Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.
Fiche du SPF Finances
Jugement du tribunal de première instance d'Anvers du 28.04.2025
[ Jugement favorable partiellement ]
TVA – Soins médicaux – Hôpital privé – Soins esthétiques
Texte intégral:
Le jugement est publié uniquement dans la langue originale.
Corps de la décision
Vonnis van de rechtbank van eerste aanleg te Antwerpen d.d. 28.04.2025
(23/1400/A)
Inzake:
X.,
met maatschappelijke zetel te …, KBO:…
eiseres
vertegenwoordigd ter zitting door Mr. V.K. te …,
TEGEN:
DE BELGISCHE STAAT,
Federale Overheidsdienst Financiën, Algemene Administratie van de Fiscaliteit, vertegenwoordigd door de Adviseur-generaal, Directeur van het Centrum KMO Antwerpen, met kantoren gevestigd te 2000 ANTWERPEN, Italiëlei 4 bus 2, KBO: 0308.357.159,
verweerder
vertegenwoordigd ter zitting door mevrouw E.A., in hoedanigheid van rijksambtenaar voor de Federale Overheidsdienst Financiën,
- vertegenwoordigd ter zitting door de heer V.P., in hoedanigheid van rijksambtenaar voor de Federale Overheidsdienst Financiën.
Gezien de stukken in het dossier der rechtspleging, onder meer:
het verzoekschrift toegekomen ter griffie op 31 maart 2023, ingeschreven ter griffie op 3
april 2023;
- het eensluidend verklaard afschrift van het tussenvonnis, uitgesproken door deze kamer van
deze rechtbank op 28 oktober 2024;
- de oproeping conform artikel 775 Ger.W. dd. 5 november 2024;
- de besluiten van partijen.
Gelet op de wet van 15 juni 1935 op het gebruik van talen in gerechtszaken.
Gehoord partijen in hun middelen en gezegden, op 24 maart 2025.
1. Procedurele voorgaanden - vorderingen van partijen - ontvankelijkheid
Verwezen kan worden naar het tussenvonnis van 28 oktober 2024.
2. Beoordeling
2.1. Betreffende de eventuele schending van artikel 85, § 1 derde lid WBTW voor 2018
De rechtbank oordeelde reeds dat mede door een nalatigheid van verweerder, voor 2018 de rechten van de Schatkist in gevaar zijn gekomen.
Voor de beoordeling of deze vastgestelde tekortkoming eventuele gevolgen zou hebben voor het proces-verbaal dat op 25 november 2021 ter kennis werd gebracht aan eiseres m.b.t. de belastingschuld van 2018, en voor de btw-schuld opgenomen onder het schuldnummer 500248550247, werd de uitspraak van het Grondwettelijk Hof afgewacht over de volgende vraag voorgelegd door het Hof van Beroep te Antwerpen: "Schendt artikel 85, § 1 derde lid WIB 92 [lees "WBTW") de artikelen 10, 11 en 172 van de Grondwet in die zin geïnterpreteerd dat de rechten van de schatkist in het gedrang komen ingeval van dreigende verjaring, ongeacht of de dreigende verjaring het gevolg is van een fout/nalatigheid in hoofde van de fiscus dan wel het gevolg is van omstandigheden die niet te wijten zijn aan de fiscus?".
Het Grondwettelijk Hof besloot in haar arrest van 28 november 2024 (arrest nr. 146/2024, rolnummer: 8165) dat artikel 85, §1, derde lid WBTW de artikelen 10, 11 en 172 van de Grondwet niet schendt.
In het licht van dit arrest is de rechtbank van oordeel dat er geen sprake is van een nietigheid van het proces-verbaal d.d. 25 november 2021 en evenmin van de inschrijving in het innings-en invorderingsregister die op 14 december 2021 werd genomen voor het artikelnummer 500248550247.
Deze vordering van eiseres is bijgevolg ongegrond.
