Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.
Fiche du SPF Finances
Décision anticipée n° 2021.0087 du 09.03.2021
TVA · Taux · Logement dans le cadre de la politique sociale · Articles 37 et 38 du C.TVA · Rubrique X, § 1er, B. (jo. § 1er, A., d), 1°) du tableau B de l’annexe de l’AR n° 20
Résumé
La présente demande de décision anticipée est introduite par l’ASBL privée X, une institution à caractère social reconnue par l’autorité compétente.
X a l’intention de construire un nouveau bâtiment. Ce bâtiment servira principalement de structure résidentielle pour les personnes visées, laquelle sera agréée par l’autorité compétente dans le cadre de la législation applicable à X.
La demande porte sur l’application à un projet de nouvelle construction du taux de TVA réduit de 12 % conformément à la rubrique X du tableau B de l’annexe à l’AR TVA n° 20.
Le demandeur a démontré que le nouveau bâtiment servira principalement à ses activités résidentielles (centre de soins résidentiels et logements avec assistance non autonomes qui y sont physiquement rattachés) et que les autres activités dans ce bâtiment seront accessoires. Ces activités accessoires font en outre l’objet d’un usage mixte, de sorte que le taux de TVA de 12 % s’y applique également (cf. circulaire n° 12 du 10.10.1984, points 18, 67 alinéa 2, 68 et 76, www.fisconetplus.be).
Dans les circonstances de fait données, le taux de TVA réduit de 12 % s’applique, conformément au § 1er, B. (en combinaison avec la rubrique X, § 1er, A., point d), 3°) de la rubrique X précitée, en exécution de l’article 37 du Code de la TVA, au travail immobilier (en vertu de l’article 19, § 2, alinéa 2 du Code de la TVA) et aux opérations énumérées à la rubrique XXXI, § 3, 3° à 6° du tableau A de l’annexe à l’AR TVA n° 20 du 20.07.1970 (à l’exclusion du nettoyage complet ou partiel du bâtiment et des opérations mentionnées à la rubrique X précitée, § 2, 1° et 2°).
Texte de la décision
La décision est publiée uniquement dans la langue dans laquelle la demande a été introduite
I. Voorwerp van de aanvraag
1. Deze aanvraag om een voorafgaande beslissing wordt ingediend door de private vzw X, een instelling met sociaal karakter die is erkend door de bevoegde overheid.
2. X is voornemens een nieuwbouw op te richten.
3. De hoofdzakelijke bestemming van het gebouw is een residentiële voorziening voor senioren die erkend is door de bevoegde overheid in het kader van de op X toepasselijke wetgeving.
Een aantal erkende, niet-autonome assistentiewoningen zullen fysiek verbonden zijn met deze residentiele voorziening.
II. Vraagstelling
4. Gelet op de argumentatie en motivering uiteengezet in de aanvraag om een voorafgaande beslissing, strekt deze aanvraag ertoe van de DVB de bevestiging te verkrijgen dat het verlaagde btw-tarief van 12% overeenkomstig rubriek X van tabel B van de bijlage bij het Btw-KB nr. 20 van 20.07.1970 van toepassing is op de materiële werken in onroerende staat tot realisatie van het beoogde nieuwbouwproject.
III. Beslissing
Uit het door de DVB verrichte onderzoek blijkt wat volgt.
5. De aanvraag voldoet aan de voorwaarden van de artikelen 21 en 22 van de Wet van 24.12.2002 tot wijziging van de vennootschapsregeling inzake inkomstenbelastingen en tot instelling van een systeem van voorafgaande beslissingen in fiscale zaken.
III.A. Algemeen: huisvesting in het kader van het sociaal beleid
III.A.1. Toepassingsvoorwaarden
6. Het verlaagde btw-tarief van 12% overeenkomstig rubriek X van tabel B van de bijlage bij het Btw-KB nr. 20 van 20.07.1970 is van toepassing op de volgende handelingen:
• de leveringen van nieuwe gebouwen (in de zin van artikel 1, § 9 W.BTW alsook de vestigingen, overdrachten en wederoverdrachten van zakelijke rechten op nieuwe gebouwen die niet van btw zijn vrijgesteld op grond van artikel 44, § 3, 1° W.BTW, wanneer die gebouwen bestemd zijn voor de huisvesting in het kader van het sociaal beleid.
