Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.
Fiche du SPF Finances
Jugement du Tribunal de Première instance de Gand du 01.12.1995
Résumé non fourni
Texte du jugement
Corps de la décision
Le texte est publié uniquement dans la langue originale
OPENBARE TERECHTZITTlNG VAN 1 FEBRUARI1995
AR 2340/88
In de zaak van :
PVBA “N. B.”, handel in lederwaren, met maatschappelijke zetel te …, …,
eiseres,
Hebbende als raadsman advocaat P. D., kantoorhoudende te …, …,
tegen :
DE BELGISCHE STAAT, Ministerie van Financiën, Administratie van de BTW, Registratie en Domeinen, in de persoon van de Heer Hoofdcontroleur der BTW te Gent, Controle Gent 2, wiens burelen gevestigd zijn te 9000 Gent, Ramen 1, en in de persoon van de Heer Ontvanger van het 1e BTW-Ontvangkantoor te Gent, wiens kantoren gevestigd zijn te 9000 Gent, Ramen 1,
verweerder,
hebbende als raadsman advocaat A. R., kantoorhoudende te·…, …,
Vonnist de rechtbank als volgt :
In openbare terechtzitting werden de partijen gehoord in hun middelen en conclusies.
De stukken werden ingezien, inzonderheid de dagvaarding van 19 juli 1988 strekkende tot het veroordelen van de verweerder tot het betalen aan de eiseres van de som van 280.893 frank, onverminderd de rente en de kosten van het geding.
Dit bedrag omvat de terugbetaling van een gedeelte van het bedrag aan BTW, boeten en intresten opgenomen in een ontwerp van PV opgesteld door de verweerder en gesteund op gegevens, vervat in een strafinformatie aangelegd lastens een leverancier van de eiseres, die deze gegevens volledig betwist.
Wering conclusie van de eiseres, neergelegd ter griffie op 13 december 1994.
Bij beschikking van 1 december 1993 werden op grond van art. 747, § 2 Ger. W. de conclusietermijnen vastgesteld en de pleitdatum bepaald op 1 juni 1994.
Op 31 mei 1994 legde de eiseres een verzoekschrift neer overeenkomstig art. 748, § 2 Ger. W. omdat de verweerder twee nieuwe stukken voorlegde en vroeg een nieuwe conclusietermijn van drie maanden.
Ter zitting van 1 juni 1994 werd de pleitdatum verlegd op 14 december 1994.
Daags voor die zitting legt de eiseres haar derde conclusie neer.
Dit is niet ernstig en de verweerder vraagt terecht dat deze conclusie uit de debatten zou worden geweerd.
Argumenten van de eiseres en antwoord van de rechtbank.
A. Het optreden van de BBI waarop de verweerder zich steunt werd op onwettige wijze georganiseerd
De Administratie van de BBI werd opgericht bij KB van 14 november 1978 (BS 21.2.1979).
Teneinde haar opdracht te kunnen vervullen geeft art. 87 van de Wet van 8 augustus 1980, (BS 15.8.1980) aan deze administratie en haar ambtenaren alle machten die de onderscheiden belastingwetten toekennen aan ambtenaren van de diverse fiscale administraties, speciaal op het gebied van controle en taxatie.
Men ziet dan ook niet in waarom de administratie der BBI onwettig zou zijn.
B. De toelating tot inzage van het strafdossier van de leverancier, door de Procureur-Generaal verleend, ontbreekt
Zowel de vraag tot inzage van de strafinformatie lastens J. M. e.a. als de toelating zelf werden door de verweerder voorgelegd.
De Procureur-Generaal te Brussel gaf op 7 december 1984 aan de Administratie van de BBI zonder voorbehoud toelating tot inzage en kopiename van dit dossier.
Dit geeft aan de Administratie het recht om tot heffing en invordering van de verschuldigde belasting over te gaan, ook al is de eiseres niet de verdachte in het strafdossier (Cass. 20.6.1986, Arr.Cass. 1985-86, 1448 – Cass. 8.10.1993, A.F.T. maart 1993, p. 98 e.v.).
C. Geen enkel stuk werd medegedeeld
De stukken uit de strafinformatie, die de eiseres aanbelangen, werden haar tijdens de niet tegengesproken beweringen van de verweerder (p. 3 tweede aanvullende conclusie, neergelegd op 5 april 1994) overgemaakt, zodat dit argument zonder voorwerp blijkt geworden te zijn.
De verweerder moet haar de gedeelten van de strafinformatie, waaraan huidig geding vreemd is, niet mededelen.
D. De schending van het geheim van het onderzoek
De toelating tot inzage en kopiename van het strafdossier werd verleend terwijl het onderzoek nog niet was afgesloten.