2.2. Betreffende de eventuele schending van artikel 85, § 2 eerste lid WBT
Rekening houdende met de door verweerder voorgelegde stukken (zie de stukken 37 t.e.rn. 41) is de rechtbank van oordeel dat verweerder het bewijs heeft geleverd dat C.C. en B.V. de bevoegdheid hadden om de innings- en invorderingsregisters m.b.t. de schuld met schuldnummer 500248550449, respectievelijk 500248550247, op te maken en uitvoerbaar te verklaren.
Ook deze vordering van eiseres is bijgevolg ongegrond.
2.3. Betreffende de inbreuken vastgesteld voor de jaren 2018 en 2019
2.3.1. Feitelijke voorafgaande
Eiseres baat een privékliniek uit.
Het gebouw wordt gebruikt door artsen die geen deel uitmaken van eiseres. In het gebouw van eiseres worden niet-therapeutische (waaronder esthetische) behandelingen verstrekt. Eiseres heeft een aantal verpleegsters in dienst. Eiseres verkoopt ook geneesmiddelen aan patiënten.
Sinds 1 januari 2016 werd de vrijstelling voor artsen en voor de handelingen binnen de normale werkzaamheid van ziekenhuizen geschrapt voor diensten die betrekking hebben op ingrepen en behandelingen met een esthetisch karakter (verder "de esthetische behandelingen"). De ziekenhuisverpleging en de medische verzorging alsmede de diensten en de leveringen van goederen die daarmee nauw samenhangen die betrekking hebben op esthetische behandelingen zijn evenmin vrijgesteld (zie artikel 44, § 1, 1' W.btw en §2, 1° a W. btw).
Eiseres stelt dat in haar gebouw zowel medische behandelingen, als niet therapeutische (waaronder esthetische) behandelingen worden verstrekt. Het verplegend personeel zou ook medische handelingen verstrekken, dit zelfstandig wat betekent dat het niet gebeurt onder toezicht van een arts. De artsen die behandelingen doen maken geen deel uit van eiseres. Eiseres factureert de handelingen die artsen stellen en die een esthetisch karakter hebben met 21% btw aan de patiënten. Eiseres factureerde voor 2018 en 2019 hoofdzakelijk met 21% btw, met name een totaalbedrag van 501.430,00 euro voor 2018 en een totaalbedrag van 599.109,39 euro voor 2019.
De artsen factureren hun prestaties en die van hun personeel (eigen assistenten en verplegend personeel) aan eiseres met 21% btw.
Verweerder betwist dit en stelt dat in de privékliniek van eiseres enkel ingrepen met een esthetisch karakter en schoonheidsbehandelingen worden verricht.
Deze ingrepen zouden door eiseres met de schoonheidsproducten, medicatie, benodigdheden aan de particuliere klanten worden aangerekend en worden geboekt onder de dagontvangsten. Voor de esthetische ingrepen factureren de betrokken artsen, specialisten hun erelonen aan eiseres. Verder stelt verweerder dat eiseres kabinetten, operatiekernen en verpleegkundigen ter beschikking stelt aan de artsen-specialisten samen met de medische materialen. De artsen die gebruik maken van de kabinetten mogen ook gebruik maken van de secretariaatsdiensten van eiseres.
Op basis van de resultaten van het btw-onderzoek werd door de belastingadministratie vastgesteld dat er voor de jaren 2018 en 2019 geen enkel onderdeel van de activiteit van eiseres kan worden vrijgesteld op grond van artikel 44 W.btw.
2.3.2. Weerhouden overtredingen
Voor de periode 1 januari 2018 t.e.m. 2019 werden de volgende inbreuken vastgesteld.