Onder die gebouwen worden onder meer verstaan, woningcomplexen bestemd om te worden gebruikt voor de huisvesting van senioren, leerlingen en studenten, minderjarigen, thuislozen, personen in moeilijkheden, personen met een psychische stoornis, mentaal gehandicapten en psychiatrische patiënten en die worden geleverd en gefactureerd aan publiekrechtelijke of privaatrechtelijke personen die beheerder zijn van onder meer de verblijfsinrichtingen van senioren (woonzorgcentra) (zie ook Btw-Commentaar, editie 01.07.2018, Boekwerk II, Hoofdstuk 7, Afdeling 5, punt 10, rubriek B, subrubriek a, (1) 108 (132)).
• het eigenlijk en oneigenlijk werk in onroerende staat (op grond van artikel 19, § 2, tweede lid W.BTW en de handelingen opgesomd in rubriek XXXI, § 3, 3° t.e.m. 6° van tabel A van de bijlage bij Btw-KB nr. 20 van 20.07.1970), met uitsluiting van het reinigen, waarbij het criterium inzake de ouderdom van het gebouw geen rol speelt, met betrekking tot de hiervoor bedoelde woningcomplexen mits die worden verstrekt en gefactureerd aan de publiekrechtelijke en privaatrechtelijke personen die voor dit verlaagd tarief in aanmerking komen.
Het gaat hierbij zowel om nieuwbouw, fundamentele vernieuwbouw als om renovatie- en onderhoudswerken;
• de in artikel 44, § 3, 2°, b) W.BTW bedoelde btw-lease zoals voorzien in het Btw-KB nr. 30 van 29.12.1992 en de in artikel 44, § 3, 2°, d) W.BTW bedoelde onroerende verhuur (optionele belastingheffing) die betrekking hebben op de hiervoor bedoelde privéwoningen en woningcomplexen wanneer de afnemer een genoemde publiekrechtelijke of privaatrechtelijke persoon is die voor het verlaagde btw-tarief van 12% in aanmerking komt.
III.A.2. Uitsluitingen van de toepassing van het verlaagde btw-tarief
7. Overeenkomstig paragraaf 2, 1° en 2° van voornoemde rubriek X is dit 12% voordeeltarief in geen geval van toepassing op:
• werk in onroerende staat en de andere onroerende handelingen die geen betrekking hebben op het eigenlijke wooncomplex, zoals bebouwingswerkzaamheden, tuinaanleg en het oprichten van afsluitingen;
• werk in onroerende staat en andere onroerende handelingen die tot voorwerp hebben de bestanddelen of een gedeelte van de bestanddelen van zwembaden, sauna's, midgetgolfbanen, tennisterreinen en dergelijke installaties.
III.B. Toepassing in casu
8. Ter hoogte van de projectsite wenst de aanvrager een nieuwbouwproject te realiseren.
9. De vraag is of het verlaagde btw-tarief van 12% overeenkomstig rubriek X van tabel B van de bijlage bij Btw-KB nr. 20 van 20.07.1970 toepasselijk is op de bedoelde materiële werken in onroerende staat (nieuwbouw) uitgevoerd door de aanvrager.
III.B.1. Beoogde inrichting
10. Voor de toepassing van het verlaagde btw-tarief van 12% komen overeenkomstig § 1, B. (jo. § 1, A., punt d), 1°) van voornoemde rubriek X de publiek- of privaatrechtelijke personen in aanmerking die instaan voor het beheer van de verblijfsinrichtingen voor senioren (zie ook Btw-Commentaar, editie 01.07.2018, Boekwerk II, Hoofdstuk 7, Afdeling 5, punt 10, rubriek B, subrubriek a, (1) 108 (132)).
Bedoeld zijn de inrichtingen die onder de benaming woonzorgcentrum zowel huisvesting als huishoudelijke of familiale zorg, volledig of gedeeltelijk, aanbieden aan senioren die er geregeld verblijven.
11. De toepassing van dit voordeeltarief van 12% heeft betrekking op de door de bevoegde overheid in het kader van de wetgeving betreffende ouderenzorg erkende verblijfsinrichtingen (vergunning voor ouderenzorg) (Beslissing nr. E.T. 106.933 van 29.03.2006, www.fisconetplus.be).
