Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.
Fiche du SPF Finances
Jugement du Tribunal de Première instance de Hasselt du 02.07.2012
Résumé non fourni
Texte du jugement
Corps de la décision
Le texte est publié uniquement dans la langue originale
DE BURGERLIJKE RECHTBANK VAN EERSTE AANLEG, ZITTING HOUDENDE TE HASSELT, VIERDE KAMER A, HEEFT HET VOLGENDE VONNIS UITGESPROKEN :
IN ZAKE AR nr.·05/2761/A
C. C. BVBA, met ondernemingsnummer …, met vennootschapszetel gevestigd te …, …,
eiseres,
vertegenwoordigd door mr. B. V., advocaat te …, …, tevens verschijnende in de persoon van de zaakvoerder, de heer B. N., … te …,
tegen :
E. U. M. C. R., omzetbelastingnummer NL …, een publiekrechtelijke rechtspersoon op basis van artikel 1.13,2 WHW, met zetel gevestigd te … (…), …,
verweerster,
vertegenwoordigd door mr. J. S., advocaat te …, …,
EN·INZAKE :
C. C. BVBA, met ondernemingsnummer …, met vennootschapszetel gevestigd te …, …,
eiseres in gedwongen tussenkomst en vrijwaring,
vertegenwoordigd door mr. B. V., advocaat te …, …, tevens verschijnende in de persoon van de zaakvoerder, de heer B. N., … te …,
tegen :
verweerster in gedwongen tussenkomst en vrijwaring, vertegenwoordigd door mr. D. D. loco mr. F. R., advocaat te …, …,
EN IN ZAKE AR nr. 06/634/A
C. C. BVBA, met ondernemingsnummer …, met vennootschapszetel gevestigd te …, …,
eiseres,
vertegenwoordigd door mr. B. V., advocaat te …, …, tevens verschijnende in de persoon van de zaakvoerder, de heer B. N., … te …,
tegen :
E. U. M. C. R., omzetbelastingnummer NL …, een publiekrechtelijke rechtspersoon op basis van artikel 1.13,2 WHW, met zetel gevestigd te … (…), …,
verweerster,
vertegenwoordigd door mr. J. S., advocaat te …, …,
EN IN-ZAKE :
C. C. BVBA, met ondernemingsnummer …, met vennootschapszetel gevestigd te …, …,
eiseres in gedwongen tussenkomst en vrijwaring,
vertegenwoordigd door mr. B. V., advocaat te …, …, tevens verschijnende in de persoon van de zaakvoerder, de heer B. N., … te …,
tegen :
DE BELGISCHE STAAT, Federale Overheidsdienst Financiën, Administratie van BTW, Registratie en domeinen, in de persoon van de heer Minister van Financiën, wiens kabinet gevestigd is te Brussel, Wetstraat 12, vertegenwoordigd door de waarnemend eerstaanwezend inspecteur van het BTW-controlekantoor Beringen 2, te 3580 Beringen, Harmoniestraat 9,
verweerster in gedwongen tussenkomst en vrijwaring,
vertegenwoordigd door mr. D. D. loco mr. R., advocaat te …, …,
VOLGT·HET VONNIS :
Gelet op :
- het tussenvonnis van 27.06.2011;
- de herneming van de zaak door een anders samengestelde zetel;
- de conclusies en stukken van partijen.
I. FEITEN
1. Eiseres C. C. BVBA (hierna afgekort als "C.") ontwikkelt integrale IT oplossingen voor medisch-wetenschappelijke doeleinden en staat tevens in voor het beheer en het onderhoud van de geleverde oplossingen.
Verweerster E. U. M.C. R. (hierna afgekort als "E.") wenste over te gaan tot de oprichting van een nieuwe afdeling Bio-informatica, waarvoor de installatie en configuratie van hardware en software vereist was.
Zij sloot hiervoor twee overeenkomsten met eiseres C. op 29.01.2004. De eerste overeenkomst betrof een koopovereenkomst waarbij eiseres C. hardware verkocht aan verweerster E.. De tweede overeenkomst betrof een overeenkomst tot opdracht waarbij eiseres C. zich verbond tot de volgende opdrachten : aanbevelingen doen betreffende de bouw van de server room bij verweerster E., installatie van een server bij verweerster E., initiële software installatie bij verweerster E., downloaden van databanken, systeem administratie van de server, toegang van op afstand en beheer van op afstand.
Op 09.11.2004 werd er een aanvullende overeenkomst gesloten bij deze overeenkomst tot overdracht.
2. Per mail van 08.08.2005 stelde verweerster E. eiseres C. in gebreke omwille van haar slechte en gebrekkige communicatie.
Deze mail werd op uitgebreide wijze geprotesteerd door eiseres C. per aangetekend schrijven van 12.08.2005. In deze brief stelde eiseres C. verweerster E. in gebreke het openstaand saldo aan facturen te betalen.
