Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.
Fiche du SPF Finances
Jugement du tribunal de première instance de Bruges du 20.10.2025
[ Jugement favorable ]
TVA – Règlement – Décès – Demande de remise
Résumé
Pas disponible
Texte intégral
Le jugement est publié uniquement dans la langue originale.
Corps de la décision
Vonnis van de rechtbank van eerste aanleg te Brugge d.d. 20.10.2025
(23/2436/A)
De rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Brugge, sectie burgerlijke rechtbank, Kamer B.10, heeft het volgend vonnis verleend:
In de zaak : 23/ 2436/A
Hoofdzaak :
X. (IN VEREFFENING) (KBO: …), gevestigd te …
eisende partij,
hebbende als raadsman meester MINNE EVA, advocaat te 8200 SINT-ANDRIES, Koude Keukenstraat 13 (ref.: …).
tegen :
de BELGISCHE STAAT — FOD FINANCIEN (KBO: 0308.357.159), in de persoon van de Minister van Financiën, met kantoren gevestigd te 1000 BRUSSEL, Wetstraat 12, handelend ten verzoeke van de Adviseur-generaal, Directeur van het Centrum WO Brugge, met kantoor te 8200 Brugge, Koning Albert l-laan 1-5, bus 3,
verwerende partij,
voor wie optreedt mevrouw V.C., attaché
(ref.: kmo.brugge.expertise2@minfin.fed.be).
I. RECHTSPLEGING
Gelet op het inleidend verzoekschrift d.d. 4 september 2023.
De rechtbank nam kennis van het dossier van de rechtspleging en van de door partijen neergelegde stukken.
Partijen werden gehoord op de zitting van 22 september 2025.
Artikel 2 en volgende van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken werden in acht genomen.
II. BIJZONDERSTE GEGEVENS VAN DE ZAAK
1. De X. is ingeschreven als BTW-belastingplichtige en is derhalve onderworpen aan de bepalingen van de BTW-wetgeving en de ter uitvoering ervan genomen besluiten.
De aandelen van de vennootschap zijn voor 98% in handen van K.B., voor 1% in handen van zijn moeder en voor 1% in handen van zijn broer. K.B. is gedelegeerd bestuurder van de vennootschap.
Begin 2022 overlijdt K.B.,
Bij vonnis d.d. 11 augustus 2022 van de Voorzitter van de ondernemingsrechtbank Gent, afdeling Brugge, zetelend in kortgeding wordt eiser qq aangesteld als gerechtelijk mandataris over de X.. Bij vonnis d.d. 18 oktober 2022 van de Voorzitter van de ondernemingsrechtbank Gent, afdeling Brugge wordt eiser qq ontslagen van zijn opdracht als gerechtelijk mandataris en wordt de gerechtelijke ontbinding en vereffening van de X. bevolen. Eiser qq wordt aangesteld als vereffenaar.
Met een schrijven d.d. 12 januari 2023 bericht de administratie dat voor het jaar 2021 geen klantenlisting werd ingediend door de vennootschap en dat een boete t.b.v. 3.000 EUR wordt opgelegd. Door eiser qq wordt gevraagd, gelet op de omstandigheden, om de boete kwijt te schelden minstens te herleiden tot 50 EUR. Het verzoek wordt afgewezen op 8 augustus 2023.
Door eiser qq wordt fiscaal verhaal aangetekend met een verzoekschrift neergelegd ter griffie op 4 september 2023.
2. Eiser qq vraagt dat:
de vordering ontvankelijk en gegrond wordt verklaard;
de beslissing d.d. 8 augustus 2023 wordt hervormd;
de geldboete vervat in de schuld artikelnummer 500265415315 wordt kwijtgescholden, ondergeschikt wordt herleid tot 50 EUR;
verweerder wordt veroordeeld tot de kosten van het geding, met inbegrip van de rechtsplegingsvergoeding en de bijdrage fonds juridische tweedelijnsbijstand.
3. Verweerder vraagt dat:
de eis ontvankelijk doch ongegrond wordt verklaard;
eiser qq wordt veroordeeld tot de kosten van het geding.
III. BEOORDELING
A. Betreffende de toelaatbaarheid
Verweerder voert geen redenen aan die tot de ontoelaatbaarheid van de eis kunnen leiden. Nu de rechtbank evenmin middelen van ontoelaatbaarheid, die zij ambtshalve zou moeten opwerpen, vaststelt, is de eis toelaatbaar.
B. Betreffende de grond
Conform artikel 53quinquis WBTW en artikel 1 §1 KB nr. 23 van 9 december 2009 zijn de BTW-belastingplichtigen gehouden jaarlijks de administratie in kennis te stellen van het totale bedrag van de BTW-handelingen alsmede van het totale bedrag van de in rekening gebrachte BTW.
De jaarlijkse klantenlisting moet worden ingediend voor 31 maart van het jaar volgend op dat in de loop waarvan de handelingen hebben plaatsgevonden.
De klantenlisting 2021 werd niet ingediend voor 31 maart 2022 en was op 12 januari 2023 nog steeds niet ingediend. Conform artikel 70 §4, eerste lid WBTW en KB nr. 44 van 9 september 2021, afdeling 1, rubriek IV, 1, A heeft verweerder een boete opgelegd van 3.000 EUR.
Een kwijtschelding of herleiding van de geldboete wordt door verweerder afgewezen omdat niet alle BTW-aangiften waren ingediend.
