Droit à déduction de l’impôt · Jurisprudence belge

Aller au texte
Juriel

Tribunal de première instance Anvers 16 janvier 2012

Rechercher
Texte en néerlandais

Droit à déduction de l’impôtTaxe sur la valeur ajoutée

https://juriel.be/fr/jurisprudence/droit-deduction-impot-tribunal-anvers-2012-01-16-dad5

Juridiction
Tribunal de première instance
Siège
Anvers
Date
16 janvier 2012

Sur le document

Collection
Jurisprudence belge
Langue du texte
néerlandais
Version française
non publiée par le SPF

Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.

Texte

66 paragraphes

Fiche du SPF Finances

Jugement du Tribunal de première instance d'Anvers du 16.01.2012

Résumé non fourni

Texte du jugement

Corps de la décision

Le texte est publié uniquement dans la langue originale

VONNIS gewezen en uitgesproken in het gerechtsgebouw te Antwerpen op zestien januari tweeduizend en twaalf in openbare zitting van de vierde F kamer van de rechtbank van eerste aanleg van het gerechtelijk arrondissement Antwerpen, waar zetelden :

L. B., rechter,

N. V., griffier,

Inzake A.R. nr. 10/4744/A

nv M. En N.-M. D.,

afgekort nv M., ingeschreven in de kruispuntbank der ondernemingen onder nummer …, met maatschappelijke zetel gevestigd te …, ….

EISENDE PARTIJ

- verschijnende bij meester E. D. B., advocaat, kantoorhoudende te …, ….

tegen :

de Belgische Staat,

Federale Overheidsdienst Financiën, Administratie van de BTW, Registratie en Domeinen, vertegenwoordigd door de heer Minister van Financiën, wiens burelen gevestigd zijn te Brussel, op vervolging en benaarstiging van de heer Gewestelijk Directeur van de BTW, Registratie en Domeinen te Antwerpen, in de persoon van de heer ontvanger-rekenplichtige van het derde BTW-Ontvangkantoor te Antwerpen, waarvan de burelen gevestigd zijn te 2000 Antwerpen, Italiëlei 4 bus 4.

VERWERENDE PARTIJ

- verschijnende bij meester A. v. L. d. J., advocaat, kantoorhoudende te …, ….

Gezien de stukken in het dossier van de rechtspleging, onder meer:

- het verzoekschrift neergelegd ter griffie op 30 juli 2010,

- de beschikking verleend overeenkomstig artikel 747, § 1 van het Gerechtelijk Wetboek op 1 oktober 2010,

- de conclusies en stukken van partijen.

Gelet op de wet van 15 juni 1935 op het gebruik van talen in gerechtszaken.

Gelet op de verordeningen van de Raad van ministers nummer 974/98 van 3 mei 1998 en nummer 1103/97 van 17 juni 1997 en de wetten van 26 juni 2000 en 30 juni 2000 ter invoering van de euro.

Gehoord partijen in hun middelen en gezegden ter zitting van 19 december 2011.


Een ter zake BTW bevoegd ambtenaar deed begin januari 2009 controle bij eiseres.

Ze stelde vast dat eiseres eind 2006 een loods had gekocht van G. M. N.V.

De loods was aldaar afgebroken en dan in onderdelen overgebracht naar de bedrijfszetel van eiseres.

Daar waren de onderdelen dan opgeslagen.

Bij die controle werd de over deze verwerving verrichte aftrek van voorbelasting verworpen.

Over dit en andere onderwerpen werd vooreerst correctieopgave toegezonden.

Eiseres ging akkoord, behalve op het net vermelde punt.

Op 21 september 2009 werd dan proces-verbaal opgesteld.

Het vordert rechten, een tot 10 % herleide boete, intrest op de rechten vanaf 21 januari 2007.

Ontvanger BTW Antwerpen 3 vaardigde op 29 september 2009 dwangschrift uit.

Dit vordert bijkomend ook intrest op de boete en de vervolgingkosten.

Het werd op 2 oktober 2009 uitvoerbaar verklaard.

Het werd, met eraan gehecht proces-verbaal, ter kennis gegeven middels brief van 6 oktober 2009.

Raadsman legde op 30 juli 2010 ter griffie verzoekschrift op tegenspraak neer.

Afschrift van vermeld dwangschrift is aan het gedinginleidend verzoekschrift gehecht.

Elke gedingpartij legde in de loop van 2011 syntheseconclusie neer.

Ontvankelijkheid en toelaatbaarheid van de rechtsvordering staan niet in betwisting, ook niet desnoods ambtshalve aan te voeren.

Ten gronde

De (verrichte) aftrek van voorbelasting werd verworpen bij gebrek aan bestemming in de zin van art. 45 § 1 Wetboek BTW.

Eiseres draagt de bewijslast van zulke bestemming.

Ze stelt dat de loods werd bestemd tot wederopbouw (op haar terreinen).

Wederopbouw vormt echter op zich geen bestemming in de zin van art. 45 § 1 Wetboek BTW.

Wederopbouw kan immers zowel BTW-bestemming als niet-BTW-bestemming hebben.

Verweerder vult te dezen volop zijn aanvoeringsplicht in door concreet te onderbouwen dat de op te bouwen loods bestemd kan zijn (en waarschijnlijk ook is) ter verhuring aan een derde.

Dit laatste vormt, als bestemmingsmogelijkheid, geen BTW-bestemming.

Het blijft dus in het ongewisse of de loods, ongeacht of ze naderhand weder opgebouwd werd of niet, "bestemd" was (en is) voor handelingen in de zin van art.45 § 1 Wetboek BTW.

Eiseres vult alzo haar <positieve> bewijslast, tot bepaaldelijk bestemming in de zin van art.45 § 1 Wetboek BTW, te dezen geenszins in.

Haar loutere beweringen van bestemming volstaan niet.

De facturen van een architect van 2006 helpen eiseres niet verder.

Ze wijzen alleen op het voornemen tot wederopbouw zonder meer, maar niet tegelijk zomaar op bestemming van het goed tot bepaaldelijk gebruik in de zin van art. 45 § 1 Wetboek BTW.

De van 200 % (wettelijke) tot te dezen 10 % herleide boete werd gemoduleerd conform KB 41 inzake BTW.

Dit is volop evenredig met de gegevens van het dossier.

Eiseres wist immers zeer goed dat ze wettelijk de positieve bewijslast van bestemming draagt.

Partijen namen onderscheiden standpunt in ter zake de rechtsplegingvergoeding.

Dispositif

OM DEZE REDENEN

DE RECHTBANK,

Rechtdoende op tegenspraak,

Alle andere en strijdige conclusies verwerpend,

Verklaart de rechtsvordering ontvankelijk en toelaatbaar, maar ongegrond,

Veroordeelt eiseres tot de kosten,

Vereffent de kosten in hoofde van verweerder op … (…) EUR bij wijze van wettelijk geïndexeerde rechtsplegingvergoeding.

N. V. L. B.

Textes cités

1
CTVA art. 455 occurrences

Décisions similaires

8