Als antwoord op dat schrijven werd er per mail van 18.08.2005 een andere afrekening van het openstaand factuursaldo overgemaakt en werd per schrijven van 18.08.2005 kort geantwoord op de inhoud van het schrijven van 12.08.2005.
Op 18.08.2005 deed er zich een waterlek voor in de serverroom waardoor er schade is ontstaan. Per mail van 18.08.2005 meldde eiseres C. aan verweerster E. dat zij telefonisch op de hoogte was gebracht van dat waterlek en dat er was afgesproken dat verweerster E. het nodige zou doen om de schade te beperken en om haar op de hoogte te brengen vanaf het ogenblik dat de hele apparatuur terug werd ingeschakeld. Op 19.08.2005 nam de zaakvoerder van eiseres C. ter plaatse kennis van de toestand.
Per schrijven van 07.09.2005 distantieerde eiseres C. zich van het schadegeval en beklaagde zij zich erover dat verweerster E. haar niet betrokken had met de tegensprekelijke schadevaststellingen in aanwezigheid van de verzekeringsmaatschappijen en de leveranciers. Tevens werd er nog eens aangedrongen op betaling van de openstaande facturen.
Per schrijven van 12.09.2005 heeft verweerster E. de overeenkomst tot opdracht met eiseres C. eenzijdig beëindigd, hierbij verwijzend naar haar houding naar aanleiding van het schadegeval van 18.08.2005. Eiseres C. betwist deze brief ontvangen te hebben.
Per aangetekende brieven van 19.09.2005 stelde eiseres C. verweerster E. nogmaals in gebreke het openstaand saldo te betalen en kaartte zij allerlei problemen aan in de samenwerking met verweerster E..
Per mail van 03.10.2005 vroeg verweerster E. aan eiseres C. alle nog in haar bezit zijnde software terug te bezorgen.
Per schrijven van 05.10.2005 meldde eiseres C. aan verweerster E. dat zij op basis van de inhoud van haar mail van 03.10.2005 diende vast te stellen dat verweerster E. per 03.10.2005 de samenwerking definitief had verbroken. Zij kondigde aan de ontbinding van de overeenkomst ten laste van verweerster E. te vorderen en zij stelde verweerster E. in gebreke de overeengekomen verbrekingsvergoeding te betalen.
II. VORDERINGEN
1. Inzake AR 05/2761/A
Bij dagvaardingsexploot betekend op 22.11.2005 heeft eiseres C. C. BVBA (hierna afgekort als "C.") verweerster E. U. M. C. R. (hierna afgekort als "E.") gedagvaard in betaling van het bedrag van 39.806,39 euro, meer de gerechtelijke intresten aan 12 % vanaf 04.10.2005 tot de dag van de algehele betaling en in betaling van de invorderingskosten, voorlopig begroot op 1.500,00 euro, en in betaling van de kosten van het geding.
Bij conclusies neergelegd op de griffie op 15.03.2006 heeft verweerster E. een tegenvordering ingesteld die ertoe strekt eiseres C. te veroordelen :
- op straffe van een dwangsom van 5.000,00 euro per dag vertraging om binnen 2 maanden na het tussen te komen vonnis om overeenkomstig de aanbevelingen van PWC al haar eerdere facturen (vanaf maart 2004) te annuleren en nieuwe facturen uit te reiken zonder BTW en met de vermeldingen "Geen Belgische BTW verschuldigd - art. 15 par. 2, 2° W.BTW" en "Nederlandse BTW verlegd - art. 12, lid 3, Wet Omzetbelasting''; het nodige te doen om de verschuldigd betaalde BTW terug te vorderen van de Belgische belastingautoriteiten en haar een kopie te bezorgen van de originele facturen van de aanschaf van de computerapparatuur onder de verkoopovereenkomst van 29.01.2004;
- tot terugbetaling van alle onverschuldigd betaalde BTW ten bedrage van 261.582,96 euro, te vermeerderen met de wettelijke intresten vanaf de datum van de neerlegging van de conclusies tot de dag van de algehele betaling;
- tot betaling van 1,00 euro provisioneel uit hoofde van geleden schade voor de betaling van kosten en erelonen van haar raadslieden;
- tot betaling van de kosten van het geding.
Bij dagvaardingsexploot betekend op 20.07.2007 heeft eiseres C. De Belgische Staat in tussenkomst en vrijwaring gedagvaard en zij vordert haar te veroordelen in vrijwaring van alle veroordelingen in hoofdsom en aanhorigheden die zij zou oplopen ten aanzien van verweerster E. uit hoofde van ten onrechte gefactureerde BTW en tot betaling van de schadevergoeding wegens foutief advies, provisioneel begroot op 1,00 euro, tot betaling van de schadevergoeding van de kosten en erelonen van haar advocaat, provisioneel begroot op 1,00 euro.
