Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.
Fiche du SPF Finances
Jugement du Tribunal de première instance de Gand du 26.04.2001
Résumé non fourni
Texte du jugement
Corps de la décision
Le texte est publié uniquement dans la langue originale
ZESDE KAMER – OPENBARE TERECHTZITTING VAN 26 APRIL 2001
Algemene rol nummer : 99/3357/A
In de zaak van :
F. N., restauranthouder, wonende te …, …,
eiser,
voor wie optreedt mr. A. V. H., advocaat te …, …;
tegen :
de BELGISCHE STAAT, Ministerie van Financiën, Administratie van de BTW, Registratie en Domeinen, vertegenwoordigd door de Eerstaanwezend Inspecteur van het BTW-Ontvangkantoor Aalst, met burelen te 9300 Aalst, Graanmarkt 1;
verweerder,
voor wie optreedt mr. W. D. V., advocaat te …, …;
Vonnist de rechtbank als volgt :
1. RECHTSPLEGING
Gelet op het dwangbevel van 7 oktober 1999, geviseerd en uitvoerbaar verklaard op 20 oktober 1999 en aan eiser betekend op 2 november 1999;
Gelet op de inleidende dagvaarding aan verweerder betekend op 22 november 1999;
De rechtbank neemt kennis van het dossier van de rechtspleging en van de door partijen overgelegde stukken;
Partijen werden bij monde van hun raadslieden gehoord in hun middelen en conclusies op de openbare terechtzitting van 29 maart 2001, waarna de debatten werden gesloten en de zaak in beraad, werd genomen.
2. DE VORDERING
De vordering van eiser strekt ertoe zoals uiteindelijk gesteld bij conclusie van 29 november 2000 in een vonnis uitvoerbaar voorraad :
in hoofdorde
- het verzet tegen het dwangbevel van 7 oktober 1999 ontvankelijk en gegrond te verklaren,
- het dwangbevel van nul en generlei waarde te verklaren en eiser te ontslaan van de in het dwangbevel van hem gevorderde sommen,
- verweerder te veroordelen tot terugbetaling van alle bedragen die zouden zijn ingehouden en toegerekend op de sommen vermeld in het dwangbevel,
in ondergeschikte orde
- de opgelegde boete kwijt te schelden minstens ernstig te herleiden,
- verweerder te veroordelen tot de kosten van onderhavige procedure.
Verweerder vraagt het verzet ontvankelijk doch ongegrond te verklaren, eiser te veroordelen tot de kosten van het geding.
3. DE FEITEN
1. Eiser is uitbater van een restaurant.
2. Naar aanleiding van een controle op 11 maart 1999 bij de CVBA V. D. T., zijnde een leverancier van eiser, blijkt dat er een fraudesysteem wordt toegepast dat erin bestond dat naast de levering van vis met een officiële factuur aan de beroepsgebruikers, i.c. restaurants, ook een levering gebeurde van vis waarvoor geen of een valse factuur werd opgemaakt. De verzendnota's, opgemaakt n.a.v. elke levering aan de klanten-restauranthouders en die terug gevonden werden in het informaticasysteem van de CVBA V. D. T. geven de werkelijke leveringen weer.
Deze feiten werden door de zaakvoerder van de CVBA toegegeven.
Voor eiser zou dit betekenen dat er zwarte leveringen waren.
3.In het proces-verbaal d.d. 13 augustus 1999 lastens eiser resulteerde dit in een omzetverhoging voor de desbetreffende jaren en het opeisen van de BTW op deze meeromzet.
Aldus werd een bedrag van 474.144 frank aan BTW gevorderd.
1996 : 4.26 frank
1997 : 182.566 frank
1998 : 247.252 frank
1999 : 40.030 frank
Bovendien werd overeenkomstig art. 70, § 1 W.BTW een geldboete gevorderd van 200 %, zijnde 948.288 frank, afgerond naar 948.000 frank, evenals de nalatigheidsintresten vanaf 21 april 1999.
