Impôt des sociétés, Scission fiscalement neutre · Décisions anticipées

Aller au texte
Juriel

2010.290 7 septembre 2010

Rechercher
Texte en néerlandais

Impôt des sociétés, Scission fiscalement neutreImpôt des sociétés - Scission fiscalement neutre - Prise en considération en ce qui concerne les affaires - Droits d’enregistrement - Branche d’activités - TVA - Branche d’activité

https://juriel.be/fr/rulings/2010-290-impot-societes-scission-fiscalement-neutre-ea8d

Numéro
2010.290
Date
7 septembre 2010

Sur le document

Collection
Décisions anticipées
Langue du texte
néerlandais
Version française
non publiée par le SPF

Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.

Texte

63 paragraphes

Fiche du SPF Finances

Décision anticipée n° 2010.290 du 07.09.2010

Impôt des sociétés · Scission fiscalement neutre · Prise en considération en ce qui concerne les affaires · Droits d'enregistrtement - Branche d'activités · TVA - Branche d'activité

Résumé

La scission partielle envisagée de la SA A par laquelle les activités de la division de l'entreprise "X" sont transférées à une Newco créée à cette fin, répond au prescrit de l'article 183bis, CIR 92 et répond à la notion de "branche d'activité" comme visée à l'article 11, C.TVA et à la notion de "branche d'activité" comme visée à l'article 117, § 2, C. enr.

La décision est publiée uniquement dans la langue dans laquelle la demande a été introduite.

I. Voorwerp van de aanvraag

1. De aanvraag strekt er toe te vernemen of:

Wat betreft de vennootschapsbelasting

1.1. de voorgestelde partiële splitsing van de NV A, waarbij de activiteit X ingebracht wordt in een nieuw opgerichte vennootschap NV B, beantwoordt aan de bepalingen van de artikelen 183bis en 211, § 1, 4de lid, 3°, WIB 92;

Wat betreft de BTW

1.2. de naar aanleiding van de partiële splitsing van de NV A in de Newco NV B ingebrachte activiteit X een bedrijfsafdeling vormt in de zin van de artikelen 11 en 18, § 3, W.BTW;

Wat betreft de registratierechten

1.3. het inbrengrecht niet verschuldigd zal zijn naar aanleiding van de voorgestelde partiële splitsing overeenkomstig artikel 117, § 2, W.Reg.

II . Beslissing

II . A. Wat betreft de vennootschapsbelasting

II . A. 1. De verrichting heeft niet als hoofddoel of één der hoofddoelen belastingfraude of -ontwijking

2. De DVB stelt vast, dat de partiële splitsing van de NV A niet wordt ingegeven door fiscale motieven. Dit blijkt inzonderheid uit de volgende punten:

2.1. de NV A heeft geen fiscaal overdraagbare verliezen, zodat er geen sprake is van enige optimalisering inzake fiscaal overdraagbare verliezen;

2.2. de NV A heeft geen andere fiscale latenties zoals overgedragen investeringsaftrek of overdraagbare aftrek voor risicokapitaal;

2.3. de splitsing van de NV A zal niet leiden tot enige verhoging of optimalisering van de notionele interestaftrek. Uit de berekeningen blijkt dat de notionele interestaftrek vóór de partiële splitsing en na de partiële splitsing identiek zullen zijn;

2.4. alle aan de activiteit X verbonden actief- en passiefbestanddelen worden partieel afgesplitst naar de Newco NV B;

2.5. uit de door de aanvrager voorgelegde splitsingsstaat blijkt, dat de eigenvermogensbestanddelen (werkelijk gestort kapitaal, belaste en belastingvrije reserves) van de NV A overeenkomstig de bepalingen van artikel 213, WIB 92 worden uitgesplitst in verhouding tot de fiscale nettowaarden van de respectievelijk bij de partieel gesplitste vennootschap, NV A, behouden actief- en passiefbestanddelen en de naar de Newco B overgehevelde bestanddelen;

