van het wetboek

TABEL C: Geldboeten voor overtredingen beoogd in artikel 70, § 2, van het wetboek

TABEL D: Geldboeten voor overtredingen beoogd in artikel 70, § 3, van het wetboek

TABEL E: Geldboeten voor overtredingen beoogd in artikel 70, § 5, van het wetboek

TABEL F: Geldboeten voor overtredingen beoogd in artikel 71 van het wetboek

TABEL G: Geldboeten voor overtredingen beoogd in artikel 70, § 1, van het wetboek

Afdeling 1.- Binnenlandse en intracommunautaire verrichtingen.

Afdeling 2.- Invoer.

Afdeling 3.- Uitvoer.

Afdeling 4.- Andere regeling van entrepot dan douane-entrepot.

TABEL H: Geldboeten voor overtredingen beoogd in artikel 70, § 1bis, van het wetboek

TABEL I: Geldboeten voor overtredingen beoogd in artikel 70, § 3, van het wetboek

TABEL J: Geldboeten voor overtredingen beoogd in artikel 71 van het wetboek

lid 1(De tekst van KB nr. 41, artikel 1, is van toepassing met ingang van 01.11.1993 (Art.1, KB 21.10.1993))

lid 2De schaal voor de vermindering van de proportionele fiscale geldboeten op het stuk van de belasting over de toegevoegde waarde is bepaald:

1°

voor overtredingen begaan vóór 1 november 1993 in tabel A, en voor overtredingen begaan na 31 oktober 1993 in tabel G van de bijlage bij dit besluit, ten aanzien van overtredingen beoogd in artikel 70, § 1, van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde;

2°

voor overtredingen begaan vóór 1 november 1993 in tabel B, en voor overtredingen begaan na 31 oktober 1993 in tabel H van de bijlage bij dit besluit, ten aanzien van overtredingen beoogd in artikel 70, § 1bis, van hetzelfde Wetboek;

3°

in tabel C van de bijlage bij dit besluit, ten aanzien van overtredingen beoogd in artikel 70, § 2, van hetzelfde Wetboek;

4°

voor overtredingen begaan vóór 1 november 1993 in tabel D, en voor overtredingen begaan na 31 oktober 1993 in tabel I van de bijlage bij dit besluit, ten aanzien van overtredingen beoogd in artikel 70, § 3, van hetzelfde Wetboek;

5°

in tabel E van de bijlage bij dit besluit, ten aanzien van overtredingen beoogd in artikel 70, § 5, van hetzelfde Wetboek;

6°

voor overtredingen begaan vóór 1 november 1993 in tabel F, en voor overtredingen begaan na 31 oktober 1993 in tabel J van de bijlage bij dit besluit, ten aanzien van overtredingen beoogd in artikel 71 van hetzelfde Wetboek.

lid 2

De in de tabellen A tot J van de bijlage bij dit besluit opgenomen schaal is echter niet van toepassing ten aanzien van overtredingen begaan met het oogmerk de belasting te ontduiken of de ontduiking ervan mogelijk te maken.

lid 1(De tekst van KB nr. 41, artikel 2, werd opgeheven met ingang van 01.04.2019 (Art. 17, KB 17.03.2019, pg. 35699). Dit besluit (KB 17.03.2019) is niet van toepassing op het dwangbevel dat werd kennisgegeven of betekend vóór de datum van zijn inwerkingtreding – 01.04.2019 (Art. 23, KB 17.03.2019))

lid 2(Opgeheven)

lid 1(De tekst van KB nr. 41, artikel 3, is van toepassing met ingang van 01.02.1987 (KB 30.01.1987))

lid 2Volledige kwijtschelding van de geldboeten wordt verleend wanneer een schuldenaar zijn toestand spontaan rechtzet vóór enige tussenkomst van een fiscale administratie.

(Vanaf 01.01.2002 wordt het in KB nr. 41, artikel 4, opgenomen bedrag uitgedrukt in euro. (Art.3, 20 en Art.6, § 14, KB 20.07.2000 en Art.9, KB 13.07.2001))

1)

Het totale bedrag van de geldboeten wordt afgerond naar de lagere euro of het tiental euro naargelang het kleiner of groter is dan 250 EUR.

2)

Wanneer de geldboete wordt verhoogd overeenkomstig de bepalingen van artikel 2 van dit besluit, wordt het resultaat niet opnieuw afgerond.

lid 1(De tekst van KB nr. 41, artikel 5, is van toepassing met ingang van 01.02.1987 (KB 30.01.1987))

lid 2Dit besluit treedt in werking op 1 februari 1987.

art. 6

lid 1(De tekst van KB nr. 41, artikel 6, is van toepassing met ingang van 01.02.1987 (KB 30.01.1987))

lid 2Onze Minister van Financiën is belast met de uitvoering van dit besluit.

bijlage, tabel A

GELDBOETEN VAN TOEPASSING VOOR DE OVERTREDINGEN

BEOOGD IN ARTIKEL 70, § 1, VAN HET WETBOEK

Eerste afdeling. - Binnenlandse verrichtingen

(KB 41, Tabel A, Eerste afdeling, I, 1. A) en 2. B), werden gewijzigd met ingang van 01.04.2019 (KB 17.03.2019, B.S. 08.04.2019, pg. 35699))

I

Niet-betaling en niet-tijdige betaling van de belasting of van de voorschotten waarvan de opeisbaarheid blijkt uit de ingediende periodieke btw-aangiften of uit het opstellen van de bijzondere rekening.

1.