Ook assistentiewoningen (service flats) bestemd voor senioren, worden beoogd wanneer deze flats erkend zijn door de Vlaamse overheid, Agentschap Zorg en Gezondheid, wat volgens de aanvrager in casu het geval is.
Voor nieuwe assistentiewoningen kan de erkenning normaal niet worden aangevraagd zolang het gebouw niet klaar is voor exploitatie. Op basis van de door de initiatiefnemer aan te vragen voorafgaande vergunning mogen de aannemers (in afwachting van de erkenning) het 12% btw-tarief al toepassen op de facturen met betrekking tot de bouw. De heffing tegen het 12% btw-tarief gebeurt dan onder voorbehoud van een eventuele herziening (bijvoorbeeld als de aangevraagde erkenning definitief zou worden geweigerd).
12. De betreffende assistentiewoningen zullen fysiek en bouwfysisch verbonden zijn met (en deel uitmaken van) het woonzorgcentrum en de regels volgen die gelden voor het woonzorgcentrum. Het betreft dus niet-autonome assistentiewoningen, zoals bevestigd door de aanvrager.
De aanvrager heeft evenmin gekozen voor een autonome werking van deze assistentiewoningen en om de regels die gelden voor het woonzorgcentrum te lossen.
13. X maakt zich sterk te voldoen aan al deze voorwaarden.
III.B.2. Begrip ‘woningcomplex’ en bepaling van de door het verlaagde btw-tarief beoogde lokalen
14. Het bedoelde verlaagde btw-tarief van 12% kan maar toegepast worden op de hiervoor bedoelde onroerende handelingen die betrekking hebben op woningcomplexen die gebruikt worden of gebruikt zullen worden voor de huisvesting van de betrokken personen, in casu senioren.
15. Onder woningcomplexen wordt verstaan al de lokalen die bestemd zijn of bestemd worden voor de huisvesting van deze personen om te voldoen aan de vereisten van hun verblijf en van hun gemeenschappelijk leven.
16. Niet alleen de lokalen bestemd voor de eigenlijke huisvesting (appartementen, privé- of gemeenschappelijke kamers, slaapzalen, e.a.) zijn bedoeld, maar ook de andere plaatsen die worden gebruikt door de beoogde personen (restaurants, lees- of recreatiezalen, salons met bar of tv, studiezalen, bibliotheken voorbehouden aan de beoogde personen), alsmede de lokalen bestemd voor het personeel ten dienste van de huisvesting (monitors, toezichters, verpleegkundigen, dienstpersoneel) en de technische lokalen (keukens, wasplaatsen, kelders, opslagplaatsen, bergplaatsen, e.a.) (Aanschrijving nr. 12 van 10.10.1984, punt 16, www.fisconetplus.be).
17. In het bijzonder voor woonzorgcentra mag deze huisvesting betrekking hebben op het voor het centrum vereiste kaderpersoneel en op de personen vereist voor de diensten die blijvend verzekerd moeten worden (gerants, verpleegkundigen, nachtpersoneel, enzovoort).
18. De senioren buiten beschouwing gelaten, is het anderzijds niet uitgesloten dat enkele personen die niet behoren tot diegenen die hier worden beoogd, uiterst bijkomstig en voorlopig in het centrum verblijven. Dergelijke situatie is niet van die aard om het centrum het voordeel van het verlaagde btw-tarief te doen verliezen, zelfs niet in verhouding tot het aantal van deze personen (Aanschrijving nr. 12 van 10.10.1984, punt 32, www.fisconetplus.be).
III.B.3. Hoofdzakelijke bestemming voor huisvesting en gemengd gebruik
19. De DVB stelt vast dat de hoofdzakelijke bestemming van het nieuw op te richten gebouw de residentiële zorgvormen betreft en dat de geïntegreerde werking in de niet-residentiële afdelingen in hetzelfde gebouw dus bijkomstig zal zijn. Ter zake van die bijkomstige werking is er bovendien sprake van gemengd gebruik.
Als de door de bedoelde regeling beoogde huisvesting van senioren echter bijkomstig is geworden, quod certe non in casu, dient voor de toepassing van het verlaagde btw-tarief van 12% een uitsplitsing te worden gemaakt volgens het aantal gehuisveste personen in verhouding tot het totaal aantal personen in het gebouw.
