ISR : Leasing immobilier, Revenu immobilier, Revenu mobilier · Décisions anticipées

Aller au texte
Juriel

2015.667 26 janvier 2016

Rechercher
Texte en néerlandais

ISR : Leasing immobilier, Revenu immobilier, Revenu mobilierISR : Leasing immobilier - Revenu immobilier - Revenu mobilier - Revenu professionnel - Revenu divers - Prêt d’argent - Frais professionnel déductible - Mesure anti-abus - DROITS D’ENREGISTREMENT : Bail

https://juriel.be/fr/rulings/2015-667-isr-leasing-immobilier-revenu-mobilier-a1f7

Numéro
2015.667
Date
26 janvier 2016

Sur le document

Collection
Décisions anticipées
Langue du texte
néerlandais
Version française
non publiée par le SPF

Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.

Texte

89 paragraphes

ISR :

Leasing immobilier

Revenu immobilier

Revenu mobilier

Revenu professionnel

Revenu divers

Prêt d’argent

Frais professionnel déductible

Mesure anti-abus

DROITS D’ENREGISTREMENT :

Bail

RÉSUMÉ

En ce qui concerne les impôts sur les revenus, l’opération envisagée répond aux conditions de l’article 10, § 2, CIR 92, en conséquence de quoi, les indemnités de leasing obtenues pour le droit d’utilisation de la partie professionnelle concernée du bâtiment au nom des bailleurs, sont exonérées des impôts sur les revenus, à l’exception de la partie des intérêts imposable conformément à l’article 19, § 1er, 2°, CIR 92.

En ce qui concerne la TVA, l’opération envisagée ne répond pas aux conditions de l’article 44, § 3, 2°, b) du Code de la TVA et de l’article 1er de l’AR n° 30 et ne tombe pas dans le champ d’application de la TVA. Le contrat de leasing soumis, peut, par analogie avec les contrats de bail, être enregistré selon l’article 83, 1° du Code des droits d’enregistrement.

La décision est publiée uniquement dans la langue dans laquelle la demande a été introduite

I. Voorwerp van de aanvraag

1. De aanvraag strekt ertoe de bevestiging te verkrijgen dat:

1.1. Wat de inkomstenbelastingen betreft:

1.1. voldaan is aan de voorwaarden van artikel 10, § 2, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 (hierna WIB 92) en de leasingvergoedingen bijgevolg vrijgesteld zijn van inkomstenbelastingen, met uitzondering van het intrestgedeelte dat belastbaar is als roerende inkomsten in de personenbelasting ingevolge artikel 19, § 1, 2°, WIB 92;

1.2. de leasingovereenkomst niet kan worden beschouwd als een geldlening in de zin van artikel 18, eerste lid, 4°, WIB 92;

1.3. de verrichting geen aanleiding geeft tot het belasten van een divers inkomen ingevolge artikel 90, 1°, WIB 92 of een beroepsinkomen ingevolge artikel 37 WIB 92;

1.4. de leasingvergoedingen bestaande uit een gedeelte kapitaal en een gedeelte intrest, integraal als aftrekbare beroepskosten in hoofde van de leasingnemer kunnen worden aangemerkt, overeenkomstig artikel 49 WIB 92;

1.5. de afschrijvingen op het deel van de contractueel bepaalde termijnen dat overeenstemt met het weer samen te stellen kapitaal ter waarde van het goed waarop de overeenkomst betrekking heeft, als beroepskosten kunnen worden aangemerkt ingevolge artikel 61 WIB 92;

1.6. het aangaan van het contract van onroerende financieringshuur beantwoordt aan andere motieven dan het ontwijken van inkomstenbelastingen en dat er bijgevolg geen sprake is van fiscaal misbruik overeenkomstig artikel 344, § 1, WIB 92;

Wat de BTW betreft

1.7. niet voldaan is aan de voorwaarden van artikel 44, § 3, 2°, b), W.BTW en artikel 1, KB nr. 30 en voorliggende verrichting buiten het toepassingsgebied van de BTW valt;

Wat de registratierechten betreft

1.8. op de geplande verrichting uitsluitend het evenredig registratierecht van 0,2 pct bedoeld in artikel 83, 1° van het Wetboek der Registratie-, hypotheek- en Griffierechten (W. Reg.) verschuldigd is.

