Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.
Fiche du SPF Finances
700.179 · Décision anticipée n° 700.179 dd. 27.11.2007 · Impôt des sociétés · Apport en société · Apport d'une branche d'activité · Plus-value · Plus-value de cessation · Plus-value exonérée · Taxe sur la valeur ajoutée · Exonération
Résumé
Les opérations d'apport où la SA "A" apporte, d'une part, la branche d'activité "E" à la SA "B" et apporte, d'autre part, la branche d'activité "F" à la SA "C", peuvent être considérées comme des apports d'une branche d'activité au sens de l'article 46, §1er, 1er alinéa, 2°, CIR 92 et répondent à des besoins légitimes de caractère financier ou économique au sens de l'article 46, §1er, 3ème alinéa, 2° CIR 92. Ces opérations d'apport dans une ramification mondiale sont considérées comme étant nécessaires afin d'assurer la croissance économique des deux divisions et aussi de sauvegarder l'emploi dans ces deux divisions.
Les opérations d'apport doivent également avoir lieu en application de l'article 11 et 18, §3 du Code de la TVA.
La décision est publiée uniquement dans la langue dans laquelle la demande a été introduite.
I. Voorwerp van de aanvraag
1. De aanvraag strekt ertoe te vernemen of :
Wat de vennootschapsbelasting betreft :
Het inbrengen van de operationele bedrijfsafdelingen "E" respectievelijk "F" door de Belgische vennootschap NV "A" in enerzijds de Belgische vennootschap NV "B" en anderzijds de Belgische vennootschap NV "C" betrekking hebben op bedrijfsafdelingen in de zin van artikel 46, §1, eerste lid, 2° van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 (WIB 92);
de voornoemde inbrengen van bovenvermelde bedrijfsafdelingen beantwoorden aan rechtmatige financiële of economische behoeften in de zin van artikel 46, §1, derde lid, 2°, WIB 92 en dat bijgevolg de stopzettingsmeerwaarden gerealiseerd naar aanleiding van deze inbrengen vrijgesteld zijn van vennootschapsbelasting ten name van de NV "A";
ingevolge artikel 46, §2, WIB 92 de investeringsaftrekken op de door de vroegere belastingplichtige overgedragen activa ten name van de nieuwe vennootschappen worden bepaald alsof ze niet van eigenaar veranderd zijn;
Wat de BTW betreft :
dat de inbrengen van voornoemde bedrijfsafdelingen niet als levering in de zin van artikel 11 van het BTW wetboek beschouwd worden en dat de daarbij verrichte handelingen niet als diensten worden beschouwd overeenkomstig artikel 18, §3 van het BTW wetboek.
*
* *
II. Beslissing
De inbreng van de bedrijfsafdeling "E" respectievelijk de bedrijfsafdeling "F" in enerzijds de NV "B" en anderzijds de NV "C" kan worden aangemerkt als een inbreng van een bedrijfsafdeling of een tak van werkzaamheid in de zin van artikel 46, §1, eerste lid, 2°, WIB 92 omwille van de volgende redenen :
2. De NV "A" heeft als onderscheiden bedrijfsafdelingen :
2.1. de bedrijfsafdeling "G";
2.2. de bedrijfsafdeling "H";
2.3. de bedrijfsafdeling "I";
2.4. de bedrijfsafdeling "J".
3. De bedrijfsafdeling "J" levert diensten aan "K" en "L". Deze divisie kan opgesplitst worden in 2 afzonderlijke bedrijfsafdelingen, met name de bedrijfsafdeling "E" en de bedrijfsafdeling "F".
4. De bedrijfsafdeling "E" levert diensten aan "K". De bedrijfsafdeling "F" levert diensten aan "L".
5. In 2006 werd de bedrijfsafdeling "E" ingebracht in de NV "B". De bedrijfsafdeling "F" werd ingebracht in de NV "C".
6. De beide afdelingen hebben een eigen directiecomité, en bestaan uit verschillende onderafdelingen, die elk instaan voor een specifiek gedeelte van de markt. De beide afdelingen hebben dan ook hun eigen cliënteel.
7. Zowel de bedrijfsafdeling "E" als de bedrijfsafdeling "F" heeft zijn eigen personeel, dat verantwoordelijk is voor een volledige bedrijfseconomische cyclus, gaande van de klantenprospectie tot de dienst na verkoop. Binnen elke afdeling zijn er tevens personeelsleden werkzaam binnen de boekhoudafdeling, de human resources afdeling, de fiscale afdeling en de treasury afdeling die uitsluitend voor hetzij de bedrijfsafdeling "E", hetzij de bedrijfsafdeling "F" werken. De werknemers die voor 100 % in de bedrijfsafdeling "E" respectievelijk de bedrijfsafdeling "F" tewerkgesteld zijn, behoren tot de betreffende bedrijfsafdeling. M.b.t. de werknemers die tewerkgesteld zijn in de support-afdelingen en werkzaam zijn voor beide bedrijfsafdelingen (bedrijfsafdeling "E" en bedrijfsafdeling "F") geldt de regeling dat diegene die meer dan 50 % voor de bedrijfsafdeling "E" respectievelijk de bedrijfsafdeling "F" werkt wel degelijk tot deze bedrijfsafdeling behoort.
