Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.
Fiche du SPF Finances
Jugement du Tribunal de première instance de Hasselt du 04.06.2008
Résumé non fourni
Texte du jugement
Corps de la décision
Le texte est publié uniquement dans la langue originale
DE BURGERLIJKE RECHTBANK VAN EERSTE AANLEG, ZITTING HOUDENDE TE HASSELT, ELFDE KAMER D, HEEFT HET VOLGENDE VONNIS UITGESPROKEN :
IN ZAKE AR nr. 05/175/A :
H. BVBA, met maatschappelijke zetel te …, …, en met ondernemingsnummer ….
Eiseres, vertegenwoordigd door mr. L. L. loco mr. R. R., advocaat te …, ….
tegen :
ONTVANGER DIRECTE BELASTINGEN, TWEEDE BTW-ONTVANGKANTOOR HASSELT, in de persoon van de heer e.a. inspecteur van het tweede BTW-Ontvangkantoor, met burelen gevestigd te 3500 Hasselt, Thonissenlaan 20.
Verweerder, vertegenwoordigd door mr. D. D. loco mr. R. F., advocaat te …, ….
EN IN ZAKE :
H. BVBA, met maatschappelijke zetel te …, …, en met ondernemingsnummer ….
Eiseres in tussenkomst en vrijwaring, vertegenwoordigd door mr. L. L. loco mr. R. R., advocaat te …, ….
tegen :
D. N. N.V., KBO nr. …, met zetel te …, ….
Verweerster in tussenkomst en vrijwaring, vertegenwoordigd door mr. S. J., advocaat te …, ….
VOLGT HET VONNIS :
Gelet op :
- het verzoekschrift op tegenspraak, neergelegd ter griffie van deze rechtbank op 24.01.2005, waarbij eiseres verzet aantekende tegen het dwangbevel van 16.12.2004, uitgevaardigd door D. S., waarnemend e.a. inspecteur van het tweede BTW-ontvangkantoor te Hasselt, geviseerd en uitvoerbaar verklaard op 18.12.2004 door M. M., e.a. inspecteur van de BTW te Lanaken, aangewezen door de gewestelijke directeur van de Administratie van de BTW, registratie en domeinen te Hasselt;
- het exploot van gerechtsdeurwaarder L. M., plaatsvervanger van gerechtsdeurwaarder P. T. te …, van 31.01.2007 waarbij de NV D. N. op verzoek van eiseres werd gedagvaard in tussenkomst en vrijwaring;
- de conclusies, aanvullende conclusies, tweede aanvullende conclusies, syntheseconclusies en stukken van verweerder;
- de besluiten en kostennota van verweerder in tussenkomst en vrijwaring;
- de besluiten, synthesebesluiten van 17.12.2007, synthesebesluiten van 14.02.2008 en stukken van eiseres.
II. FEITEN EN VOORGAANDEN
Eiseres is wegens de door haar uitgeoefende activiteit (restaurantuitbating) geregistreerd als BTW-belastingplichtige onder BTW-nummer … en is derhalve onderworpen aan de BTW-wetgeving en aan de ter uitvoering daarvan genomen besluiten.
Eiseres heeft op 28.11.2001 een voertuig Mitsubishi Pajero met chassisnummer … aangekocht bij de NV D. N., thans verweerster in tussenkomst en vrijwaring (zie stuk 1, bundel eiseres).
Het betreffende voertuig Mitsubishi Pajero is uitgerust met twee zetels vooraan. Het voertuig heeft een wegneembare vlakke laadvloer voor goederen. Er is de mogelijkheid tot het plaatsen van zetels en veiligheidsgordels in de laadruimte; de verankeringspunten voor zetels, zitbanken en veiligheidsgordels zijn aanwezig (zie proces-verbaal van 07.12.2004; stuk 1 bundel verweerder).
Dit voertuig werd op 15.01.2002 bij de Directie voor Inschrijving van Voertuigen (D.I.V.) ingeschreven als een "lichte vrachtwagen" (zie stuk 3, bundel eiseres).
Het gelijkvormigheidsattest en het keuringsbewijs vermelden eveneens "lichte vrachtauto" (zie stukken 2 en 4, bundel eiseres).
Eiseres bracht de BTW die zij betaald had bij aankoop van het voertuig t.b.v. … euro in aftrek ten belope van 100 %.
