Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.
Fiche du SPF Finances
Décision anticipée n° 2022.0680 du 27.09.2022
Impôt des revenus · Revenu mobilier · Droits d'auteurs · Frais professionnels · Mesure anti-abus
TVA · Cession ou concession de droits d'auteurs - Faculté de se faire identifier à la TVA pour gérants-personnes physiques ou administrateurs-personnes physiques · Prestation de services innommée soumise à la TVA · Article 18, § 1, premier alinéa du C.TVA
Résumé
L'indemnité, sous la forme d'un pourcentage du chiffre d'affaires net éligible, que la société souhaite octroyer au dirigeant d'entreprise, qui développe des œuvres protégées dans le cadre du contrat avec la société et qui en cède contractuellement les droits d'auteur à la société, peut être considérée comme un revenu mobilier au sens de l'article 17, § 1er, 5° du CIR 92, et est en principe imposable distinctement au taux de 15 % de précompte mobilier.
Les indemnités pour l'acquisition des droits d'auteur n'ont pas de caractère durable et constituent des frais professionnels déductibles au sens de l'article 49 CIR 92 de l'année comptable dans laquelle elles ont acquis le caractère de dettes certaines et liquides et sont comptabilisées comme telles.
L'octroi de cette rétribution pour la cession des droits d'auteur ne constitue pas un abus fiscal au sens de l'article 344, § 1er du CIR 92.
Le dirigeant d'entreprise-personne physique qui, en plus de son mandat statutaire, cède ses droits d'auteur à sa société et lui impute une indemnité à ce titre, n'est pas tenu, dans les circonstances données, de s'identifier aux fins de la TVA pour la cession ou la concession de ses droits d'auteur à cette société.
Les prestations de services concernées fournies par ladite société pour son (ses) client(s)-commanditaire(s) sont visées par l'article 18, § 1er, alinéa 1er, du CTVA et sont en tout cas pour l'ensemble soumises à la TVA sur la base de cette disposition légale et sont soumises au taux normal de TVA de 21 % conformément à l'article 1er, alinéa 1er, de l'AR TVA n° 20.
La décision est publiée uniquement dans la langue dans laquelle la demande a été introduite.
I. Voorwerp van de aanvraag
1. De aanvraag strekt ertoe de bevestiging te verkrijgen dat:
1.1. de vergoeding die door vennootschap X aan de heer Y zal toegekend worden als vergoeding voor de overdracht van auteursrechtelijk beschermde werken, als een roerend inkomen in de zin van artikel 17, § 1, 5° van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992 (hierna: "WIB 92") kwalificeert;
1.2. het forfaitaire percentage voor de vaststelling van de waarde van de overdracht bepaald op basis van een analyse van de taken en creativiteit van de heer Y, als marktconform kan worden aangemerkt;
1.3. de voormelde vergoeding een aftrekbare beroepskost uitmaakt ten name van vennootschap X overeenkomstig de toepassing van artikel 49 WIB 92;
1.4. de overeenkomst inzake de overdracht van auteursrechten gesloten tussen vennootschap X en de heer Y geen misbruik maakt in de zin van artikel 344, § 1 WIB 92;
1.5. de heer Y, de enige gecommanditeerde vennoot en bedrijfsleider van vennootschap X, in de hierna omschreven omstandigheden niet verplicht is om zich te laten identificeren voor de btw voor de cessie of concessie van de betreffende auteursrechten aan vennootschap X waarvoor hem de hiervoor bedoelde vergoedingen worden betaald en dat de betreffende dienstprestaties die worden verricht door vennootschap X voor haar klanten-opdrachtgevers, voor het geheel met btw te belasten zijn en onderworpen zijn aan het standaard btw-tarief van 21%.
II. Beslissing
2. De heer Y is via zijn vennootschap actief als softwareontwikkelaar.
3. De vennootschap wil vanaf 01/01/2022 (boekjaar per 31/12/2022) haar bedrijfsleider vergoeden onder vorm van een percentage van de netto-omzet gerealiseerd door de vennootschap op basis van de exploitatie van de auteursrechtelijk beschermde werken.