20. De omstandigheid dat in het bedoelde gebouw naast de bewoners (residenten) van het woonzorgcentrum nog andere senioren worden opgenomen in de bedoelde niet-residentiële afdelingen, vormt in beginsel geen beletsel voor de toepassing van het verlaagde btw-tarief van 12%.
21. Uit de omschrijving van de activiteiten blijkt dat de hoofdzakelijke bestemming van het nieuw op te richten gebouw bestaat in het aanbieden van huisvesting voor de bedoelde senioren in de door de bevoegde overheid erkende zorgvormen (woonzorgwerking) en dat de hiervoor bedoelde werking in de niet-residentiële afdelingen in hetzelfde gebouw dus bijkomstig is. De residentiële zorgvormen zijn evident de core business van de aanvrager.
Dit gegeven wordt door de aanvrager onderbouwd op basis van het oppervlaktecriterium, de personeelsinzet en de geïntegreerde werking van de door de aanvrager verrichte dienstverleningen voor de zorgbehoevende senioren.
22. De DVB kan in de gegeven feitelijke omstandigheden aanvaarden dat de toepassing van het voordeeltarief bedoeld in rubriek X van tabel B van de bijlage bij Btw-KB nr. 20 van 20.07.1970, niet in het gedrang komt door de hoofdzakelijke en dus niet volledige bestemming van het gebouw voor de residentiële zorgvormen op voorwaarde dat de ruimtes bestemd voor de hiervoor bedoelde niet-residentiële afdelingen ook worden gebruikt voor doeleinden van de residentiële zorgvormen (cf. Circulaire nr. 12 van 10.10.1984, punten 18, 67 lid 2, 68 en 76, www.fisconetplus.be).
23. Deze voorwaarde is in casu vervuld gelet op de verklaring van de aanvrager dat de ruimtes bestemd voor de bedoelde niet-residentiële afdelingen ook gebruikt worden voor de residentiële werking (ten behoeve van de senioren van de residentiële zorgvormen) van de aanvrager in het kader van zijn geïntegreerde werking en zijn afdelingsoverschrijdende samenwerking.
24. Het spreekt voor zich dat materiële werken in onroerende staat (nieuwbouw) die geen betrekking hebben op het eigenlijke woningcomplex, zoals bebouwingswerkzaamheden, tuinaanleg of het oprichten van afsluitingen, niet in aanmerking komen voor de toepassing van het bedoelde verlaagde btw-tarief van 12%, in welk geval het standaard btw-tarief van 21% van toepassing is.
25. De intellectuele prestaties (architecten, landmeters, ingenieurs, e.a.) die worden verricht ter voorbereiding of ter coördinatie van de uitvoering van onroerende handelingen, kunnen niet worden beschouwd als werken in onroerende staat noch als daarmee gelijkgestelde handelingen. Deze prestaties kunnen derhalve niet het verlaagde btw-tarief overeenkomstig voornoemde rubriek X genieten.
III.C. Conclusie
26. In de gegeven feitelijke omstandigheden is het verlaagde btw-tarief van 12% overeenkomstig § 1, B. (jo. § 1, A., punt d), 1°) van rubriek X van tabel B van de bijlage bij het Btw-KB nr. 20 van 20.07.1970, van toepassing op het werk in onroerende staat (in de zin van artikel 19, § 2, tweede lid W.BTW) en de handelingen uitdrukkelijk opgesomd in rubriek XXXI, § 3, 3° t.e.m. 6° van tabel A van de bijlage bij Btw-KB nr. 20 van 20.07.1970 (met uitsluiting van de gehele of gedeeltelijke reiniging van het gebouw en de handelingen vermeld in voornoemde rubriek X, § 2, 1° en 2°) tot realisatie van de beoogde oprichting van het hiervoor bedoelde gebouw en verstrekt en rechtstreeks gefactureerd aan de private vzw X, en te realiseren op de projectsite.
Référence citée
Raccourcis clavier
Inactifs pendant la saisie dans un champ.
- Rechercher dans le texte
- /Ctrl/⌘ F
- Occurrence suivante / précédente
- EntréeMaj Entrée
- Section suivante / précédente
- JK
- Mode lecture
- L
- Fermer un panneau
- Échap
Le mode lecture retire le sommaire et les repères, grossit le texte et recentre la colonne.