2. Inzake AR 06/634/A
Bij dagvaardingsexploot betekend op 06.02.2006 heeft eiseres C. C. BVBA (hierna afgekort als "C.") verweerster E. U. M. C. R. (hierna afgekort als "E.") gedagvaard teneinde :
- de overeenkomst van 29.01.2005 tussen partijen te horen ontbinden per 03.10.2005 ten laste van verweerster E.;
- haar te veroordelen tot betaling van de schadevergoeding van 63.724,68 euro wegens slechte/laattijdige uitvoering van het contract;
- haar te veroordelen tot betaling van de verbrekingsvergoeding van 97.500,00 euro, meer de conventionele rente aan 12 % vanaf 01.10.2005 tot de dag van de algehele betaling;
- haar te veroordelen tot betaling van de invorderingskosten, voorlopig begroot op 5.000,00 euro;
- haar te veroordelen tot de kosten van het geding.
Bij conclusies neergelegd op de griffie op 01.08.2006 heeft verweerster E. een tegenvordering ingesteld die ertoe strekt eiseres C. te veroordelen tot betaling van de schadevergoeding van 100.000,00 euro wegens contractuele wanprestatie, meer de wettelijke intresten vanaf de datum van de neerlegging van de conclusies tot op de dag van algehele betaling en tot betaling van de schadevergoeding van 1,00 euro provisioneel voor de betaling van kosten en erelonen van haar advocaten.
Bij dagvaardingsexploot betekend op 20.07.2007 heeft eiseres C. de Belgische Staat in tussenkomst en vrijwaring gedagvaard en zij vordert haar te veroordelen in vrijwaring van alle veroordelingen in hoofdsom en aanhorigheden die zij zou oplopen ten aanzien van verweerster E. uit hoofde van ten onrechte gefactureerde BTW en tot betaling van de schadevergoeding wegens foutief advies, provisioneel begroot op 1,00 euro, tot betaling van de schadevergoeding van de kosten en erelonen van haar advocaat, provisioneel begroot op 1,00 euro.
3. Samenvoeging
Bij tussenvonnis van 27.06.2011 werden de zaken gekend onder AR 05/2761/A en AR 06/634/A samengevoegd.
Eiseres C. heeft haar hoofd- en tussenvordering en verweerster E. haar tegenvordering doorheen de procedure diverse malen gewijzigd.
Na samenvoeging liggen na deze wijzigingen de volgende vorderingen ter beoordeling van de rechtbank voor :
a. De gewijzigde hoofdvordering van eiseres C. ten aanzien van verweerster E.
Eiseres C. vordert ten aanzien van verweerster E. :
- haar te veroordelen tot betaling van het bedrag van 39.806,39 euro, meer de intresten aan 12 % vanaf 04.10.2005 tot de dag van de dagvaarding en daarna meer de gerechtelijke intresten aan de conventionele intrestvoet van 12 % tot op de dag van de volledige betaling;
- de overeenkomst van 29.01.2005 tussen partijen te horen ontbinden per 03.10.2005 ten laste van verweerster E.;
- haar te veroordelen tot betaling van de schadevergoeding van 63.724,68 euro wegens slechte/laattijdige uitvoering van het contract;
- haar te veroordelen tot betaling van de verbrekingsvergoeding van 97.500,00 euro, meer de conventionele rente aan 12 % vanaf 01.10.2005 tot aan de datum van de dagvaarding en vervolgens met de gerechtelijke intresten aan de conventionele intrestvoet van 12 % tot op de dag van de algehele betaling;
- haar te veroordelen tot de kosten van het geding.
b. De gewijzigde tegenvordering van verweerster E. ten aanzien van eiseres C.
Verweerster E. vordert ten aanzien van eiseres C. :
- haar te veroordelen tot betaling van de schadevergoeding van 120.608,00 euro ten titel van schadevergoeding, meer de wettelijke intresten vanaf 15.12.2006 tot op de dag van algehele betaling;
- haar te veroordelen tot terugbetaling van alle onverschuldigd betaalde BTW ten bedrage van 261.582,96 euro, te vermeerderen met de wettelijke intresten vanaf de datum van de datum van betaling daarvan door haar aan eiseres C. tot de dag van de algehele betaling;
- haar op straffe van een dwangsom van 5.000,00 euro per dag vertraging om binnen de maand na het tussen te komen vonnis om de aan verweerster E. sinds maart 2004 overgemaakte facturen te annuleren en nieuwe facturen uit te reiken zonder BTW met de vermeldingen "Geen Belgische BTW verschuldigd - art. 15, par. 2, 2° W.BTW" en "Nederlandse BTW verlegd - art. 12, lid 3, Wet Omzetbelasting" en om aan verweerster E. kopie te bezorgen van alle originele facturen van de aanschaf, inclusief garantie, van de computerapparatuur onder de koopovereenkomst van 29 januari 2004;
- haar te veroordelen tot betaling van de kosten van het geding.
c. De gewijzigde tussenvordering van eiseres C. ten aanzien van verweerster in tussenkomst Belgische Staat
Eiseres C. vordert verweerster in tussenkomst Belgische Staat te veroordelen tot betaling van het provisionele bedrag van 261.582,96 euro, van de schadevergoeding van 1,00 euro provisioneel wegens foutief advies en van de kosten van het geding.
