Onder invoer van een goed moet worden verstaan:
het binnenkomen in de Gemeenschap van een goed dat niet voldoet aan de voorwaarden van artikel 29 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie of dat, als het onder het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal valt, zich niet in het vrije verkeer bevindt;
Een invoer vindt plaats in België als de overeenkomstig de §§ 3, 4 en 5 aangemerkte Lid-Staat van invoer, België is.
De invoer van een goed vindt plaats in de Lid-Staat op het grondgebied waarvan het zich ten tijde van het binnenkomen in de Gemeenschap bevindt.
In afwijking van § 3 vindt de invoer van een in § 1, 1°, bedoeld goed plaats in de Lid-Staat op het grondgebied waarvan het goed aan één van de volgende regelingen wordt onttrokken, wanneer vanaf het binnenkomen in de Gemeenschap, dat goed overeenkomstig de douanewetgeving:
bij de douane wordt aangebracht en eventueel wordt geplaatst onder een regeling van tijdelijke opslag;
wordt geplaatst onder een regeling voor tijdelijke invoer met volledige vrijstelling van invoerrechten;
In afwijking van § 3 vindt, wanneer een in § 1, 2°, bedoeld goed vanaf het binnenkomen in de Gemeenschap wordt geplaatst onder een regeling voor intern communautair douanevervoer of onder één van de door de Koning bepaalde fiscale regelingen die equivalent zijn aan de regelingen bedoeld in § 4, 1°, 2°, 4°, 5°, 6° en 7°, de invoer plaats in de Lid-Staat op het grondgebied waarvan het goed aan één van die regelingen wordt onttrokken.
Aangehaalde referentie
Sneltoetsen
Niet actief tijdens het typen in een veld.
- Zoeken in de tekst
- /Ctrl/⌘ F
- Volgende / vorige treffer
- EnterShift Enter
- Volgende / vorige sectie
- JK
- Leesmodus
- L
- Een paneel sluiten
- Esc
De leesmodus verbergt de inhoudsopgave en de kerncijfers, vergroot de tekst en centreert de kolom.
Aangehaalde teksten
3Rechtspraak
14België
11Hof van CassatieF.24.0017.F12.12.2025
Intracommunautaire levering, vrijstelling
Grondwettelijk Hof28.11.2024
Belastingschuld, Inning, Opneming in een innings- en invorderingsregister
Europese Unie
3Het Hof legt de richtlijn uit die dit artikel omzet.
Conclusie van advocaat-generaal VerLoren van Themaat249/8410.07.1985
Zesde richtlijn 77/388 art. 14, richtlijn 83/182 art. 5
Administratieve doctrine
94Wetgeving
1794 documenten hangen aan een welbepaald punt van het artikel, 29 verwijzen naar geen enkel bijzonder punt, 2 verwijzen naar een punt dat de gepubliceerde tekst niet draagt. De koppeling wordt in de tekst van de documenten gelezen.
Opeenvolgende versies
5 versies eerste op 01.01.1978| Van kracht | Wijziging | Bron |
|---|---|---|
| 16.12.2017van kracht | § 4, 6°, werd vervangen | W 29.11.2017, B.S. 06.12.2017 |
| 17.07.2016 | § 1, 1°, werd gewijzigd | W 27.06.2016, B.S. 07.07.2016 |
| 01.01.1996 | het artikel werd gewijzigd | KB 22.12.1995 |
| 01.01.1993 | het artikel werd gewijzigd | W 28.12.1992 en art.5, KB 29.12.1992 |
| 01.01.1978 | het artikel werd gewijzigd | W 27.12.1977 |