Disposition pénale, amende administrative · Jurisprudence belge

Aller au texte
Juriel

Tribunal de première instance Hasselt 14 janvier 2009

Rechercher
Texte en néerlandais

Disposition pénale, amende administrativeTaxe sur la valeur ajoutée

https://juriel.be/fr/jurisprudence/disposition-penale-amende-administrative-tribunal-hasselt-2009-01-14-baad

Juridiction
Tribunal de première instance
Siège
Hasselt
Date
14 janvier 2009

Sur le document

Collection
Jurisprudence belge
Langue du texte
néerlandais
Version française
non publiée par le SPF

Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.

Texte

55 paragraphes

Fiche du SPF Finances

Jugement du Tribunal de première instance de Hasselt du 14.01.2009

Résumé non fourni

Texte du jugement

Corps de la décision

Le texte est publié uniquement dans la langue originale

DE BURGERLIJKE RECHTBANK VAN EERSTE AANLEG, ZITTING HOUDENDE TE HASSELT, ELFDE KAMER B, HEEFT HET VOLGENDE VONNIS UITGESPROKEN :

INZAKE A.R. nr. 07/310/A :

BVBA V., met maatschappelijk zetel te …, … en ingeschreven bij de kruispuntbank der ondernemingen onder nr. ….

Eiseres, vertegenwoordigd door mr. V. H., advocaat te …, ….

tegen :

ADMINISTRATIE VAN DE BTW, REGISTRATIE EN DOMEINEN, in de persoon van de eerstaanwezend inspecteur van het BTW-controlekantoor, met burelen gevestigd te 3970 Leopoldsburg, Hospitaalstraat 2, DE BELGISCHE STAAT, FEDERALE OVERHEIDSDIENST.FINANCIEN, Kabinet van de Minister van Financiën, 1000 Brussel, Wetstraat 12.

Verweerder, vertegenwoordigd door mr. D. D. loco mr. R. F., advocaat te …, ….

VOLGT HET VONNIS :

Gelet op :

- het verzoekschrift op tegenspraak, neergelegd ter griffie van deze rechtbank op 01.02.2007;

- de besluiten, aanvullende besluiten, synthesebesluiten en stukken van verweerder;

- de conclusies, syntheseconclusies en stukken van eiseres.

I. FEITEN EN VOORGAANDEN :

1. De BVBA V. is ingevolge de door haar uitgeoefende economische activiteit van slachthuis geregistreerd als BTW-belastingplichtige (BTW-nummer …) en zodoende onderworpen aan de BTW-wetgeving en aan de ter uitvoering daarvan genomen besluiten.

2. Op 25.04.2003 en 02.04.2004 vonden er BTW-controles plaats bij eiseres die kaderden in de actie "STEAK" van de Administratie van de Ondememings- en Inkomensfiscaliteit. Deze actie werd opgestart om de problematiek van de "particuliere slachtingen" te onderzoeken bijeen aantal slachthuizen (zie stuk 3, bundel verweerder).

De bevindingen van deze controles werden opgenomen in een proces-verbaal van vaststellingen van 29.04.2004 (zie stuk 1, bundel verweerder).

In het proces-verbaal werd aangaande de geldboete enkel gesteld :

"Krachtens art. 70, § 4 van het BTW-wetboek kunnen de hiervoor vermelde overtredingen bestraft worden met een geldboete van … euro tot … euro per overtreding".

3. Bij brief van 06.12.2006 werd aan eiseres meegedeeld dat de aan haar opgelegde boete ingevolge de vaststellingen door de Inspectie Plaatselijke Opsporingen en opgenomen in het invorderingsorder RCIV nr. … gereduceerd wordt tot … euro (zie stuk 1, bundel eiseres).

4. Eiseres betaalde deze boete onder alle voorbehoud en zonder enige nadelige bekentenis.

5. Bij verzoekschrift op tegenspraak, neergelegd ter griffie van deze rechtbank op 01.02.2007 stelt eiseres een vordering in rechte in.