8. De inbreng van de bedrijfsafdeling "E" omvat tevens de inbreng van de participaties in de vennootschappen "M" en "N", vermits deze participaties integraal deel uitmaken van de bedrijfsafdeling "E".
9. De NV "A" heeft tevens vaste inrichtingen in diverse landen. Die vaste inrichtingen waarbij de activiteiten betrekking hebben op de bedrijfsafdeling "E" of de bedrijfsafdeling "F" en waarbij met deze bedrijfsafdeling dus een sterke, zo niet exclusieve band bestaat, worden mee ingebracht.
10. Gelet op het voorgaande zijn de beide bedrijfsafdelingen volledig autonoom en verzorgen een volledige bedrijfseconomische cyclus naar hun respectievelijke klanten toe. Het is dan ook een geheel dat op technisch en organisatorisch gebied een autonome activiteit uitoefent en op eigen kracht kan werken.
De inbreng van de bedrijfsafdeling "E" respectievelijk de bedrijfsafdeling "F" in enerzijds de NV "B" en anderzijds de NV "C" beantwoordt aan rechtmatige financiële of economische behoeften in de zin van artikel 46, §1, derde lid, 2°, WIB 92 omwille van de volgende redenen :
11. In 2006 heeft de NV "A" de activiteiten van de divisie "J" (met name de bedrijfsafdeling "E" en de bedrijfsafdeling "F") ingebracht in enerzijds de NV "B" en anderzijds de NV "C". Hierbij werden alle vermogensbestanddelen met inbegrip van alle rechten en verplichtingen alsook het personeel werkzaam voor de bedrijfsafdeling "E" of de bedrijfsafdeling "F" ingebracht. De NV "B" en de NV "C" werden specifiek opgericht met het oog op de inbrengoperaties en zijn pas dan echt actief geworden.
12. Deze operatie past binnen een wereldwijde afsplitsing in twee afzonderlijke juridische entiteiten en heeft als doel een internationale samenwerking met externe strategische partners mogelijk te maken. De filialisering van de bedrijfsafdeling "J" van de NV "A" is dan ook een noodzaak voor het hoofdkwartier van de Groep. De inbrengoperaties worden noodzakelijk geacht om de economische groei van beide afdelingen te verzekeren en zodoende ook de tewerkstelling binnen deze afdelingen te vrijwaren.
13. De bedrijfsafdeling "E" werd in 2007 opgenomen in een joint venture met de Groep "Z". Deze 50-50 joint venture wordt een toonaangevend wereldwijd bedrijf met een sterke marktpositie in belangrijke groeisegmenten van de sector. Dit bedrijf zal uitstekend geplaatst zijn om het voortouw te nemen in de ontwikkeling en implementatie van inkomstengenererende producten en diensten dankzij haar schaalvergroting en wereldwijd bereik. De joint venture zal beschikken over een van 's werelds beste onderzoeks- en ontwikkelingsteams dat alle mogelijkheden heeft om te investeren in productplatformen en diensten. Het nieuwe bedrijf zal een complementaire wereldwijde klantenbasis hebben en zal sterk aanwezig zijn in zowel ontwikkelde als opkomende markten. Bovendien zal het één van de grootste en meest ervaren dienstverleners in de sector zijn en kunnen evolueren tot de onbetwiste sectorleider.
14. Vermits de Groep "Z" reeds aanwezig is in een aantal Afrikaanse landen en de NV "A" niet over deze afzetmarkten beschikt zal door het samengaan van beide bedrijven de exportactiviteiten aanzienlijk kunnen toenemen, met op termijn een positieve impact op de tewerkstelling in België.
15. Voor de bedrijfsafdeling "F" werd nog geen externe partner gevonden. Het doel is evenwel deze bedrijfsafdeling in een samenwerkingsverband te plaatsen met het oog op het creëren van kostensynergieën en schaalvoordelen en het bekomen van een versterkte concurrentiepositie. Op deze wijze kan een veel uitgebreider assortiment aan producten en oplossingen aan het cliënteel aangeboden worden.
16. Aan de NV "C" werd de internationale verantwoordelijkheid toegewezen over de regio "Q", met name de landen "R", "S", en "T", en verwacht wordt dat dit op termijn een positieve impact zal hebben op de tewerkstelling in België.