II. BEOORDELING
Voorafgaandelijk dient opgemerkt te worden dat er geen discussie tussen partijen bestaat over het feit dat de Belgische rechtbanken bevoegd zijn om uitspraak te doen over voorliggend geschil en dat op het geschil Belgisch recht van toepassing is.
1. De hoofdvordering van eiseres C.
a. De ontbinding van de overeenkomst van 29.01.2005
Verweerster E. heeft de overeenkomst van 29.01.2005 tussen partijen eenzijdig verbroken per schrijven van 12.09.2005. Zij argumenteert dat zij gerechtigd was deze overeenkomst te verbreken wegens de diverse contractuele wanprestaties van eiseres C..
Eiseres C. betwist op haar beurt dat zij de betreffende brief van 12.09.2005 ontvangen heeft, maar gaat op basis van de voorliggende briefwisseling er van uit dat verweerster E. op 03.10.2005 de overeenkomst eenzijdig heeft verbroken. Zij betwist eveneens dat zij contractuele wanprestaties heeft begaan die deze eenzijdige verbreking rechtvaardigen, maar houdt voor dat verweerster E. zelf de overeenkomst niet heeft nageleefd zodat zij de ontbinding van de overeenkomst ten laste van verweerster per 03.10.2005 vordert.
Bij een wederkerige overeenkomst, zoals de voorliggende overeenkomst in dit geschil, kan een contractspartij beroep doen op het stilzwijgend ontbindend beding, wanneer de andere contractspartij haar contractuele verplichtingen niet naleeft, en de ontbinding van de overeenkomst vragen. De contractspartij dient formeel in gebreke te worden gesteld, er dient sprake te zijn van een ernstige contractuele tekortkoming en de ontbinding moet door de rechter worden uitgesproken.
Evenwel is deze voorafgaandelijke rechterlijke machtiging niet vereist, indien :
1) de contractspartij een voldoende ernstige contractbreuk heeft gepleegd die een gerechtelijke ontbinding kan rechtvaardigen;
2) het vragen van een rechterlijke machtiging zinloos of doelloos is gelet op o.m. het spoedeisend karakter van de situatie of het wegvallen van het nodige vertrouwen tussen de contractspartijen;
3) de contractspartij, dient, nadat zij eerst in gebreke is gesteld, van deze eenzijdige ontbindingsverklaring en het motief daarvan op de hoogte te worden gebracht.
Deze ontbinding gebeurt op eigen risico, dit is onder voorbehoud van een rechterlijke controle achteraf.
(zie VAN GERVEN, W. en COVEMAEKER, S., Verbintenissenrecht, Acco, Leuven, 2001, p.127).
Ofschoon eiseres C. betwist het schrijven van 12.09.2005 ontvangen te hebben, brengt verweerster E. geen bewijs bij dat dat schrijven aan eiseres C. werd verzonden. Er kan dus enkel vastgesteld worden dat verweerster E. per 03.10.2005 de overeenkomst eenzijdig heeft verbroken, zonder eiseres C. voorafgaandelijk op de hoogte te hebben gebracht van haar eenzijdige ontbindingsverklaring en het motief daarvan.
Daarenboven worden de diverse beweerde contractuele wanprestaties in hoofde van eiseres C. ter rechtvaardiging van de contractsverbreking niet bewezen of vormen zij geen voldoende ernstige tekortkoming die een eenzijdig verbreking van de overeenkomst rechtvaardigen.
Verweerster E. roept de volgende contractuele wanprestaties in hoofde van eiseres C. in :
* Het niet optreden bij het schadegeval van 18.08.2005 : Uit de neergelegde briefwisseling blijkt dat de zaakvoerder van eiseres C. de volgende dag reeds naar … is afgereisd om ter plaatse de toestand te gaan bekijken, doch dat verweerster E. nadien eiseres C. nooit verder betrokken heeft bij de tegensprekelijke vaststellingen van de toestand ter plaatse met de verzekeringsmaatschappijen en computerleveranciers. Aan eiseres C. kan dan ook niet verweten worden dat zij nadien het nodige voorbehoud maakte omtrent haar verdere tussenkomsten na dat schadegeval.
* Het weigeren mee te werken aan de diverse spin-offs : Verweerster E. heeft eiseres C. hiervoor nooit in gebreke gesteld. Daarenboven kan uit de neergelegde stukken niet duidelijk afgeleid worden welk gebrek aan medewerking nu precies wordt verweten aan eiseres C.. Er kan dan ook niet uitgemaakt worden of deze beweerde gebrekkige medewerking bewezen is en in hoeverre die in strijd zou zijn met de overeenkomst van 29.01.2005.