Op 02.12.2004 heeft een controleambtenaar van de Administratie van de BTW, registratie en domeinen, verbonden aan het BTW-controlekantoor te Lanaken een BTW-controle doorgevoerd dewelke betrekking had op het nazicht van het voertuig Mitsubishi Pajero in functie van de toepassing van de BTW-wetgeving.
Naar aanleiding van de vaststellingen van de controleambtenaar werd op 07.12.2004 een proces-verbaal opgesteld waarin werd vastgesteld dat eiseres een inbreuk heeft begaan op art. 45, § 2 W.BTW, namelijk eiseres heeft ten onrechte 100 % van de betaalde BTW in aftrek gebracht, het recht op aftrek diende volgens de controleambtenaar beperkt te worden tot 50 % en derhalve was eiseres de hierna volgende bedragen verschuldigd :
- … euro aan BTW;
- … euro geldboete in toepassing van art; 70, § 1bis W.BTW, verminderd en afgerond in toepassing van art. 1 van het KB nr. 41 van 30.01.1987 tot vaststelling van het bedrag van de proportionele geldboete op het vlak van de BTW;
- de wettelijke intresten overeenkomstig art. 91, § 1 W.BTW aan 0,80 % per maand over … euro vanaf 21.01.2002 (zie stuk 1, bundel verweerder).
Op 16.12.2004 werd tegen eiseres een dwangbevel uitgevaardigd, gesteund op het proces-verbaal van 07.12.2004. Het dwangbevel werd geviseerd en uitvoerbaar verklaard op 18.12.2004 door M. M., e.a. inspecteur van de BTW te Lanaken, aangewezen door de gewestelijke directeur van de Administratie van de BTW, registratie en domeinen te Hasselt en met exploot van gerechtsdeurwaarder I. G. te … van 23.12.2004 betekend aan eiseres (zie stukken 2 en 3, bundel verweerder).
In dit dwangbevel werden de hoger vermelde bedragen gevorderd alsook de moratoire intresten over de nog verschuldigde geldboete vanaf de betekening van het dwangbevel in toepassing van art. 91, § 4 W.BTW, alsmede de vervolgingskosten.
Bij verzoekschrift op tegenspraak, neergelegd ter griffie op 24.01.2005 werd door eiseres bij deze rechtbank verzet aangetekend tegen het dwangbevel van 16.12.2004.
Bij exploot van gerechtsdeurwaarder L. M., plaatsvervanger van gerechtsdeurwaarder P. T. te …, van 31.01.2007 waarbij de NV D. N. op verzoek van eiseres werd gedagvaard in tussenkomst en vrijwaring.
II. BEOORDELING
1. Ontvankelijkheid :
De oorspronkelijke vordering, alsook de vordering in tussenkomst en vrijwaring zijn ontvankelijk.
Verweerster in tussenkomst en vrijwaring houdt ten onrechte voor dat de vordering opzichtens hem ontoelaatbaar zou zijn. Er is in casu immers geen sprake van een geschil waarin een door of krachtens de wet georganiseerd voorafgaand administratief beroep bestaat. Verweerster in tussenkomst en vrijwaring verwijst dan ook ten onrechte naar artikel1385undecies Ger. W.
2. Aangaande de verjaring :
Eiseres houdt voor in haar verzoekschrift dat de vordering van de fiscus is verjaard.
Eiseres beroept zich hiervoor op art. 81bis, § 1 W.BTW, zoals ingevoegd bij art. 53 van de wet van 15 maart 1999 (B.S. 27 maart 1999) en van toepassing vanaf 6 april 1999, dat voorziet in een verjaringstermijn van 3 jaar.
Art. 81 bis, § 1 W.BTW stelt immers :
"Er is verjaring voor de vordering tot voldoening van de belasting, de interesten en van de administratieve geldboeten, na het verstrijken van het derde kalenderjaar volgend op dat waarin de oorzaak van opeisbaarheid van die belasting, interesten en administratieve geldboeten zich heeft voorgedaan."
Aangezien voor de aankoop van het voertuig Mitsubishi Pajero op 28.11.2001 een factuur werd afgeleverd, verstrijkt het derde kalenderjaar volgend op 2001 op 01.01.2005. Bij exploot van 23.12.2004 werd het dwangbevel betekend aan eiseres, zodat de vordering van de fiscus niet verjaard is.
3. Aangaande de oorspronkelijke vordering : de toepassing van art. 45, § 2 W.BTW.
3.1. Principes :
Art. 45, § 1 W.BTW legt het principe vast dat de belastingplichtige, op de belasting die hij verschuldigd is, in aftrek mag brengen de belasting geheven van de aan hem geleverde goederen in de mate dat hij die goederen gebruikt voor het verrichten van belaste handelingen.
