Droit à déduction de l’impôt · Jurisprudence belge

Aller au texte
Juriel

Tribunal de première instance Bruges 12 janvier 2009

Rechercher
Texte en néerlandais

Droit à déduction de l’impôtTaxe sur la valeur ajoutée

https://juriel.be/fr/jurisprudence/droit-deduction-impot-tribunal-bruges-2009-01-12-ae54

Juridiction
Tribunal de première instance
Siège
Bruges
Date
12 janvier 2009

Sur le document

Collection
Jurisprudence belge
Langue du texte
néerlandais
Version française
non publiée par le SPF

Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.

Texte

63 paragraphes

Fiche du SPF Finances

Jugement du Tribunal de Première instance de Bruges du 12.01.2009

Résumé non fourni

Texte du jugement

Corps de la décision

Le texte est publié uniquement dans la langue originale

De Rechtbank van eerste aanleg te Brugge, VIERDE KAMER, heeft het hierna volgend vonnis verleend :

In de zaak 07/3035/A Rep.nr.2009/557

de NV A., (Ondernemingsnr. …), met vennootschapszetel te …, …,

eiseres,

voor wie optreedt Meester J. V. H., advocaat met kantoor te …, …,

tegen :

De FOD FINANCIËN, Belastingen en Invordering, Administratie van de Ondernemings- en Inkomensfiscaliteit, sector BTW, in de persoon van de e.a. Inspecteur van het 4e BTW-Ontvangkantoor te 8000 BRUGGE, G. Vincke Dujardinstraat 4,

verweerder,

voor wie optreedt Meester L. D. S., advocaat met kantoor te …, …,

I. RECHTSPLEGING

Gelet op het inleidend verzoekschrift d.d. 10 oktober 2007.

De rechtbank nam kennis van de dossiers van de rechtspleging en van de door partijen overlegde bundels.

Partijen werden gehoord in hun middelen bij monde van hun raadsman in de openbare terechtzitting van 15 december 2008.

Artikel 2 en volgende van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken werden in acht genomen.

II. BIJZONDERSTE GEGEVENS VAN DE ZAAK

1. Eiseres is ingeschreven als BTW-belastingplichtige onder het BTW-registratienummer BE …, voor de activiteit van adviesbureau op het gebied van bedrijfsvoering en beheer. Zij is derhalve onderworpen aan de bepalingen van de BTW-wetgeving en de ter uitvoering ervan genomen besluiten.

Op 11 oktober 2006 werd door E. V. K., financieel assistent bij de Administratie van de belasting over de toegevoegde waarde, registratie en domeinen, sector BTW, verbonden aan het controlecentrum Brugge 4, bij beslissing van de gewestelijke directeur van de BTW te Brugge van 12 november 2003 gemachtigd om toezicht uit te oefenen binnen het ambtsgebied van de hele BTW-directie van Brugge, een controle gestart over de toepassing van de wetgeving en de reglementering inzake de belasting over de toegevoegde waarde over de periode van 1 april 2006 tot 30 juni 2006. Voorbehoud werd gemaakt voor latere nog te verrichten controles.

Op 9 mei 2007 werden de overtredingen en vaststellingen opgenomen in een proces-verbaal door voormelde ambtenaar. Volgens de administratie heeft eiseres een inbreuk gepleegd op artikel 45, § 1 W.BTW door BTW af te trekken geheven op goederen en diensten die bestemd zijn voor privé-doeleinden of voor andere doeleinden dan die van haar economische activiteit en bovendien voldoen een aantal inkomende facturen niet aan de voorwaarden opgenomen in artikel 5, § 1 KB nr. 1. In het proces-verbaal is opgenomen dat eiseres verschuldigd is als BTW 10.080,66 EUR, als geldboete 1.000,00 EUR en intresten vanaf 21 juli 2006 op de verschuldigde belasting.

Op 19 juni 2007 werd op basis van dit proces-verbaal door de bevoegde ambtenaar van het BTW-ontvangkantoor te Brugge een dwangbevel uitgevaardigd.

Voormeld dwangbevel werd op 25 juni 2007 geviseerd en uitvoerbaar verklaard door M.-R. C., aangewezen door de gewestelijke directeur van de belasting over de toegevoegde waarde te Brugge. Dit dwangbevel werd op 14 september 2007 aangetekend verzonden aan eiseres.

Tegen het dwangbevel werd verzet aangetekend door eiseres met een verzoekschrift d.d. 12 oktober 2007.

2. Eiseres vraagt dat :

- de vordering ontvankelijk en gegrond wordt verklaard;

- de aanslagen gevestigd bij dwangbevel d.d. 19 juni 2007 worden ontheven, evenals de intresten en vervolgingskosten;

- teruggave wordt bevolen van alle sommen die op grond van de ontheven aanslag werden geïnd, te verhogen met de moratoriumintresten voorzien in artikel 418 WIB 1992;

- verweerder wordt veroordeeld tot de kosten van het geding met inbegrip van de rechtsplegingsvergoeding t.b.v. 371,84 EUR.

3. Verweerder vraagt dat de vordering van eiseres ongegrond wordt verklaard en dat eiseres wordt veroordeeld tot de kosten van het geding, met inbegrip van de rechtsplegingsvergoeding t.b.v. 1.100,00 EUR.