a) De eerste overtreding
i. Omzet medische behandeling maatstaf van heffing van 241.650,11 euro voor 2018 en 284.372,42 euro voor 2019
Op het kassaticket wordt aangegeven "VPK MED. BEHAND", waarbij de aard van de behandeling niet vermeld wordt. Deze afkorting staat voor "Verpleegkundige Medische Behandeling" volgens eiseres. Eiseres stelt dat het prestaties betreft die zij laat uitvoeren door haar verpleegsters. Het gaat om zelfstandige behandelingen die de verpleegsters verlenen aan de patiënten en die geen betrekking hebben op esthetische operaties/behandelingen of op de nazorg van. Daarnaast beroept eiseres zich op het medisch beroepsgeheim die haar verhinderen meer details te geven over de precieze aard van de medische handelingen. Eiseres wijst er verder op dat ingevolge artikel 44, § 1, 2° WBTW verpleegkundigen vrijgesteld zijn van btw en dat er voor verpleegkundigen geen onderscheid moet worden gemaakt tussen esthetische en niet-esthetische handelingen.
Verweerder betwist dit en stelt vast dat deze medische behandelingen uitsluitend prestaties betreffen die opgenomen werden onder de dagontvangsten van eiseres. De prestaties werden via de kassa aan de klant aangerekend. Verder stelt verweerder vast dat eiseres niet aantoont onder welke rekening de schoonheidsbehandelingen werden opgenomen, alhoewel er volgens de prijslijst van eiseres tal van prestaties zijn die een esthetisch karakter hebben. Volgens verweerder vallen de prestaties van loontrekkende verpleegkundigen die werken in naam en voor rekening van eiseres in hoofde van de verpleegkundigen bovendien niet onder de toepassing van de btw-wetgeving, aangezien zij geen btw-belastingplichtigen zijn nu zij niet over de vereiste zelfstandigheid beschikken, maar met een loonovereenkomst verbonden zijn met eiseres. In hoofde van eiseres zijn de door deze verpleegkundigen gestelde handelingen wel degelijk aan de btw-wetgeving onderworpen aangezien eiseres als verstrekker van esthetische behandelingen wel de hoedanigheid van btw-belastingplichtige heeft en zij de verpleegkundigen onder haar gezag heeft.
De rechtbank stelt vast dat op het kassaticket enkel de term "VPK MED. BEHAND." wordt gebruikt. Er wordt niet vermeld om wat voor een behandeling het zou gaan. Met verweerder neemt de rechtbank aan dat de activiteit van eiseres minstens hoofdzakelijk bestaat uit het verrichten van esthetische prestaties en dat uit geen enkel concreet en betrouwbaar gegeven blijkt dat in het gebouw van eiseres tijdens de jaren 2018 en 2019 ook medische behandelingen worden verstrekt.
Eiseres kan zich niet verschuilen achter het medisch beroepsgeheim en draagt de bewijslast van de precieze aard van de beweerde geleverde medische handelingen.
Eiseres faalt bijgevolg in het bewijs dat de vrijgestelde prestaties betrekking hebben op handelingen met een therapeutisch karakter.
Ten overvloede merkt de rechtbank op dat zelfs indien de prestaties zouden zijn verstrekt door de verpleegkundigen, eiseres zich niet op de vrijstelling van artikel 44, § 1, 2' WBTW kan beroepen aangezien de verpleegkundigen in loondienst werkten bij eiseres.
ii Terbeschikkingstelling verpleegsters: maatstaf van heffing 66.276,40 euro voor 2018 en 48.629 33 euro voor 2019
De facturatie voor de terbeschikkingstelling van verpleegsters heeft volgens eiseres uitsluitend betrekking op cataract operaties bij de oogartsen of andere ingrepen met een therapeutisch doel. De prestaties van de verpleegsters zijn volgens eiseres vrijgesteld bij toepassing van artikel 44, § 1, 2' WBTW.
Verweerder betwist dit en wijst erop dat er kosten worden aangerekend aan artsen aan wie eiseres tegen betaling het recht op gebruik van diverse faciliteiten verleent. Zij maken vaak niet alleen gebruik van de infrastructuur (operatiekwartier, toestellen, kabinetten) van eiseres, maar ook van secretariaatsdiensten en van de medische diensten van verpleegkundigen die door een arbeidsovereenkomst aan eiseres zijn verbonden.
