Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.
Fiche du SPF Finances
Jugement du Tribunal de Première instance de Courtrai du 27.08.2002
Résumé non fourni
Texte du jugement
Corps de la décision
Le texte est publié uniquement dans la langue originale
DE RECHTBANK VAN EERSTE AANLEG VAN HET ARRONDISSEMENT KORTRIJK, PROVINCIE WEST-VLAANDEREN, TWEEDE KAMER MET EEN RECHTER, RECHTSPREKEND IN BURGERLIJKE ZAKEN
In de zaak AR nr. 97/72/A
BVBA A. B. D., met vennootschapszetel te …, …; ingeschreven in het handelsregister te Kortrijk onder nummer …;
eiseres;
vertegenwoordigd door en pleitend Meester K. G., advocaat te …, …; (ref. ?)
tegen :
DE BELGISCHE STAAT, Ministerie van Financiën, Administratie van de BTW; in de persoon van dhr ontvanger van het 2de BTW-ontvangkantoor te Kortrijk, met kantoor te 8500 Kortrijk, Hoveniersstraat 31;
verweerder,
vertegenwoordigd door en pleitend Meester F. W., advocaat te …, …; (ref. RD908)
De respectieve raadslieden van partijen hebben de zaak uiteengezet in openbare terechtzitting.
De besluiten en stukken werden ingezien.
Bij dagvaarding betekend op 8 januari 1997 door J. v. N. S. gerechtsdeurwaarder met standplaats te … heeft eiseres verzet aangetekend tegen het dwangbevel uitgevaardigd door de ontvanger te Kortrijk op 11 december 1996, geviseerd en uitvoerbaar verklaard op 17 december 1996 door de ambtenaar daartoe aangewezen door de gewestelijke directeur van de administratie van de BTW te Brugge en bij exploot van gerechtsdeurwaarder J. G. met standplaats te Izegem betekend aan eiseres op 20 december 1996.
Eiseres vordert in haar dagvaarding het verzet ontvankelijk en gegrond te verklaren, het dwangbevel waartegen verzet te vernietigen en haar te ontlasten van alle veroordelingen (aan BTW, boeten en intresten) tegen haar erin uitgesproken.
Verder vordert eiseres verweerder te veroordelen tot terugbetaling aan haar, eiseres, van het bedrag van 3.305,78 euro (133.355 Bef), vermeerderd met de rente van 0,80 % per maand vanaf de dagvaarding, meer ook de gedingkosten met inbegrip van de rechtplegingsvergoeding.
Dit alles bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad, niettegenstaande alle verhaal, zonder borgstelling noch kantonnement.
Wat betreft de verschuldigde BTW
Bij arrest van het Hof van Beroep te Gent d.d. 29 mei 1997 werden de strafbare feiten (die onder andere verband houden met te weinig gefactureerde (ver)koopprijzen) in hoofde van de zaakvoerders van eiseres bewezen verklaard.
De gunst van opschorting van straf werd verleend.
Eiseres was mee gedagvaard als burgerlijk verantwoordelijke.
Het Hof bracht wel cijfermatige verbeteringen aan met betrekking tot de tenlasteleggingen.
De door het Hof aangebrachte cijfermatige verbeteringen zelf staan derhalve dus niet meer ter discussie.
Aldus bedraagt het omzettekort :
- 95.430,45 euro (3.849.655 Bef) In plaats van 96.678,10 euro (3.899.985 Bef).
De rechtbank volgt de stelling gepleit door eiseres : voor particulieren bevat de aankoop-, verkoopprijs van een wagen in de regel ook de BTW en dit geldt zeker in de tweedehandsmarkt, zoals in casu.
De BTW moet derhalve berekend worden als zijnde begrepen in het omzettekort (= in de niet-aangegeven meer ontvangsten) en de BTW moet er derhalve niet geheel bovenop gerekend worden, zoals de administratie doet.
Verweerder zou evenmin de verschuldigde BTW op niet-aangegeven meer omzet thans nog kunnen gaan verhogen (wegens inmiddels tussengekomen verjaring).
De door eiseres nog verschuldigde BTW bedraagt derhalve in hoofdsom nog 95.430,45 euro x 25/125 = 19.086,09 euro (769.931 Bef).
Het is tevens op voormeld bedrag van 19.086,09 euro aan nog verschuldigde BTW dat de intrest dient gerekend
Aangezien er nog een aanzienlijk bedrag aan BTW verschuldigd is door eiseres kan er geen sprake zijn van de teruggave van enig tegoed door verweerder aan eiseres.