II. Omschrijving van de verrichting

2. De heer en mevrouw X hebben een aantal jaren geleden een bouwgrond in volle eigendom gekocht. Op dit terrein hebben zij een gebouw opgericht dat gedeeltelijk als gezinswoning en gedeeltelijk als dokterspraktijk zal dienst doen.

3. Het echtpaar heeft met eigen fondsen ingestaan voor het oprichten van het nieuw gebouw, dat conceptueel ontworpen is voor de dubbele functie, medische praktijk en gezinswoning. De medische praktijk bestaat uit een afzonderlijke ingang, een wachtzaal, sanitaire voorziening, consultatieruimte en secretariaat.

4. Middels een contract van onroerende financieringshuur zal het gebouw, voor het gedeelte medische praktijk, kantoren en archiefruimtes ter beschikking worden gesteld van de vennootschap Y. Het betreft een multidisciplinaire vennootschap met een medisch doel waarin de zaakvoerders, de heer en mevrouw X, hun medische praktijk hebben georganiseerd.

5. De medische praktijk is hoofdzakelijk een privépraktijk die, om dringende consultaties en tussenkomsten te faciliteren, in de nabijheid van de woonplaats zal worden uitgeoefend.

6. Het contract van onroerende financieringshuur wordt afgesloten voor een termijn van 27 jaar. Er mag worden aangenomen dat de beroepsloopbaan van de heer en mevrouw X omstreeks de einddatum van voornoemd contract zal ten einde komen.

7. Gezien de solvabiliteit van de leasingnemer wordt een intrestpercentage van X % overeengekomen, wat gebaseerd is op de OLO-rentevoet op 27 jaar, zoals gepubliceerd op de website van de N.B.B., verhoogd met een illiquiditeitsmarge.

8. Het in het beroepsgedeelte van het gebouw belegde kapitaal bedraagt X EUR.

9. De prijs voor de oprichting van het totale gebouw werd berekend op basis van ontvangen facturen en toegewezen offertes en bedraagt XX EUR, BTW inbegrepen. Van dit bedrag werd 36 % weerhouden als kostprijs voor het beroepsgedeelte.

10. De opdeling van het gebouw in privé- en beroepsgedeelte werd uitgevoerd door middel van een ontwerp van basisakte houdende het onder het regime van mede-eigendom en gedwongen onverdeeldheid brengen dat werd opgesteld door een notaris, met medewerking van en op basis van de bouwplannen van een architectenbureau.

III. Beslissing

III.A. Wat de inkomstenbelastingen betreft

III.A.1. Toepassing van de artikelen 10, § 2, en 19, § 1, 2°, WIB 92

11. Artikel 10, § 2, WIB 92 bepaalt dat niet als inkomsten van onroerende goederen worden aangemerkt, de bedragen die worden verkregen voor het verlenen van het recht van gebruik van gebouwde onroerende goederen ingevolge een niet-opzegbare overeenkomst van erfpacht, van opstal of van een gelijkaardig onroerend recht, op voorwaarde dat:

1.2. 11.1. de bij de overeenkomst bepaalde termijnen het de eigenaar mogelijk maken het in het gebouw belegde kapitaal of, als het een bestaand gebouw betreft, de verkoopwaarde ervan volledig weer samen te stellen en de rentelast en de andere kosten van de verrichting te dekken;

1.3. 11.2. de eigendom van het gebouw bij het einde van de overeenkomst van rechtswege op de gebruiker overgaat of de overeenkomst een aankoopoptie voor de gebruiker bevat.

12. Onder die voorwaarden zijn de bedragen die worden verkregen voor het verlenen van een recht van gebruik van gebouwde onroerende goederen, ingevolge een niet-opzegbare overeenkomst van erfpacht, opstal of van een gelijkaardig onroerend recht, interest overeenkomstig artikel 19, § 1, 2°, WIB 92.