2.6. de belastingvrije reserves van de NV A omvatten een vrijgestelde gespreid te belasten meerwaarde (artikel 47, WIB 92) waarvoor de wederbelegging reeds heeft plaats gevonden. De herbeleggingactiva worden bij de NV A behouden en de gespreide taxatie zal verder bij de partieel gesplitste NV A gebeuren. Daarnaast werd door de NV A in de loop van het lopende boekjaar een belastingvrije meerwaarde op rollend materieel gerealiseerd. De herbelegging zal door de partieel gesplitste NV A op zich worden genomen. De gespreide taxatie zal eveneens bij de NV A gebeuren;

2.7. De aandeelhouders van de NV A hebben bevestigd niet het oogmerk te hebben om de nog uit te geven aandelen van de nieuw op te richten vennootschap NV B en de partieel gesplitste vennootschap NV A aan derden over te dragen binnen de termijn van 3 jaar vanaf de juridische datum van uitwerking van de geplande verrichting.

3. Op basis van de door de aanvrager verstrekte inlichtingen en het door de DVB gevoerde onderzoek kan worden aangenomen dat de voorgestelde partiële splitsing van de NV A niet als hoofddoel of één der hoofddoelen belastingfraude of -ontwijking heeft in de zin van artikel 183bis, WIB 92 en deze verrichting belastingneutraal kan verlopen en voldoet aan de in artikel 211, § 1, 4e lid, 3°, WIB 92 gestelde voorwaarde.

II . A. 2. akelijke overwegingen van de verrichting

4. De NV A heeft twee van elkaar onderscheiden activiteiten X en Y, die autonoom en onafhankelijk van elkaar kunnen opereren.

5. De voorgestelde partiële splitsing van de NV A zal er toe leiden dat de bestuurders/zaakvoerders van de bestaande vennootschap NV A en de nieuw op te richten vennootschap NV B onafhankelijk van elkaar de nodige en nuttige strategische beslissingen kunnen nemen in de uitbouw van de respectievelijke activiteiten X en Y.

6. De groei van deze twee activiteiten binnen dezelfde vennootschap, NV A, brengt echter ook enkele minder gunstige effecten met zich mee, waarop de voorgenomen verrichting een antwoord moet bieden.

7. Zo worden o.m. de mogelijkheden om vlot beroep te kunnen doen op de financiële instellingen voor de financiering van bepaalde activiteiten bemoeilijkt door de vermenging van beide activiteiten gezien het bedrijfsrisico van de vastgoedprojecten meespeelt bij de beoordeling van de kredietwaardigheid van de NV A voor haar uitbreidingsinvesteringen in het kader van de activiteit Y en vice versa.

8. De hogere financieringsnood van de activiteit X heeft ook een nefast gevolg voor de solvabiliteitsratio (verhouding eigen t.o.v. het totaal vermogen) van de NV A in zijn geheel. Door de uitbouw van de activiteit X is deze ratio de laatste jaren sterk gedaald.

9. Deze solvabiliteitsratio is in het kader van de activiteit Y bovendien één van de parameters om een bepaalde klasse van aannemersregistratie te verkrijgen of te behouden, die recht geeft om mee te dingen naar openbare aanbestedingsopdrachten met een zekere omvang. Door de toenemende groei van de activiteit X en de navenante daling van de solvabiliteitsratio, dreigt de NV A deze erkenning in de toekomst te verliezen.

10. De aanvrager verwacht, dat door de voorziene uitbreiding van de beide activiteiten van de NV A na haar partiële splitsing, ook de globale tewerkstelling zal toenemen. Deze verwachting kan als realistisch bestempeld worden.

11. Er zijn bijgevolg voldoende zakelijke overwegingen voorhanden, die de geplande partiële splitsing van de NV A wenselijk en zakelijk verantwoord maken met het oog op de verdere uitbreiding van de activiteiten X en Y van de NV A.

II . B. Wat betreft de BTW

12. Overeenkomstig artikel 11, W.BTW wordt niet als een levering beschouwd, de overdracht van een algemeenheid van goederen of van een bedrijfsafdeling, onder bezwarende titel of om niet, bij wege van inbreng in een vennootschap of anderszins, wanneer de overnemer een belastingplichtige is die de belasting, indien ze ingevolge de overdracht zou verschuldigd zijn, geheel of gedeeltelijk zou kunnen aftrekken. In dat geval wordt de overnemer geacht de persoon van de overdrager voort te zetten. Artikel 18, § 3, W.BTW bevat hetzelfde principe met betrekking tot de diensten.