III. BEOORDELING

A. Betreffende de toelaatbaarheid

Verweerder voert geen redenen aan die tot de ontoelaatbaarheid van de eis kunnen leiden. Nu de rechtbank evenmin middelen van ontoelaatbaarheid, die zij ambtshalve zou moeten opwerpen, vaststelt, is de eis toelaatbaar.

B. Betreffende de grond

1. Eiseres heeft samen met NV D. en BVBA B. P. op 8 augustus 2001 een leasingcontract afgesloten met KBC Lease Belgium NV m.b.t. een complete bottellijn voor mineraalwater. De duur van het contract bedroeg 84 maanden. Eiseres, NV D. en BVBA B. P. hadden zich hoofdelijk en ondeelbaar verbonden t.a.v. de leasinggever.

De bottellijn werd geplaatst in een onroerend goed eigendom van eiseres. Zij verhuurde dit onroerend goed aan NV D.. NV D. baatte de activiteit van oppompen en bottelen van het mineraalwater uit en maakte gebruik van de bottellijn.

BVBA B. P. werd failliet verklaard en op 17 januari 2006 werd ook NV D. failliet verklaard.

Na het faillissement van NV D. heeft eiseres de leasevergoedingen betaald en heeft stalen laten nemen van de bron.

2. Volgens verweerder heeft eiseres toepassing gemaakt van het rechtop BTW-aftrek zonder dat de voorwaarden daartoe vervuld zijn.

3. Artikel 45, § 1, 1° W.BTW stelt :

“Op de belasting die hij verschuldigd is, mag elke belastingplichtige in aftrek brengen de belasting geheven van de aan hem geleverde goederen en verleende diensten, van de door hem ingevoerde goederen en de door hem verrichte intracommunautaire verwervingen van goederen, in de mate dat hij die goederen en diensten gebruikt voor het verrichten van :

1° belaste handelingen

…".

Uit artikel 45, § 1 W.BTW volgt dat de belastingplichtige zelf het bewijs moet leveren dat het door haar uitgeoefende recht op aftrek bestaat. Het is met andere woorden eiseres, en niet verweerder, die de bewijslast draagt dat de voorwaarden van het recht op aftrek vervuld zijn. Eiseres dient dus het bewijs te leveren van de aard van de ontvangen diensten of de geleverde goederen. De loutere overlegging van facturen bewijst niet de aard van de dienst of het goed en toont dus niet aan dat de wettelijke voorwaarden tot aftrek van BTW vervuld zijn.

4. Uit de stukken van het dossier blijkt duidelijk dat de complete bottellijn voor mineraalwater bestemd was voor de economische activiteit van NV D., zijnde vervaardiging van gedistilleerde alcoholische dranken. Er is geen betwisting dat de betreffende bottellijn tot 17 januari 2006, datum waarop het faillissement van NV D. werd uitgesproken, ook effectief gebruik werd door NV D. voor haar economische activiteit. NV D. betaalde als enige ook de leasevergoedingen. Na het faillissement van NV D., en ook BVBA B. P., was eiseres contractueel gehouden tot het betalen van de leasevergoedingen. Uit niets blijkt evenwel dat eiseres na 17 januari 2006 de betreffende bottellijn ook effectief gebruikt heeft. Eiseres heeft haar economische activiteit op 1 februari 2006 wel uitgebreid met 'productie van mineraalwater' en is wel eigenaar van de bron en het bijhorende onroerend goed, maar eiseres bewijst niet dat zij de economische activiteit van 'productie van mineraalwater'

effectief heeft uitgeoefend of dat zij samen met een ander persoon over gegaan is tot commercialisering van het mineraalwater.

Eiseres bewijst op geen enkele wijze dat de leasing van de bottellijn en de labodiensten uitgevoerd door BVBA B. voorbereidende handelingen zijn om belastbare handelingen te kunnen stellen.

5. Op basis van de vaststellingen in het proces-verbaal d.d. 9 mei 2007 en het gebrek aan enig bewijs door eiseres oordeelt de rechtbank dat niet bewezen is dat de voorwaarden voor recht op aftrek voldaan zijn wat betreft de leasevergoedingen voor de bottellijn en de labo-diensten uitgevoerd door BVBA B..

C. Betreffende de kosten

Gezien eiseres in het ongelijk wordt gesteld, moet zij overeenkomstig artikel 1017, 1° lid Ger.W. de gerechtskosten dragen.

De waarde van de eis situeert zich tussen 10.000,01 en 20.000,00 EUR waarvoor het basisbedrag van de rechtsplegingsvergoeding overeenkomstig het KB van 26 oktober 2007 een bedrag van 1.100,00 EUR bedraagt, zoals gevorderd.

Dispositif

OM DEZE REDENEN,

DE RECHTBANK,

Wijzende in eerste aanleg en op tegenspraak.

Alle verdere middelen van partijen verwerpend als niet dienend

Verklaart de eis toelaatbaar, doch ongegrond.

Veroordeelt eiseres tot de gedingkosten, aan haar zijde niet te begroten aangezien ze haar ten laste blijven, en aan de zijde van verweerder begroot op de rechtsplegingsvergoeding t.b.v. 1.100,00 EUR.

Aldus gewezen en uitgesproken in openbare terechtzitting in het gerechtshof te Brugge op maandag twaalf januari tweeduizend en negen.

Aanwezig zijn :

D. P. L., alleenrechtsprekend rechter;

L. N., griffier.

N .L. L. D. P.

Textes cités

1
AR no 1 art. 51 occurrence

Décisions similaires

8