Overtreding vastgesteld door het C.I.V. (computer) betreffende:

lid

A)

lid

belasting en voorschotten waarvan de opeisbaarheid blijkt uit de maand- of kwartaalaangiften en belasting waarvan de opeisbaarheid blijkt uit de jaaraangiften

lid

per maand vertraging (1), een percentage gelijk aan dat van de nalatigheidsinterest dat is bepaald in artikel 91, § 1, van het Wetboek, te berekenen over het verschuldigde of nog verschuldigde bedrag

lid

[(1) Ieder begonnen tijdvak van een maand wordt voor een gehele maand gerekend.]

lid

B)

lid

voorschotten waarvan de opeisbaarheid blijkt uit de jaaraangiften

lid

500 F per voorschot

2.

Overtreding waarvoor de btw-hoofdcontroleur eenbericht stuurt betreffende:

lid

A)

lid

belasting waarvan de opeisbaarheid blijkt uit de ingediende periodieke aangiften of uit het opstellen van de bijzondere rekening

lid

10 pct. van de verschuldigde belasting

lid

B)

lid

voorschotten verschuldigd door belasting-plichtigen gehouden tot het indienen van maand- of kwartaalaangiften

lid

per maand vertraging (2), een percentage gelijk aan dat van de nalatigheidsinterest dat is bepaald in artikel 91, § 1, van het Wetboek, te berekenen over het verschuldigde of nog verschuldigde bedrag

lid

[(2) Ieder begonnen tijdvak van een maand wordt voor een gehele maand gerekend.]

lid

C)

lid

voorschotten verschuldigd door belasting-plichtigen gehouden tot het indienen van jaaraangiften

lid

500 F per voorschot

II

Onjuistheden vastgesteld bij het nazicht van de boekhouding met betrekking tot de wiskundige juistheid ervan en de juiste toepassing van de btw;

lid

niet-betaling of niet-tijdige betaling van de belasting wanneer de betaling moet worden verricht door de medecontractant gehouden tot het indienen van periodieke aangiften;

lid

niet-betaling of niet-tijdige betaling van de belasting wanneer deze moet worden voldaan op grond van een bijzondere aangifte;

lid

niet-toepassing van artikel 17bis van het koninklijk besluit nr. 1 van 23 juli 1969 met betrekking tot de regeling voor de voldoening van de belasting over de toegevoegde waarde.

lid

Het bedrag van de verschuldigde belasting voor een controleperiode van één jaar (3) is:

minder dan of gelijk aan 10.000 F

lid

nihil

van 10.001 F tot 50.000 F

lid

5 pct. van de verschuldigde belasting

meer dan 50.000 F

lid

10 pct. van de verschuldigde belasting

lid

[(3) Om het bedrag van de voor de periode van één jaar verschuldigde belasting te berekenen, wordt het totaal van de verschuldigde belasting gedeeld door het aantal gecontroleerde jaren.]

III

Ten onrechte toepassen van artikel 17bis van het in rubriek II

lid

hierboven genoemd koninklijk besluit nr. 1

lid

20 pct. van de verschuldigde belasting

IV

Onjuistheden vastgesteld bij het nazicht van de boekhouding met betrekking tot de inhoud ervan;

lid

niet-betaling van de belasting vastgesteld naar aanleiding van een controle bij belastingplichtigen die hun periodieke btwaangiften niet indienen.

lid

Het bedrag van de verschuldigde belasting voor een controleperiode van één jaar (4) is:

minder dan of gelijk aan 50.000 F

lid

10 pct. van de verschuldigde belasting

meer dan 50.000 F

lid

20 pct. van de verschuldigde belasting

lid

[(4) Om het bedrag van de voor de periode van één jaar verschuldigde belasting te berekenen, wordt het totaal van de verschuldigde belasting gedeeld door het aantal gecontroleerde jaren.]

V

Terug te storten belasting wegens het niet overleggen van het teruggaafregister of het niet inschrijven in dat register van een verbeterend stuk

lid

10 pct. van de terug te storten belasting

VI

Vrijstellingen beoogd door artikel 42, §§ 1, 2 en 3, 1° tot 6°, van het Wetboek.

1.

Vrijstelling ten onrechte toegepast of erop aanspraak gemaakt.

A.

Zonder normaal de juistheid ervan te kunnen nagaan, heeft de belastingplichtige de vrijstelling toegepast op grond van onjuiste inlichtingen verstrekt door zijn medecontractant

lid

nihil

B.

Andere gevallen

lid

10 pct. van de verschuldigde belasting

2.

Ontbreken van het bewijs van het recht op vrijstelling

lid

10 pct. van de verschuldigde belasting

lid

Afdeling 2. - Invoer.

VII

Overtredingen van de verplichting de goederen aan te geven bij het douanekantoor: invoer van goederen zonder aangifte of niet-aangifte van een gedeelte van de ingevoerde goederen.

1.

De waarde van de niet aangegeven goederen bedraagt niet meer dan 30.000 F en de ontdoken btw bedraagt niet meer dan 6.000 F

lid

50 pct. van de verschuldigde belasting

2.

De waarde van de niet aangegeven goederen bedraagt niet meer dan 150.000 F en de ontdoken btw bedraagt niet meer dan 30.000 F

lid

100 pct. van de verschuldigde belasting

3.

Andere gevallen

lid

200 pct. van de verschuldigde belasting

VIII

Overtredingen van de verplichting de goederen aan te geven met naleving van de voorwaarden bepaald in artikel 51 van het Wetboek, andere dan deze beoogd in rubriek VII hierboven.

1.

Overtredingen in verband met het bedrag van de belasting die voor de aangegeven goederen verschuldigd is.

A.

Louter toevallige vergissingen ten aanzien van de vermelding van de prijs of de bij de prijs te voegen kosten

lid

10 pct. van de aanvullende belasting met minimum van 500 F per document

B.

Andere vergissingen ten aanzien van de vermelding van de prijs of de bij de prijs te voegen kosten

lid

zie tabel D, 2

C.

Andere vergissingen, inzonderheid betreffende:

de omrekening in Belgische frank of in euro van de elementen die tot de maatstaf van heffing behoren;

het tarief van de btw en/of de egalisatiebelasting;

de maatstaf van heffing;

het bedrag van de verschuldigde belasting;

het vaststellen van de normale waarde;

de minimummaatstaf van heffing

lid

10 pct. van de aanvullende belasting met minimum van 500 F per document

2.

