Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.
Fiche du SPF Finances
Jugement du Tribunal de première instance de Bruxelles du 24.11.2010
Résumé non fourni
Texte du jugement
Corps de la décision
Le texte est publié uniquement dans la langue originale
RECHTBANK VAN EERSTE AANLEG TE BRUSSEL – 36ste Kamer
A.R. 2008/3405/A
- Federale belastingen – BTW
- op tegenspraak
- eindvonnis
Inzake van :
De NV W. B., meet maatschappelijke zetel te …, … en met ondernemingsnummer …,
eisende partij,
vertegenwoordigd door Mr. A. C., advocaat te …, … (ref. : …),
tegen :
De BELGISCHE STAAT, Federale Overheidsdienst Financiën, Administratie van de ondernemings- en inkomstenfiscaliteit, sector BTW in de persoon van de eerstaanwezend inspecteur van het BTW-ontvangkantoor van Vilvoorde, met burelen te 1800 Vilvoorde, Groenstraat 51,
verwerende 'partij,
vertegenwoordigd door Mr. V. d. V., loco Mr. F. C., advocaat te …, … (ref : …),
In deze zaak, in beraad genomen op 27/10/2010, spreekt de rechtbank het navolgend vonnist uit :
Gelet op :
- het tegensprekelijk verzoekschrift in toepassing van artikel 1385decies van het Gerechtelijk Wetboek uitgaande van eiseres en neergelegd ter griffie van deze rechtbank op 07/03/2008;
- de beschikking tot regeling van conclusietermijnen overeenkomstig artikel 747, § 2 van het gerechtelijk wetboek van 11/05/2009;
- de besluiten, de syntheseconclusies en de tweede syntheseconclusies van verweerder, neergelegd ter griffie op respectievelijk 16/10/2008, 06/10/2009 en 10/09/2010;
- de conclusie en de syntheseconclusie van eiseres, neergelegd ter griffie op respectievelijk 06/04/2009 en 24/12/2009;
- de stukken van eisers, neergelegd ter griffie op 13/10/2010; en
- de stukken van verweerder, neergelegd ter zitting op 27/10/2010.
Gehoord de raadslieden van partijen ter openbare zitting van 27/10/2010; waarna de debatten werden gesloten en de zaak in beraad genomen werd.
Toepassing is gemaakt van de bepalingen van de wet van 15 juni 1935 op het taalgebruik in gerechtszaken.
1. FEITEN
1.
1.1. Huidige procedure viseert enerzijds een door eiseres voor akkoord ondertekende correctieopgave van 14/12/2007 en anderzijds een dwangbevel met referentie RCIV … (van 18/12/2007, geviseerd en uitvoerbaar verklaard op 19/12/2007).
1.2. Naar aanleiding van een BTW-controle over de periode 01/01/2004 tot en met 31/12/2005 werd een (tweede) correctieopgave op 14/12/2007 voor akkoord ondertekend. Deze betrof een bedrag van … euro aan BTW en een verminderde proportionele boete van … euro (stuk1 verweerder).
De feiten die ten grondslag liggen aan deze akkoordverklaring betreffen een door eiseres georganiseerd event, B. 6th S. E., op 22/08/2005 te …. Deze werd deels doorgerekend aan W. B. BV. Daardoor diende deze door eiseres georganiseerde activiteit volgens de administratie onderworpen te worden aan de Belgische BTW als verrichtte dienstprestatie.
1.3. Op 07/02/2007 werd een controle uitgevoerd bij eiseres betreffende de jaren 2004 en 2005. Op basis van deze controle werd een proces-verbaal opgesteld met datum 17/12/2007. Hierin werden de volgende vermeende inbreuken op de BTW-wetgeving vastgesteld in hoofde van eiseres :
1. Eiseres organiseerde in 2004 twee evenementen, één in haar bedrijfslokalen en één extern, waarbij producten werden voorgesteld aan kleinhandelaars.