13. Deze artikelen zijn de omzetting in het Belgisch BTW Wetboek (W.BTW) van de artikelen 19 en 29 van de Richtlijn 2006/112/CE van de Raad van 28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde (vroeger artikelen 5, paragraaf 8, en 6, paragraaf 5, van de zesde richtlijn 77/388/CE van de Raad van 17 mei 1977 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen der Lidstaten inzake omzetbelasting - Gemeenschappelijk stelsel van belasting over de toegevoegde waarde: uniforme grondslag).

14. In haar arrest van 27 november 2003 - zaak C-497/01, Zita Modes Sarl c. Administration de l'enregistrement et des domaines heeft het Europese Hof van Justitie verduidelijkt dat het begrip "overgang van het geheel of een gedeelte van een algemeenheid van goederen onder bezwarende titel, om niet of in de vorm van een inbreng in een vennootschap" aldus moet worden uitgelegd dat daaronder valt de overdracht van een handelszaak of van een autonoom bedrijfsonderdeel met lichamelijke en eventueel ook onlichamelijke zaken, welke tezamen een onderneming of een gedeelte van een onderneming vormen waarmee een autonome economische activiteit kan worden uitgeoefend, en dat daaronder niet valt de verkoop van goederen zonder meer, zoals de verkoop van een voorraad producten.

15. De artikelen 11 en 18, § 3, W.BTW zijn derhalve van toepassing wanneer de lichamelijke en, in voorkomend geval, de onlichamelijke zaken samen een onderneming vormen of een deel van een onderneming die de overnemer toelaat een autonome economische activiteit uit te oefenen.

16. Naar aanleiding van de hierboven beschreven partiële splitsing wordt de activiteit X afgesplitst van de bestaande vennootschap NV A en ingebracht in de nieuwe vennootschap NV B.

17. eze verrichting heeft betrekking op alle actief- en passiefbestanddelen die tot de activiteit X behoren. (meubilair, financiële vaste activa, voorraden, handelsvorderingen, liquide middelen, straight loans, handelsschulden, ontvangen vooruitbetalingen en overige schulden).

18. Tevens zal het personeel, dat zich met deze activiteit bezighoudt, mee overgaan naar de Newco NV B.

19. Door deze verrichting zal de vennootschap NV B in staat zijn om, op organisatorisch en technisch vlak, een autonome economische activiteit uit te oefenen.

20. De bedrijfsafdeling X beantwoordt derhalve aan het begrip bedrijfsafdeling in de zin van artikel 11, W.BTW.

21. Volledigheidshalve moet bovendien nog worden toegevoegd dat de artikelen 11 en 18, § 3, W.BTW alleen van toepassing zijn wanneer de overnemer een BTW-belastingplichtige is die de belasting, indien ze ingevolge de verrichting verschuldigd zou zijn, geheel of gedeeltelijk zou kunnen aftrekken.

22. Vermits de vennootschap NV B belaste BTW- handelingen zal stellen waarvoor ze (minstens gedeeltelijk) recht op BTW-aftrek zal genieten, is aan deze voorwaarde voldaan.

23. De in het vooruitzicht gestelde partiële splitsing van de vennootschap NV A dient derhalve met toepassing van de artikelen 11 en 18, § 3, W.BTW te gebeuren.

24. Het onderzoek van de beslissing op het vlak van de BTW m.b.t. de afsplitsing van de bedrijfsafdeling X is beperkt gebleven tot de toepassing van de artikelen 11 en 18, § 3, W.BTW.

II . C. Wat betreft de vrijstelling zoals voorzien in artikel 117, § 2, W.Reg.

25. Volgens artikel 117, § 2 W.Reg. is het bij artikel 115 bepaalde recht niet verschuldigd, onder de voorwaarden die de Koning bepaalt, voor de inbrengen gedaan door een vennootschap waarvan de zetel der werkelijke leiding of de statutaire zetel gevestigd is op het grondgebied van een lidstaat van de Europese Gemeenschappen, van goederen die één of meer van haar bedrijfstakken uitmaken.