Louter toevallige overtredingen met betrekking tot het aangeven van de aard of de hoeveelheid van de ingevoerde goederen

lid

10 pct. van de aanvullende belasting met minimum van 500 F per document

3.

Andere overtredingen met betrekking tot het aangeven van de aard of de hoeveelheid van de ingevoerde goederen

lid

zie tabel D, 4

4.

Louter toevallige overtredingen met betrekking tot het uitvoeren van de bij invoer te vervullen formaliteiten, daaronder begrepen die ten aanzien van het vermelden van het registratienummer, de naam en het adres van degene op wiens naam de terzake van invoer verschuldigde belasting mag of moet worden voldaan

lid

10 pct. van de ontdoken belasting

5.

Andere overtredingen met betrekking tot het uitvoeren van de bij invoer te vervullen formaliteiten, daaronder begrepen die ten aanzien van het vermelden van het registratienummer, doch met uitzondering van deze ten aanzien van de vermelding van de naam en het adres van degene op wiens naam de ter zake van invoer verschuldigde belasting mag of moet worden voldaan

lid

200 pct. van de ontdoken belasting

6.

Andere overtredingen met betrekking tot het uitvoeren van de bij invoer te vervullen formaliteiten ten aanzien van het vermelden van de naam en het adres van degene op wiens naam de terzake van invoer verschuldigde belasting mag of moet worden voldaan

lid

zie tabel D, 6

7.

Overtredingen in verband met het weekkrediet

lid

1 pct. van de verschuldigde belasting per maand vertraging (5)

lid

[(5) Ieder begonnen tijdvak van een maand wordt voor een gehele maand gerekend.]

8.

Misbruik van vrijstelling met betrekking tot goederen ingevoerd onder een regeling inzake doorvoer, entrepot of tijdelijke opslag

lid

50 pct. van de verschuldigde belasting

9.

Overtredingen ten aanzien van de regeling van de verlegging van de heffing beoogd in artikel 4, § 3, of in artikel 7 van het koninklijk besluit nr. 7 van 27 december 1977 met betrekking tot de invoer van goederen voor de toepassing van de belasting over de toegevoegde waarde.

A.

Overtredingen in verband met het opnemen van de belasting verschuldigd voor de aangegeven goederen in de periodieke btw-aangifte

lid

10 pct. van de verschuldigde belasting

B.

Niet-tijdige betaling van de vooruit te betalen belasting:

1°

foute berekening van de vooruit te betalen belasting bij de aanvraag van de vergunning, wegens het verstrekken van onvolledige of onjuiste inlichtingen, of bij de jaarlijkse herziening

lid

2 pct. per maand vertraging (6) van de ontdoken vooruit te betalen belasting

lid

[(6) Ieder begonnen tijdvak van een maand wordt voor een gehele maand gerekend.]

2°

niet-betaling van de aanvullende, uiterlijk op 20 april vooruit te betalen belasting

lid

1 pct. per maand vertraging (7) van de aanvullende vooruit te betalen belasting

lid

[(7) Ieder begonnen tijdvak van een maand wordt voor een gehele maand gerekend.]

IX

Overtredingen met betrekking tot de vrijstellingen beoogd door artikel 42, §§ 1, 2 en 3, 1° tot 6°, van het Wetboek

lid

10 pct. van de verschuldigde belasting

X

Overtredingen op het stuk van de tijdelijke invoer van vervoermiddelen.

1.

Vervoermiddel regelmatig ingevoerd met tijdelijke vrijstelling en uitzonderlijk ter beschikking gesteld van een persoon met normale verblijfplaats in België;

lid

misbruik van vrijstelling.

A.

Eerste overtreding:

1°

wegens het niet kennen van de wetgeving

lid

nihil

2°

andere

lid

10 pct. van de verschuldigde belasting

B.

Tweede overtreding

lid

20 pct. van de verschuldigde belasting

C.

Volgende overtredingen

lid

100 pct. van de verschuldigde belasting

2.

Vervoermiddel dat niet kan worden ingevoerd met tijdelijke vrijstelling.

A.

De invoerder heeft zonder enige twijfel zijn normale verblijfplaats in België en

1°

doet spontaan aangifte

lid

nihil

2°

heeft geen frauduleuze bedoelingen

lid

10 pct. van de verschuldigde belasting

3°

de frauduleuze bedoeling is niet volledig uit te sluiten

lid

100 pct. van de verschuldigde belasting

B.

De invoerder heeft zijn normale verblijfplaats in België maar kan te goeder trouw oordelen dat deze zich in het buitenland bevindt

lid

nihil

lid

Afdeling 3. - Uitvoer.

XI

Overtredingen inzake de toepassing van artikel 39 van het Wetboek.

1.

Het bewijs van het recht op vrijstelling wordt niet geleverd

lid

10 pct. van de verschuldigde belasting

2.

Overtredingen in verband met in entrepot opgeslagen

lid

goederen.

lid

De hier bedoelde overtredingen zijn de volgende:

A.

uitslag uit entrepot voor de binnenlandse markt van goederen die voorheen van het binnenland naar een entrepot werden vervoerd, zonder dat de regularisatie van de eventueel eisbare belasting heeft plaatsgehad

lid

5 pct. van de verschuldigde belasting

B.

gebrek aan regularisatie opgelegd voor diensten met betrekking tot goederen in entrepot die later werden uitgeslagen uit entrepot ter bestemming van de persoon voor wiens rekening deze diensten werden verricht

lid

5 pct. van de verschuldigde belasting

3.

Overtredingen inzake het stelsel van entrepot ander dan douane-entrepot.

A.