4. Eiser weigerde te betalen wat resulteerde in de uitvaardiging van een dwangbevel.
5. Eiser tekent verzet aan tegen de uitvoering van het dwangbevel met dagvaarding van verweerder om te verschijnen voor deze rechtbank.
4. STANDPUNT VAN·PARTIJEN
Eiser. stelt dat verweerder zijn vordering niet bewijst, bovendien ontkent eiser zwarte leveringen van de CVBA V. D. T. te hebben ontvangen. De eventuele gegevens bekomen bij derden(de zwarte boekhouding van CVBA V. D. T., de beweringen van de zaakvoerder van de CVBA) zijn niet bewijskrachtig tegen eiser, hierop kunnen dan ook geen vermoedens worden opgebouwd lastens eiser daarenboven liet verweerder na de boekhouding van eiser nader te onderzoeken.
Eiser stelt dat de boete van 200 % buiten proportie is en door de rechtbank dient verminderd.
Verweerder stelt dat de voorliggende feiten en vermoedens het bewijs van de zwartleveringen aantonen, en dat de opgelegde boete geen strafkarakter heeft en derhalve niet dient te worden verminderd.
5. BESPREKING
Het door eiser beweerde ontbreken van afdoende bewijs
Art. 59 § 1, 1e lid W.BTW steIt dat de feiten die de verschuldigdheid van de BTW of van een geldboete aantonen of ertoe bijdragen die aan te tonen door de administratie kunnen bewezen worden volgens de regelen en door alle middelen van het gemene recht, getuigen en vermoedens inbegrepen, doch uitgezonderd de eed en daarenboven door de processen-verbaal van de ambtenaren van het Ministerie van Financiën.
Inzake BTW gelden de materiële vaststellingen, opgenomen in een proces-verbaal, tot bewijs van het tegendeel (art. 59, § 1, 2e lid W.BTW).
Door de volgehouden ontkenning van eiser en het feit dat moeilijk geschriften van niet-officiële transacties kunnen teruggevonden worden is het niet verwonderlijk dat verweerder zich beperkt tot bewijsgegevens verkregen buiten eiser om.
De eenzijdige stukken uitgaande van de leverancier CVBA V. D. T. vormen op zich niet het bewijs van de fraude van eiser indien deze de juistheid ervan betwist. Hieruit kunnen enkel vermoedens worden afgeleid ten aanzien van eiser, dewelke verweerder door aanvullende bewijzen dient te staven.
Dit wordt als dusdanig ,door verweerder gedaan waar beroep wordt gedaan op een reeks van feitelijke gegevens die een geheel van bepaalde gewichtige en met elkaar overeenstemmende vermoedens moeten vormen ten bewijze van de zwarte leveringen.
Er zijn de verklaringen van de zaakvoerder van de CVBA die het fraudesysteem uitlegt en die geloofwaardig zijn nu deze er geen enkel belang bij heeft het systeem bloot te leggen en talrijke andere gecontroleerde afnemers spontaan tot een regeling met de fiscus overgingen. Deze verklaringen worden bovendien bevestigd door de feitelijke vaststellingen van de fiscus, terug te vinden in het informaticasysteem van de leverancier waar de facturen via het klantnummer gelinkt worden aan de oorspronkelijke verzendnota's waarin de werkelijke bestelling is opgenomen (zie, bijlage aan het PV van 13/8/1999).
Door eiser werd ook geen klacht neergelegd tegen de leverancier voor de zogezegde bedriegelijke beweringen.
Bovendien betwist eiser niet op het ogenblik van de fraude een regelmatige afnemer te zijn van V. D. T. en gaat het om zo een groot aantal handelsverrichtigen waarbij een gestructureerd fraude systeem wordt toegepast dat men nog moeilijk van toeval kan spreken.
De rechtbank is van oordeel dat al deze feitelijke gegevens de gewichtige, bepaalde en met elkaar overeenstemmende vermoedens vormen die het bewijs leveren van zwarte leveringen aan eiser.