Uit de facturen die eiseres hiervoor ontving (althans de bijlagen) konden de kosten voor spijzen en dranken afgescheiden worden. Het wordt niet betwist dat deze evenementen een publicitair karakter hebben (in de zin van Cass. 08/04/2005, rolnr. C.02.0419.N). Voorgaande rechtspraak heeft evenwel enkel betrekking op kosten van onthaal (art. 45, § 3, 4° W.BTW) en niet kosten van spijzen en dranken (art. 45, § 3, 3° W.BTW). Bijgevolg kwamen de werkelijke cateringkosten van deze evenementen niet voor aftrek in aanmerking.
2. Ook de cateringkosten voor een evenement naar aanleiding van de beurs Batibouw komen ingevolge art. 45, § 3, 3° W.BTW niet voor aftrek in aanmerking. Bovendien voldeden deze facturen niet aan de wettelijk vereiste vermeldingen.
Alzo werd vastgesteld dat nog verschuldigd was;
In hoofde van BTW : … euro,
Proportionele boete : … euro,
Intresten aan 0,8 percent per maand vanaf 21/01/2006.
Nu deze sommen niet werden betaald, werd hiervoor op 18/12/2001 een dwangbevel met referentie RCIV … uitgevaardigd, uitvoerbaar verklaard op 19/12/2007.
Dit dwangbevel werd betekend bij aangetekende brief van 19/12/2007.
1.4. Bij verzoekschrift neergelegd ter griffie op 07/03/2008 wordt dit dwangbevel, alsmede het vernoemde akkoord, betwist.
2. VOORWERP VAN DE VORDERINGEN
2. De vordering van eiseres strekt ertoe het bestreden dwangbevel en de bestreden correctieopgave te vernietigen en te zeggen dat eiseres uit hoofde hiervan geen BTW, geldboete en interesten verschuldigd is aan verweerder. Eiseres vordert tevens de terugbetaling van de reeds betaalde bedragen, meer intresten.
Verweerder concludeert tot de ongegrondheid van de vordering.
3. BEOORDELING
3.1. Ontvankelijkheid
3. De ontvankelijkheid van de vordering van eiseres wordt niet betwist, noch bemerkt de rechtbank ambtshalve op te werpen gronden van niet ontvankelijkheid. De vordering Van eiseres is ontvankelijk.
3.2. Ten gronde
4. Wat betreft het betwiste dwangbevel, deel A (evenementen “W. S. the difference” en "The 6th S. E.").
4.1. Het eerste deel van het dwangbevel betreft verscheidene evenementen die door eiseres werden georganiseerd (zowel binnen de eigen gebouwen als extern) ter promotie van haar producten naar detailverkopers. De gehele evenementen (waarvan de spijzen en dranken een deel zijn) werden verzorgd en gefactureerd door de NV A..
Wat betreft deze evenementen wordt door de diensten van verweerder niet betwist dat deze een publicitair karakter hebben. Dit wordt met zoveel woorden erkend in het proces-verbaal. Enkel stellen de diensten van verweerder dat de kosten voor het verstrekken van spijzen en dranken niet in aftrek kunnen genomen worden op grond van artikel 45, § 3, 3° W.BTW.
4.2. Er staat niet ter discussie dat activiteiten van promotionele aard of reclame in aanmerking komen voor BTW-aftrek. In het kader van de BTW-wetgeving is er sprake van dergelijke activiteiten "wanneer de betrokken activiteit (…) hoofdzakelijk en rechtstreeks tot doel heeft de eindkoper in te lichten over het bestaan en de hoedanigheden van een product of dienst met de bedoeling de verkoop ervan te bevorderen" (vgl. Cass. 08/04/2005, Arr. Cass. 2005, 822 met concl. J. THIJS; zie ook H.v.J. nr. C-68/92, C-69/92 en C-73/92, 17/11/1993).
Er staat evenmin ter discussie dat kosten van onthaal in de zin van artikel 45, § 3, 4° W.BTW, hoewel op zich niet voor aftrek in aanmerking komende, wel degelijk voor volledige aftrek in aanmerking komen indien deze kaderen in een ruimere publicitaire activiteit (vgl. Cass. 08/04/2005, Arr.Cass. 2005, 822 met concl. J. THIJS). Er is geen reden waarom kosten voor spijzen en dranken (art. 45, § 3, 3°, W.BTW) een ander regime zouden moeten ondergaan. Ook deze staan in casu in direct verband en ten dienste van de ruimere publicitaire doelstellingen, zodat deze voor volledige aftrek in aanmerking komen (vgl. o.m. Cass. 11/03/2010, rolnummer F.09.0019.N (stuk 6 eiseres), Gent 14/02/2006, F.J.F. 2007, 22).