II.A. Algemeen
4. Overeenkomstig artikel 17, § 1, 5°, WIB 92 zijn als inkomsten uit roerende goederen en kapitalen belastbaar, de inkomsten uit:
- de cessie of de concessie van auteursrechten en naburige rechten,
- evenals de wettelijke en verplichte licenties,
bedoeld in boek XI van het Wetboek van economisch recht of in overeenkomstige bepalingen in het buitenlands recht.
5. Er is een beredenering in 2 fases nodig om te bepalen of de inkomsten die aan een auteur of kunstenaar worden toegekend door de Wet 16.07.2008 worden bedoeld:
1° is het werk waarmee hij inkomsten kon behalen een beschermd werk?
2° vloeien deze inkomsten voort uit de cessie of de concessie van zijn geldelijke rechten op het werk?
II.B. Beschermd werk
6. Uit het door de DVB gevoerde onderzoek blijkt dat de hierboven beschreven werken gecreëerd door de heer Y kunnen worden aangemerkt als werken van letterkunde of kunst of ermee kunnen worden gelijkgesteld. Zij vallen bijgevolg onder de bescherming van Boek XI, Titel 5 en 6, WER.
II.C. Inkomsten uit de cessie of concessie van het werk
7. Uit de aanvraag blijkt dat de vennootschap aan de bedrijfsleider een vergoeding voor de overdracht van de auteursrechten wenst toe te kennen die bestaat uit 12,5% van de gerealiseerde kwalificerende netto-omzet (exclusief btw) betreffende de exploitatie van het auteursrechtelijk beschermd werk inzake software.
8. De DVB merkt op dat het gedeelte van de vergoeding dat vennootschap X eventueel ontvangt met betrekking tot verplaatsingskosten, administratiekosten, onkostenvergoedingen voor gebruik van eigen materialen en gebruiksvoorwerpen en dergelijke niet in aanmerking komt voor het bepalen van de auteursrechtelijke omzet. Deze vergoeding kan forfaitair worden ingeschat op 10% van de omzet die zij ontvangt van haar opdrachtgevers.
9. De omzet uit de niet-creatieve activiteiten (zoals bijvoorbeeld vergaderen, bugfixing, testing) valt buiten het bestek van de aanvraag en bedraagt (minimaal) 20% van de resterende 90% van de omzet. Indien uit de reële cijfers zou blijken dat de niet-creatieve omzet een hoger percentage dan 20% zou vertegenwoordigen, dient met deze reële cijfers rekening te worden gehouden voor het bepalen van de auteursrechtelijke omzet die als basis zal dienen voor de berekening van de vergoeding voor de overdracht van de auteursrechten.
10. Daarbij merkt de DVB op dat de voormelde vergoeding dient te worden verminderd met de vergoeding voor overdracht van auteursrechten die aan bij de ontwikkeling van de auteursrechtelijk beschermde werken betrokken huidige of toekomstige werknemers, freelance medewerkers, zelfstandige onderaannemers, enzovoorts zouden worden toegekend.
11. In zijn geheel wordt de netto-omzet betreffende de exploitatie van het auteursrechtelijk beschermd werk zoals hiervoor omschreven aldus bepaald op maximaal 72% (namelijk 80% van 90%) van de totale netto-omzet van vennootschap X gegenereerd uit de beschreven software-activiteiten. De auteursrechtelijke vergoeding komt aldus neer op 9% van de totale netto-omzet (exclusief btw) uit de in aanmerking komende IT-activiteiten (12,5% op 72% van de netto-omzet).
12. Inzake voormelde vergoeding aan de bedrijfsleider wordt in de aanvraag bijkomend gesteld dat:
12.1. deze vergoeding niet meer zal bedragen dan 50% van het resultaat van het boekjaar (1) vóór belasting en vóór aanrekening van de vergoedingen voor de auteursrechten. Indien dit wel het geval is zal de te betalen vergoeding overeenkomstig worden beperkt;
[(1) Code 9903 van de jaarrekening (met uitsluiting van de niet-recurrente bedrijfskosten en de niet-recurrente bedrijfsopbrengsten evenals de niet-recurrente financiële kosten en de niet-recurrente financiële opbrengsten (66 A en B / 76 A en B)).]