De fiscus kan hierop met voldoende precisie de verschuldigde BTW berekenen.
Tegenover het bovenstaande plaatst eiser geen enkel concreet gegeven.
De boete
Ten onrechte stelt de fiscus dat de Rechtbank niet zou bevoegd zijn deze boete te herleiden.
Zeker sedert de invoering van de nieuwe fiscale procedure bij de wetten van 15 en 23 maart 1999, waarbij o.m. tevens art. 84, tweede lid van het BTW-wetboek werd gewijzigd staat het vast dat de Hoven en Rechtbanken van de Rechterlijke macht volle rechtsmacht hebben teneinde uitspraak te doen over de fiscale boeten zowel wat betreft de wettigheid, de opportuniteit als de hoogte ervan (Parl.Doc., Senaat, zitting 1998-99, nr. 999/1, pp. 146 en 213).
Enerzijds stelt de Rechtbank vast dat er een opgezette constructie bestond en dat eiser gedurende meerdere jaren grote hoeveelheden goederen in het zwart aankocht waardoor hij een belangrijke niet aangegeven omzet realiseerde waardoor hij evenmin BTW betaalde. Dit rechtvaardigt een zware boete opdat eiser … inzien dat hij door zijn handelwijze niet alle aan oneerlijke concurrentie deed maar bovendien de belangen van de gemeenschap in belangrijke mate heeft geschaad.
Anderzijds moet deze boete in redelijkheid begroot worden, in acht genomen het feit dat de verschuldigde BTW niet wordt berekend op de door de overtreder behaalde winst, maar op de door eiser gerealiseerde omzet.
De boete wordt dan ook herleid tot 100 % van de verschuldigde belasting.
De gerechtskosten
De Rechtbank is van oordeel dat eiser dient veroordeeld te worden tot de kosten van het geding, nu hij in eerste instantie zelf de aanleiding is geweest van de taxatie die in zijnen hoofde werd gevestigd en hij de vermindering van de boete bekomt omwille van de concrete omstandigheden van de zaak.
Dispositif
OP DIE GRONDEN,
DE RECHTBANK,
Rechtdoende op tegenspraak,
Melding makende dat de bepalingen van de artikelen 2 en 30 tot 42 van de wet op het taalgebruik in gerechtszaken werden nageleefd;
Alle meeromvattende of strijdige conclusies verwerpend als niet terzake dienend;
Verklaart de vordering van eiser ontvankelijk en in de hierna bepaalde mate gegrond;
Vernietigt het dwangbevel in de mate dat het een boete aanrekent van 200 %:
Herleidt de boete tot 100 %;
Veroordeelt de Belgische Staat tot terugbetaling van de bedragen die desgevallend inmiddels teveel werden geïnd;
Veroordeelt de eiser tot de kosten van het geding tot dusver begroot als volgt :
aan de zijde van eiser :
dagvaardingskosten : 4.579 frank,
rechtsplegingsvergoeding : 12.900 frank,
aan de zijde van verweerder:
rechtsplegingsvergoeding : 12.900 frank;
Verklaart onderhavig vonnis uitvoerbaar bij voorraad, spijts alle verhaal en zonder borgstelling;
Aldus gevonnist en uitgesproken in de openbare terechtzitting van de zesde burgerlijke kamer van de rechtbank van eerste aanleg te Gent op 26 april 2001, waar aanwezig waren :
J. D. B., alleen zetelend rechter,
R.D. C., griffier.
R. D. C. J. D. B.
Référence citée
Raccourcis clavier
Inactifs pendant la saisie dans un champ.
- Rechercher dans le texte
- /Ctrl/⌘ F
- Occurrence suivante / précédente
- EntréeMaj Entrée
- Section suivante / précédente
- JK
- Mode lecture
- L
- Fermer un panneau
- Échap
Le mode lecture retire le sommaire et les repères, grossit le texte et recentre la colonne.