Een vergunning werd ten onrechte verleend, op grond van door de aanvrager verstrekte verkeerde inlichtingen

lid

20 pct. van de belasting waarvan de vrijstelling ten onrechte is verkregen

B.

Overtredingen in verband met de toepassing van de voorwaarden van de vergunning:

1°

op de vergunning is aanspraak gemaakt voor handelingen waarvoor ze niet van toepassing is

lid

10 pct. van de belasting waarvan de vrijstelling ten onrechte is verkregen

2°

het vergelijkingsregister of de boekhouding die ter controle van de vrijstelling wordt voorgeschreven is niet gehouden of is gehouden op zodanige wijze dat deze controle zeer moeilijk is. De vergunninghouder voldoet niet aan het verzoek van de controlerende ambtenaar om het register of de boekhouding binnen een redelijke termijn aan te leggen of aan te passen

lid

20 pct. van de belasting waarvan de vrijstelling is verkregen

3°

de uitvoer heeft niet plaats binnen de in de vergunning gestelde termijn of de goederen werden vóór het verstrijken van die termijn uit het entrepot ander dan douane-entrepot geslagen met een ander doel dan de uitvoer:

a)

de houder van de vergunning heeft de regularisatie gedaan in overeenstemming met de voorwaarden van de vergunning

lid

10 pct. van de te regulariseren belasting

b)

de houder van de vergunning heeft op het tijdstip van de controle de verplicht geworden regularisatie nog niet uitgevoerd

lid

20 pct. van de te regulariseren belasting

4.

Overtredingen in verband met de toepassing van de vergunning beoogd in artikel 14 van het koninklijk besluit nr. 18 van 27 december 1977 met betrekking tot de vrijstellingen ten aanzien van de uitvoer van goederen en diensten, op het stuk van de belasting over de toegevoegde waarde, ter uitvoering van artikel 39, § 3, van het Wetboek.

A.

Op de vergunning is aanspraak gemaakt voor handelingen waarvoor ze niet van toepassing is

lid

10 pct. van de belasting waarvan de opschorting ten onrechte is verkregen

B.

De goederen krijgen vóór het verstrijken van de voor de opschorting toegestane termijn een andere bestemming dan die toepasselijk inzake opschorting:

1.

de vergunninghouder heeft de daarvoor voorgeschreven regularisatie uitgevoerd in overeenstemming met de voorwaarden van de vergunning

lid

nihil

2.

de vergunninghouder heeft op het tijdstip van de controle de verplicht geworden regularisatie nog niet uitgevoerd

lid

10 pct. van de verschuldigde belasting

C.

De opgelegde formaliteiten om de verlenging te verkrijgen van de termijn van opschorting van de belasting zijn niet vervuld:

1°

de vergunninghouder heeft de daarvoor voorgeschreven regularisatie uitgevoerd in overeenstemming met de voorwaarden van de vergunning

lid

10 pct. van de verschuldigde belasting met een maximum van 5.000 F per oorzaak van verschuldigdheid van de belasting

2°

de vergunninghouder heeft op het tijdstip van de controle de verplicht geworden regularisatie nog niet uitgevoerd

lid

10 pct. van de verschuldigde belasting met een maximum van 5.000 F per oorzaak van verschuldigdheid van de belasting in geval de goederen zijn uitgevoerd

XII

Overtredingen inzake de toepassing van artikel 40, § 1, 3°, b, van het Wetboek.

1.

Overtredingen in verband met de uitreiking van de vergunning.

A.

De houder van een vergunning, die bovendien geen recht meer had op de vrijstelling, heeft zich verder beroepen op de vergunning zonder daarvoor de vernieuwing te hebben aangevraagd

lid

10 pct. van de belasting waarvan de vrijstelling ten onrechte is verkregen

B.

De vergunning is ten onrechte verleend op grond van door de aanvrager verstrekte verkeerde inlichtingen

lid

10 pct. van de belasting waarvan de vrijstelling ten onrechte is verkregen

2.

Overtredingen in verband met de toepassing van de voorwaarden van de vergunning.

A.

Op de vergunning is aanspraak gemaakt voor handelingen waarvoor ze niet van toepassing is:

1°

de belasting waarvan de vrijstelling ten onrechte is verkregen, is aftrekbaar

lid

5 pct. van de belasting waarvan de vrijstelling ten onrechte is verkregen

2°

de belasting waarvan de vrijstelling ten onrechte is verkregen, is niet aftrekbaar

lid

10 pct. van de belasting waarvan de vrijstelling ten onrechte is verkregen

B.

Het vergelijkingsregister of de boekhouding die voor de controle van de vrijstelling wordt voorgeschreven, is niet gehouden of is gehouden op zodanige wijze dat deze controle zeer moeilijk is. De vergunninghouder voldoet niet aan het verzoek van de controlerende ambtenaar om het register of de boekhouding binnen een redelijke termijn aan te leggen of aan te passen

lid

10 pct. van de belasting waarvan de vrijstelling is verkregen

C.

De goederen, die met vrijstelling van de belasting ingevoerd zijn om een loonbewerking te ondergaan, zijn niet uitgevoerd binnen de door de vergunning bepaalde termijn:

1°

de houder van de vergunning is een belastingplichtige die gehouden is tot indiening van periodieke btw-aangiften en

a)

heeft een regularisatie gedaan in overeenstemming met de voorwaarden van de vergunning

lid

1 pct. van de belasting waarvan de vrijstelling bij invoer is verkregen

b)

heeft op het tijdstip van de controle nog niet de verplicht geworden regularisatie uitgevoerd

lid

3 pct. van de belasting waarvan de vrijstelling bij invoer is verkregen

2°

de houder van de vergunning is een niet-belastingplichtige of een belasting-plichtige die niet gehouden is tot indiening van periodieke btw-aangiften en

a)

heeft een regularisatie gedaan in overeenstemming met de voorwaarden van de vergunning

lid

10 pct. van de belasting waarvan de vrijstelling bij invoer is verkregen

b)

heeft op het tijdstip van de controle nog niet de verplicht geworden regularisatie uitgevoerd

lid

20 pct. van de belasting waarvan de vrijstelling bij invoer is verkregen

XIII

Overtredingen inzake de toepassing van artikel 42, § 3, 8°, van het Wetboek.