* Het weigeren mee te werken aan de evoluerende noden : Verweerster E. heeft eiseres C. hiervoor nooit in gebreke gesteld. Voor zover het hier zou gaan om het feit dat eiseres C. de gevraagde geheimhoudingsovereenkomst niet zou hebben getekend, dient opgemerkt te worden dat verweerster E. zelf in haar conclusies stelt dat zij eiseres C. nooit gedwongen heeft deze overeenkomst te tekenen en dat zij eiseres C. nooit de toegang tot haar systemen heeft ontzegd. Het niet ondertekenen van die overeenkomst kan dus geenszins een ernstige contractuele wanprestatie uitmaken die de eenzijdige verbreking van de overeenkomst rechtvaardigt.
* De weigering om het BTW-probleem recht te zetten : Verweerster E. heeft eiseres C. hiervoor nooit in gebreke gesteld. Uit de voorliggende stukken blijkt dat er tussen partijen onduidelijkheid was waar de BTW op de geleverde prestaties diende betaald te worden. Op basis van het advies van de Belgische BTWadministratie, meer bepaald van de bevoegde BTW-inspecteur van de BTW-dienst Beringen 2, werd er BTW betaald door verweerster E. aan eiseres C. die deze afdroeg aan verweerster in tussenkomst Belgische Staat. Later (zie verder) heeft de Belgische BTW-administratie haar standpunt gewijzigd. Op het ogenblik van de verbreking van de overeenkomst was dat gewijzigd standpunt nog niet gekend en heeft eiseres C. zich gehouden aan het aan haar verstrekte advies van de Belgische BTW-administratie. Ter zake kan er aan haar dan ook geen contractuele wanprestatie worden verweten.
* Gebrekkige communicatie : Verweerster E. bewijst niet op voldoende wijze dat door de houding van de zaakvoerder van eiseres C. een gebrekkige communicatie is ontstaan. De ingebrekestelling van 08.08.2005 is ter zake zeer algemeen geformuleerd zonder nadere details te vermelden. De neergelegde stukken nrs. 22, 23 en 24 bewijzen onvoldoende dat de zaakvoerder van eiseres C. onvoldoende communiceerde en dat hij weigerde naar vergaderingen te komen. Uit het neergelegde verslag onder stuk nr. 22 blijkt dat er tussen partijen een onenigheid bestond over de frequentie van het beleggen van vergaderingen, wat op zich een onvoldoende reden is om de verbreking van de overeenkomst te rechtvaardigen.
* Garantieproblematiek : Verweerster E. heeft eiseres C. nooit in gebreke gestelde de betreffende aankoopfacturen met garantiebewijzen over te maken zodat zij geen reden kunnen vormen om de eenzijdige verbreking te rechtvaardigen.
Op het ogenblik dat verweerster E. de overeenkomst met eiseres C. eenzijdig verbrak, was er geen bewijs van een voldoende zwaarwichtige contractuele wanprestatie in hoofde van eiseres C. terwijl zij daarentegen op dat moment wel een aanzienlijke betalingsachterstand had (zie verder).
Verweerster E. heeft bijgevolg de overeenkomst ten onrechte eenzijdig verbroken per 03.10.2005 zodat de overeenkomst ten laste van haar dient ontbonden te worden per 03.10.2005.
b. De gevorderde schadevergoeding wegens gederfde winst en de gevorderde verbrekingsvergoeding
Ingevolge de ontbinding van de overeenkomst ten laste van verweerster E. vordert eiseres C. de verbrekingsvergoeding van 97.500,00 euro, zijnde 65 weken x 1.500,00 euro, op basis van art. 6.4 van de overeenkomst.
Art. 6.4 van deze overeenkomst luidt als volgt : "Bij vervroegde beëindiging van deze overeenkomst door E. MC, om gelijk welke reden, zal E. MC op het moment van de vervroegde beëindiging van deze overeenkomst aan C. C. de volgende vergoeding betalen : het bedrag in euro bekomen door aan het aantal weken gelegen tussen het moment van de vervroegde beëindiging van deze overeenkomst en 31 december 2006 te vermenigvuldigen met 1500. Kosten verbonden aan de invordering van dit bedrag komen geheel ten laste van E. NV benevens de conventionele rente."
Het betreffende schadebeding is geenszins in strijd met art. 1231 par. 1 B.W., daar het overeengekomen bedrag niet kennelijk het bedrag te boven gaat dat partijen konden vaststellen om de schade wegens niet-uitvoering van de overeenkomst te vergoeden.
In het betreffende artikel is duidelijk bepaald dat op deze vergoeding conventionele rente verschuldigd is. Nu de conventionele rentevoet niet expliciet vermeld is in het betreffende artikel, is de conventionele rentevoet, zoals bepaald in art. 11.4 van de overeenkomst (12 %), van toepassing.
Verweerster E. werpt tenslotte op dat eiseres C. geen aanspraak kan maken op intresten voor de periode van 17.06.2006 tot 30.09.2010 en van 06.06.2011 tot 19.03.2012, aangezien eiseres C. de zaak in deze eerste periode niet heeft geactiveerd en heeft laten aanslepen en aangezien het uitstel van behandeling van de zaak in deze tweede periode te wijten was aan de niet-mededeling van een stuk door eiseres C.. Eiseres C. verdedigt zich ter zake niet zodat op het verzoek van verweerster E. wordt ingegaan.
