Livraison d’un bien, Bâtiment neuf, Bâtiment ancient transformé · Décisions anticipées

Aller au texte
Juriel

2014.460 25 novembre 2014

Rechercher
Texte en néerlandais

Livraison d’un bien, Bâtiment neuf, Bâtiment ancient transforméTVA - Livraison d’un bien - Bâtiment neuf - Bâtiment ancient transformé

https://juriel.be/fr/rulings/2014-460-livraison-bien-batiment-neuf-ancient-3117

Numéro
2014.460
Date
25 novembre 2014

Sur le document

Collection
Décisions anticipées
Langue du texte
néerlandais
Version française
non publiée par le SPF

Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.

Texte

30 paragraphes

Fiche du SPF Finances

Décision anticipée n° 2014.460 dd. 25.11.2014

TVA · Livraison d’un bien · Bâtiment neuf · Bâtiment ancient transformé

Résumé

La vente d'un bâtiment rénové est exonérée de la TVA conformément à l'article 44, § 3, 1°, a) du Code de la TVA. Les travaux de rénovation ne modifieront pas le bâtiment de manière profonde dans ses éléments essentiels de nature, structure et destination.

La décision est publiée uniquement dans la langue dans laquelle la demande a été introduite.

I. Voorwerp van de aanvraag

1. Deze aanvraag strekt ertoe een voorafgaande beslissing te verkrijgen waarin wordt bevestigd dat:

1.1. De verkoop van het gerenoveerde gebouw X, vrijgesteld is van btw krachtens artikel 44 §3, 1° a) Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde, doordat dit gebouw ten gevolge van deze renovatie geen ‘nieuw’ gebouw is geworden om dat het geen ingrijpende wijziging in de wezenlijke elementen heeft ondergaan alsook omdat de aard, de structuur, noch de bestemming van voormeld gebouw zullen gewijzigd zijn ten gevolge van de renovatie.

II. Beslissing

2. De vraag wordt gesteld of A het gebouw X met vrijstelling van btw kan verkopen aan B.

3. Overeenkomstig het artikel 44, §3, 1° van het btw-wetboek zijn van de belasting vrijgesteld de levering van uit hun aard onroerende goederen.

Worden evenwel uitgesloten de levering van gebouwen, gedeelten van gebouwen en het bijhorende terrein bedoeld in artikel 1, §9, wanneer hun vervreemding wordt verricht uiterlijk op 31 december van het tweede jaar volgende op het jaar van de eerste ingebruikneming of de eerste inbezitneming van de goederen bedoeld in artikel 1, §9, 1° door:

i. hetzij een in artikel 12, §2, beoogde belastingplichtige die voornoemde goederen bedoeld in artikel 1, § 9, 1°, heeft opgericht of heeft laten oprichten of met voldoening van de belasting heeft verkregen;

ii. hetzij een in artikel 8, § 1, beoogde belastingplichtige;

iii. hetzij elke andere belastingplichtige, wanneer hij op de door de Koning te bepalen wijze kennis heeft gegeven van zijn bedoeling een dergelijke vervreemding te verrichten met voldoending van de belasting ;

4. Bij uitzondering op de vrijstelling bedoeld in artikel 44, § 3, 1°, a), van het Wetboek, zijn dus de leveringen van gebouwen belastbaar met BTW wanneer de erop betrekking hebbende overeenkomsten zijn afgesloten uiterlijk op 31 december van het tweede jaar volgend op het jaar van de eerste ingebruikneming of de eerste inbezitneming van die gebouwen onder de voorwaarde van de belastingplicht van de persoon die de handeling verricht (belastingplichtige bedoeld in artikel 12, § 2, belastingplichtige wiens economische activiteit niet bestaat in de geregelde verkoop van gebouwen met toepassing van de BTW, en belastingplichtige bedoeld in artikel 8, §§ 1 van het Wetboek).

5. Het gebouw X is oorspronkelijk ontworpen en afwerkt in 1953. Dit gebouw is dus geen pas opgericht gebouw.

6. In de geest van de tekst van artikel 44, § 3, 1°, van het Wetboek, dient evenwel niet alleen een pas opgericht gebouw als een nieuw gebouw te worden aangemerkt, doch ook een reeds vroeger opgericht gebouw, dat op zodanige wijze werd verbouwd dat het hierdoor de kenmerken verkrijgt van een nieuw gebouw.

7. Er dient bijgevolg te worden onderzocht of het gebouw X door de verbouwingen de kenmerken verkrijgt van een nieuw gebouw.

8. In de btw-handleiding nr. 152/2 heeft de BTW - Administratie criteria opgenomen om te beoordelen of een oud gebouw na de uitvoering van verbouwingswerken al dan niet moet beschouwd worden als een nieuw gebouw voor btw-doeleinden.

9. De renovatiewerken zullen het gebouw X evenwel niet ingrijpend wijzigingen in zijn wezenlijke bestanddelen van aard, structuur of bestemming.

10. De renovatiewerken zullen op een relevante wijze steunen op oude dragende muren, en meer algemeen, op de wezenlijke elementen van de structuur van het oude gebouw. Er wordt aan de stabiliteit van het gebouw X ten gevolge van de renovatiewerken op geen enkele wijze geraakt (geen draagmuren verwijderd of verplaatst, geen nieuwe daken aangelegd).

11. De bestemming van het gebouw X zal na de renovatie dezelfde blijven. Het betrokken gebouw X is voorheen als kantoor gebruikt, en zal ook na de renovatie (en daarop volgende verkoop) verder worden gebruikt als kantoor.

12. Tevens zullen in het gebouw twee liftkokers (met bijhorende installatie van twee liften) en een noodtrap gebouwd worden. De bouw en installatie van deze 2 liften en noodtrap zullen het gebouw evenwel niet in zijn wezenlijke elementen aanpassen, doch slechts het comfort van het gebouw verbeteren en het bestaande kantoorgebouw aanpassen aan de huidige standaarden.

13. Daarnaast werd vastgesteld dat de kostprijs van de renovatiewerken substantieel minder bedragen dan 60 % van de verkoopwaarde van het gerenoveerde gebouw.

14. Gelet hierop dient te worden besloten dat het gebouw X ten gevolge van de renovatiewerken voor btw-doeleinden geen ‘nieuw’ gebouw is geworden.

15. De verkoop van het gerenoveerde gebouw X door A aan B zal derhalve vrijgesteld zijn van btw overeenkomstig artikel 44, § 3, 1°, a) van het btw-wetboek.

Textes cités

2
CTVA art. 446 occurrences
CTVA art. 81 occurrence

Doctrine administrative

1

Voir le document