13. De in artikel 19, § 1, 2°, WIB 92 bedoelde interest omvat evenwel niet het in die termijnen begrepen gedeelte dat dient om het in het gebouw belegde kapitaal of, als het een bestaand gebouw betreft, de verkoopwaarde ervan, volledig weer samen te stellen.

14. De voorgenomen verrichting die het voorwerp uitmaakt van onderhavige beslissing voldoet aan de gestelde voorwaarden, met name:

14.1. uit het financieringscontract blijkt dat een recht van gebruik wordt verleend ingevolge een niet-opzegbare overeenkomst van financiële onroerende leasing;

14.2. uit het financieringscontract en de aflossingstabel blijkt dat de overeengekomen termijnen het de eigenaars mogelijk maken de verkoopwaarde van het gebouw volledig weder samen te stellen en de rentelast (in casu een niet-wijzigbare interestvoet van X % gedurende 27 jaar) en andere kosten van de verrichting te dekken;

14.3. uit het financieringscontract blijkt dat de leasingnemer bij het einde van de onroerende leasing een optie heeft om de volle eigendom van het beroepsgedeelte van het gebouw (met bijhorende grond) aan te kopen tegen een prijs overeenstemmend met de verkoopwaarde van de bebouwde grond (waarde exclusief bebouwingen) op dat moment, zoals die zal dienen te worden geschat door een externe deskundige.

III.A.2. Herkwalificatie ingevolge de toepassing van artikel 18, eerste lid, 4°, WIB 92

15. Overeenkomstig de toepassing van artikel 18, eerste lid, 4°, WIB 92 wordt interest van voorschotten bij overschrijding van bepaalde grenzen als dividend beschouwd. Overeenkomstig artikel 18, tweede lid, WIB 92 wordt als voorschot onder meer beschouwd, elke al dan niet door effecten vertegenwoordigde geldlening verstrekt door een natuurlijk persoon aan een vennootschap waarin hij een opdracht of functies als vermeld in artikel 32, eerste lid, 1°, WIB 92 uitoefent.

16. Bij ontstentenis van een bijzondere definitie in de belastingwet dient onder geldlening, overeenkomstig het gemeen recht, te worden verstaan het contract waarbij de uitlener geld overmaakt aan de lener teneinde hem in staat te stellen er gebruik van te maken en onder verplichting om het hem terug te geven.

17. Om het al dan niet bestaan van een geldlening zoals bedoeld in artikel 18, tweede lid, WIB 92 te beoordelen, dient te worden nagegaan of het de werkelijke bedoeling van partijen is om geld ter beschikking te stellen bij wijze van lening tegen intrest.

18. Met de voorgenomen verrichting wordt een recht van gebruik over een gebouwd onroerend goed verleend waarbij de bij overeenkomst bepaalde termijnen het de leasinggevers mogelijk maken de verkoopwaarde van het onroerend goed volledig weder samen te stellen met inbegrip van de rentelast en de andere kosten van de verrichting, en waarbij de leasingnemer bij afloop van de overeenkomst over een aankoopoptie beschikt om de eigendom van het onroerend goed te verwerven.

19. De voorgenomen verrichting betreft dus een leasingovereenkomst zoals bedoeld in artikel 10, § 2, WIB 92 die een gewone financieringsverrichting is met betrekking tot een onroerend goed (Com.IB 92 nr. 19/38). Uit geen enkel element blijkt dat de aanvragers tevens de bedoeling hebben om een overeenkomst van geldlening af te sluiten.

20. Met de voorgenomen verrichting wordt geen geldlening in de zin van artikel 18, tweede lid, WIB 92 overeengekomen. Bijgevolg is de herkwalificatie van intresten in een dividenduitkering op grond van artikel 18, eerste lid, 4°, WIB 92 niet aan de orde.

III.A.3. Beroepsinkomen overeenkomstig artikel 37 WIB 92

21. Overeenkomstig de toepassing van artikel 37 WIB 92 worden inkomsten van roerende goederen als beroepsinkomsten behandeld indien de verkrijger van de inkomsten deze goederen aanwendt voor de beroepswerkzaamheid.