Art. 45, § 2, 1e lid W.BTW bepaalt het volgende :
"Ten aanzien van de levering, de invoer en de intracommunautaire verwerving van automobielen voor personenvervoer, daaronder begrepen de voertuigen die zowel voor personenvervoer als voor goederenvervoer kunnen dienen, en ten aanzien van goederen en diensten met betrekking tot die voertuigen, mag de aftrek in geen geval hoger zijn dan 50 % van de betaalde belasting".
Art. 45, § 2, 1e lid W.BTW bepaalt een uitzondering op de algemene regel van art. 45, § 1 W.BTW. Verweerder moet dan ook het bewijs leveren dat deze uitzondering van toepassing is.
3.2. Toegepast op huidig geschil :
De rechtbank dient thans na te gaan aan de hand van de wettelijke bepalingen en op basis van de feitelijke vaststellingen na te gaan of verweerder terecht kon oordelen dat de Mitsubishi Pajero onder het toepassingsgebied van art. 45, § 2 W.BTW valt.
Eiseres is van oordeel dat zij recht heeft op de volledige aftrek (100 %) van de BTW voldaan bij de aankoop van het voertuig "lichte vracht" Mitsubishi Pajero.
De BTW-administratie roept in dat eiseres ten onrechte de BTW volledig heeft afgetrokken met betrekking tot het voertuig Mitsubishi Pajero, onder verwijzing naar art. 45, § 2 W.BTW.
De administratie is van oordeel dat het voertuig van eiseres niet als een "lichte vrachtwagen" kan worden aangemerkt en aldus niet kan genieten van een volledige aftrek van BTW.
Verweerder verwijst naar de gepubliceerde aanschrijving nr. 10 van 11.09.1987 en de gepubliceerde aanschrijving nr. 25 van 11.12.1990. In deze aanschrijvingen wordt het onderscheid tussen personenauto's, auto' s voor dubbel gebruik en minibussen enerzijds en lichte vrachtwagens anderzijds afgelijnd.
In de aanschrijving nr. 25 van 11.12.1990 wordt uitdrukkelijk gesteld dat de criteria erin vervat gemeen zijn aan de BTW, aan de inschrijvingsbelasting, aan de verkeersbelasting en aan de materies welke ressorteren onder de bevoegdheid van de minister van verkeerswezen. De criteria beogen in feite een betere omschrijving van het begrip "lichte vrachtwagen".
Nu het voertuig niet voldoet aan de voorwaarden zoals bepaald in deze aanschrijvingen, kan volgens de administratie eiseres niet genieten van volledige aftrek.
Deze aanschrijvingen zijn uitgewerkt door de uitvoerende macht, niet door de wetgevende macht.
Het is duidelijk dat voormelde aanschrijvingen geen andere bedoeling en draagwijdte hebben dat de bestaande wetgeving en reglementering in herinnering te brengen en/of toe te lichten, en daar eventueel aanbevelingen aan vast te knopen. Zij hebben met andere woorden niet de bedoeling de erin vervatte interpretaties of richtlijnen verplichtend te stellen. Volgens een vaste rechtspraak van het Hof van Cassatie hebben dergelijke interpretatieve omzendbrieven geen bindend karakter.
In het W.BTW wordt nergens een omschrijving gegeven van "een lichte vrachtwagen" en van "een auto voor dubbel gebruik" en van "voertuigen die zowel voor personenvervoer als voor goederenvervoer kunnen dienen".
Daarentegen wordt in het K.B. van 15.03.1968 betreffende het algemeen reglement op de technische eisen waaraan de auto's, hun aanhangwagens, hun onderdelen en hun veiligheidstoebehoren moeten voldoen wel een omschrijving teruggevonden van lichte vrachtwagen en van auto voor dubbel gebruik.
Art. 1, § 2, 5° van voormeld K.B van 15.03.1968 omschrijft een lichte vrachtwagen als :
"elke auto opgevat en gebouwd voor het vervoer van zaken waarvan de maximale toegelaten massa 3.500 kg niet overschrijdt".
Art. 1, § 2, 3° van het K.B. van 15.03.1968 definieert een auto voor dubbel gebruik als zijnde :
"elke auto opgevat en gebouwd voor het vervoer van personen en zaken die bij het gebruik voor het bezoldigde vervoer van personen ten hoogste 8 plaatsen mag bevatten, zonder die van de bestuurder".