17. De inbrengoperaties zullen in principe geen impact hebben op de tewerkstelling. De betrokken werknemers zullen met behoud van rechten en verplichtingen onder de op datum van overdracht geldende werk- en bezoldigingsvoorwaarden overgaan naar de inbrengverkrijgende vennootschap. Dit tewerkstellingsengagement is slechts geldig tot op het ogenblik van de verkoop van de respectievelijke participaties aan de externe strategische partners.
18. De inbrengverrichting beantwoordt aan rechtmatige financiële of economische behoeften in de zin van artikel 46, §1, 3de lid, 2°, WIB 92, voor zover de herstructurering door middel van de inbrengverrichting geen overdracht beoogt van de naar aanleiding van de inbreng uitgegeven nieuwe aandelen van respectievelijk de NV "B" en de NV "C". Zulks zal inzonderheid het geval zijn indien :
18.1 de aandelen van de NV "B" en de NV "C" niet worden overgedragen gedurende een periode van 12 maanden vanaf de datum van de Buitengewone Algemene Vergadering die de geplande verrichting zal goedkeuren;
18.2 50 % van geen van deze aandelen wordt overgedragen gedurende een periode van 24 maanden vanaf het einde van voormelde periode van 12 maanden;
18.3 bij de overdracht van deze aandelen naar aanleiding van latere herstructureringen, t.t.z.
a) fusies
b) splitsingen
c) inbreng van aandelen in een holdingvennootschap, in een groepsvennootschap of in een joint-venture vennootschap tegen uitgifte van nieuwe aandelen of het omruilen van deze aandelen in dezelfde omstandigheden, de naar aanleiding van deze verrichtingen in ruil verkregen aandelen gedurende de nog resterende termijn van 12 of 24 maanden niet worden vervreemd.
Wat de verkoop van de aandelen van de NV "B" betreft :
19. De aanvrager heeft schriftelijk bevestigd om de gerealiseerde verkoopprijs van de participatie welke de NV "A" aanhield in de NV "B" integraal te herinvesteren (gezien de vervreemding binnen de 12 maanden vanaf de datum van de Buitengewone Algemene Vergadering die de inbrengverrichting heeft goedgekeurd) in de overblijvende kernactiviteiten in België of in het buitenland in immateriële vaste activa, materiële vaste activa, financiële vaste activa of schuldenafbouw.
20. Aan de DVB en de plaatselijke controledienst zal een verslag worden bezorgd met een overzicht van de gerealiseerde investeringen en dit op jaarlijkse basis. In deze verslagen wordt niet enkel het bewijs van de uitgevoerde investeringen opgenomen, maar ook het bewijs dat het geen passieve investeringen zijn.
21. De aanvrager heeft schriftelijk bevestigd om bij de fiscale verwerking van de verkoop van de participatie in de NV "B" ten name van de NV "A" de fiscale meerwaarde vrij te stellen via een aanpassing in plus van de begintoestand van de reserves.
Wat de verkoop van de aandelen van de NV "C" betreft :
22. Een zelfde engagement wordt aangegaan voor wat de toekomstige te realiseren verkoopprijs van de participatie in de NV "C" betreft.
23. Gebeurt de vervreemding binnen de 12 maanden vanaf de datum van de Buitengewone Algemene Vergadering die de inbrengverrichting zal goedkeuren, zal 100 % van de verkoopprijs geherinvesteerd worden in de NV "A".
24. Gebeurt de vervreemding na 12 maanden maar binnen de 36 maanden vanaf de datum van voormelde Buitengewone Algemene Vergadering, dan zal dit slechts voor 50 % van de totale verkoopprijs het geval zijn.
25. De herinvestering in immateriële vaste activa, materiële vaste activa, financiële vaste activa of schuldafbouw dient te gebeuren binnen de drie jaar te rekenen vanaf de datum van de verkoop van de aandelen.
26. Aan de DVB en de plaatselijke controledienst zal een verslag worden bezorgd met een overzicht van de gerealiseerde investeringen en dit op jaarlijkse basis (waarvan het laatste verslag uiterlijk 6 maand vóór het verstrijken van het boekjaar). In deze verslagen wordt niet enkel het bewijs van de uitgevoerde investeringen opgenomen, maar ook het bewijs dat het geen passieve investeringen zijn.
27. Na de inbrengoperaties en het afsluiten van de internationale samenwerkingsovereenkomsten kunnen de bedrijfsafdelingen "E" en "F" zich volledig onafhankelijk van elkaar ontwikkelen waarbij de NV "A" zich volledig zal kunnen toespitsen op de overblijvende kernactiviteiten.
28. De NV "A" verbindt er zich toe om gedurende drie jaren te rekenen vanaf de datum van de inbreng geen kapitaalverminderingen door te voeren, noch hogere dividenden uit te keren dan historisch gebruikelijk was.