Deze 'schending' gebeurde echter op grond van het gezag van de enige autoriteit, die effectief uitzonderingen mag toestaan.
De toelating tot inzage en kopiename van de Procureur-Generaal wordt voorgelegd en bevat geen enkele beperking van het inzagerecht van de·Administratie.
De verdachten in de strafzaak zijn blijkbaar anderen dan de zaakvoerders van de eiseres.
Het enige wat de verweerder echter doet is het aanwenden van alle feitelijke elementen uit die strafinformatie als bewijsmiddel tegen de eiseres, overeenkomstig art. 1 van de Wet van 28 juli 1938, zoals gewijzigd door de Wet van·20 augustus 1947.
Er is terzake derhalve geen sprake van schending van het geheim van het onderzoek.
E. De schending van art. 84, 1° wetboek BTW
Dit artikel betreft moeilijkheden inzake de heffing van de belasting, die voor het inleiden van een rechtsgeding ontstaan, en is als dusdanig niet toepasselijk.
Dit artikel geeft de Minister van Financiën de bevoegdheid in te grijpen ingeval van geschil met de belastingplichtige, maar voert geen administratieve procedure in t.o.v. dewelke de procedure vóór de rechtbank van eerste aanleg een beroepsprocedure zou uitmaken.
F. Schending van de rechten van de verdediging wegens gebrek aan motivering
Uit het ontwerp van PV, waarop de verweerder zijn vordering heeft gesteund, blijkt dat deze laatste zich op een strafinformatie steunt betreffende één met naam genoemde leverancier van de eiseres.
Een aantal verkopen van schoenen aan deze laatste in de jaren 1983 en 1984 werden niet gefactureerd en worden stuk voor stuk in het ontwerp van PV opgesomd.
De bewering dat er een gebrek aan motivering zou geweest zijn is derhalve ongegrond.
G. De boekhouding van de eiseres behoudt haar volle bewijskracht
Men kan bezwaarlijk staande houden dat een boekhouding bewijskrachtig is, indien de gegevens van een strafinformatie lastens één van haar leveranciers uitwijzen dat niet alle aankopen werden geboekt.
H. De omzetberekening van de verweerder is totaal willekeurig gebeurd
De niet-aangegeven omzet werd berekend door het hanteren van een coëfficiënt (2), die niet alleen gebruikelijk is in de schoenensector, maar die ook overeenstemt met de gegevens uit de boekhouding van de eiseres, zoals blijkt uit twee steekproeven.
Zoals reeds hoger aangehaald, blijkt op afdoende wijze uit de strafinformatie dat bepaalde aankopen door de eiseres niet werden geboekt. Uiteraard is ook de verkoop van deze goederen niet in haar boekhouding terug te vinden.
De verweerder bewijst op afdoende wijze welke aankopen niet werden geboekt en heeft niet alleen het recht maar ook de plicht om de niet-aangegeven omzet te belasten.
De eiseres levert trouwens geen enkel tegenbewijs van die vaststelling.
De verweerder heeft de omvang van de niet-aangegeven omzet begroot op grond van vermoedens, namelijk door het aanwenden van een coëfficiënt die o.m. werd bepaald op grond van boekhoudkundige gegevens van de eiseres zelf, zodat er terzake geen sprake is van willekeurige bepaling van die niet-aangegeven omzet.
Dispositif
OP DIE GRONDEN,
DE RECHTBANK, rechtdoende op tegenspraak,
met inachtneming van de artt. 2, 37 en 41 van de Wet van 15 juni 1935 en gelet op het schriftelijk advies van substituut-procureur des Konings F. D., neergelegd ter terechtzitting van 4 januari 1995;
Weert de conclusie, neergelegd door de eiseres op 13 december 1994, uit de debatten.
Ontvangt de vordering doch wijst ze af als niet gegrond.
Verwijst de eiseres in de kosten van het geding, in hoofde van de verweerder begroot op 11.700 frank rechtsplegingsvergoeding.
Aldus, in tegenwoordigheid van de eerste substituut-procureur de Konings N. v. A., gewezen en uitgesproken in openbare terechtzitting door de eerste burgerlijke kamer van de rechtbank van eerste aanleg te Gent op één februari negentienhonderd vijfennegentig.
Heeft de zaak volledig behandeld en erover geoordeeld :
rechter J.-F. C., bijgestaan door griffier R. D.
R. D. J.-F. C.
Référence citée
Raccourcis clavier
Inactifs pendant la saisie dans un champ.
- Rechercher dans le texte
- /Ctrl/⌘ F
- Occurrence suivante / précédente
- EntréeMaj Entrée
- Section suivante / précédente
- JK
- Mode lecture
- L
- Fermer un panneau
- Échap
Le mode lecture retire le sommaire et les repères, grossit le texte et recentre la colonne.