12.2. deze beperking er evenwel niet toe kan leiden dat de verschuldigde vergoeding minder bedraagt dan 5% van de netto-omzet uit de soorten opdrachten die aanleiding geven tot de creatie van auteursrechtelijk beschermde werken. (2)
[(2) In casu gaat het om 5% op maximaal 72 % van de totale netto-omzet van vennootschap X.]
13. Daarenboven dient een bedrijfsleider voor de verschillende prestaties die hij voor de vennootschap verricht een overeenkomstige vergoeding te verkrijgen. Het percentage van de vergoeding voor overdracht van auteursrechten mag daarom slechts 5% van de voormelde netto-omzet van de vennootschap voor opdrachten die aanleiding geven tot de creatie van auteursrechtelijk beschermde werken (3) bedragen (dit percentage dient, indien er meerdere bedrijfsleiders zijn, evenredig te worden verminderd) wanneer de bedrijfsleidersbezoldiging (4) van de bedrijfsleider in kwestie minder dan het referentiebedrag vermeld in artikel 215, derde lid, 4 WIB 92 bedraagt. (5)
[(3) In casu gaat het om 5% op maximaal 72 % van de totale netto-omzet van vennootschap X.
[(4) De in aanmerking te nemen bezoldiging van het inkomstenjaar omvat ook de belastbare voordelen van alle aard van het inkomstenjaar die op de fiche 281.20 worden vermeld evenals de tijdens het inkomstenjaar toegekende en dus belastbare tantièmes.]
[(5) De verwijzing naar voormeld referentiebedrag heeft louter tot functie te verwijzen naar de hoegrootheid van de bezoldiging die als voldoende hoog kan worden beschouwd en heeft geenszins betrekking op de overige bewoordingen uit het artikel inzake de toepassing van het verlaagd tarief in de vennootschapsbelasting.]
14. Uit de aanvraag blijkt dat de vennootschap aan de bedrijfsleider een bezoldiging betaalt voor de activiteiten als bedrijfsleider van minstens het in artikel 215, derde lid, 4°, WIB 92 vermelde referentiebedrag. Uit de aanvraag blijkt dat de reële hoegrootheid van deze bedrijfsleidersbezoldiging niet zal worden aangetast ingevolge de toekenning van de vergoeding voor auteursrechten.
15. In elk geval en rekening houdend met de beschreven omstandigheden, mag, de auteursrechtenvergoeding van elke bedrijfsleider, berekend op basis van het omzetcijfer van een welbepaald jaar, het tweevoud van het gemiddelde van de auteursrechtenvergoedingen dat de huidige en toekomstige werknemers, freelancers en zelfstandige onderaannemers in de loop van hetzelfde jaar ontvangen voor de cessie van hun auteursrechten, niet overschrijden. Dit geldt van zodra minimaal 1 creatieve voltijds equivalent (tewerkgestelde werknemer + freelancer + zelfstandig onderaannemer) prestaties levert waarvoor een vergoeding voor auteursrechten wordt toegekend. (6) Op basis van de informatie in het bezit van de DVB blijkt dat er op heden geen personeel is tewerkgesteld in de vennootschap en geen beroep wordt gedaan op zelfstandige onderaannemers.
[(6) Voorbeeld: Gemiddelde van de auteursrechtenvergoedingen van werknemers, zelfstandige medewerkers enzovoort, in de loop van jaar X : 4.500 EUR. Maximale auteursrechtenvergoeding van elke bedrijfsleider berekend op basis van het omzetcijfer van jaar X : 4.500 EUR * 2 = 9.000 EUR.]