1.

Een vergunning is verleend op grond van door de aanvrager verstrekte verkeerde inlichtingen

lid

20 pct. van de belasting waarvan de vrijstelling is verkregen

2.

Overtredingen in verband met de toepassing van de vergunning.

A.

Op de vergunning is aanspraak gemaakt voor handelingen waarvoor ze niet van toepassing is

lid

10 pct. van de belasting waarvan de vrijstelling ten onrechte is verkregen

B.

Het vergelijkingsregister of de boekhouding die ter controle van de vrijstelling wordt voorgeschreven is niet gehouden of is gehouden op zodanige wijze dat deze controle zeer moeilijk is. De vergunninghouder voldoet niet aan het verzoek van de controlerende ambtenaar om het register of de boekhouding binnen een redelijke termijn aan te leggen of aan te passen

lid

20 pct. van de belasting waarvan de vrijstelling is verkregen

C.

De goederen worden niet uitgevoerd binnen de in de vergunning bepaalde termijn en

1°

de vergunninghouder heeft de daarvoor voorgeschreven regularisatie uitgevoerd in overeenstemming met de voorwaarden van de vergunning

lid

10 pct. van de te regulariseren belasting

2°

op het tijdstip van de controle heeft de vergunninghouder de verplicht geworden regularisatie nog niet uitgevoerd

lid

20 pct. van de te regulariseren belasting

XIV

Overtredingen in verband met de toepassing van artikel 43 van het Wetboek.

1.

Overtredingen in verband met de uitreiking van de vergunning.

A.

De belastingplichtige heeft zich verder beroepen op een vroeger verleende vergunning waarvoor hij nagelaten heeft de vernieuwing aan te vragen; daarenboven had hij geen recht meer op vrijstelling of slechts recht op een lager percentage

lid

10 pct. van de belasting waarvan de vrijstelling ten onrechte is verkregen

B.

Een vergunning is verleend op grond van door de belastingplichtige verstrekte verkeerde inlichtingen; daarenboven is, ten gevolge van deze onjuiste verklaring, de vergunning ten onrechte verleend of werd een percentage van vrijstelling vermeld dat hoger is dan dat waarop de belastingplichtige recht heeft

lid

10 pct. van de belasting waarvan de vrijstelling ten onrechte is verkregen

2.

Overtredingen in verband met de toepassing van de voorwaarden van de uitgereikte vergunning.

A.

Aanspraak op de vergunning is gemaakt voor handelingen die zijn uitgesloten van het voordeel van de vrijstelling en

1°

de belasting waarvan de vrijstelling ten onrechte is verkregen is aftrekbaar

lid

5 pct. van de belasting waarvan de vrijstelling ten onrechte is verkregen

2°

de belasting waarvan de vrijstelling ten onrechte is verkregen is niet aftrekbaar

lid

10 pct. van de belasting waarvan de vrijstelling ten onrechte is verkregen

B.

De boekhouding die voor de controle van de vrijstelling wordt voorgeschreven is niet gehouden of is gehouden op zodanige wijze dat deze controle zeer moeilijk is. De belastingplichtige voldoet niet aan het verzoek van de controlerende ambtenaar om de boekhouding binnen een redelijke termijn aan te leggen of aan te passen

lid

10 pct. van de belasting waarvan de vrijstelling is verkregen

C.

De belastingplichtige heeft aanspraak gemaakt op de vrijstelling voor een groter bedrag dan dat waarop hij recht heeft en

1°

heeft een regularisatie gedaan in overeenstemming met de voorwaarden van de vergunning

lid

1 pct. van de te regulariseren belasting

1°

heeft op het tijdstip van de controle de verplicht geworden regularisatie nog niet uitgevoerd

lid

3 pct. van de te regulariseren belasting

bijlage, tabel C

GELDBOETEN VAN TOEPASSING VOOR DE OVERTREDINGEN

BEOOGD IN ARTIKEL 70, § 2, VAN HET WETBOEK

I

Niet-uitreiken van facturen of van als zodanig geldende stukken:

lid

1)

lid

dat geen verschuldigdheid van btw tot gevolg heeft

lid

60 pct. van de op de handelingen verschuldigde be-lasting

lid

2)

lid

dat verschuldigdheid van btw tot gevolg heeft

lid

100 pct. van de op de handelingen verschuldigde be-lasting

II

Ontbreken van of onjuistheden in de vermeldingen aan te brengen op de facturen of op de als zodanig geldende stukken

lid

100 pct. van de op de handelingen verschuldigde be-lasting

bijlage, tabel G

GELDBOETEN VAN TOEPASSING VOOR DE OVERTREDINGEN

BEOOGD IN ARTIKEL 70, § 1, VAN HET WETBOEK

Eerste afdeling.- Binnenlandse en intracommunautaire verrichtingen.

(De tekst van KB nr. 41, Tabel G, Eerste afdeling, rubriek I, werd vervangen (Art. 13, KB 29.09.2024, B.S. 23.10.2024, pg. 123175, Numac: 2024009309) met ingang van 01.01.2025 (Art. 22, eerste lid, KB 29.09.2024))

I

Gehele of gedeeltelijke niet-betaling en niet-tijdige betaling van de belasting waarvan de opeisbaarheid blijkt uit de in artikel 53, § 1, eerste lid, 2°, van het Wetboek bedoelde periodieke aangifte die werd ingediend of uit een in artikel 53, § 1ter, van het Wetboek bedoelde definitieve vervangende aangifte die werd ter kennis gebracht.

1.