Ten onrechte vordert eiseres C. naast deze verbrekingsvergoeding nog eens een schadevergoeding wegens gederfde winst. Deze schade werd reeds vergoed door het schadebeding dat in art. 6.4 werd overeengekomen.
c. De onbetaalde facturen
Op het ogenblik van de verbreking van de overeenkomst was er volgens eiseres C. in hoofde van verweerster E. een betalingsachterstand van 39.806,39 euro.
De betreffende openstaande facturen werden door verweerster E. stilzwijgend aanvaard en zij werpt dan ook ten onrechte op dat eiseres C. nog het bewijs moet leveren van de prestaties die gefactureerd werden.
Uit het geheel van de volgende elementen dient de stilzwijgende aanvaarding van de openstaande facturen door verweerster E. aangenomen te worden :
- verweerster E. heeft als professionele speler op de markt nooit de gedetailleerde facturen van eiseres C. geprotesteerd;
- de gefactureerde prestaties werden door verweerster E. vóór het ontstaan van het geschil nooit in twijfel getrokken;
- uit de neergelegde stukken blijkt daarentegen dat de betalingsproblemen van de facturen in het verleden steeds werden toegeschreven door verweerster E. zelf aan administratieve problemen bij haarzelf en niet aan inhoudelijke problemen met de facturen.
Ten onrechte beroept verweerster E. zich op de niet-uitvoeringsexceptie (enac). Zij argumenteert ten onrechte dat zij de betaling van de facturen heeft opgeschort gelet op de contractuele prestaties in hoofde van eiseres C.. De betreffende contractuele prestaties worden niet bewezen (zie hoger) en verweerster E. heeft nagelaten eiseres C. in gebreke te stellen en te melden dat zij beroep zou doen op de enac.
De gevorderde conventionele intresten aan 12 % zijn geenszins overdreven in de zin van art. 1153, laatste lid B.W., gelet op de lange betalingstermijnen die partijen zijn overeengekomen.
De gevorderde conventionele schadevergoeding van 20 %, bovenop deze conventionele intresten van 12 %, gaat kennelijk wel het bedrag te boven dat partijen konden vaststellen om de schade wegens niet-uitvoering van de overeenkomst te vergoeden. Overeenkomstig art. 1231, par. 1 B.W. gaat de rechtbank over tot herleiding van dat conventionele schadebeding tot 10 %.
Het feit dat verweerster E. in het verleden zelf reeds dat schadebeding betaald heeft op de te laat betaalde facturen, is niet relevant, daar de rechtbank overeenkomstig art. 1231, par. 1 B.W. ambtshalve de bevoegdheid heeft om tot herleiding over te gaan.
Op basis van het overzicht van de facturen onder stuk nr. 3 van eiseres C. dient het in rekening gebrachte bedrag op basis van het schadebeding van 29.239,95 euro gehalveerd te worden en bijgevolg wordt het gevorderde bedrag herleid tot het bedrag van 24.906,46 euro.
Verweerster E. werpt tenslotte op dat eiseres C. geen aanspraak kan maken op intresten voor de periode van 17.06.2006 tot 30.09.2010 en van 06.06.2011 tot 19.03.2012, aangezien eiseres C. de zaak in deze eerste periode niet heeft geactiveerd en heeft laten aanslepen en aangezien het uitstel van behandeling van de zaak in deze tweede periode te wijten was aan de niet-mededeling van een stuk door eiseres C.. Eiseres C. verdedigt zich ter zake niet zodat op het verzoek van verweerster E. wordt ingegaan.
2. De tegenvordering van verweerster E.
a. De schadevergoeding wegens contractuele wanprestatie
Aangezien de overeenkomst door verweerster E. ten onrechte werd verbroken, heeft zij geen recht op enige schadevergoeding wegens contractuele wanprestatie in hoofde van eiseres C..
b. De terugbetaling van de betaalde BTW
Zoals hoger reeds aangeven was er onduidelijkheid waar verweerster E. de BTW diende te betalen op de geleverde goederen en diensten.
Op basis van het mondelinge·advies van de bevoegde BTW-inspecteur van de BTWdienst Beringen 2, dat hij later schriftelijk bevestigde in zijn schrijven aan eiseres C. van 28.02.2006, heeft verweerster E. BTW betaald aan eiseres C. die dat heeft afgedragen aan verweerster in tussenkomst Belgische Staat.
Naar aanleiding van huidige procedure heeft verweerster in tussenkomst Belgische Staat op basis van een advies van de centrale BTW-administratie haar stelling gewijzigd.