De rechtbank stelt vast dat de aanrekening van de verpleegkundigen, zowel gebeurt aan particuliere klanten (patiënten) als aan de artsen-specialisten. Eiseres betwist enkel de naheffing in verband met de facturatie voor de terbeschikkingstelling van verpleegsters aan de artsen-specialisten .
Aangezien eiseres niet aantoont dat er voor de jaren 2018 en 2019 in haar gebouw medische behandelingen hebben plaatsgevonden, kan eiseres evenmin gevolgd worden in haar standpunt dat de verpleegkundigen van eiseres werden ingezet bij de beweerde ingrepen met een therapeutisch doel.
Eiseres weerlegt daarnaast niet dat de terbeschikkingstelling van verpleegkundigen deel uitmaakt van een globale dienst waarbij infrastructuur en ondersteuning werden aangeboden door eiseres aan de artsen-specialisten.
De afrekening van het secretariaat, waar de afnemer in het kader van de overeenkomst van terbeschikkingstelling, eveneens beroep op kon doen (zie bijvoorbeeld overeenkomst met M., stuk 7 verweerder), bevat eveneens de afrekening van de verpleegkundige kosten (zie bijvoorbeeld de eerste en derde overtredingen opgenomen in de beide processen-verbaal van 25 november 2021).
Dit wordt op zich niet betwist door eiseres (zie derde overtreding- verder punt c).
Ongeacht het antwoord op de vraag of de verpleegkundigen van eiseres als zelfstandigen hebben gewerkt, is de rechtbank van oordeel dat de vrijstelling voor handelingen van ziekenhuisverpleging niet van toepassing is, nu de terbeschikkingstelling van verpleegkundigen aan de artsen-specialisten verpleegkundigen deel uitmaakte van een globale dienst.
iii) Afrekening verpleegkundige kosten: maatstaf van heffing. 18.53639 euro voor 2018 en maatstaf van heffing_17.827,33 euro en 5.624,38 euro voor 2019.
Eiseres betwist deze overtreding en verwijst naar de motieven onder ii).
Omwille van de redenen uiteengezet onder punt ii) is de rechtbank niet akkoord met het standpunt van eiseres.
b). De tweede overtreding
Betreft de omzet van de omzet medicatie, filters en botox en de omzet medische behandeling gefactureerd aan 6 % voor een rnaatstaf van heffing van 214.123,97 euro en 30.804,97 euro voor 2018, en 250.404,97 euro voor 2019 (betreft enkel omzet medicatie )
c) De vierde overtreding verbonden met de derde overtreding
De “afhalingen” die niet in omzet werden geboekt (53.326,45 voor 2018 en 54.512,40 voor 2019) onderhevig aan een btw-tarief van 21 %1
Eiseres stelt de geneesmiddelen met 6% btw aan te kopen en te verkopen aan 6% btw, ongeacht of ze voor vrijgestelde handelingen, dan wel niet-vrijgestelde handelingen worden gebruikt. Eiseres stelt dat deze geneesmiddelen onmiddellijk worden gebruikt in de kabinetten van de artsen die de patiënten behandelen. Deze verkoop staat los van de dienst (behandeling). Uit praktische overwegingen werd aan deze patiënten door eiseres de gelden in cash ter beschikking gesteld, de zogenaamde "afhalingen", voor de betaling van de behandelde arts. Op die manier kon aan het FAGG worden aangetoond dat er een nauwe samenhang is tussen de verkoop van geneesmiddelen enerzijds en de medische behandeling anderzijds. Dit was van belang omdat het FAGG gesteld had dat de geneesmiddelen of medische hulpmiddelen die tijdens een ingreep worden gebruikt door een arts niet door eiseres aan de arts zelf mochten worden gefactureerd.
Volgens eiseres is er sprake van twee afzonderlijke handelingen die verricht worden door twee verschillende partijen: enerzijds de levering van een goed door eiseres (waarop het verlaagd tarief voor geneesmiddelen en medische hulpmiddelen van 6% doorgaans van toepassing is) en anderzijds de levering van een dienst door de arts (m.n. de behandeling). ledere prestatie wordt bovendien apart aangerekend door de betreffende partij in kwestie. Er kan dan ook volgens eiseres geen sprake zijn van een complexe dienst.