De aanschrijving nr. 10 van 11.09.1987 sluit aan bij de definitie van lichte vrachtwagen zoals weergegeven in art. 1, § 2, 5° van het K.R van 15.03.1968 en definieert een lichte vrachtwagen als :
"elke auto met een hoogste toegelaten gewicht van niet meer dan 3.500 kg., gebouwd of definitief omgevormd voor het vervoer van goederen en essentieel voor dit doel bestemd".
Het onderscheid tussen een voertuig dat opgevat en gebouwd is voor het vervoer van goederen en een wagen voor dubbel gebruik (goederen- en personenvervoer) waarop de beperking van aftrekbare BTW overeenkomstig art. 45, § 2 W.BTW van toepassing is, is een feitenkwestie die geval per geval moet beoordeeld worden.
De elementen die hierbij van belang zijn om de aard van het voertuig te bepalen zijn o.m. de structuur van het voertuig, de aanwezigheid van één of meerdere rijen zetels, de oppervlakte van de laadvoer, de onmogelijkheid om zetels en gordels in de laadruimte te voorzien en de afscheiding van passagiers- en laadruimte.
De inschrijving van het voertuig bij het D.I.V. als lichte vrachtwagen is hierbij niet doorslaggevend, nu de inschrijving op zich geen bewijs levert dat het voertuig niet zou kunnen gebruikt worden voor zowel personen- als goederenvervoer. Enkel de feitelijke toestand van het voertuig is doorslaggevend.
Verweerder is van oordeel dat uit de vaststellingen van de controleambtenaar, opgenomen in het proces-verbaal van 07.12.2004, blijkt dat het betreffende voertuig Mitsubishi Pajero is uitgerust met twee zetels vooraan. Het voertuig heeft een wegneembare vlakke laadvloer voor goederen. Er is de mogelijkheid tot het plaatsen van zetels en veiligheidsgordels in de laadruimte; de verankeringspunten voor zetels, zitbanken en veiligheidsgordels zijn aanwezig.
Op grond van de feitelijke vaststellingen is het duidelijk dat het hier een voertuig betreft dat zowel geschikt is voor personenvervoer als voor goederenvervoer. Het voertuig heeft duidelijk een dubbele functie aangezien er nog de mogelijkheid is tot het plaatsen van zetels en veiligheidsgordels in de laadruimte en de verankeringspunten voor zetels, zitbanken en veiligheidsgordels nog aanwezig zijn. Het kwestieus voertuig is m.a. w. niet hoofdzakelijk opgevat en gebouwd voor het vervoer van goederen.
Derhalve is de rechtbank van oordeel dat eiseres ten onrechte voorhoudt dat zij recht heeft op de volledige aftrek van de BTW.
De rechtbank kan niet voorbijgaan aan het feit dat het door eiseres aangekochte voertuig op 29.08.1995 bij de D.I.V. werd ingeschreven als lichte vrachtwagen, dat het voertuig op het gelijkvormigheidsattest en het keuringsbewijs werd omschreven als lichte vrachtwagen.
De rechtbank meent evenwel dat eiseres ten onrechte voorhoudt dat ingevolge de inschrijving bij de D.I.V. als lichte vrachtwagen, de BTW-administratie gehouden is deze kwalificatie van het voertuig te aanvaarden.
De enige wijze om uit te maken of een voertuig als lichte vrachtwagen kan worden beschouwd en dat het voertuig niet zou kunnen gebruikt worden voor zowel personen- als goederenvervoer, is door de feitelijke toestand te onderzoeken. De inschrijving van het voertuig bij het D.I.V. als lichte vrachtwagen is hierbij niet doorslaggevend, nu de inschrijving op zich geen bewijs levert dat het voertuig niet zou kunnen gebruikt worden voor zowel personen- als goederenvervoer.
Derhalve komt de rechtbank tot het besluit dat eiseres - voor wat betreft de aftrekregeling van de BTW - niet zonder meer kon voortgaan op het feit dat het door haar aangekochte voertuig door de D.I.V. als een lichte vrachtwagen werd gekwalificeerd, alsook dat op de factuur opgesteld door de verkoper D. N. "lichte vrachtwagen" staat vermeld.