Een geldboete t.b.v. 3.000 EUR heeft een repressief karakter. Het zou strijdig zijn met het gelijkheidsbeginsel mochten de rechtbanken het recht ontzegd worden om op de betwiste administratieve beslissing om een dergelijke geldboete op te leggen, een toetsing met voile rechtsmacht uit te oefenen. Een toetsing met voile rechtsmacht houdt in dat de rechter moet nagaan of een administratieve beslissing met repressief karakter in rechte en in feite verantwoord is en of zij de wettelijke bepalingen en algemene beginselen die de administratie in acht moet nemen, waaronder het evenredigheidsbeginsel, eerbiedigt (Arbitragehof, 24 februari 1999, rolnr. 1279, arrest nr. 22/99).
Dat kan alleen in die zin begrepen worden dat de rechtbank (onder andere) de macht heeft om na te gaan of de concrete administratieve boete al dan niet in een redelijke verhouding staat tot de feiten waaraan de belastingplichtige zich bezondigd heeft. Een dergelijke toetsing brengt nog niet noodzakelijk met zich dat de rechtbank de belastingplichtige, om loutere redenen van opportuniteit of billijkheid, zou bevrijden van de verplichtingen die hem wettelijk zijn opgelegd door de overheid.
Volgens het Hof van Cassatie (Cass.25 april 2025, F.22.0166.N; Cass. 17 januari 2019, F.J.F. 2019, afl. 4, 151) zijn de hoven en rechtbanken onbevoegd om BTW-boeten te herleiden tot onder de bedragen die zijn voorgeschreven door het KB nr. 41 indien niet eerst kwijtschelding of vermindering is gevraagd aan de Minister van Financiën op grond van artikel 9 van het Regentbesluit van 18 maart 1831.
Eiser qq heeft geen kwijtschelding of vermindering van de geldboete gevraagd op grond van artikel 9 van het Regentbesluit van 18 maart 1831.
Er is geen betwisting dat de klantenlisting 2021 op 12 januari 2023 nog steeds niet was ingediend. Uit de gegevens van het dossier blijkt dat de BTW-aangifte van het vierde kwartaal 2022 pas werd ingediend op 18 september 2023 (8 maanden te laat). De BTW-aangiften van het eerst, tweede en derde kwartaal 2023 werden pas ingediend op 13 februari 2024. Alhoewel de BTW-aangifte van het vierde kwartaal 2023 een nihil-aangifte betreft volgens eiser qq, werd deze niet ingediend op 13 februari 2024 (wat ook al laattijdig zou zijn geweest).
De klantenlisting 2022 werd ingediend op 30 maart 2023, zijnde tijdig. Er werd een omzet vermeld t.b.v. 24.600 EUR en een BTW-bedrag t.b.v. 5.208 EUR. Dezelfde gegevens zijn opgenomen in de BTW-aangifte van het vierde kwartaal 2022, toch werd deze 8 maanden te laat ingediend ondanks dat alle gegevens bekend waren op 30 maart 2023.
Al de laattijdige BTW-aangiften hebben betrekking op periodes waarin eiser qq reeds was aangesteld als gerechtelijk mandataris of vereffenaar.
Aanvankelijk werd uitstel verleend tot eind oktober 2022 om de fiscale situatie te regulariseren. Op 14 november 2022 werd eiser qq er aan herinnerd dat de fiscale situatie nog steeds niet was geregulariseerd. Pas op 12 januari 2023 werd de betwiste boete opgelegd.
De rechtbank stelt op basis van de vaststellingen en de inbreuk vast dat de door verweerder bepaalde administratieve boete beantwoordt aan een juiste toepassing van de betreffende wettelijke en reglementaire bepalingen op de vast gestelde feiten, ondanks het relatief hoge bedrag ervan. Het opleggen van de boete is in deze zaak verantwoord en niet onevenredig met de inbreuken. Het herhaaldelijk niet tijdig indienen van de BTW-aangiften en het niet tijdig indienen van een klantenlisting kan onmogelijk het gevolg zijn van eenvoudige vergissingen of slordigheden of van het overlijden van K.B. begin 2022.
De rechtbank ziet geen enkele reden om een uitstel of kwijtschelding of herleiding te verlenen. Er is geen enkel reden die een uitstel of een kwijtschelding of herleiding zou kunnen verantwoorden.
De geldboete heeft niet alleen een vergoedende aard, maar hebben ook een bestraffend en afradend ka ra 'der.
C. Betreffende de kosten
Gezien eiser in het ongelijk wordt gesteld, moet hij de gerechtskosten dragen.
Aangezien verweerder niet bijgestaan wordt door een advocaat, heeft hij geen recht op een rechtsplegingsvergoeding en zijn de gerechtskosten in hoofde van verweerder onbestaande.
Dispositif
OM DEZE REDENEN,
De rechtbank,
Wijzende in eerste aanleg en op tegenspraak.
Alle verdere middelen van partijen verwerpend als niet dienend.
Verklaart de eis toelaatbaar doch ongegrond.
Veroordeelt eiser qq tot de gedingkosten, in zijn hoofde niet te begroten aangezien ze hem ten laste blijven en in hoofde van verweerder begroot op 00,00 EUR.
Aldus gevonnist en uitgesproken in openbare terechtzitting van de rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Brugge, burgerlijke sectie, tiende kamer, op maandag twintig oktober tweeduizend vijfentwintig waar zitting hadden
L.D., rechter
J.T., griffier
Référence citée
Raccourcis clavier
Inactifs pendant la saisie dans un champ.
- Rechercher dans le texte
- /Ctrl/⌘ F
- Occurrence suivante / précédente
- EntréeMaj Entrée
- Section suivante / précédente
- JK
- Mode lecture
- L
- Fermer un panneau
- Échap
Le mode lecture retire le sommaire et les repères, grossit le texte et recentre la colonne.