Travaux immobiliers, Taux réduit de TVA, Démolition et reconstruction · Jurisprudence belge

Aller au texte
Juriel

Tribunal de première instance Gand 15 décembre 2022

Rechercher
Texte en néerlandais

Travaux immobiliers, Taux réduit de TVA, Démolition et reconstruction

https://juriel.be/fr/jurisprudence/travaux-immobiliers-taux-reduit-tva-tribunal-gand-2022-12-15-85fb

Juridiction
Tribunal de première instance
Siège
Gand
Date
15 décembre 2022

Sur le document

Collection
Jurisprudence belge
Langue du texte
néerlandais
Version française
non publiée par le SPF
Sens lu par le SPF
favorable à l'État belge

Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.

Texte

74 paragraphes

Fiche du SPF Finances

Jugement du Tribunal de première instance de Gand du 15.12.2022

WF 710-15-21/027246

[Favorable à l’Etat belge]

Taxe sur la valeur ajoutée – Travaux immobiliers – Taux réduit de TVA – Démolition et reconstruction

Dispositions légales

Article 1er, § 9, 1°, du Code de la TVA et article 1er de l’A.R. n° 20 du 20 juillet 1970

Rubrique XXXVII du tableau A à l’annexe de l’A.R. 20 du 20 juillet 1970

Résumé

Le litige porte sur l'application du taux réduit de TVA de 6 % pour la démolition et la reconstruction en application des conditions présentes à la rubrique XXXVII du tableau A à l'annexe de l'A.R. n° 20 du 20 juillet 1970. Pour la démolition mentionnée, il importe que les constructions ne soient pas aisément démontables et déplaçables mais il n'est pas nécessaire qu'elles soient indissociablement incorporées au sol (voir CJCE 16 janvier 2003, C- 315/00, M., https://curia.europa.eu).

La question de savoir si des bâtiments ou d’ autres objets littéralement déplaçable doivent être juridiquement qualifiés de biens immobiliers peut en principe être résolue par référence à des critères objectifs concernant la qualité du lien de l'objet en question avec le terrain sur lequel il se trouve :

- la solidité du lien (solidement lié) ou son inséparabilité (lien indissociable) ;

- le fait qu'une construction dispose d'une adresse postale, d'un raccordement téléphonique et d'un raccordement aux réseaux d'eau et d'électricité peut également être pris en compte pour définir la construction comme étant un bâtiment.

Il est particulièrement blâmade de vouloir suggérer qu'une « cave » était présente sur la parcelle de terrain. Par souci d'exhaustivité, le tribunal signale que la nouvelle maison n'a pas non plus été construite à l'emplacement de la cavité. La cavité ne peut être considérée comme un bâtiment. Le fait qu'une facture mentionne une cave n'enlève rien à ce jugement. Quant au prétendu garage, il est vrai qu'un revêtement en béton a apparemment été coulé mais il ressort des photos présentées que les portes en bois de la construction sont simplement posées sur le terrain à côté de ou sur la dalle de béton entre les dalles. En outre, il n'est également pas prouvé que la construction soit connectée au réseau électrique.

La référence du demandeur à l'arrêt M. n'est pas utile. Cette affaire concernait des bâtiments préfabriqués qui « reposaient sur des socles de béton édifiés sur une semelle de béton coulée dans le sol ». Le système de construction permettait à tout moment le démontage des bâtiments par huit personnes, en dix jours, et leur réutilisation ultérieure.

Sur la base de ce qui précède, le tribunal juge que la construction en bois est facilement démontable et déplaçable et ne peut pas être considérée comme un bâtiment au sens de la rubrique XXXVII du tableau A de l'A.R. n° 20.

Texte du jugement

Le jugement est publié uniquement dans la langue originale

Corps de la décision

Rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Gent, fiscaal, zesde burgerlijke kamer

Vonnis van 15/12/2022

Rol: 21/813/A

In de zaak van :

K. Ö., RRN 70.....50, wonende te ...,

eisende partij, hebbende als raadsman mr. D. M. L., advocaat te ...;

Tegen:

De BELGISCHE STAAT, FOD Financiën - Stafdienst Logistiek - Koning Albert Il laan 33 bus 971 te 1030 Brussel, vertegenwoordigd door de Minister van·· Financiën, op vervolging en benaarstiging van de Algemene Administratie van de Fiscaliteit, handelend ten verzoeke van de Adviseur-Invordering - Ontvanger van het Team Invordering Gent 1, met kantoor te 9050 Gent, Gasten Crommenlaan 6 bus 101,

verwerende partij, voor wie optreden de heer X, attaché bij een fiscaal bestuur, en mevrouw X, fiscaal deskundige bij een fiscaal bestuur;

Beslist de rechtbank als volgt:

I. PROCEDURE VOOR DE RECHTBANK

De rechtbank hoorde de partijen in hun argumenten op de openbare terechtzitting van 17 november 2022. De rechtbank sloot het debat en nam de zaak in beraad. De rechtbank nam kennis van de door de partijen neergelegde syntheseconclusie en stukken.