22. De verrichting is in essentie een financieringsverrichting. Er is geen opeenvolging van verrichtingen die wijzen op een georganiseerde bezigheid met de bedoeling winst te genereren. De voorgenomen verrichting geeft dan ook geen aanleiding tot de belasting van een beroepsinkomen overeenkomstig de toepassing van artikel 37 WIB 92.

III.A.4. Divers inkomen overeenkomstig artikel 90, 1°, WIB 92

23. Overeenkomstig artikel 90, 1°, WIB worden winsten of baten, hoe ook genaamd, die zelfs occasioneel of toevallig, buiten het uitoefenen van een beroepswerkzaamheid, voortkomen uit enige prestatie, verrichting of speculatie of uit diensten bewezen aan derden, daaronder niet begrepen normale verrichtingen van beheer van een privévermogen bestaande uit onroerende goederen, portefeuillewaarden en roerende voorwerpen, belast als diverse inkomsten.

24. Aangezien de voorgenomen verrichting de aanvragers toelaat het privévermogen op lange termijn (27 jaar) op een relatief eenvoudige en zinvolle manier te organiseren, kadert deze verrichting in een normaal beheer van het privé-patrimonium zoals bedoeld in artikel 90, 1°, WIB 92.

III.A.5. Artikelen 49 en 61 WIB 92

25. Overeenkomstig artikel 49 WIB 92 zijn als beroepskosten aftrekbaar de kosten die de belastingplichtige in het belastbare tijdperk heeft gedaan of gedragen om de belastbare inkomsten te verkrijgen of te behouden en waarvan hij de echtheid en het bedrag verantwoordt door middel van bewijsstukken of, ingeval zulks niet mogelijk is, door alle andere door het gemeen recht toegelaten bewijsmiddelen, met uitzondering van de eed. Als in het belastbare tijdperk gedaan of gedragen worden beschouwd, de kosten die in dat tijdperk werkelijk zijn betaald of gedragen of het karakter van zekere en vaststaande schulden of verliezen hebben verkregen en als zodanig zijn geboekt.

26. Gelet op de bestemming van het onroerend goed in leasing door de leasingnemer in het kader van haar maatschappelijke activiteit, zijnde de uitoefening van een medische praktijk, kunnen de te betalen leasingvergoedingen overeenkomstig artikel 49 WIB 92 worden aangemerkt als beroepskosten die noodzakelijk zijn in het kader van de uitoefening van de beroepswerkzaamheid van de leasingnemer.

27. Overeenkomstig artikel 61, eerste lid, WIB 92, kunnen afschrijvingen slechts als beroepskosten worden aangemerkt naar de mate dat ze gegrond zijn op de aanschaffings- of beleggingswaarde en voor zover ze noodzakelijk zijn en samengaan met een waardevermindering die zich in het belastbare tijdperk werkelijk heeft voorgedaan.

28. Vermits de door de leasingnemer te betalen leasingvergoedingen kunnen worden aangemerkt als beroepskosten die noodzakelijk zijn in het kader van de uitoefening van de beroepswerkzaamheid van de leasingnemer, kunnen de afschrijvingen op het deel van de contractueel bepaalde termijnen dat overeenstemt met het weer samen te stellen kapitaal ter waarde van het goed waarop de overeenkomst betrekking heeft als beroepskosten worden aangemerkt in de zin van artikel 61 WIB 92.

III.A.6. Verantwoording door andere motieven dan het ontwijken van inkomstenbelastingen in de zin van artikel 344, § 1, WIB 92

29. De voorgenomen verrichting kadert in de wil om een gebruiksrecht op lange termijn op het beroepsgedeelte van een gebouw te verlenen aan de vennootschap Y in de vorm van een onroerende leasing met aankoopoptie bij afloop van de overeenkomst die voldoet aan de voorwaarden van artikel 10, § 2, WIB 92 waarbij de leasinggevers de zekerheid verkrijgen dat het geïnvesteerde kapitaal, gezien de duur van het niet-opzegbare contract, zal worden weder samengesteld.