Zoals eiseres terecht opmerkt, doet het loutere feit dat de kosten voor spijzen en dranken apart begrootbaar zouden zijn, hieraan geen afbreuk. In deze blijken deze kosten immers deel uit te maken van een groter geheel (het evenement met publicitair karakter). Dezelfde dienstverstrekker trad op en de kosten voor spijzen en dranken vormen een kleiner onderdeel van de gehele kostprijs.
Dit deel van de vordering van eiseres is gegrond.
5. Wat betreft het betwiste dwangbevel, deel B (opendeurdagen - catering door NV A. de la R.).
5.1. Het tweede deel van het proces-verbaal betrof twee facturen uitgaande van de NV A. de la R. waarbij de catering verzorgd werd bij de opendeurdagen bij eiseres zelve, ter gelegenheid van het Batibouw-salon.
5.2. In eerste instantie moet vastgesteld worden dat in het proces-verbaal wordt opgemerkt door de vaststeller, doch zonder enige verdere motivering, dat de facturen niet zouden voldoen aan de door art. 5, § 1, 6° KB nr. 1 vereiste vermeldingen.
Partijen concluderen hieromtrent niet verder. Voor zover als nodig wordt vastgesteld dat deze stelling van de administratie niet kan gevolgd worden. Het doel van de vormvereisten, zoals opgenomen in artikel 5, § 1, 6° KB nr. 1 is om de belastbaarheid van de handelingen het tarief te kunnen determineren.
Nergens blijkt uit het proces-verbaal dat dit niet mogelijk zou zijn. Wel in tegendeel, het proces-verbaal werd opgesteld op basis van deze facturen, zodat de verbalisant blijkbaar wel in de mogelijkheid was om de belastbaarheid te beoordelen.
Verder wordt opgemerkt dat uit één van de neergelegde facturen (stuk 10 verweerder) blijkt dat deze beoordeling wel mogelijk is op basis van de aan de factuur gehechte bijlagen.
5.3. Thans werpt verweerder op dat de betreffende facturen geen promotie tot voorwerp hadden doch de catering bestemd was voor het eigen personeel. Nergens blijkt deze overweging uit het proces-verbaal en op basis van de neergelegde stukken is .iet duidelijk waaruit zou moeten blijken dat deze kosten inderdaad voor het personeel van eiseres bedoeld waren.
In tegendeel kan, gelet op de omvang van de betreffende facturen, aangenomen worden dat deze evenementen wel degelijk een publicitair doel hadden en naar derden gericht waren. Om de hoger aangehaalde redenen komen ook deze facturen voor volledige aftrek in aanmerking.
Dit deel van de vordering van eiseres is gegrond.
6. Wat betreft de akkoordverklaring.
6.1. De betwisting omtrent de akkoordverklaring is een uitvloeisel van de hogere discussie. Eén van de facturen die voorwerp uitmaakte van de discussie onder punt 4, (zie hoger), werd volledig doorgefactureerd aan W. Nederland BV. Dit gebeurde omdat het betreffende evenement gericht was op Nederlands cliënteel.
Eiseres rekende hierop initieel geen BTW aan. Na controle was de administratie van oordeel dat hierop BTW in België verschuldigd was en eiseres tekende een akkoordvetklaring.
Thans wenst eiseres hierop terug te komen. Op grond van artikel 21, § 3, 7°, c W.BTW dienen reclamediensten immers gesitueerd te worden op het grondgebied waar diegene voor wie de dienst verstrekt is, gevestigd is. Er is sprake van dwaling.
6.2. Verweerder werpt op dat eiseres gehouden is tot het akkoord, tenzij er sprake is van wilsgebrek. Dit zou in deze niet het geval zijn.
