Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.
Fiche du SPF Finances
Jugement du Tribunal de Première instance de Louvain du 11.02.2011
Résumé non fourni
Texte du jugement
Corps de la décision
Le texte est publié uniquement dans la langue originale
RECHTBANK VAN EERSTE AANLEG LEUVEN, AFDELING BURGERLIJKE RECHTBANK, twaalfde kamer.
zitting : 11 februari 2011
eindvonnis
Rol nr. : 09/2553/A
Inzake :
V. L. J.-B., gepensioneerde, wonende te …, ….
eiser,
ter zitting vertegenwoordigd door meester d. D., advocaat te …, ….
tegen :
BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de Minister van Financiën, in de persoon van de gewestelijke directeur, sector BTW-directie te Mechelen, met burelen te 2800 Mechelen, Zwartzustersvest 24 bus 28
verweerder,
ter zitting vertegenwoordigd door meester C., advocaat te …, ….
I. Procedure
De bepalingen van de wet van 15 juni 1935 op het taalgebruik in gerechtszaken werden nageleefd.
De rechtbank nam onder meer kennis van :
- het verzoekschrift op tegenspraak op 3 december 2009 ter griffie neergelegd;
- de neergelegde conclusies en stukken;
- de overige stukken van het rechtsplegingsdossier.
De advocaten van partijen werden gehoord op de openbare zitting van 14 januari 2011.
II. De feiten
J.-B. V. L. (hierna ook : eiser) is BTW-belastingplichtige. Hij is ingevolge verschillende dwangbevelen verschillende boetes verschuldigd.
Hij verzocht de gewestelijke directeur van de BTW om kwijtschelding van deze boetes en intresten. Dit verzoek werd afgewezen.
III. De vorderingen
Eiser vordert de boetes kwijt te schelden en een vrijstelling van intresten toe te kennen.
IV. Beoordeling
1. In bijzondere gevallen mag de bevoegde gewestelijke directeur van de belasting over de toegevoegde waarde, registratie en domeinen, onder door hem bepaalde voorwaarden, vrijstelling verlenen voor alle in artikel 91, §§ 1 en 2, bedoelde interesten of voor een deel ervan (artikel 84bis BTW-Wetboek).
De belastingplichtige heeft geen subjectief recht te worden vrijgesteld van zijn wettelijke verplichting om nalatigheidsinteresten te betalen.
De bevoegdheid om vrijstelling van nalatigheidsintresten toe te kennen komt enkel toe aan de gewestelijke directeur.
De rechtbank mag zich niet in de plaats van de gewestelijke directeur stellen en in zijn plaats de gevraagde vrijstelling toestaan. De rechtbank kan enkel nagaan of de beslissing van de gewestelijke directeur in overeenstemming met de wet genomen werd en deze desgevallend vernietigen.
2. Eiser voert niet aan dat de beslissing van de gewestelijke directeur niet in overeenstemming met de wet werd genomen.
De rechtbank is zonder rechtsmacht om de gevraagde vrijstelling van intresten toe te kennen (Vergelijk : Hof van Beroep Antwerpen 27 mei 2008 F.J.F. 2009, afl. 1, 87; Fiscoloog 2008, afl. 1128, 3-4; Hof van Beroep Bergen, 21 november 2008, JLMB 2009, afl. 21, 992; Hof van Beroep Gent, 12 september 2006, T.F.R.2007, 109, noot).
3. De verschillende boetes hebben betrekking op de periode van het eerste kwartaal 2005 tot het tweede kwartaal 2008. In die periode werd de BTW-aangifte bijna altijd laattijdig ingediend en werd de verschuldigde BTW laattijdig betaald.
De boete betreft een boete van 10 % op de laattijdig betaalde BTW en van 50 tot 250 euro voor de laattijdige indiening van de BTW-aangifte, afhankelijk van het aantal maanden dat deze laattijdig werd ingediend.
4. Deze boetes zijn in overeenstemming met de wet. Zij zijn evenredig met de ernst van de begane inbreuken. Er zijn geen redenen om deze kwijt te schelden.
5. De rechtbank ziet overigens niet in hoe ziekte in 2007 of 2008 (waarvan overigens geen bewijs wordt overgelegd), invloed kan hebben op de naleving van de BTW-verplichtingen in 2005 en 2006.
Financiële moeilijkheden kunnen geen geldige reden zijn om de BTW niet te betalen. De belastingplichtige ontvangt de door zijn klant aan de Staat verschuldigde BTW en fungeert enkel als doorgeefluik om deze belasting aan de staat door te storten. Hij moet er zich van bewust zijn dat dit niet zijn geld is en hij dit niet voor andere doeleinden mag gebruiken.
Dispositif
V. Uitspraak
Dit vonnis wordt gewezen op tegenspraak en in eerste aanleg.
De rechtbank is zonder rechtsmacht om de gevraagde vrijstelling van intresten toe te kennen.
De vordering is voor het overige ontvankelijk maar ongegrond.
De rechtbank veroordeelt eiser tot de kosten. Deze kosten moeten voor eiser niet begroot worden omdat zij te zijnen laste blijven en worden voor verweerder begroot op 900,00 euro (rechtsplegingsvergoeding).
Dit vonnis is uitgesproken tijdens de gewone en openbare terechtzitting van de 12de kamer van de rechtbank van eerste aanleg te Leuven op 11 februari 2011.
De zetel is als volgt samengesteld :
L. W., ondervoorzitter, alleenzetelend rechter
M. L'E., griffier.
M. L.’E. L. W.
Référence citée
Raccourcis clavier
Inactifs pendant la saisie dans un champ.
- Rechercher dans le texte
- /Ctrl/⌘ F
- Occurrence suivante / précédente
- EntréeMaj Entrée
- Section suivante / précédente
- JK
- Mode lecture
- L
- Fermer un panneau
- Échap
Le mode lecture retire le sommaire et les repères, grossit le texte et recentre la colonne.