Wat betreft de boete
Verweerder rekent in toepassing van de artikelen 70, § 1 en 1bis van het BTW-Wetboek de dubbele BTW-boete aan (200 %).
Deze boete wordt betwist door eiseres.
Een administratieve fiscale boete kan als een strafsanctie in de zin van artikel 6 E.V.R.M. en van artikel 14 van het B.U.P.O. dienen beschouwd te worden wanneer zij :
1. zonder onderscheid elke belastingplichtige (en niet slechts een bepaalde groep met een particulier statuut) betreft;
2. een bepaald gedrag voorschrijft en op de niet-naleving een sanctie stelt;
3. niet alleen een vergoeding in geld van een schade betreft, maar essentieel ertoe strekt te straffen om herhaling te voorkomen;
4. stoelt op een norm met een algemeen karakter waarvan het oogmerk tegelijk preventief en repressief is;
5. zeer zwaar is, gelet op het bedrag ervan.
De rechtbank is van oordeel dat een BTW-boete van 200 % (in cijfers bijna 38.600 euro of 1.560.000 Bef) aan deze criteria voldoet en dus een strafkarakter heeft.
De rechtbank is bevoegd om een administratieve boete die het karakter heeft van een straf, met volheid van rechtsmacht te toetsen, ook naar opportuniteit. volgens het evenredigheidsbeginsel.
Zij kan de boete herleiden tot een aan de feiten aangepast niveau.
De rechtbank is van oordeel dat er in hoofde van eiseres geen sprake is van echt karakteristiek fraudogene handelingen.
Eiseres bevond zich inderdaad als het ware tussen hamer en aambeeld : zowel de personen bij wie zij de wagens aankocht als de personen aan wie zij de wagens verkocht hadden er meestal belang bij om de factuurprijs te drukken. Voor eiseres zelf maakte dit geen voordeel uit doch het is wel bij haar dat de administratie komt aankloppen om de BTW te vorderen.
Dit laatste heeft de wetgever inmiddels ingezien en de wet is veranderd zodat de BTW niet meer verschuldigd is op de gehele prijs, maar enkel op de winstmarge.
Met inachtname van de feiten en vooral van de omstandigheden waarin en wanneer ze werden begaan, acht de rechtbank een boete van 3.500 euro verantwoord, op heden begroot, meer de intresten vanaf heden.
Dispositif
OM DEZE REDENEN,
DE RECHTBANK,
Gelet op de artikelen 2, 34, 36, 37 en 41 van de taalwet van 15 juni 1935.
Wijzende op tegenspraak.
Verklaart het verzet tijdig, regelmatig naar de vorm, toelaatbaar en ontvankelijk, doch slechts in beperkte mate gegrond.
Doet het bestreden dwangbevel teniet in zoverre het meer vordert dan :
- 19.086,09 euro (769.931 Bef), meer de intresten hierop vanaf het ogenblik vastgesteld in het bestreden dwangbevel;
- 3.500 euro aan boete, begroot op heden, meer de intresten hierop vanaf heden.
Wijst de vordering van eiseres tot teruggave van enig BTW-tegoed, meer rente, af als ongegrond.
Legt de geding- en gerechtskosten als volgt ten laste van eiseres, zowel deze aan haar zijde gevallen als 2/3 van de rechtsplegingsvergoeding aan de zijde van verweerder begroot op 327,22 euro, dit betekent dus 218,14 euro die eiseres dient te betalen aan verweerder.
Verklaart het vonnis uitvoerbaar bij voorraad, niettegenstaande elk verhaal, zonder borgstelling en met uitsluiting van de mogelijkheid tot kantonnement, wat de veroordeling tot de geding- en gerechtskosten betreft.
Aldus gevonnist en uitgesproken in het gerechtsgebouw te Kortrijk in buitengewone openbare terechtzitting op ZEVENENTWINTIG AUGUSTUS TWEEDUIZEND EN TWEE.
Aanwezig :
M. B., alleenzetelend rechter;
G. H., griffier-hoofd van dienst
G. H. M. B.
Référence citée
Raccourcis clavier
Inactifs pendant la saisie dans un champ.
- Rechercher dans le texte
- /Ctrl/⌘ F
- Occurrence suivante / précédente
- EntréeMaj Entrée
- Section suivante / précédente
- JK
- Mode lecture
- L
- Fermer un panneau
- Échap
Le mode lecture retire le sommaire et les repères, grossit le texte et recentre la colonne.