Prix de transfert, Methode Profit Split, Etablissement stable, Redevance · Décisions anticipées

Aller au texte
Juriel

2018.0926 18 décembre 2018

Rechercher
Texte en néerlandais

Prix de transfert, Methode Profit Split, Etablissement stable, RedevancePrix de transfert - Methode Profit Split - Etablissement stable - Redevance - Précompte mobilier - TVA le lieu de la prestation de services

https://juriel.be/fr/rulings/2018-0926-prix-transfert-methode-profit-split-292b

Numéro
2018.0926
Date
18 décembre 2018

Sur le document

Collection
Décisions anticipées
Langue du texte
néerlandais
Version française
non publiée par le SPF

Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.

Texte

52 paragraphes

Fiche du SPF Finances

Décision anticipée n° 2018.0926 du 18.12.2018

Prix de transfert · Methode Profit Split · Etablissement stable · Redevance · Précompte mobilier · TVA le lieu de la prestation de services

Résumé

La présente décision confirme que la rémunération que la société résidente A recevra de la société étrangère B du groupe, est conforme au principe de pleine concurrence visé à l’article 185, § 2 du CIR92 et ne constitue pas un avantage anormal ou bénévole au sens des articles 26 et 79, en combinaison avec l’article 207 du CIR92; la société étrangère B n’a pas d’installation fixe d'affaires en Belgique, ni d’établissement stable belge au sens de l’article 5 des conventions préventives de la double imposition applicables; le paiement effectué par A à B constitue des frais professionnels déductibles conformément à l’article 49 du CIR92 et est déductible dans le cadre de l’article 54 du CIR92; ce paiement effectué par A sera exempté de l’impôt retenu à la source sur les redevances; les services fournis par A à ses partenaires commerciaux, détaillés dans divers contrats et considérés indépendamment ou dans leur ensemble, conformément aux articles 18, § 1er, 6° et 7° et 21, § 2 du Code de la taxe sur la valeur ajoutée (« CTVA »), sont réputés avoir lieu, aux fins de la TVA, à l’endroit où le bénéficiaire des services est établi.

La décision est publiée uniquement dans la langue dans laquelle la demande a été introduite.

I. Voorwerp van de aanvraag

1. De aanvraag strekt ertoe een voorafgaande beslissing te bekomen waarin wordt bevestigd dat:

1.1. De voorgestelde vergoeding die een binnenlandse vennootschap A zal ontvangen van een buitenlandse groepsvennootschap B, voldoet aan het arm's length-principe van artikel 185, §2 WIB92 en geen abnormaal of goedgunstig voordeel vormt in de zin van de artikelen 26 en 79juncto 207 WIB92;

1.2. Buitenlandse vennootschap B geen vaste bedrijfsinrichting heeft in België noch een Belgische vaste inrichting heeft in de zin van artikel 5 van het Belgisch-Luxemburgse en andere toepasselijke dubbelbelastingverdragen ter voorkoming van dubbele belasting;

1.3. De voorgestelde betaling die door A aan B zal worden gedaan voor het recht om bepaalde intellectuele eigendom ("IP") te gebruiken, alsook de kosten met betrekking tot de voorgestelde ondersteunende diensten die door A zullen worden gedragen in overeenstemming met de sinds jaren toegepaste methodologie voor kostentoewijzing van de groep voor de vergoeding van de “Ondersteuningsentiteiten” (die in de beslissing worden gedefinieerd), aftrekbare beroepskosten zijn in overeenstemming met artikel 49 WIB 92 en aftrekbaar zijn in het kader van artikel 54 WIB 92;

1.4. Deze voorgestelde betalingen door A vrijgesteld zullen zijn van bronbelasting op royalty's;

1.5. De diensten die door A worden geleverd aan haar handelspartners, uiteengezet in verschillende overeenkomsten, en welke onafhankelijk of in hun geheel worden beschouwd, overeenkomstig de artikelen 18, §1, 6° en 7° en 21, §2 van het Wetboek Belasting over de Toegevoegde Waarde (“WBTW”) voor btw-doeleinden worden geacht plaats te vinden op de plaats waar de ontvanger van de diensten is gevestigd.

II. Beslissing

II.1. Met betrekking tot de verrekenprijzen

2. Gelet op de hierna vermelde overwegingen kan de gebruikte profit split methode aanvaard worden als primaire verrekenprijsmethode:

2.1. De activiteiten van A en B zijn erg geïntegreerd en dragen beiden bij aan de waarde creatie met betrekking tot de EAME IP;

2.2. De contributieanalyse toont aan dat de belangrijkste waarde creërende factoren worden gecreëerd door B;

2.3. Gebaseerd op het contributiemodel kan 15% van de operationele winst/EBIT toegewezen worden aan A en 85% aan B (samen met haar US Branch);

2.4. A is de begunstigde eigenaar van de vergoedingen die het ontvangt voor haar commerciële operaties (oa management vergoedingen, franchise vergoedingen, licentie vergoedingen);

2.5. A draagt bij tot belangrijke waarde creërende factoren maar voert ook routine functies uit.

II.2. Met betrekking tot de afwezigheid van een vaste inrichting onder het Belgisch-Luxemburgs dubbelbelastingverdrag

3. A doet in België geen materiële vaste inrichting in de zin van artikel 5 van het Belgisch-Luxemburgs dubbelbelastingverdrag ontstaan om de volgende redenen:

3.1. B beschikt in België niet over een kantoor of enige andere materiële inrichting door middel waarvan het de bedrijfsactiviteiten zou kunnen uitoefenen;

3.2. Gezien geen enkele bestuurder of manager van B regelmatig in België verblijft zal B niet over een zetel van leiding in België beschikken;

3.3. Geen enkele werknemer of directie van B oefent functies of verantwoordelijkheden van B uit vanuit een kantoor of enige andere materiële inrichting in België.