De discussie omtrent de rechtsgeldigheid/wilsgebrek van de akkoordverklaring is thans niet aan de orde. Zelfs indien eiseres de akkoordverklaring met kennis van zaken – zonder dat deze aangetast zou zijn door wilsgebreken – ondertekende, dan nog is de discussie over het feit of al dan met BTW in België verschuldigd zou zijn een rechtskwestie en geen feitelijke kwestie. Deze kan bijgevolg niet geregeld worden in een akkoordverklaring (vgl. Antwerpen 10/01/1998, F.J.F. 1998, 346). De fiscale wet raakt immers de openbare orde, zodat over de interpretatie van de wet geen akkoord kan gesloten worden. Dit kan slechts over de vaststelling van de feiten.
In deze blijkt de akkoordverklaring duidelijk over de interpretatie van de wet te gaan (met name vallen de diensten al dan niet onder artikel 45, § 3, 3° W.BTW, zie hoger), nu hierin expliciet wordt verwezen naar het hoger betwist proces-verbaal en de motieven die hieraan te grondslag lagen (zie bijlagen bij correctieopgave).
In de mate dat het akkoord aldus strijdig is met de fiscale wet kan dit thans nog aangevochten worden, zelfs zonder dat er sprake is van een wilsgebrek.
Om de hoger aangehaalde redenen betreffen de kosten die werden doorgefactureerd aan W. Nederland BV geen cateringkosten in de zin van artikel 45, § 3, 3° W.BTW, doch dienen deze beschouwd te worden als reclamediensten. Terecht stelt eiseres dan ook dat hierop in België geen BTW diende aangerekend te worden op grond van artikel 21, § 3,·7°, c W.BTW.
Ook dit deel van de vordering van eiseres is gegrond.
4. KOSTEN, WAARDE VAN DE VORDERINGEN EN DE GEVORDERDE RECHTSPLEGINGSVERGOEDINGEN
9. Nu de vordering van eiseres gegrond is, worden de kosten van het geding ten laste van verweerder gelegf.
Op basis van de waarde van het geschil kan het basisbedrag van de rechtsplegingsvergoeding begroot worden op … euro. Partijen vorderen over en weer het basisbedrag en vragen geen afwijking hiervan.
Dispositif
OM DEZE REDENEN,
DE RECHTBANK,
Gelet op de artikelen 4, 37, 41 en 42 van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken,
Rechtsprekend in eerste aanleg en op tegenspraak,
Alle andersluidende en meer omvattende besluiten van de hand wijzende als niet ter zake, en/of overbodig.
Verklaart de vordering van eiseres in de hierna volgende mate gegrond.
Ontheft eiseres van het bestreden dwangbevel van 18/12/2007 met referentie RClV nr. … zowel wat betreft de BTW, de proportionele geldboete en de intresten, en zegt dat eiseres wat dit betreft geen sommen verschuldigd is aan verweerder.
Verbiedt bijgevolg de uitvoering dit dwangbevel.
Ontheft eiseres van de bestreden akkoordverklaring van 14/12/2007 zowel wat betreft de BTW, de proportionele geldboete en de intresten, en zegt dat eiseres wat dit betreft geen sommen verschuldigd is aan verweerder.
Veroordeelt verweerder tot terugbetaling aan eiseres van de in uitvoering van dit dwangbevel en/of deze akkoordverklaring eventueel betaalde of ingehouden sommen, te verhogen met de moratoriumintresten overeenkomstig artikel 91, § 4 W.BTW.
Veroordeelt verweerder tot de kosten van het geding, en begroot deze kosten in hoofde van eiseres op … euro rechtsplegingsvergoeding.
Aldus gevonnist en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de 36ste kamer van de rechtbank van eerste aanleg te Brussel, op 24 november 2010.
Waar aanwezig waren en zitting namen :
De heer J. V. B., toegevoegd rechter
Mevrouw I. D., griffier.
I. D. J. V. D. B.
Référence citée
Raccourcis clavier
Inactifs pendant la saisie dans un champ.
- Rechercher dans le texte
- /Ctrl/⌘ F
- Occurrence suivante / précédente
- EntréeMaj Entrée
- Section suivante / précédente
- JK
- Mode lecture
- L
- Fermer un panneau
- Échap
Le mode lecture retire le sommaire et les repères, grossit le texte et recentre la colonne.