De opeisbaarheid van de belasting blijkt uit een in artikel 53, § 1, eerste lid, 2°, van het Wetboek periodieke aangifte, ingediend binnen de termijn voorzien door of krachtens de regelgeving

lid

5 pct. van de verschuldigde belasting;

2.

De opeisbaarheid van de belasting blijkt uit een in artikel 53, § 1, eerste lid, 2°, van het Wetboek bedoelde aangifte die laattijdig of overeenkomstig artikel 53, § 1ter, vijfde lid, van het Wetboek werd ingediend

lid

10 pct. van de verschuldigde belasting;

3.

De opeisbaarheid van de belasting blijkt uit een in artikel 53, § 1ter, van het Wetboek bedoelde ter kennis gebrachte definitieve vervangende aangifte

lid

15 pct. van de verschuldigde belasting.

lid

(De bepaling onder KB 41, Tabel G, Eerste afdeling, Ibis, werd vervangen met ingang van 10.01.2026)

Ibis

Gehele of gedeeltelijke niet-betaling of niet-tijdige betaling van de verschuldigde belasting waarvan de opeisbaarheid blijkt uit de ingediende aangifte bedoeld in de artikelen 58ter, § 6, 58quater, § 6, en 58quinquies, § 6, van het Wetboek of uit de ingediende aangifte bedoeld in de artikelen 364, 369 septies en 369 vicies van Richtlijn 2006/112/EG, en die nog verschuldigd blijft de tiende dag van de tweede maand die volgt op het aangiftetijdvak waarvoor de aangifte werd ingediend.

lid

10 pct. van de verschuldigde belasting

II

Gehele of gedeeltelijke niet-betaling of niet-tijdige betaling van de belasting waarvan de opeisbaarheid blijkt uit de ingediende bijzondere aangifte bedoeld in artikel 53ter, 1°, van het Wetboek, die nog verschuldigd blijft de 20ste van de tweede maand die volgt op het kalenderkwartaal waarvoor de voormelde aangifte werd ingediend

lid

10 pct. van de verschuldigde belasting

III

Gehele of gedeeltelijke niet-betaling of niet-tijdige betaling van de belasting verschuldigd ter zake van de intracommunautaire verwerving van:

vervoermiddelen ten aanzien waarvan de bijzondere aangifte bedoeld in artikel 53nonies, § 1, van het Wetboek, werd ingediend;

accijnsproducten als bedoeld in artikel 58, § 1bis, van het Wetboek

lid

10 pct. van de verschuldigde belasting

IV

Gebrekkige toepassing van de btw-reglementering, andere dan die hierna aangeduid, vastgesteld bij het nazicht van de voorgelegde boeken en stukken.

lid

Het bedrag van de verschuldigde belasting voor een controleperiode van één jaar (10) is:

minder dan of gelijk aan 1.250 EUR

lid

5 pct. van de verschuldigde belasting

meer dan 1.250 EUR

lid

10 pct. van de verschuldigde belasting

lid

[(10) Indien de controleperiode korter of langer is dan één jaar wordt het bedrag van 1.250 EUR proportioneel verminderd of verhoogd.]

lid

Ten onrechte toepassen van:

artikel 51, § 2, van het Wetboek;

artikel 20 van het koninklijk besluit nr. 1 van 29 december 1992 met betrekking tot de regeling voor de voldoening van de belasting over de toegevoegde waarde

lid

20 pct. van de verschuldigde belasting

V

Onjuistheden vastgesteld bij het nazicht van de boekhouding met betrekking tot de inhoud ervan;

lid

belastbare handelingen zijn niet, slechts gedeeltelijk, of zijn laattijdig opgenomen in de daartoe bestemde aangifte;

lid

de persoon die niet gehouden is tot het indienen van een aangifte laat na de belasting binnen de vereiste termijn en op de voorgeschreven wijze te betalen.

lid

Het bedrag van de verschuldigde belasting voor een

lid

controleperiode van één jaar (11) is:

minder dan of gelijk aan 1.250 EUR

lid

10 pct. van de verschuldigde belasting

meer dan 1.250 EUR

lid

20 pct. van de verschuldigde belasting

lid

[(11) Indien de controleperiode korter of langer is dan één jaar wordt het bedrag van 1.250 EUR proportioneel verminderd of verhoogd.]

VI

Terug te storten belasting wegens het niet overleggen van het teruggaafregister of het niet inschrijven in dat register van een verbeterend stuk

lid

10 pct. van de terug te storten belasting

1.

Ten onrechte toepassen van artikel 25ter, § 1, tweede lid, 1°, van het Wetboek

lid

10 pct. van de verschuldigde belasting

2.

Overtredingen begaan bij de toepassing van artikel 39bis, 39ter en 42, §§ 1, 2 en 3, 1° tot 6°, van het Wetboek.

lid

A)

lid

Vrijstelling ten onrechte toegepast of ingeroepen

lid

10 pct. van de verschuldigde belasting

lid

B)

lid

Het bewijs van het recht op vrijstelling wordt niet geleverd

lid

10 pct. van de verschuldigde belasting

lid

Afdeling 2.- Invoer.

lid

(KB 41, Tabel G, Afdeling 2, VIII, werd gewijzigd met ingang van 10.01.2026)

VIII

Overtredingen van de verplichting de goederen aan te geven en de belasting te voldoen met naleving van de voorwaarden bepaald in artikel 52 van het Wetboek.

1.

Invoer van goederen zonder aangifte of niet-aangifte van een gedeelte van de ingevoerde goederen.

lid

A)

lid

De niet aangegeven goederen zijn bedrijfsmiddelen

lid

25 pct. van de verschuldigde belasting

lid

B)

lid

De niet-aangifte heeft betrekking op andere goederen.

lid

Het bedrag van de verschuldigde belasting is:

minder dan of gelijk aan 1.250 EUR

lid

50 pct. van de verschuldigde belasting

meer dan 1.250 EUR

lid

100 pct. van de verschuldigde belasting

2.