Met verweerder stelt de rechtbank vast dat door eiseres niet wordt aangetoond dat deze bedragen inzake "de afhalingen" werkelijk uit de kassa gingen en door de particuliere klanten ontvangen werden. Eiseres legt geen enkel stavingsstuk voor ter verantwoording van dergelijke financiële transactie. De boekingen van de afhalingen in de "omzet" van eiseres (zie stuk 34 verweerder) spreken daarnaast de bewering van eiseres tegen. Bovendien is het systeem van afhalingen niet geloofwaardig nu verweerder terecht vaststelde dat er zelfs sprake is van een geldafhaling indien een patiënt voor de producten cash zou hebben betaald (zie stuk 9 verweerder).
Nu niet aangetoond werd dat de kwestieuze bedragen uit de kassa gehaald werden en naar de klant of naar een arts gingen, moet geacht worden dat deze gelden in de vennootschap bleven en in naam en voor rekening van eiseres ontvangen werden van de klant. Deze afhalingen veronderstellen een belastbare dienstverrichting door eiseres ten behoeve van een patiënt (zie artikel 64, §2 W. Btw), waarop verweerder een tarief van 21 % kon aanrekenen. Uit hetgeen voorafgaat kon de belastingadministratie dan ook vermoeden dat de patiënt niet de medicatie, filters en botox aankocht bij eiseres, maar wel een medische prestatie waarin de prijs van de geneesmiddelen begrepen zit. Het betreft een (samengestelde) dienstprestatie waarvan de vergoeding door eiseres werd geïnd.
D. De derde overtreding
Betreft het niet opnemen van bepaalde handelingen in de btw-aangifte, met name de afrekening van verpleegkundige kosten (zie verschuldigde btw voor 2018, 1.049,40 euro) en voor 2019 eveneens de omzet van een medische behandeling.....(zie verschuldigde btw voor 2019 1.310,21 euro.
Eiseres verwijst naar de motieven op basis waarvan de eerste overtreding wordt betwist.
Omwille van de redenen uiteengezet onder punt a) is de rechtbank niet akkoord met het standpunt van eiseres.
De rechtbank komt voor alle weerhouden overtredingen tot het besluit dat de therapeutische aard van de handelingen en aldus de correcte toepassing van de vrijstelling voor de Iitigieuze diensten en leveringen niet werd aangetoond door eiseres, zodat de btw aan 21 % terecht werd ingevorderd door verweerder m.b.t. de vastgestelde overtredingen, zoals opgenomen in de processen-verbaal van 25 november 2021. Bovendien maakt de terbeschikkingstelling van verpleegkundigen van eiseres aan artsen deel uit van een globale dienst en is de handeling in haar geheel aan de btw onderworpen, zodat de verkoop van de medicatie, filters en botox aan patiënten eveneens terecht onderworpen werd aan het btw-tarief van 21 % door de belastingadministratie.
De vordering van eiseres is ongegrond.
2.4. Wat de kosten voor de aanleg van de parking betreft
De rechtbank merkt op dat de kosten voor de aanleg van de parking niet langer werden betwist voor 2018, voor een totaalbedrag van 1.727,18 euro aan btw (zie beslissing d.d. 3 mei 2022 — stuk 4 verweerder), zodat het innings- en invorderingsbericht met betrekking tot respectievelijk schuldnummer 500248550247 niet uitvoerbaar is enkel voor dit bedrag, vermeerderd met de geldboete.
2.5. Wat de opgelegde boete van 10 % betreft
Eiseres is van oordeel dat er geen boete kan worden opgelegd gelet op de principiële aard van de discussie. Minstens vraagt eiseres aan de rechtbank om de opgelegde boete kwijt te schelden of te milderen wegens het onduidelijk karakter van de btw-wetgeving.