26. De partiële afsplitsing van de bedrijfstak X zal worden gedaan door de vennootschap NV A, een Belgische vennootschap. Hierdoor is er voldaan aan de voorwaarde dat de inbreng wordt gedaan door een vennootschap waarvan de zetel der werkelijke leiding of de statutaire zetel gevestigd is op het grondgebied van een lidstaat van de Europese Gemeenschappen.

27. De vrijstelling kan worden genoten op voorwaarde dat de inbreng het geheel omvat van de goederen die door de inbrengende vennootschap worden aangewend tot een of meer afdelingen van haar onderneming welke, uit technisch oogpunt, ieder een onafhankelijk uitbatinggeheel vormen (KB 18 juli 1972, art. 1) en de ingebrachte of afgesplitste bedrijfstak een geheel is dat op technisch en organisatorisch gebied een autonome activiteit uitoefent en op eigen kracht kan werken.

28. Uit de gegevens van de aanvraag blijkt, dat alle activa en passiva die tot de activiteit X behoren, zullen worden afgesplitst naar een nieuw op te richten Belgische vennootschap NV B.

29. Het op dit ogenblik bij de NV A bestaande personeelsbestand zal tewerkgesteld blijven bij de huidige vennootschap na haar partiële splitsing met uitzondering van het personeel dat specifiek voor de activiteit X werkt. De personeelsleden van de NV A die momenteel ondersteunende administratieve / boekhoudkundige taken voor rekening van de activiteit X uitvoeren, blijven bij de NV A tewerkgesteld, doch zullen in de toekomst nog ondersteunende activiteiten voor de Newco NV B blijven verrichten mits een marktconforme vergoeding.

30. Er is bijgevolg een reeds bestaand georganiseerd geheel van activa en passiva, dat als bedrijfstak X wordt overgedragen.

31. Door de partiële splitsing zal de nu reeds autonoom uitgeoefende economische activiteit X nog beter ontwikkeld kunnen worden - op organisatorisch en technisch vlak - dan in de NV A het geval zou zijn. De activiteit X kan zich in de nieuw op te richten Belgische vennootschap bijvoorbeeld beter oriënteren op haar eigen investering- en financieringsbehoeften, wat ook een impact zal hebben op de relatie met financiële instellingen. Uit de splitsingsstaat en de door de aanvrager verstrekte gegevens blijkt, dat de activiteiten reeds een grote mate van autonomie hebben en dat de nieuw op te richten vennootschap NV B volledig op eigen kracht zal kunnen werken, zonder bijkomende ondersteuning van de inbrengende vennootschap, de NV A.

32. De afsplitsing van de activiteit X (met alle daaraan verbonden activa en passiva) wordt gedaan door de NV A welke inbreng volledig vergoed zal worden door de toekenning van aandelen, die maatschappelijke rechten vertegenwoordigen in de nog op te richten vennootschap. Er wordt geen geldopleg betaald. Hieruit kan worden besloten, dat aan de voorwaarde wordt voldaan, dat eventueel na aftrek van de bij de inbreng door de inbrengende vennootschap verschuldigde sommen, die betrekking hebben op de ingebrachte bedrijfstakken, de inbreng uitsluitend vergoed wordt door toekenning van aandelen of deelbewijzen, die maatschappelijke rechten vertegenwoordigen, al dan niet samen met een storting in contanten, die het tiende van de nominale waarde van de toegekende maatschappelijke aandelen niet overschrijdt (KB 18 juli 1972, art. 1).

33. Aangezien de activiteit X van de NV A kan worden beschouwd als een georganiseerd geheel van activa en passiva, dat op technisch vlak door eigen middelen autonoom kan functioneren, is de afgesplitste activiteit X als een bedrijfstak te beschouwen.

34. De vormvoorwaarden van artikel 2 van het KB van 18 juli 1972 betreffende de uitvoering der artikelen 117 en 120, W.Reg. zullen worden vervuld.

Textes cités

6