Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.
Fiche du SPF Finances
700.416 · Décision anticipée n° 700.416 dd. 27.11.2007 · Taxe sur la valeur ajoutée · Location-financement d'immeubles · Exemption · Cession · Crédit-bail
Résumé
Un contrat de leasing remplit toujours les conditions de l'AR n° 30 lorsque, d'une part, le contrat est transmis en partie à de nouveaux preneurs en leasing sous les conditions de la Circulaire 10/2007 et lorsque, d'autre part, les parties restantes de l'immeuble toujours tenues en leasing par les preneurs en leasing d'origine, seront sous-louées par ces derniers à un tiers.
La décision est publiée uniquement dans la langue dans laquelle la demande a été introduite.
I. Voorwerp van de aanvraag
1. De aanvraag strekt ertoe te vernemen of een leasingovereenkomst blijft voldoen aan de voorwaarden van KB nr. 30 wanneer, door wijzigingen in de economische activiteiten van de leasingnemers X en Y, enerzijds de bestaande leasingovereenkomst gedeeltelijk wordt overgedragen aan nieuwe leasingnemers en anderzijds de oorspronkelijke leasingnemers X en Y de resterende gedeelten van het onroerend goed verder zullen blijven leasen om ze onder te verhuren aan een andere vennootschap Z.
II. Beslissing
2. Op grond van artikel 44, § 3, 2°, b W.BTW wordt uitgesloten van de vrijstelling inzake de verpachting, de verhuur en de overdracht van huur van uit hun aard onroerende goederen, de onroerende financieringshuur, toegestaan door een onderneming die gespecialiseerd is in onroerende financieringshuur of zogenaamde onroerende leasing wanneer deze onderneming het gebouw waarop de overeenkomst betrekking heeft, opricht, laat oprichten of met voldoening van de belasting verkrijgt en de leasingnemer dit goed huurt om het in de uitoefening van een economische activiteit van belastingplichtige te gebruiken.
3. De voorwaarden waaraan dergelijke overeenkomst van onroerende leasing moet voldoen, worden bepaald door het Koninklijk Besluit nr.30 van 29 december 1992 met betrekking tot de toepassing van de belasting over de toegevoegde waarde op de onroerende financieringshuur, gewijzigd door het Koninklijk Besluit van 10 januari 2005. (BS van 27 januari 2005).
4. Opdat een overeenkomst van onroerende leasing wordt beoogd door artikel 44, §3, 2°, b, van het W. BTW, dient deze te voldoen aan de voorwaarden van Koninklijk Besluit nr. 30 waarbij het, om binnen het toepassingsgebied van deze bepaling te blijven, noodzakelijk is dat de essentiële bedingen van de leasingovereenkomst blijven beantwoorden aan bedoelde voorwaarden tot bij het beëindigen van die overeenkomst.
5. Overeenkomstig de punten 81 en 82 van de Aanschrijving AOIF 10/2007 blijft een leasingovereenkomst in het toepassingsgebied van de belasting wanneer de leasingnemers met het akkoord van de leasinggever hun deel in de overeenkomst overdragen aan nieuwe leasingnemers, voor zover in dat geval de gezamenlijke oorspronkelijke leasingnemers al hun rechten overdragen met betrekking tot het deel van het gebouw dat in gebruik zal genomen worden door de nieuwe leasingnemers, en dat die laatsten zullen gesubrogeerd worden in hun verplichtingen met betrekking tot dat deel en voorzover de nieuwe leasingnemers het gebouw gebruiken in het kader van hun economische activiteit als belastingplichtige.
6. De gezamenlijke leasingnemers X en Y verklaren terzake uitdrukkelijk dat voormelde gedeeltelijke overdracht van hun gebruikersaandeel in deze overeenkomst zal plaatsvinden overeenkomstig Aanschrijving 10/2007. De nieuwe leasingnemers zullen immers met betrekking tot de verdiepingen die ze in gebruik zullen nemen, gesubrogeerd worden in al de rechten en verplichtingen van de oorspronkelijke leasingnemers en de door hen geleasde verdiepingen zullen gebruikt worden in de uitoefening van hun economische activiteit.
7. Na de overdracht zal de overeenkomst dus binnen het toepassingsgebied van artikel 44, § 3, 2°, b, van het W.BTW en KB 30 blijven.
8. De gezamenlijke leasingnemers X en Y verklaren tevens dat ze de resterende verdiepingen van het gebouw verder zullen blijven leasen, maar zullen onderverhuren aan Z.
9. Overeenkomstig artikel 1,1° Koninklijk Besluit nr. 30 dient de leasingnemer het geleasde onroerend goed gedurende de ganse duurtijd van de overeenkomst te gebruiken in het kader van zijn economische activiteiten. Zowel belaste activiteiten als vrijgestelde activiteiten zijn terzake bedoeld.
10. Het verhuur van een gebouw is een economische activiteit, vrijgesteld van de belasting overeenkomstig artikel 44, §3, 2° van het W. BTW.
11. De onderverhuring van de resterende verdiepingen van het gebouw door de gezamenlijke leasingnemers X en Y aan Z heeft derhalve niet tot gevolg dat deze overeenkomst buiten het toepassingsgebied van artikel 44, § 3, 2°, b) van het W. BTW en KB 30 zou vallen.
Référence citée
Raccourcis clavier
Inactifs pendant la saisie dans un champ.
- Rechercher dans le texte
- /Ctrl/⌘ F
- Occurrence suivante / précédente
- EntréeMaj Entrée
- Section suivante / précédente
- JK
- Mode lecture
- L
- Fermer un panneau
- Échap
Le mode lecture retire le sommaire et les repères, grossit le texte et recentre la colonne.