4. De werkzaamheden van B in België doen in hoofde van B geen personele vaste inrichting ontstaan in de zin van artikel 5, §5 van het Verdrag aangezien:

4.1. Het onderhandelen en sluiten van contracten de gewone bedrijfsactiviteiten zijn van B;

4.2. De strategische beslissingen genomen worden door B;

4.3. B de know-how en de intellectuele rechten ter beschikking stelt;

4.4. B verantwoordelijk is voor de correcte uitvoering van de aangegane overeenkomsten.

II.3. Met betrekking tot de niet toepasbaarheid van artikel 54 WIB92

5. De aanvrager vermeldt in zijn aanvraag dat de US Branch van B niet belastbaar is op basis van de Amerikaanse belastingwetgeving wegens een gebrek aan “effectief toewijsbare inkomsten” (“effectively connected income”), waardoor de betalingen aan deze buitenlandse (vaste) inrichting van B mogelijks kan worden beschouwd als een betaling aan een buitenlandse inrichting “onderworpen aan een belastingregime het welke aanzienlijk gunstiger is dan de Belgische belastingregeling”.

6. Gelet op artikel 54 WIB 92 in fine, kan hiervoor het tegenbewijs geleverd worden. Gelet op de mogelijke toepassing van artikel 54 WIB 92, dient te worden geverifieerd of deze betalingen verband houden met werkelijke en oprechte verrichtingen mits zij de normale grenzen niet overschrijden.

7. Gelet op de hierboven uiteengezette motivering, wordt de aanvrager geacht te hebben aangetoond dat een werkelijke en rechte verrichting voorligt die de normale grenzen niet overschrijdt.

II.4. Met betrekking tot de vrijstelling roerende voorheffing

8. De vergoeding die A zal betalen aan B, en meer bepaald aan de vaste inrichting van B in de Verenigde Staten, worden door de aanvrager gekwalificeerd als “royalty”. De betaling gebeurt als vergoeding voor het gebruik van bepaalde intellectuele rechten, zoals onder meer handelsmerk, systemen en know-how.

9. Daar een vaste inrichting slechts beroep kan doen op dubbelbelastingverdragen gesloten door de staat waar haar hoofdhuis is gevestigd, in casu Luxemburg, dient het dubbelbelastingverdrag gesloten tussen Luxemburg en België te worden toegepast en meer bepaald artikel 12 van dit verdrag. Ingevolge artikel 12, §1 van dit verdrag is uitsluitend, toegepast op voorliggend geval, Luxemburg heffingsbevoegd voor royalty’s.

10. Artikel 12, §2 van het Belgisch-Luxemburgs dubbelbelastingverdrag wordt een royalty als volgt gedefinieerd:

“De betaling van elke aard als vergoeding voor het gebruik of voor het recht van gebruik van een auteursrecht op een werk op het gebied van letterkunde, kunst of wetenschap, daaronder begrepen bioscoopfilms en films of geluidsbanden voor radio en televisie, van een octrooi, dan wel voor het gebruik of voor het recht van gebruik van een nijverheids, handels of wetenschappelijke uitrusting die geen onroerend goed is als bedoeld in artikel 6, of voor inlichtingen omtrent ervaringen op het gebied van nijverheid, handel of wetenschap.”

11. In de mate dat de betalingen van A aan B geheel of ten dele als royalty worden aangemerkt, worden deze op basis van artikel 12, §1 van het Belgisch-Luxemburgs dubbelbelastingverdrag vrijgesteld van enige vorm van roerende voorheffing in België.

II.5. Met betrekking tot de BTW kwalificatie

12. Overeenkomstig artikel 21, §2 btw-wetboek is de plaats van de diensten, verricht voor een als zodanig handelende belastingplichtige, de plaats waar deze belastingplichtige de zetel van zijn economische activiteit heeft gevestigd. Worden deze diensten evenwel verricht voor een vaste inrichting van de belastingplichtige op een andere plaats dan die waar hij de zetel van zijn economische activiteit heeft gevestigd, dan geldt als plaats van de dienst de plaats waar deze vaste inrichting zich bevindt. Bij gebrek aan een dergelijke zetel of vaste inrichting, geldt als plaats van de dienst de woonplaats of gebruikelijke verblijfplaats van de belastingplichtige die deze diensten afneemt.

13. Artikel 21, §3 btw-wetboek bevat een aantal afwijkingen op deze hoofdregel.

14. Zoals hierboven uiteengezet, zal A verschillende overeenkomsten afsluiten met haar handelspartners gevestigd buiten België.

15. Uit de omschrijving van deze overeenkomsten, zoals opgenomen in randnummer 168 hierboven, blijkt dat de afwijkingen van artikel 21, §3 btw-wetboek niet van toepassing zijn op de dienstverlening via deze overeenkomsten

16. De diensten die de Belgische dienstverrichter A op basis van deze overeenkomsten zal verrichten voor handelspartners gevestigd buiten België, zal derhalve, overeenkomstig artikel 21, §2 btw-wetboek, niet plaatsvinden in België. Hierdoor zal er geen Belgische btw van toepassing zijn op deze dienstverlening.

Wanneer A evenwel bedoelde overeenkomsten zou afsluiten met handelspartners gevestigd in België, zal deze dienstverlening geacht worden in België plaats te vinden waardoor Belgische btw van toepassing zal zijn.

Textes cités

2
CTVA art. 216 occurrences
CTVA art. 182 occurrences