In haar conclusies stelt verweerster in tussenkomst Belgische Staat uitdrukkelijk dat :
- de voorgelegde handeling voor haar geheel dient beschouwd te worden als een intracommunautaire levering van goederen waarbij voldaan is aan de in art. 39bis van het BTW-wetboek gestelde voorwaarden voor toepassing van de vrijstelling;
- deze handeling in België niet dient te worden belast;
- het belasten van de handeling in hoofde van verweerster E. de facto zou kunnen leiden tot een dubbele belastingheffing in hare hoofde, daar deze laatste naar aanleiding van dezelfde handeling zowel de Belgische BTW als de Nederlandse BTW te dragen zou krijgen en dit terwijl ze in haar hoedanigheid geen recht op aftrek geniet.
Het staat dus vast dat de BTW die verweerster E. aan eiseres C. betaalde onverschuldigd was. Op basis van de rechtsfiguur van de onverschuldigde betaling dient eiseres C. het ten onrechte ontvangen bedrag aan BTW terug te betalen aan verweerster E..
Bijgevolg is de vordering van verweerster E. tot afgifte van aangepaste facturen dan ook gegrond.
Teneinde de uitvoering van het vonnis op dit punt te verzekeren, vordert verweerster E. terecht een dwangsom op te leggen. De omvang van de gevorderde dwangsom is evenwel overdreven, en wordt herleid zoals hierna vermeld.
c. De gevorderde afgifte van de kopies van de originele aankoopfacturen en garanties
Verweerster E. vordert de afgifte van een kopie van de aankoopfacturen van het initieel geleverde materiaal teneinde de overboeking van de garantie te verkrijgen van IBM en Hitachi naar aanleiding van de nieuwe aankopen die dienden te gebeuren ingevolge het schadegeval van 18.08.2005.
Eiseres C. haalt geen overtuigende redenen aan om deze afgifte te weigeren. Bovendien behoort de aflevering van documenten die nodig zijn om de garantie te bewijzen van de aangekochte goederen, tot de leveringsplicht van de verkoper van de betreffende goederen.
Teneinde de uitvoering van het vonnis op dit punt te verzekeren, vordert verweerster E. terecht een dwangsom op te leggen. De omvang van de gevorderde dwangsom is evenwel overdreven en wordt herleid zoals hierna vermeld.
3. De tussenvordering van eiseres C.
1. Zoals hoger reeds aangehaald heeft verweerster in tussenkomst Belgische Staat in haar conclusies erkend dat de betreffende handelingen in hoofde van verweerster E. in België niet belastbaar waren.
Het staat dus onmiskenbaar vast dat de betaalde BTW die eiseres C. ontving van verweerster E. en vervolgens doorstortte aan verweerster in tussenkomst Belgische Staat, onverschuldigd was. Eiseres C. heeft op haar beurt recht op terugbetaling van deze onverschuldigde BTW vanwege verweerster in tussenkomst Belgische Staat op basis van de rechtsfiguur van de onverschuldigde betaling.
De argumentatie van verweerster in tussenkomst Belgische Staat omtrent het afgewezen teruggaafverzoek van verweerster E. is niet relevant, daar de vordering ten aanzien van haar enkel wordt ingesteld door eiseres C. en deze vordering gesteund is op het principe van de onverschuldigde betaling.
2. Verweerster in tussenkomst Belgische Staat heeft via haar BTW-inspecteur van het BTW-kantoor Beringen 2 aan eiseres C. een fout advies verleend, op basis waarvan eiseres C. en verweerster E. zich hebben gesteund om BTW in België te betalen. Nadien heeft verweerster in tussenkomst Belgische Staat haar standpunt gewijzigd na advies te hebben ingewonnen van de centrale BTWadministratie.
Verweerster in tussenkomst Belgische Staat betwist dat zij een fout in de zin van art. 1382 B.W. heeft begaan. Zij argumenteert dat eiseres C. zeer onvoorzichtig is geweest om zonder bijkomend advies of onderzoek het standpunt van de plaatselijk bevoegde BTW-inspecteur te hebben gevolgd, rekening houdend met de complexiteit en de belangrijke financiële gevolgen van de juiste BTW-kwalificatie.
Deze argumentatie kan niet gevolgd worden. Het is daarentegen de plaatselijk bevoegde BTW-inspecteur die onvoorzichtig is geweest door zonder nader onderzoek en zonder navraag te doen bij de centrale BTW-administratie in een dergelijke complexe zaak met belangrijke financiële gevolgen advies te verlenen aan eiseres C.. Eiseres C. mocht erop betrouwen dat de informatie die haar was verstrekt door een orgaan van de overheid, correct was.
Verweerster in tussenkomst Belgische Staat heeft bijgevolg via haar orgaan een fout in de zin van art. 1382 B.W. begaan door foutief advies te verstrekken aan eiseres C. en zij is dan ook aansprakelijk voor de schade die eiseres C. hierdoor geleden heeft.
4. De gerechtskosten
Aangezien noch eiseres C. noch verweerster E. volledig in het gelijk werden gesteld, worden de kosten van hun hoofd- en tegenvordering onderling bij helften verdeeld en worden de rechtsplegingvergoedingen omgeslagen.
Ten aanzien van verweerster in tussenkomst Belgische Staat werd eiseres C. volledig in het gelijk gesteld zodat verweerster in tussenkomst Belgische Staat de kosten van de tussenvordering dient te dragen.