30. De verlening van een gebruiksrecht in de vorm van een onroerende leasing ten name van Y is verantwoord door andere motieven dan het ontwijken van inkomstenbelastingen in de zin van artikel 344, § 1, WIB 92.

III.B. Wat de BTW betreft

31. De leasingovereenkomst voldoet niet aan de voorwaarden van artikel 1 van KB nr. 30. Bijgevolg is onderhavig contract van onroerende leasing van BTW vrijgesteld ingevolge artikel 44, § 3, 2°, b), Wetboek BTW.

III.C. Wat de registratierechten betreft

32. De voorgelegde leasingovereenkomst dient, bij nalezing van de overeenkomst en interpretatie van de bedoeling van partijen naar analogie met contracten van verhuring, belast te worden volgens artikel 83, 1° van het Wetboek Registratierechten.

33. Het gebouw en de bijhorende grond blijven juridische eigendom van de leasinggevers. De eventuele overdracht van het gebouw en bijhorende grond gebeurt bij het verlijden van de verkoopakte na het lichten van de optie na het verstrijken van de leasingovereenkomst. Over de behandeling hiervan op het vlak van registratierechten kan de DVB zich niet uitspreken vermits dit tot de bevoegdheid van Vlabel behoort en de vraag wordt ook niet gesteld.

34. Aldus wordt beslist dat:

Wat de inkomstenbelastingen betreft:

34.1 voldaan is aan de voorwaarden van artikel 10, § 2, WIB 92 en de leasingvergoedingen verkregen voor het recht van gebruik van het betrokken beroepsgedeelte van het gebouw ten name van de heer en mevrouw X vrijgesteld zijn van inkomstenbelastingen, met uitzondering van het interestgedeelte dat belastbaar is ingevolge artikel 19, § 1, 2°, WIB 92;

34.2 met de voorgenomen verrichting geen geldlening zoals bedoeld in artikel 18, tweede lid, WIB 92 wordt overeengekomen zodanig dat deze niet kan worden beschouwd als een voorschot in de zin van artikel 18, eerste lid, 4°, WIB 92;

34.3 de voorgenomen verrichting geen aanleiding geeft tot het belasten van een beroepsinkomen ten name van de heer en mevrouw X overeenkomstig de toepassing van artikel 37 WIB 92;

34.4 de voorgenomen verrichting geen aanleiding geeft tot het belasten van een divers inkomen ten name van de heer en mevrouw X overeenkomstig de toepassing van artikel 90, 1°, WIB 92;

34.5 de kosten betreffende de leasingovereenkomst, in het bijzonder de afschrijvingen op het deel van de contractueel bepaalde termijnen dat overeenstemt met het weer samen te stellen kapitaal ter waarde van het goed waarop de overeenkomst betrekking heeft alsook de te betalen intrestcomponent, integraal als aftrekbare beroepskosten in hoofde van de leasingnemer kunnen worden aangemerkt, overeenkomstig de toepassing van de artikelen 49 en 61, WIB 92;

34.6 de voorgenomen verrichting wordt verantwoord door andere motieven dan het ontwijken van inkomstenbelastingen in de zin van artikel 344, § 1, WIB 92;

34.7 met deze beslissing wordt er in beginsel geen uitspraak wordt gedaan over de fiscale gevolgen van het al dan niet lichten van de aankoopoptie bij afloop van de overeenkomst. Gelet op de aard van de overeenkomst kan bij het niet lichten van de aankoopoptie door de vennootschap-leasingnemer, een voordeel van alle aard ten name van de zaakvoerders evenwel niet worden;

Wat de BTW betreft:

34.8 niet voldaan is aan de voorwaarden van artikel 44, § 3, 2°, b), W.BTW en artikel 1, KB nr. 30 en voorliggende verrichting niet onder het toepassingsgebied van de BTW valt;

Wat de registratierechten betreft:

34.9 de voorgelegde leasingovereenkomst, naar analogie met contracten van verhuring, kan geregistreerd worden volgens artikel 83, 1° van het Wetboek Registratierechten.

Textes cités

3
AR no 30 art. 14 occurrences
CTVA art. 442 occurrences
CTVA art. 832 occurrences