Installation sportive, Livraison d'une installation sportive · Décisions anticipées

Aller au texte
Juriel

700.042 18 décembre 2007

Rechercher
Texte en néerlandais

Installation sportive, Livraison d'une installation sportive

https://juriel.be/fr/rulings/700-042-ba2f

Numéro
700.042
Date
18 décembre 2007

Sur le document

Collection
Décisions anticipées
Langue du texte
néerlandais
Version française
non publiée par le SPF

Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.

Texte

29 paragraphes

Fiche du SPF Finances

700.042 · Décision anticipée n° 700.042 dd. 18.12.2007 · Taxe sur la valeur ajoutée · Installation sportive · Livraison d'une installation sportive · Exploitation d'une installation sportive · Régie communale · Régie communale autonome

Résumé

Une commune peut livrer un bien immobilier, avec application de la TVA, à sa régie communale autonome (RCA) malgré le fait qu'elle ne deviendra propriétaire juridique de cette infrastructure que lors du paiement de la dernière échéance de la location-vente. La RCA dont les statuts prévoient qu'après la mise en réserve, le bénéfice sera distribué à la commune, est considérée comme un établissement à but lucratif en ce qui concerne l'exploitation de l'installation sportive de sorte que l'exploitation ne bénéficie pas de l'exonération de la TVA de l'article 44, §2, 3°, du Code de la TVA.

La décision est publiée uniquement dans la langue dans laquelle la demande a été introduite.

I. Voorwerp van de aanvraag

1. De aanvraag strekt ertoe te vernemen of een gemeente een onroerend goed kan leveren onder toepassing van de BTW aan haar autonoom gemeentebedrijf (AGB), hoewel zij slechts bij de betaling van de laatste termijn van de huurkoop eigenaar zal worden van deze infrastructuur en of het AGB voor de exploitatie van de sportinrichting wordt aangemerkt als een instelling met winstoogmerk, zodat de exploitatie niet ressorteert onder de BTW-vrijstelling van artikel 44, §2, 3°, van het BTW-wetboek.

II. Omschrijving van de verrichting

2. Met het oog op het performanter en efficiënter beheer van het onroerend goed patrimonium van een gemeente heeft de gemeenteraad beslist om een AGB op te richten. In die optiek zal het AGB, diverse onroerende goederen verwerven/beheren en onroerend goed overeen¬komsten (cf. verhuur, concessie) overnemen/beheren.

3. De sportinrichting werd door een bank (in haar hoedanigheid van opstalhouder en financier) opgericht op aanwijzing van de gemeente, die het complex in de loop van jaar n in gebruik heeft genomen. De bank financiert op heden het gebouw en stelt het aan de gemeente ter beschikking via een BTW-belaste overeenkomst van huurkoop. De eigendom van het gebouw gaat over naar de gemeente bij de betaling van de laatste "huurvergoeding".

4. In het kader van een efficiënt en professioneel beheer van het onroerend goed beoogt de gemeente de sportinrichting in het jaar n+2 over te dragen aan het AGB. Het AGB zal in voorkomend geval de financieringslasten overnemen.

5. Het AGB zal vervolgens de sportinrichting in eigen naam exploiteren.

III. Beslissing

III.1. Levering van de sportinrichting

6. Overeenkomstig artikel 10, §1, eerste lid van het BTW-wetboek wordt als een levering van een goed beschouwd, de overdracht of de overgang van de macht om als eigenaar over een goed te kunnen beschikken.

7. De hoger vermelde huurkoop m.b.t. de sportinrichting, gesloten tussen de gemeente en de bank, dient te worden beschouwd als een levering in de zin van artikel 10, § 1, tweede lid van het BTW-wetboek. Vanaf het sluiten van de huurkoopovereenkomst verkrijgt de gemeente voor BTW-doeleinden de macht om over de sportinrichting te beschikken zoals een eigenaar, alhoewel de eigendomsoverdracht nog niet heeft plaats gevonden. De fiscale behandeling wijkt hier af van de gemeenrechtelijke.

8. Gelet op de BTW-technische behandeling van een huurkoopovereenkomst kan de gemeente zelf op haar beurt de sportinrichting onder toepassing van de BTW leveren aan het AGB.

III.2. Exploitatie van de sportinrichting

9. De verrichtingen van het AGB i.v.m. de exploitatie van de sportinrichting moeten aan de vrijstelling van artikel 44, § 2, 3°, van het BTW-wetboek worden getoetst.

10. Artikel 44, § 2, 3° van het BTW-wetboek betreft de vrijstelling voor diensten verstrekt door exploitanten van sportinrichtingen en inrichtingen voor lichamelijke opvoeding aan personen die er aan lichamelijke ontwikkeling of aan sport doen, wanneer die exploitanten en inrichtingen in stellingen zijn die geen winstoogmerk hebben en zij de ontvangsten uit de vrijgestelde werkzaamheden uitsluitend gebruiken tot dekking van de kosten ervan.

11. Gelet op het antwoord van de Minister belast met de Modernisering van de Financiën en de Strijd tegen de fiscale fraude op de mondelinge parlementaire vraag nr. 518 van de heer J. Peeters kan de belastingplicht met recht op aftrek niet worden betwist van de autonome gemeentebedrijven die niet zijn opgericht onder de juridische vorm ten aanzien van een NV of een BVBA, maar waarvan uit de statuten blijkt dat zij een winstoogmerk hebben en dat zij zich tot doel stellen winst uit te keren.

12. In de ontwerpstatuten van het AGB wordt geen winstoogmerk uitgesloten en is expliciet voorzien dat na reservering de winst zal worden uitgekeerd.

13. Gelet op deze statutaire bepaling, is de vrijstelling van artikel 44, §2, 3° van het BTW-wetboek niet van toepassing voor de exploitatie van de sportinrichting door het AGB.

Textes cités

2
CTVA art. 445 occurrences
CTVA art. 102 occurrences