5. De uitvoerbaarheid bij voorraad
Eiseres C. vordert het vonnis uitvoerbaar bij voorraad te verklaren, waartegen verweerster E. zich verzet.
De uitvoerbaarheid bij voorraad van een vonnis vormt een uitzondering op het algemene principe van de schorsende werking van het hoger beroep.
Nu deze gevorderde uitvoerbaarheid bij voorraad wordt betwist en eiseres C., ondanks deze betwisting, geen enkel argument aanvoert tot staving van haar vordering, wordt de gevorderde uitvoerbaarheid bij voorraad afgewezen.
Gelet op de naleving van de bepalingen van de wet van 15 juni 1935 op het taalgebruik in gerechtszaken.
Dispositif
OM DEZE REDENEN:
DE RECHTBANK, recht doende op tegenspraak,
Het tussenvonnis van 27.06.2011 verder uitwerkende en de zaak hernemende door de anders samengestelde zetel,
Verleent akte aan eiseres en verweerster van hun eiswijzigingen.
1. Verklaart de gewijzigde hoofdvordering van eiseres ontvankelijk en deels gegrond.
Veroordeelt verweerster tot betaling aan eiseres van het bedrag van 24.906,46 euro, meer de verwijlintresten aan 12 % vanaf 04.10.2005 tot de dag van de dagvaarding en daarna meer de gerechtelijke intresten aan de conventionele intrestvoet van 12 % tot 17.06.2006, vanaf 30.09.2010 tot 06.06.2011 en vanaf 19.03.2012 tot de datum van de algehele betaling.
Verklaart de overeenkomst van 29.01.2005 tussen partijen ontbonden per 03.10.2005 ten laste van verweerster.
Veroordeelt verweerster tot betaling aan eiseres van de verbrekingsvergoeding van 97.500,00 euro, meer de conventionele rente aan 12 % vanaf 01.10.2005 tot aan de datum van de dagvaarding en vervolgens meer de gerechtelijke intresten aart de conventionele intrestvoet van 12 % tot 17/06/2006, vanaf 30/09/2010 tot 06/06/2011 en vanaf 19/03/2012 tot de datum van de algehele betaling.
2. Verklaart de gewijzigde tegenvordering van verweerster ontvankelijk en deels gegrond.
Veroordeelt eiseres tot terugbetaling aan verweerster van alle onverschuldigd betaalde BTW ten bedrage van 261.582,96 euro, te vermeerderen met de wettelijke intresten vanaf de datum van de datum van betaling daarvan door haar aan eiseres tot de dag van de algehele betaling.
Veroordeelt eiseres op straffe van een dwangsom van 250,00 euro per dag vertraging om binnen de maand na het tussen te komen vonnis om de aan verweerster sinds maart 2004 overgemaakte facturen te annuleren en nieuwe facturen uit te reiken zonder BTW met de vermeldingen "Geen Belgische BTW verschuldigd - art. 15, par.2, 2° W.BTW" en "Nederlandse BTW verlegd - art. 12, lid 3, Wet Omzetbelasting" en om aan verweerster kopie te bezorgen van alle originele facturen van de aanschaf, inclusief garantie, van de computerapparatuur onder de koopovereenkomst van 29 januari 2004.
3. Verklaart de gewijzigde tussenvordering van eiseres ontvankelijk en gegrond.
Veroordeelt verweerster in tussenkomst tot betaling aan eiseres van het provisionele bedrag van 261.582,96 euro.
Veroordeelt verweerster in tussenkomst tot betaling aan eiseres van de schadevergoeding van 1,00 euro provisioneel wegens foutief advies.
4. Veroordeelt eiseres en verweerster ieder tot de helft van de kosten van de hoofd- en de tegenvordering en begroot deze, na het omslaan van de rechtsplegingvergoedingen, in hoofde van eiseres op : dagvaardingskosten : 429,09 euro en 401,25 euro en in hoofde van verweerster op nihil.
Veroordeelt verweerster in tussenkomst tot de kosten van de tussenvordering, in hoofde van eiseres begroot op : dagvaardingskosten : 284,52 euro en R.P.V. : 7.700,00 euro.
Aldus gevonnist te Hasselt op 2 JULI 2012, aldaar in openbare terechtzitting door de voorzitter van de kamer uitgesproken.
Zetel :
Mevrouw H. C., voorzitter van de kamer,
De heer K. G., rechter,
De heer S. B., plv. rechter,
De heer E. S., griffier-hoofd van dienst.
E. S. S. B. K. G. H. C.
Référence citée
Raccourcis clavier
Inactifs pendant la saisie dans un champ.
- Rechercher dans le texte
- /Ctrl/⌘ F
- Occurrence suivante / précédente
- EntréeMaj Entrée
- Section suivante / précédente
- JK
- Mode lecture
- L
- Fermer un panneau
- Échap
Le mode lecture retire le sommaire et les repères, grossit le texte et recentre la colonne.