Ingevolge artikel 46, §2, WIB 92 worden de investeringsaftrekken op de door de NV "A" overgedragen activa ten name van de NV "B" en de NV "C" bepaald alsof ze niet van eigenaar veranderd zijn
29. Overeenkomstig artikel 46, §2, WIB 92 mogen, naar aanleiding van een inbreng, de investeringsaftrekken op vaste activa die aangeschaft werden door de overlatende vennootschap verder in rekening worden gebracht door de overnemende vennootschap volgens het zogenaamde voortzettingsstelsel. Wanneer de belastingvrije verrichting betrekking heeft op een bedrijfsafdeling of tak van werkzaamheid, moet de overdracht worden beperkt tot de nog niet verkregen investeringsaftrekken die op de overgedragen activa betrekking hebben. Aangezien bij gedeeltelijke vroegere toepassing van de investeringsaftrekken niet kan worden uitgemaakt welke aftrekken reeds wel en welke nog niet zijn verkregen, moet de over te dragen vrijstelling in dergelijk geval op een verantwoorde proportionele wijze worden berekend (cf. PV nr. 37, 4.7.1988, Sen. Declerck, Bull. 682, blz. 905).
30. Gezien de investeringsaftrek ontstaan is vóór het aanslagjaar 2003, en het derhalve onmogelijk is deze aan één welbepaalde bedrijfsafdeling toe te wijzen, werd de omdeling verricht op basis van de verrichte investeringen tijdens de periode 2002-2006. Op deze wijze wordt de overdracht van de investeringsaftrek toegewezen aan die bedrijfsafdeling die de investeringsaftrek gegenereerd heeft.
31. De overgedragen investeringsaftrek wordt niet omgezet in een belastingkrediet, gezien de overgangsregeling voor het belastingkrediet zoals neergelegd in artikel 530, §1, WIB 92 in casu geen toepassing vindt.
32. Het merendeel van de over te dragen investeringsaftrek wordt aan de NV "B" toegewezen wat een correct beeld oplevert aangezien het de bedrijfsafdeling "E" is die het merendeel van deze investeringsaftrek heeft gegenereerd. De bedrijfsafdeling "F" verkrijgt haar evenredig aandeel.
De inbreng van de bedrijfsafdeling "E" en de bedrijfsafdeling "F" wordt niet als een levering beschouwd in de zin van artikel 11 van het BTW wetboek en de daarbij ver-richte handelingen worden niet als diensten beschouwd overeenkomstig artikel 18, §3 van het BTW wetboek
33. De NV "A" heeft de operationele bedrijfsafdelingen "E" en "F" in twee in 2006 opgerichte vennootschappen, enerzijds de NV "B" en anderzijds de NV "C" ingebracht.
34. Deze overdrachten omvatten al de vaste activa, de essentiële roerende goederen, contrac-ten, personeel, management, goodwill, cliënteel, vaste inrichtingen, participaties, rechten en verplichtingen die betrekking hebben op de respectievelijke bedrijfsafdelingen.
35. De overdracht van een bedrijfsafdeling moet in principe betrekking hebben op al de elemen-ten die door de overdrager voor die bedrijfsafdeling werden aangewend. Niettemin mogen bepaalde elementen worden uitgesloten, zoals deze die eveneens aangewend worden voor andere bedrijfsafdelingen, het passief verbonden aan de bedrijfsafdeling, vorderingen, gel-den, schulden, op voorwaarde (wederom) dat de wel overgedragen bestanddelen een ge-heel vormen dat vanuit technisch oogpunt een onafhankelijke onderneming vormt die met eigen middelen kan werken.
36. Het feit dat NV "A" de eigendom van het gedeelte van de gebouwen te X dat voorheen door de bedrijfsafdeling "F" werd gebruikt (en die in volle eigendom zijn van de NV "A") niet over-draagt, belet de toepassing van artikel 11 en artikel 18, §3 van het BTW-Wetboek niet.
37. In casu wordt dit gedeelte van de gebouwen immers ter beschikking gesteld aan de NV "C", zodat deze laatste haar activiteit op deze locatie kan verderzetten.
38. Omwille van de toepassing van het artikel 11 en het artikel 18, §3 van het BTW-Wetboek, kunnen de bedrijfsafdelingen BTW-neutraal worden overgedragen. Dientengevolge zal geen BTW moeten aangerekend worden op de inbreng voor die overdragende onderdelen die zouden kwalificeren als belaste goederen of diensten in de zin van de BTW.
Référence citée
Raccourcis clavier
Inactifs pendant la saisie dans un champ.
- Rechercher dans le texte
- /Ctrl/⌘ F
- Occurrence suivante / précédente
- EntréeMaj Entrée
- Section suivante / précédente
- JK
- Mode lecture
- L
- Fermer un panneau
- Échap
Le mode lecture retire le sommaire et les repères, grossit le texte et recentre la colonne.