Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.
Fiche du SPF Finances
Arrêt de la Cour d'Anvers du 07.11.2000
Résumé non fourni
Texte de l’arrêt
Corps de la décision
Le texte est publié uniquement dans la langue originale
Het Hof van beroep te Antwerpen, zitting houdend te Antwerpen, ZESDE KAMER, recht doende in burgerlijke zaken, heen het volgende arrest gewezen :
In zake : 1999/AR/1278
R. F., handelaar, HR te … Nr. …, wonende te …, …;
appelIant,
tegen het vonnis gewezen door de rechtbank van eerste aanleg te Antwerpen van 25 maart 1999;
vertegenwoordigd door Meester K. T., advocaat te …, …;
tegen :
de BELGISCHE STAAT, in de persoon van de Ontvanger Derde BTW-kantoor Antwerpen, Italiëlei 4, bus 4 te 2000 Antwerpen;
geïntimeerde,
vertegenwoordigd door Meester P. M. loco Meester R. L., advocaat te …, …;
Gelet op de door de wet vereiste processtukken in behoorlijke vorm overgelegd waaronder het bestreden vonnis van de rechtbank van eerste aanleg te Antwerpen van 25 maart 1999, waarvan geen akte van betekening wordt voorgelegd, alsmede het verzoekschrift tot hoger beroep neergelegd ter griffie van dit Hof op 30 april 1999 waarbij een naar vorm en termijn regelmatig en ontvankelijk hoger beroep wordt ingesteld;
Overwegende dat appellant - een zelfstandige met als activiteit vloer-, tegel- en metselwerken – op 9 december 1994 een voertuig Chrysler Grand Voyager heeft aangekocht, dat vooraf werd omgebouwd tot Crew Cab;
dat dit voertuig werd aangekocht als bedrijfsvoertuig en als lichte vrachtwagen werd vermeld op het gelijkvormigheidsattest en het inschrijvingsbewijs, afgeleverd door de Dienst Inschrijving Voertuigen (hierna D.l.V,);
dat appellant de BTW voor 100 % heeft afgetrokken;
Overwegende dat ter gelegenheid van een BTW-controle op 6 september 1995 aangaande de toepassing van de BTW-wetgeving en reglementering voor de periode van 1 januari 1991 tot en met 31 december 1994 door de controleambtenaar werd vastgesteld dat deze aftrek gebeurde in strijd met artikel 45, § 2 BTW-Wetboek, krachtens hetwelk maximum 50 % kon afgetrokken worden;
dat een correctieopgave werd opgesteld, waarmee appellant zich niet akkoord verklaarde;
dat appellant evenmin overging tot betaling, zodat een dwangbevel werd uitgevaardigd, dat op 21 juni 1996 aan appellant werd betekend;
Overwegende dat appellant zich bij dagvaarding van 15 juli 1996 heeft verzet tegen het dwangbevel teneinde geïntimeerde zich te zien en horen verbieden over te gaan tot uitvoering van gezegd dwangbevel en te horen zeggen voor recht dat appellant de erin vermelde sommen niet verschuldigd is (hoofdsom, intresten, boete en kosten) en geïntimeerde zich tevens te horen veroordelen tot de kosten van het geding;
Overwegende dat het bestreden vonnis de vordering van appellant ontvankelijk doch ongegrond heeft verklaard, de vordering heeft afgewezen en appellant heeft veroordeeld tot de kosten van het geding;
Overwegende dat appellant de hervorming nastreeft van het bestreden vonnis teneinde zijn oorspronkelijke vordering gegrond te horen verklaren;
dat hij daartoe aanvoert dat hij is voortgegaan op de kwalificatie die de dienst D.I.V. aan het voertuig had gegeven en die beslissend is geweest om over te gaan tot de aankoop van het kwestieuze voertuig en dat hij niet het slachtoffer kan zijn van administratieve misslagen bij een overheidsdienst - administratie;
dat er volgens appellant sprake is van onbehoorlijk bestuur, met name schending van het vertrouwensbeginsel, verwoord in de gerechtvaardigde verwachtingen van de burger;
Overwegende dat geïntimeerde concludeert tot de ongegrondheid van het hoger beroep en de bevestiging van het bestreden vonnis en daartoe aanvoert dat het voertuig van appellant niet beantwoordt aan de vooropgestelde criteria om als een lichte vrachtwagen te kunnen beschouwd worden en dat er geen vaste beleidsregel was die de 100 % aftrek van BTW voor wagens van het type zoals die van appellant toeliet;
dat geïntimeerde benadrukt dat hij zijn standpunt met betrekking tot de criteria voor een 'lichte vrachtwagen' nooit heeft gewijzigd;
Overwegende dat de aftrekbaarheid van de BTW (niet hoger dan 50 %) uitsluitend toegepast wordt op voertuigen bedoeld in artikel 45, § 2 BTW-Wetboek;
