Revenu cadastral, matériel et outillage · Jurisprudence belge

Aller au texte
Juriel

Cour de cassation 15 mars 2012

Rechercher
Texte en néerlandais

Revenu cadastral, matériel et outillagerevenu cadastral - matériel et outillage

https://juriel.be/fr/jurisprudence/revenu-cadastral-materiel-outillage-cassation-bruxelles-2012-03-15-26e8

Juridiction
Cour de cassation
Date
15 mars 2012

Sur le document

Collection
Jurisprudence belge
Langue du texte
néerlandais
Version française
non publiée par le SPF
Sens lu par le SPF
favorable à l'État belge

Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.

Texte

51 paragraphes

Fiche du SPF Finances

Arrêt de la cour de cassation du 15.03.2012

Revenu cadastral - Matériel et outillage - Grues mobiles sur des rails - Immeuble par nature - Article 360, §1, CIR64 (art. 471, §1, CIR92)

Résumé

Dès lors que le Code des impôts sur les revenus 1964 ne précise pas ce qu'il y a lieu d'entendre par matériel et outillage présentant le caractère d'immeuble par nature ou d'immeuble par destination, il y a lieu d'entendre les termes par nature ou par destination dans le sens qui leur est donné par le droit commun.

Le mouvement fonctionnel limité d'un objet qui est destiné à demeurer de manière durable à un certain endroit et qui y est attaché au fonds, ne prive pas cet objet de son caractère de bien immeuble par nature.

Texte intégral

Corps de la décision

Hof van Cassatie

15.03.2012

F.11.0037.N

In de zaak van :

G.S.T. nv, met zetel te …

eiseres,

vertegenwoordigd door mr. …

tegen

BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Financiën, met kantoor te 1000 Brussel, Wetstraat 12-14, en voor wie optreedt de administratie der directe belastingen, gewestelijke directie Gent - taxatie, met kantoor te 9050 Gent (Ledeberg), Gaston Crommenlaan 6, bus 604,

verweerder,

vertegenwoordigd door mr. …

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent van 11 januari 2011.

Advocaat-generaal D.T. heeft op 13 februari 2012 een conclusie neergelegd.

Raadsheer G.J. heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal D.T. heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDEL

De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

1. Het toepasselijke artikel 360, § 1, WIB64 bepaalt dat een kadastraal inkomen wordt vastgesteld voor alle gebouwde of ongebouwde onroerende goederen, alsmede voor het materieel en de outillering die onroerend zijn van nature of door hun bestemming.

Het WIB64 preciseert niet wat onder materieel en outillering die onroerend zijn van nature of door bestemming, moet worden verstaan. De term van nature of door bestemming moet worden begrepen in de betekenis van het gemeen recht.

2. Artikel 517 Burgerlijk Wetboek onderscheidt onroerende goederen uit hun aard, door bestemming of door het voorwerp waarop zij betrekking hebben.

3. Artikel 518 Burgerlijk Wetboek bepaalt dat gronderven en gebouwen onroerend uit hun aard zijn.

4. De beperkte functionele beweging van een voorwerp dat bestemd is om duurzaam op een bepaalde plaats te blijven en aldaar verbonden is met de grond, ontneemt aan dat voorwerp niet zijn karakter van onroerend goed uit zijn aard.

5. Het arrest stelt vast:

- de rolkranen, waarover het geschil loopt, geplaatst zijn op een kade langs het kanaal Gent-Terneuzen;

- deze kranen op rails zijn geplaatst;

- volgens de mededeling van de eiseres deze kranen bewegen op de rails over een afstand van verschillende honderden meters op de kaai;

- ze worden gebruikt voor verticaal op- en neertillen van de scheepswaar en voor het horizontaal verplaatsen ervan;

- volgens de bewering van de eiseres de rails een lengte zouden hebben van575 meteren hiervan zou525 meterdoor de rolkranen worden gebruikt;

- de eiseres bevestigt dat de kranen grote afmetingen hebben;

- rekening houdend met het feit dat zij zware lasten moeten torsen, ervan moet uitgegaan worden dat deze grote kranen een groot gewicht hebben;

- met dit groot gewicht zij op de sporen rusten die zelf in of aan de kade vastzitten;

- deze rolkranen weliswaar een beweging kunnen uitvoeren, maar dit enkel is voor de noden van het lossen en laden van de schepen;

- de beweging beperkt is omdat ze maar kan gebeuren op de op de kade aangelegde sporen en dit binnen de lengte van de sporen.

6. De appelrechter heeft op grond van die vaststellingen wettig kunnen oordelen dat de rolkranen te beschouwen zijn als onroerend uit hun aard.

Het middel kan niet worden aangenomen.

Dispositif

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eiseres in de kosten.

Bepaalt de kosten voor de eiseres op 110,75 euro en voor de verweerster op 84,69 euro.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit … en in

openbare rechtszitting van 15 maart 2012 uitgesproken door …

Jurisprudence

14

Belgique

14

Voir les 14

Doctrine administrative

1

Voir les 15 documents