Eiseres vordert in syntheseconclusies :

- het beroep ontvankelijk en gegrond te verklaren;

- de terugbetaling te bevelen van het bedrag van … euro, verhoogd met de wettelijke intresten vanaf de datum van onderhavig verzoekschrift;

- de Belgische Staat te veroordelen tot de kosten van het geding met inbegrip van de rechtsplegingsvergoeding (… euro).

II. BEOORDELING

1. Ontvankelijkheid

Er worden door verweerder geen middelen van ontvankelijkheid opgeworpen en de rechtbank bemerkt geen ambtshalve op te werpen excepties met betrekking tot haar bevoegdheid en de ontvankelijkheid van de vordering.

De vordering is dan ook ontvankelijk.

2. Ten gronde

Eiseres is van oordeel dat de boete dient afgewezen te worden wegens een gebrek aan motivering, hetgeen een schending is van art. 109 van de wet van 4 augustus 1986 en van de rechten van verdediging van eiseres.

Het opleggen van een boete, strafrechtelijk van aard, vereist vanwege de overheid die de boete oplegt, een motivering en een redengeving op grond waarvan de beboete persoon kan nagaan wat de redenen zijn die aanleiding hebben gegeven tot het opleggen van de administratieve geldboete van strafrechtelijke aard.

In casu moet worden vastgesteld dat verweerder alleen aan eiseres het bedrag van de opgelegde boete heeft meegedeeld bij brief van 06.12.2006, doch niet heeft uiteen gezet, welke voor hem de redenen waren die het opleggen van de boete rechtvaardigden, noch hoe het bedrag werd samengesteld.

Het feit dat er voorafgaandelijk een proces-verbaal is opgesteld waarin overtredingen zijn opgenomen en waarin in algemene termen gesteld wordt dat er een boete kan worden opgelegd zonder in concreto een boete op te leggen, en het feit dat er onderhandelingen zouden hebben plaatsgevonden, volstaat niet als motivering van de administratieve geldboete van strafrechtelijke aard.

Een van verweerder uitgaande schriftelijke motivering, voorafgaand aan het opleggen van de geldboete bij brief van 06.12.2006, wordt niet voorgelegd.

De boete werd derhalve niet rechtsgeldig opgelegd.

De vordering van eiseres is dan ook gegrond.


Wat betreft de kosten van de procedure dient er rekening gehouden te worden met de inwerkingtreding van de wet van 21.04.2007 betreffende de verhaalbaarheid van de erelonen en de kosten van een advocaat (B.S. 31.05.2007) en de onmiddellijke toepassing van deze wet op alle hangende gedingen vanaf 01.01.2008 (zie art 13 en 14).

Partijen hebben ter zake standpunt ingenomen.

De vordering is in geld waardeerbaar en de rechtbank bemerkt geen enkele reden om afte wijken van het basisbedrag.


De voorschriften van de artikelen 2-30 tot 37 van de wet van 15 juni 1935 op het taalgebruik in gerechtszaken werden nageleefd.


Dispositif

OM DEZE REDENEN,

De rechtbank, rechtdoende op tegenspraak.

Verklaart de vordering van eiseres ontvankelijk en gegrond,

Zegt voor recht dat de geldboete, zoals voorzien in de brief van 06.12.2006, niet verschuldigd is wegens het onwettig karakter ervan.

Veroordeelt verweerder tot terugbetaling aan eiseres van de reeds betaalde geldboete t.b.v. … euro, te vermeerderen met de wettelijke intresten vanaf de datum van inleiding van de vordering, 01.02.2007, meer de gerechtelijke intresten.

Veroordeelt verweerder de kosten en begroot deze kosten aan de zijde van eiseres op … euro rechtsplegingsvergoeding.

Aldus gevonnist en uitgesproken in openbare zitting van de elfde kamer B, op het gerechtshof te Hasselt op 14.01.2009, alwaar aanwezig waren :

Mevrouw M. C., enige rechter, en

De heer L. P., griffier.

L. P. M.C.

Textes cités

1
CTVA art. 701 occurrence

Décisions similaires

8