Overtredingen in verband met het bedrag van de belasting die voor de aangegeven goederen verschuldigd is; worden hier inzonderheid bedoeld de vergissingen betreffende:

de bepaling van de maatstaf van heffing;

de omrekening in Belgische frank of in euro van de elementen die tot de maatstaf van heffing behoren;

het tarief van de btw;

het bedrag van de verschuldigde belasting.

lid

A)

lid

Louter toevallige overtredingen (12).

lid

Het bedrag van de bijkomende belasting is:

minder dan of gelijk aan 1.250 EUR

lid

5 pct. van de bijkomende belasting

meer dan 1.250 EUR

lid

10 pct. van de bijkomende belasting

lid

[(12) Moet onder "louter toevallige overtredingen" worden verstaan, de onregelmatigheden die te wijten zijn aan onwetendheid, vergissingen of nalatigheid en waarbij aan de goede trouw van de overtreder niet kan worden getwijfeld.]

lid

B)

lid

Andere overtredingen.

1°

Vergissingen in verband met de vermelding van de prijs of het toebehoren ervan

lid

zie tabel I, 2

2°

Andere vergissingen

lid

50 pct. van de bijkomende belasting

3.

Overtredingen inzake het aangeven van de aard of de hoeveelheid van de ingevoerde goederen.

lid

A)

lid

Louter toevallige overtredingen (13).

lid

Het bedrag van de bijkomende belasting is:

minder dan of gelijk aan 1.250 EUR

lid

5 pct. van de bijkomende belasting

meer dan 1.250 EUR

lid

10 pct. van de bijkomende belasting

lid

[(13) Moet onder "louter toevallige overtredingen" worden verstaan, de onregelmatigheden die te wijten zijn aan onwetendheid, vergissingen of nalatigheid en waarbij aan de goede trouw van de overtreder niet kan worden getwijfeld.]

lid

B)

lid

Andere overtredingen

lid

zie tabel I, 1

4.

Overtredingen in verband met het weekkrediet

lid

per maand vertraging (14), een percentage gelijk aan dat van de nalatigheidsinterest dat is bepaald in artikel 91, § 1, van het Wetboek, te berekenen over het verschuldigde of nog verschuldigde bedrag

lid

[(14) Ieder begonnen tijdvak van een maand wordt voor een gehele maand gerekend.]

5.

Inbreuken in verband met het toepassen van de in artikel 5, § 3, van het koninklijk besluit nr. 7 van 29 december 1992 met betrekking tot de invoer van goederen voor de toepassing van de belasting over de toegevoegde waarde bedoelde verleggingsregeling of met het ten onrechte inroepen van die regeling.

lid

Het bedrag van de verschuldigde belasting voor een gecontroleerde periode van één jaar [10 ] (15) is:

lid

5 pct. van de belasting waarvoor de verleggingsregeling onrechtmatig werd toegepast of ingeroepen

minder dan of gelijk aan 1.250 EUR

meer dan 1.250 EUR

6.

Laattijdige voldoening van de belasting ingevolge overtredingen in verband met de opschortende douaneregelingen bedoeld in artikel 23, §§ 4 en 5, van het Wetboek, en de opschortende fiscale regelingen bedoeld in § 5 van hetzelfde artikel

lid

10 pct. van de verschuldigde belasting

(Het opschrift van rubriek IX, werd vervangen met ingang van 01.07.2021 (Art. 30, 2°, KB 29.06.2021, B.S. 01.07.2021, pg. 66782, Numac: 2021042537, Errata B.S. 19.07.2021, pg. 71155. Numac: 2021031859))

IX

Overtredingen met betrekking tot de vrijstellingen bedoeld in artikel 40, § 1, 1°, 1° bis en 2°, en § 4, van het Wetboek

lid

10 pct. van de verschuldigde belasting

(De rubriek IXbis, werd ingevoerd met ingang van 01.07.2021 (Art. 30, 3°, KB 29.06.2021, B.S. 01.07.2021, pg. 66782, Numac: 2021042537, Errata B.S. 19.07.2021, pg. 71155. Numac: 2021031859))

IXbis

Gehele of gedeeltelijke niet-betaling of niet-tijdige betaling van de verschuldigde belasting waarvan de opeisbaarheid blijkt uit de ingediende aangifte bedoeld in artikel 58sexies, § 3, van het Wetboek en die nog verschuldigd blijft op de zeventiende dag van de maand die volgt op het tijdvak waarop de aangifte betrekking heeft.

lid

10 pct. van de verschuldigde belasting.

X

Onregelmatigheden met betrekking tot de vrijstellingen bedoeld in artikel 40, § 1, 1°, a, van het Wetboek, voor de invoer van goederen bedoeld in artikel 42, §§ 1 en 2, van het Wetboek, en onregelmatigheden met betrekking tot de vrijstellingen bedoeld in artikel 42, § 3, 1° tot 6°, van het Wetboek

lid

10 pct. van de verschuldigde belasting

XI

Overtredingen op het stuk van de tijdelijke invoer van vervoermiddelen.

1.

Vervoermiddel regelmatig ingevoerd met tijdelijke vrijstelling en uitzonderlijk ter beschikking gesteld van een persoon met normale verblijfplaats in België;

lid

misbruik van vrijstelling.

lid

A)

lid

Eerste overtreding

lid

10 pct. van de verschuldigde belasting

lid

B)

lid

Tweede overtreding

lid

20 pct. van de verschuldigde belasting

lid

C)

lid

Volgende overtredingen

lid

100 pct. van de verschuldigde belasting

2.