De bepalingen van de wet van 15 juni 1935 op het ·taalgebruik in gerechtszaken zijn in acht genomen.

Il. VORDERINGEN VAN DE PARTIJEN

De eiser vordert:

"Te zeggen voor recht dat de vordering inzake btw, opgenomen in het innings­ en invorderingsregister, uitvoerbaar verklaard op 11 maart 2021 (proces­ verbaal (artikel 500...86) betreffende de gecontroleerde periode 01/2018 -12/2020), meer de boete en de interesten ongegrond is en bijgevolg niet verschuldigd is.

Minstens de opgelegde administratieve boete te vernietigen, ten minste kwijt te schelden, wegens schending van het evenredigheidsbeginsel.

De Belgische staat te veroordelen tot de kosten van het geding, daarin inbegrepen de rechtsplegingsvergoeding ten belope van 4.200,00 EUR (voor in geld waardeerbare zaken tussen 60.000,01 EUR tot 100.000,00 EUR, [...].

Tenslotte de Belgische staat te veroordelen tot terugbetaling van de ten onrechte betaalde belastingen; verhogingen en nalatigheidsintresten mei inbegrip van de daarop, overeenkomstig artikel 91 W.btw verschuldigde moratoriumintresten."

Ter zitting vordert de eiser de geïndexeerde rechtsplegingsvergoeding zoals van toepassing sedert 1 november 2022.

De verweerder vraagt: "Het verzoekschrift van verzoeker ontvankelijk, doch ongegrond te verklaren;

Verzoeker in al haar eisen af te wijzen;

Verzoeker te veroordelen tot alle kosten van het geding."

III. BEOORDELING

1. Ten gronde

1.1

In toepassing van artikel 1 van het KB nr. 20 bedraagt het normale tarief van de btw voor goederen en diensten bedoeld in het Btw-Wetboek 21%. ln afwijking hiervan wordt de belasting geheven tegen het verlaagd tarief van 6% voor de goederen en diensten opgenomen in tabel A ·van de bijlage bij dit besluit.

Sinds 1 januari 2007 is voor de afbraak en heropbouw van gebouwen in stadsgebieden het vérlaagd belastingtarief van 6% mogelijk wanneer alle wettelijke voorwaarden opgenomen in rubriek XXXVII van tabel A van KB nr. 20 vervuld zijn.

Het verlaagd btw-tarief van 6% kan van toepassing zijn in het geval de afbraakwerken het afbreken van een gebouw betreffen, zijnde ieder bouwwerk dat vast met de grond is verbonden (artikel 1, §9, 1°, btw-wetboek, zie ook artikel WBTW).

Artikel 12, lid 2, Richtlijn 2006/112 van 28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijke stelsel van btw definieert een "gebouw" eveneens als

,,ieder bouwwerk dat vast met de grond is verbonden".

1. 2

Voor de toepassing van het 6%-btw-tarief voor de vermelde afbraak en heropbouw van gebouwen, is het van belang dat de constructies niet gemakkelijk zijn te demonteren en verplaatsen. Het is evenwel niet nodig dat zij onlosmakelijk met de grond zijn verbonden (zie HvJ 16 januari 2023, C- 315/00, M., op https://curia.europa.eu/). Het is voldoende dat ze noch mobiel, noch gemakkelijk verplaatsbaar zijn (HvJ 28 februari 2019, C-278/18, M.).

De vraag of gebouwen of andere voorwerpen die letterlijk beschouwd verplaatsbaar zijn, juridisch als onroerende goederen moeten worden aangemerkt, kan in principe worden beantwoord aan de hand van objectieve criteria, betreffende de kwaliteit van de verbinding van het betrokken voorwerp met de grond waarop het staat, zoals de sterkte van de verbinding (vast verbonden) of haar onscheidbaarheid (onlosmakelijk verbonden) {concl. J. bij vermeld arrest M.).