16. Fictief cijfervoorbeeld ter illustratie:
| Totale omzet | Omzet AR (7) | Resultaat boekjaar | 12,5% *omzet AR | Maximum 50 % * resultaat van het boekjaar | Minimum 5 % *omzet AR (8) | Toe te kennen AR | Finaal AR % op de totale omzet |
| 100.000 | 72.000 | 50.000 | 9.000 | 25.000 | 3.600 | 9.000 (9) | 10,125% |
| 100.000 | 72.000 | 15.000 | 9.000 | 7.500 | 3.600 | 7.500 | 7,50% |
| 100.000 | 72.000 | 0 | 9.000 | 0 | 3.600 | 3.600 | 3,6% |
[(7) De netto-omzet van de vennootschap uit de opdrachten die aanleiding geven tot de creatie van auteursrechtelijk beschermde werken wordt als volgt bepaald; de totale netto-omzet min de ontvangen vergoeding voor algemene werkzaamheden en onkosten (bv. 10%). Van de resterende omzet dient de omzet uit niet creatieve activiteiten (bv. 10%) te worden verwijderd. Derhalve is de omzet AR 72% (90% x 80%).]
[(8) Indien de bedrijfsleidersbezoldiging toch zou verminderen tot onder het in artikel 215, derde lid, 4, WIB 92 vermelde referentiebedrag zullen de toe te kennen auteursrechten steeds beperkt zijn tot 5% van de kwalificerende netto-omzet.]
[(9) Zie voetnoot 6; overeenkomstig het in voetnoot 6 opgenomen voorbeeld zal in voorkomend geval de toe te kennen vergoeding voor overdracht van auteursrechten 9.000 EUR bedragen en zal het finaal percentage 9% van de totale omzet bedragen.]
II.D. Inzake artikel 49 WIB 92
17. Wanneer een vennootschap auteursrechten verwerft, worden deze op het actief van de balans opgenomen indien zij bestemd zijn om duurzaam voor de bedrijfsactiviteit te worden gebruikt. Uit de samenlezing van de richtlijn 2013/34/EU van 26 juni 2013, de IAS 16 norm en het CBN-advies 2012/13 van 10 oktober 2012 volgt dat in onderhavig geval onder het begrip "duurzaam" wordt begrepen, het verwerven van auteursrechten waarvan de vennootschap verwacht dat ze langer dan één periode zullen worden gebruikt.
18. Onverminderd de toepassing van artikel 49 WIB 92 worden de afschrijvingen als beroepskosten overeenkomstig artikel 61 WIB 92 aangemerkt in de mate dat:
- ze gegrond zijn op de aanschaffings- of beleggingswaarde;
- en voor zover ze noodzakelijk zijn;
- en samengaan met een waardevermindering die zich in het belastbaar tijdperk werkelijk heeft voorgedaan.
19. Daarenboven moeten de immateriële vaste activa, met uitzondering van investeringen in audiovisuele werken, overeenkomstig artikel 63 WIB 92 worden afgeschreven met vaste annuïteiten waarvan het aantal niet minder dan 3 mag bedragen wanneer het investeringen in onderzoek en ontwikkeling betreft en niet minder dan 5 in de andere gevallen.
20. Aanvragers stellen dat de auteursrechtelijk beschermde werken, in casu gecreëerd door de betrokken bedrijfsleider, geen "duurzaam" karakter vertegenwoordigen. In casu zijn de werken bestemd voor de klant aan wie de auteursrechten ook onmiddellijk worden overgedragen. De auteursrechtelijk beschermde werken die door de heer Y worden gecreëerd, vereisen specifieke softwareprogrammatie die niet voor andere klanten kunnen worden gebruikt. Aldus vertegenwoordigen deze werken geen "duurzaam" karakter.
21. Rekening houdend met het voorgaande en met de door de aanvragers meegedeelde elementen kan besloten worden dat de door vennootschap X verworven auteursrechten niet bestemd zijn om duurzaam voor de bedrijfsactiviteit van de vennootschap te worden bestemd. De vergoedingen voor overdracht van auteursrechten vormen bijgevolg een aftrekbare beroepskost van het boekjaar waarin zij het karakter van zekere en vaststaande schulden hebben verkregen en als zodanig zijn geboekt.