dat de criteria om voor de toepassing van deze bepaling uit te maken of een voertuig al dan niet zowel voor personenvervoer als voor goederenvervoer kan dienen, vastgesteld zijn in de aanschrijving nummer 10 van 11 september 1987, zoals gewijzigd bij de aanschrijving nummer 25 van 11 december 1990;
dat voor de toepassing van artikel 45, § 2 BTW-Wetboek lichte vrachtwagens niet beschouwd worden als voertuigen voor personenvervoer;
dat de aanschrijving nummer 10 van 11 september 1987 het onderscheid maakt tussen enerzijds personenauto's, auto's voor dubbel gebruik en minibussen en anderzijds lichte vrachtwagens; dat met deze aanschrijving nieuwe criteria werden uitgewerkt, die geldig zijn voor de BTW, de verkeersbelasting en voor het Ministerie van Verkeerswezen - Bestuur van het vervoer (goedkeuring van de types en de inschrijving) en die een betere omschrijving beogen van het begrip 'lichte vrachtwagen';
dat de aanschrijving nummer 25 van 11 december 1990 bepaalde verduidelijkingen heeft aangebracht aan onder meer het begrip ‘lichte vrachtwagen';
Overwegende dat het voertuig van appellant - dat werd ingevoerd als 'nieuwe personenwagen Chrysler' en nadien werd omgebouwd niet voldoet aan de criteria vastgesteld in voornoemde aanschrijvingen en dus niet kan beschouwd worden als een lichte vrachtwagen, ook al werd het door de D.I.V. verkeerdelijk als dusdanig ingeschreven;
dat appellant dan ook geen recht heeft op de volledige aftrek van de BTW met betrekking tot de aankoop van dit voertuig;
Overwegende dat appellant in se niet betwist dat zijn voertuig niet voldoet aan de vooropgestelde criteria, doch stelt dat hij is voortgegaan op de kwalificatie die de D.I.V. (met miskenning dus van voormelde aanschrijvingen) aanvankelijk aan het voertuig heeft gegeven, doch nadien heeft ingetrokken;
dat niet kan gesteld worden dat de kwalificatie die aanvankelijk aan het voertuig Chrysler werd gegeven een vaste of reeds jaren geldende gedrags- of beleidsregel was van de overheid;
dat de BTW-administratie haar standpunt in de aanschrijvingen nummers 10/1987 en 25/1990 nooit heeft gewijzigd en er in haren hoofde geen sprake is van 'verregaande interne slordigheid en nalatigheid’ zoals appellant voorhoudt;
dat er hoegenaamd geen vaste beleidsregel was die de 100 % aftrek toeliet voor voertuigen van het type zoals van appellant en de BTW-administratie na onderzoek en controle een foutieve kwalificatie (van D.l.V.) heeft herzien;
dat de foutieve kwalificatie door de D.I.V. niet kon leiden tot een gerechtvaardigd vertrouwen in hoofde van appellant dat de BTW-administratie zonder onderzoek of controle deze kwalificatie zou overnemen en dus de volledige aftrek van de BTW zou aanvaarden;
dat er in hoofde van de BTW-administratie geen sprake is van schending van het vertrouwensbeginsel noch van onbehoorlijk bestuur;
Overwegende dat uit het voorgaande volgt dat appellant ten onrechte de volledige aftrek van de BTW met betrekking tot de aankoop van zijn voertuig Chrysler heeft toegepast, terwijl hij slechts recht had op 50 % aftrek;
dat derhalve het dwangbevel rechtmatig was;
Overwegende dat de eerste rechter dus terecht de vordering van appellant als ongegrond heeft afgewezen;
dat het hoger beroep dan ook ongegrond is en appellant dient veroordeeld te worden tot de kosten van het hoger beroep, zoals hierna begroot;
Dispositif
OM DEZE REDENEN,
HET HOF,
recht doende op tegenspraak;
Gelet op artikel 24 van de wet van 15 juni 1935.
Verklaart het hoger beroep ontvankelijk doch ongegrond.
Bevestigt het eerste vonnis.
Veroordeelt appellant tot de kosten van het hoger beroep, begroot aan de zijde van geïntimeerde op … fr. rechtsplegingsvergoeding, volgens opgave in conclusie.
Aldus gewezen en uitgesproken in openbare terechtzitting van het HOF VAN BEROEP te ANTWERPEN van ZEVEN NOVEMBER TWEEDUIZEND,
waar aanwezig waren :
R. T., Voorzitter;
A. W., en D. W., Raadsheren;
A. v. L., Griffier.
A. V. L. D. W. A. W. R. T.
Référence citée
Raccourcis clavier
Inactifs pendant la saisie dans un champ.
- Rechercher dans le texte
- /Ctrl/⌘ F
- Occurrence suivante / précédente
- EntréeMaj Entrée
- Section suivante / précédente
- JK
- Mode lecture
- L
- Fermer un panneau
- Échap
Le mode lecture retire le sommaire et les repères, grossit le texte et recentre la colonne.