Het feit dat een constructie beschikt over een postadres, een telefoonaansluiting en aansluiting op het water- en elektriciteitsnetwerk, kan mede in aanmerking genomen worden om de constructie als gebouw te definiëren (zie HvJ 15 november 2012, C-532/11, L.).

1.3

Over de vermeende kelder

Het is bijzonder laakbaar te willen voorhouden dat er een "kelder" aanwezig was op het perceel.

Het enige dat de foto's tonen is kennelijk een gat in de grond. Het gat heeft geen toegangsdeur en is niet verbonden met nutsvoorzieningen. De raadsman kan niet ter zitting uitleggen met welke constructie de vermeende kelder was verbonden. De put ligt niet naast of onder de garage.

Het gat kan niet worden aangezien als een gebouw. Dat een factuur spreekt over een kelder doet aan vermeld oordeel niet af.

Louter ten overvloede meldt de rechtbank dat de nieuwe woning ook niet is opgetrokken op de plaats van het gat.

1.4

Over de vermeende garage

Het is juist dat er kennelijk een betonvloer is gespoten, doch het is absoluut niet bewezen dat de houten constructie "daarop is verankerd" zoals vermeld in randnummer 30 van de syntheseconclusie. Uit de neergelegde foto's blijkt duidelijk dat de houten pootjes van de constructie gewoon op de aarde·· naast/op de betonplaat staan of tussen de tegels.

Van de "gedeeltelijk opgemetste muur" waarover sprake in randnummer 30 van de syntheseconclusie is evenmin een bewijs overgelegd. De raadsman van de eiser verwijst ter zitting naar een foto waarop kennelijk drie gyprocwanden te zien zijn, maar geen gemetste muur. Ze vérklaart dat volgens haar cliënt de muur erachter zit als versteviging. De vraag rijst waarom door de cliënt dan geen foto is voorgelegd van de achterkant van de constructie (met zicht op de beweerde muur).

Verder is het ook niet bewezen dat de constructie verbonden is aan het elektriciteitsnet. Elektriciteitsfacturen worden niet overgelegd en er kan ook niet worden gespecifieerd aan welke elektriciteitskast de constructie zou verbonden zijn. De loutere aanwezigheid van een lamp en elektriciteitsdraden bewijst nog niet dat de constructie effectief is verbonden aan het elektriciteitsnetwerk.

Op grond van het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat de houten constructie in wezen gemakkelijk kan worden gedemonteerd om later elders opnieuw op te trekken. Zij is dus gemakkelijk verplaatsbaar en kan daarom niet worden aangezien als een gebouw in de zin van rubriek XXXVII van tabel A van KB nr. 20.

De verwijzing door de eiser naar het arrest M. is niet nuttig. Die zaak betrof prefabgebouwen "die rusten op betonsokkels die zijn geplaatst op een in de grond aangebrachte betonnen fundering. De muren, bestaande uit platen, waren in de fundering verankerd door schroefbouten. De getimmerde dakconstructies waren met dakpannen bedekt. De bodem en de muren van de sanitaire ruimtes en de keukens waren betegeld." [...] {De gebouwen) kunnen na het verstrijken van de huurovereenkomst worden gedemonteerd voor later hergebruik, maar daarvoor zijn 80 mandagen (8 personen gedurende 10 dagen) nodig."

2. Over de belastingverhoging

Er is geen enkele reden om de minimum belastingverhoging van 10% te milderen.

Integendeel, deze belastingverhoging is zeer redelijk, rekening houdend met het feit dat de eiser en zijn raadsman met betrekking tot de feitelijke eigenschappen van de vermeende garage en kelder, de administratie en de rechtbank enkel een rad voor de ogen hebben pogen· te draaien. Dergelijke houding is manifest strijdig met hetgeen van een voorzichtige en diligente procespartij te goeder trouw wordt verwacht.

3. Over de gerechtskosten

De verweerder, als in het gelijkgestelde partij,' is niet bijgestaan d oor een advocaat, zodat hem geen rechtsplegingsvergoeding kan worden toegekend. In dit geval is het overbodig om kosten vast te stellen.

Dispositif

IV.. BESLISSING VAN DE RECHTBANK

De rechtbank oordeelt het volgende op tegenspraak:

De vordering van de eiser is ontvankelijk doch niet gegrond. Er zijn geen kosten te begroten.

Aldus gewezen en uitgesproken in openbare terechtzitting door de zesde burgerlijke kamer van de rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Gent, op donderdag 15 december 2022….

Textes cités

6

Décisions similaires

8