Enkel indien de BTW-administratie zelf gedurende een zekere tijd de kwalificatie van lichte vrachtwagen aan het kwestieuze voertuig had gegeven, zou eiseres het rechtszekerheidsbeginsel hebben kunnen inroepen. In dat verband heeft het Hof van Cassatie immers beslist dat het recht op rechtszekerheid o.m. inhoudt dat de burger moet kunnen vertrouwen op wat door hem niet anders kan worden opgevat dan als een vaste gedrags- of beleidsregel van de overheid (zie Cass., 27.03.1992, Arr. Cass., 1991-92, 727; BTW-Revue, 1995, 815; Fisc. Koer., 1992, 374; Pas., 1992, I, 650).
In voorliggend geschil kan bezwaarlijk worden gesteld dat er een vaste en reeds jaren geldende gedrags- of beleidsregel van de BTW-administratie voorhanden was, die erin bestond dat het kwestieuze voertuig op het vlak van de BTW werd gekwalificeerd als een lichte vrachtwagen. Integendeel, de BTW-administratie heeft na controle en . onderzoek de foutieve kwalificatie onmiddellijk rechtgezet.
Derhalve komt de rechtbank tot het besluit dat het verzet van eiseres ongegrond dient te worden verklaard.
4. Aangaande de vordering in tussenkomst en vrijwaring :
Eiseres vordert dat de verkoper van het voertuig Mitsubishi Pajero, zijnde de NV D. N., zou veroordeeld worden tot "terugbetaling van al de bedragen waartoe zij gehouden zou zijn te betalen aan de Federale Overheidsdienst Financiën, uit hoofde van het dwangbevel van 16.12.2004 en dit bestaande uit de BTW, de geldboete en de intresten, voórlopig begroot op … euro provisioneel".
Eiseres verduidelijkt niet op basis van welke rechtsgrond zij deze vordering stelt.
De vermelding op de factuur van het voertuig Mitsubishi Pajero van "lichte vrachtwagen" geeft geen recht op volledige aftrek van de BTW en kan niet leiden tot een gerechtvaardigd vertrouwen dat de volledige aftrek zou aanvaard worden door de BTW-administratie nu eiseres de bewijslast van art. 45, § 2 W.BTW dient te vervullen.
Bijgevolg kan verweerder in tussenkomst en vrijwaring dat ook niet verantwoordelijk gesteld worden nu de BTW-administratie de volledige aftrek niet aanvaard.
De vordering in tussenkomst en vrijwaring is dan ook ongegrond.
Wat betreft de kosten van de procedure dient er rekening gehouden te worden met de inwerkingtreding van de wet van 21.04.2007 betreffende de verhaalbaarheid van de erelonen en de kosten van een advocaat (B.S. 31.05.2007) en de onmiddellijke toepassing van deze wet op alle hangende gedingen vanaf 01.01.2008 (zie art 13 en 14).
Partijen hebben geconcludeerd ter zake de rechtsplegingsvergoeding en hebben hun standpunt ook toegelicht ter zitting van deze rechtbank.
De voorschriften van de artikelen 2-30 tot 37 van de wet van 15 juni 1935 op het taalgebruik in gerechtszaken werd nageleefd.
Dispositif
OM DEZE REDENEN :
De rechtbank, rechtdoende op tegenspraak en na beraadslaging,
Verklaart het verzet tegen het dwangbevel van 16.12.2004 ontvankelijk doch ongegrond.
Verklaart de vordering in tussenkomst en vrijwaring ontvankelijk doch ongegrond.
Veroordeelt eiseres, tevens eiseres in tussenkomst en vrijwaring, tot de kosten van het geding en begroot deze :
- in hoofde van verweerder op … euro;
- in hoofde van verweerster in tussenkomst en vrijwaring op … euro.
Aldus gevonnist en uitgesproken in openbare terechtzitting van de elfde kamer D, op het gerechtshof te Hasselt op 04.06.2008, alwaar aanwezig waren :
De Heer L. B., rechter, waarnemend voorzitter,
Mevrouw M. C., rechter,
De Heer S. B., plaatsvervangend rechter,
De Heer L. P., e.a. adjunct-griffier.
L. P. S. B. M. C. L. B.
Référence citée
Raccourcis clavier
Inactifs pendant la saisie dans un champ.
- Rechercher dans le texte
- /Ctrl/⌘ F
- Occurrence suivante / précédente
- EntréeMaj Entrée
- Section suivante / précédente
- JK
- Mode lecture
- L
- Fermer un panneau
- Échap
Le mode lecture retire le sommaire et les repères, grossit le texte et recentre la colonne.