Vervoermiddel dat niet kan worden ingevoerd met tijdelijke vrijstelling.

lid

A)

lid

Louter toevallige overtredingen (17)

lid

10 pct. van de verschuldigde belasting

lid

[(17) Moet onder "louter toevallige overtredingen" worden verstaan, de onregelmatigheden die te wijten zijn aan onwetendheid, vergissingen of nalatigheid en waarbij aan de goede trouw van de overtreder niet kan worden getwijfeld.]

lid

B)

lid

Andere overtredingen

lid

100 pct. van de verschuldigde belasting

lid

Afdeling 3.- Uitvoer.

XII

Overtredingen inzake de toepassing van artikel 39 van het Wetboek.

lid

1.

lid

A)

lid

Vrijstelling ten onrechte toegepast of ingeroepen

lid

10 pct. van de verschuldigde belasting

lid

B)

lid

Het bewijs van het recht op vrijstelling wordt niet geleverd

lid

10 pct. van de verschuldigde belasting

2.

Overtredingen in verband met de toepassing van de opschorting van de betaling van de belasting beoogd in artikel 15 van het koninklijk besluit nr. 18 van 29 december 1992 met betrekking tot de vrijstellingen ten aanzien van de uitvoer van goederen en diensten buiten de Gemeenschap, op het stuk van de belasting over de toegevoegde waarde, ter uitvoering van artikel 39, § 3, van het Wetboek.

lid

A)

lid

De opschorting van de betaling van de belasting werd ingeroepen voor handelingen waarvoor ze niet van toepassing is en die de belasting opeisbaar maken

lid

10 pct. van de belasting waarvan de opschorting ten onrechte werd ingeroepen

lid

B)

lid

De goederen krijgen een andere bestemming dan die voorzien onder het stelsel van opschorting, waarvoor de belasting opeisbaar is, en de belastingplichtige die de opschorting heeft toegepast heeft de daarvoor voorziene regularisatie niet uitgevoerd op het tijdstip waarop de wijziging in bestemming plaatsvond

lid

10 pct. van de verschuldigde belasting

XIII

(opgeheven)

XIV

Overtredingen inzake de toepassing van artikel 42, § 3, 8°, en van artikel 40, § 1, 1°, a, van het Wetboek, voor wat betreft de invoer en de intracommunautaire verwervingen van goederen bedoeld in artikel 42, § 3, 8°, van het Wetboek.

1.

Een vergunning is verleend op grond van verkeerde inlichtingen verstrekt door de aanvrager

lid

20 pct. van de belasting waarvan de vrijstelling is verkregen

2.

Overtredingen in verband met de toepassing van de vergunning.

lid

A)

lid

Op de vergunning is aanspraak gemaakt voor handelingen waarvoor ze niet van toepassing is

lid

10 pct. van de belasting waarvan de vrijstelling ten onrechte is verkregen

lid

B)

lid

Het vergelijkingsregister of de boekhouding die voor de controle van de vrijstelling wordt voorgeschreven is niet gehouden of is gehouden op zodanige wijze dat deze controle zeer moeilijk is. De vergunninghouder voldoet niet aan het verzoek van de controlerende ambtenaar om het register of de boekhouding binnen een redelijke termijn aan te leggen of aan te passen

lid

20 pct. van de belasting waarvan de vrijstelling is verkregen

lid

C)

lid

De goederen worden niet uitgevoerd binnen de in de vergunning bepaalde termijn en:

1°

de vergunninghouder heeft de daarvoor voorgeschreven regularisatie uitgevoerd in overeenstemming met de voorwaarden van de vergunning

lid

10 pct. van de te regulariseren belasting

2°

op het tijdstip van de controle heeft de vergunninghouder de verplicht geworden regularisatie nog niet uitgevoerd

lid

20 pct. van de te regulariseren belasting

lid

Afdeling 4.- Andere regeling van entrepot dan douane-entrepot.

XV

Overtredingen begaan bij de toepassing van artikel 39quater van het Wetboek

lid

10 pct. van de verschuldigde belasting.

bijlage, tabel J

GELDBOETEN VAN TOEPASSING VOOR DE OVERTREDINGEN

BEOOGD IN ARTIKEL 71 VAN HET WETBOEK

Vermelding op de bij uitvoer of tot staving ervan overgelegde stukken, hetzij van een grotere hoeveelheid goederen dan de werkelijk uitgevoerde hoeveelheid, hetzij van een hogere prijs of waarde dan de werkelijke prijs of waarde van de uitgevoerde goederen, hetzij van de uitgevoerde goederen onder een valse benaming

10 pct. van de overeenkomstig artikel 71 van het Wetboek, berekende belasting die verschuldigd zou zijn geweest, met een minimum van 50 EUR

Aangehaalde teksten

28
WBTW art. 7014 voorkomens
WBTW art. 427 voorkomens
WBTW art. 536 voorkomens
WBTW art. 716 voorkomens
WBTW art. 394 voorkomens
WBTW art. 513 voorkomens
WBTW art. 913 voorkomens
KB nr. 1 art. 201 voorkomen
KB nr. 7 art. 51 voorkomen
WBTW art. 231 voorkomen
WBTW art. 25ter1 voorkomen
WBTW art. 39bis1 voorkomen
WBTW art. 39ter1 voorkomen
WBTW art. 431 voorkomen
WBTW art. 521 voorkomen
WBTW art. 53ter1 voorkomen
WBTW art. 581 voorkomen
WBTW art. 58ter1 voorkomen
WBTW art. 841 voorkomen

Rechtspraak

424

België

423

Bekijk alle 423

Europese Unie

1

Het Hof legt het Unierecht uit dat deze tekst uitvoert.

Hof van JustitieC-418/2217.05.2023

Verplichting tot aangifte en voldoening van de btw

art. 1

Administratieve doctrine

16

419 documenten hangen aan een welbepaald punt van het artikel, 7 verwijzen naar geen enkel bijzonder punt, 14 verwijzen naar een punt dat de gepubliceerde tekst niet draagt. De koppeling wordt in de tekst van de documenten gelezen.

Bekijk de 440 documenten