De rechter aan wie gevraagd wordt de sanctie opgelegd op grond van artikel 70 W.btw te toetsen mag de wettelijkheid van die sanctie onderzoeken. Dit toetsingsrecht moet de rechter in het bijzonder toelaten na te gaan of de straf niet onevenredig is met de inbreuk. Bijgevolg moet de rechter onderzoeken of het bestuur naar redelijkheid kon overgaan tot het opleggen van een administratieve geldboete van zodanige omvang. Hij mag hierbij inzonderheid acht slaan op de zwaarte van de inbreuk, de hoogte van reeds opgelegde sancties en de wijze waarop in gelijkaardige zaken werd geoordeeld, maar hij moet hierbij in acht nemen in welke mate het bestuur zelf gebonden was in verband met de sanctie. Dit toetsingsrecht houdt niet in dat de rechter op grond van een subjectieve appreciatie van verzachtende omstandigheden eigen aan de persoon van de belastingschuldige om loutere redenen van opportuniteit en tegen wettelijke regels in, boeten kan kwijtschelden of verminderen (zie Cassatie, 18 januari 2018, F.16.0160.N).
De rechtbank is van oordeel dat de geldboete van 10 % in casu evenredig is met de ernst en de aard van de gepleegde inbreuken en een aangepaste en adequate sanctionering betreft van de door eiseres gepleegde feiten. Waarom de rechtbank de geldboete dient te milderen, wordt bovendien in concreto niet toegelicht door eiseres.
De rechtbank volgt het standpunt van eiseres niet dat de betwisting principieel van aard zou zijn.
De in casu door verweerder toegepaste btw-wetgeving is wel degelijk duidelijk en voorzienbaar, anders dan hetgeen eiseres voorhoudt.
Eiseres faalde omwille van meerdere redenen in haar bewijslast van de gevorderde vrijstelling van btw of de toepassing van het verlaagd tarief van 6%. Bij gebreke van dit bewijs kon verweerder dan ook terecht toepassing maken van het normaal btw-tarief van 21 %.
Dit onderdeel van de vordering van eiseres is dan ook eveneens ongegrond.
3. Kosten van het geding
Eiseres dient als de in het ongelijk gestelde partij veroordeeld te worden tot de kosten van het geding.
Aangezien verweerder niet wordt vertegenwoordigd of wordt bijgestaan door een raadsman, is er geen rechtsplegingsvergoeding verschuldigd.
Dispositif
OM DEZE REDENEN DE RECHTBANK
Rechtdoende op tegenspraak.
Het tussenvonnis van 28 oktober 2024 verder uitwerkend.
Verklaart de vordering van eiseres — reeds ontvankelijk verklaard bij tussenvonnis van 28 oktober 2024 - gedeeltelijk gegrond.
Verklaart het innings- en invorderingsbericht met betrekking tot het schuldnummer 500248550247 niet uitvoerbaar voor een totaalbedrag van 1.727,18 euro aan btw, vermeerderd met de geldboete van 10 %.
Verklaart het innings- en invorderingsbericht met betrekking tot het schuldnummer 5002485502449 integraal uitvoerbaar.
Veroordeelt verweerder tot de terugbetaling van de onverschuldigde bedragen, vermeerderd met de wettelijke moratoriuminteresten.
Veroordeelt eiseres tot de kosten van het geding, in hoofde van de Belgische Staat niet begroot en welke door de rechtbank vereffend worden op 0,00 euro.
Dit vonnis werd uitgesproken op achtentwintig april tweeduizend vijfentwintig in openbare zitting van de Kamer AFi1, die samengesteld was uit:
J. V., rechter
C. L., griffier
Référence citée
Raccourcis clavier
Inactifs pendant la saisie dans un champ.
- Rechercher dans le texte
- /Ctrl/⌘ F
- Occurrence suivante / précédente
- EntréeMaj Entrée
- Section suivante / précédente
- JK
- Mode lecture
- L
- Fermer un panneau
- Échap
Le mode lecture retire le sommaire et les repères, grossit le texte et recentre la colonne.