II.E. Inzake artikel 344, § 1, WIB 92
22. Rekening houdend:
24.1. met het feit dat de Wet van 16.07.2008 een forfaitaire belastingregeling inzake auteursrechten heeft ingesteld;
24.2. dat de Circulaire AAFisc Nr. 36/2014 (nr. Ci.RH.231/631.675) d.d. 04.09.2014 stelt "De eventuele uitsplitsing tussen roerende inkomsten en beroepsinkomsten zal a priori op basis van de bepalingen van de overeenkomst, die de wil van de partijen weergeven, worden uitgevoerd. De contractuele bepalingen van de overeenkomst moeten dus worden onderzocht om de draagwijdte van de overeenkomst en de modaliteiten die betrekking hebben op de vergoeding van de prestaties volgens hun aard vast te stellen. Hetzelfde geldt als de cessie van de auteursrechten is opgenomen in een reglement.";
24.3. dat artikel XI. 167, § 1, WER bepaalt : "voor elke exploitatiewijze moeten de vergoeding voor de auteur, de reikwijdte en de duur van de overdracht uitdrukkelijk worden bepaald.";
24.4. met de rechtszekerheid die wordt nagestreefd door de partijen;
kan worden besloten dat 344, § 1, WIB 92 in casu niet van toepassing is.
II.F. Inzake btw
II.F.1. Relatie tussen de bedrijfsleider en de vennootschap
23. De cessie of concessie van auteursrechten wordt beschouwd als een dienst zoals beoogd door artikel 18, § 1, tweede lid, 7° W.BTW. Deze dienstprestatie wordt in de regel met btw belast met toepassing van het tarief overeenkomstig rubriek XXIX, cijfer 1, van tabel A van de bijlage bij het Btw-KB nr. 20, als zij wordt verricht onder de voorwaarden gesteld in artikel 2 W.BTW.
24. In dit verband wordt er aan herinnerd dat de btw-administratie aanneemt dat bestuurders of zaakvoerders die in hun hoedanigheid van natuurlijke persoon handelen in de gewone uitoefening van hun statutaire opdracht en optreden als een orgaan van de rechtspersoon die zij vertegenwoordigen, omwille van de bijzondere aard van hun opdracht als lasthebber, niet zelfstandig handelen in de zin van artikel 4, § 1, van het Btw-Wetboek. Bijgevolg dienen de door deze bestuurders of zaakvoerders in die hoedanigheid verrichte handelingen in het kader van de uitoefening van hun statutair mandaat, niet aan de btw te worden onderworpen (Beslissing nr. E.T. 79.581 van 27.01.1994, www.fisconetplus.be).
25. Onder deze omstandigheden kan ook worden aangenomen dat de natuurlijke personen die naast de uitoefening van hun statutair mandaat hun auteursrechten overdragen aan de rechtspersoon waarvan zij bestuurder of zaakvoerder zijn of er licentierechten inzake hun auteursrechten aan verlenen, in de feitelijke omstandigheden zoals omschreven in deze voorafgaande beslissing, niet verplicht zijn om zich te laten identificeren voor de btw als belastingplichtige voor de cessie of concessie van deze auteursrechten.
II.F.2. Relatie tussen de vennootschap (en klant(en) - opdrachtgever(s)
26. De cessie of concessie van auteursrechten is onderworpen aan het verlaagde btw-tarief van 6% overeenkomstig rubriek XXIX van tabel A van de bijlage bij Btw-KB nr. 20 tenzij het gaat om auteursrechten die betrekking hebben op computerprogramma's in welk geval het standaard btw-tarief van 21% van toepassing is.
27. In de gegeven omstandigheden worden de betreffende dienstprestaties verricht door vennootschap X voor haar klant(en)-opdrachtgever(s) beoogd door artikel 18, § 1, eerste lid W.BTW en zijn zij in elk geval voor het geheel met btw te belasten met toepassing van het standaard btw-tarief van 21%.
28. De beslissing is krachtens artikel 111 van de wet van 20 juli 2005 houdende diverse bepalingen, enkel bindend inzake inkomstenbelastingen en heeft geen invloed heeft op de bepalingen van toepassing inzake sociale zekerheid.
Référence citée
Raccourcis clavier
Inactifs pendant la saisie dans un champ.
- Rechercher dans le texte
- /Ctrl/⌘ F
- Occurrence suivante / précédente
- EntréeMaj Entrée
- Section suivante / précédente
- JK
- Mode lecture
- L
- Fermer un panneau
- Échap
Le mode lecture retire le sommaire et les repères, grossit le texte et recentre la colonne.