Impôt des sociétés, Scission partielle fiscalement neutre · Décisions anticipées

Aller au texte
Juriel

2025.0198 29 avril 2025

Rechercher
Texte en néerlandais

Impôt des sociétés, Scission partielle fiscalement neutreImpôt des sociétés - Scission partielle fiscalement neutre - Motifs économiques valables - Fraude ou évasion fiscale – TVA - Unité TVA - Opération interne

https://juriel.be/fr/rulings/2025-0198-impot-societes-scission-partielle-fiscalement-122c

Numéro
2025.0198
Date
29 avril 2025

Sur le document

Collection
Décisions anticipées
Langue du texte
néerlandais
Version française
non publiée par le SPF

Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.

Texte

55 paragraphes

Fiche du SPF Finances

Décision anticipée n° 2025.0198 du 29.04.2025

Impôt des sociétés · Scission partielle fiscalement neutre · Motifs économiques valables · Fraude ou évasion fiscale

TVA · Unité TVA · Opération interne

Résumé

La scission partielle de la société X, par laquelle l’activité A est transférée à une nouvelle société à constituer et l’activité B est conservée par la société X afin de pouvoir développer séparément les activités A et B, est conforme aux dispositions de l’article 183bis du CIR 92 et peut avoir lieu sous le régime de neutralité fiscale visé à l’article 211, § 1er, du CIR 92.

La scission partielle, par laquelle la société X, membre de l’unité TVA Z, transfert l’ensemble des actifs et des passifs avec l’ensemble des droits et des obligations en ce qui concerne l’activité A à une nouvelle société à constituer se situe en dehors du champ d’application de la TVA.

La décision est publiée uniquement dans la langue dans laquelle la demande a été introduite.

I. Voorwerp van de aanvraag

1. De aanvraag strekt ertoe bevestiging te verkrijgen dat:

1.1 de voorgenomen partiële splitsing van vennootschap X beantwoordt aan de voorwaarden zoals gesteld in artikel 211, §1, vierde lid van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 (hierna WIB 92) en niet als hoofddoel of één der hoofddoelen belastingfraude of belastingontwijking in de zin van artikel 183bis WIB 92 heeft;

1.2 de boekhoudkundige retroactiviteit tegenstelbaar is aan de fiscale administratie;

1.3 de overdracht, die plaatsvindt tussen btw-plichtigen allen lid van dezelfde btw-eenheid Q, ingevolge artikel 4, § 2 van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde (hierna W.BTW) wordt aangemerkt als een interne handeling binnen de btw-eenheid en bijgevolg buiten het toepassingsgebied van de btw valt.

II. Omschrijving van de verrichting

2. Vennootschap X oefent binnen de groep Q twee functies uit, met name de activiteiten A en B. Het management van vennootschap X erkent het belang van de voortdurende groei en verbetering van activiteit A en is van plan om verder te investeren in de ontwikkeling ervan.

3. Als onderdeel van een bredere strategische visie wenst het management de activiteit A van vennootschap X onder te brengen in een aparte entiteit. Vanuit die optiek wordt een partiële splitsing van vennootschap X beoogd waarbij de activiteit A zal worden overgedragen aan een nieuw op te richten entiteit Y.

III. Beslissing

III.A. Inzake artikel 211, §1, WIB 92

4. De aanvrager heeft bevestigd dat de beschreven verrichting een met splitsing gelijkgestelde verrichting betreft in de zin van artikel 2, §1, 6°/1, g), 1) WIB 92.

5. De verrichting is ingegeven door de in randnummers 2 en 3 aangehaalde overwegingen en brengt diverse voordelen met zich mee die door de aanvrager nader werden toegelicht.

6. De medewerkers die momenteel actief zijn voor activiteit A zullen overgaan naar vennootschap Y. Daarnaast is het de bedoeling om in de toekomst een extra werknemer in vennootschap Y aan te nemen. De aanvrager heeft aangegeven dat de transactie geen impact zal hebben op het personeelsbestand. Hieruit blijkt dat de aanwezige activiteiten bij voortduur zullen worden verdergezet bij de partieel te splitsen vennootschap X en bij vennootschap Y.

7. De fiscale aspecten van de partiële splitsing kunnen als volgt worden samengevat:

7.1. vennootschap X is de laatste jaren winstgevend en beschikt steeds over een belastbare basis;

7.2 vennootschap X beschikt niet over overgedragen fiscaal aftrekbare bestanddelen. Aangezien de verkrijgende vennootschap een nieuw op te richten vennootschap is, beschikt deze evenmin over dergelijke bestanddelen;

7.3. de aanvrager heeft bevestigd dat er marktconforme vergoedingen zullen worden aangerekend door vennootschap Y aan vennootschap X voor de door haar geleverde diensten;

7.4. de aanvrager heeft bevestigd dat er geen intentie bestaat om de aandelen van vennootschappen X en/of Y na doorvoering van de partiële splitsing over te dragen.

8. De aanvrager heeft bevestigd dat de bepalingen van artikel 213 WIB 92 zullen worden nageleefd. Dit blijkt ook uit het overgemaakte ontwerp van de splitsingsstaat.

9. Op basis van de door de aanvrager verstrekte inlichtingen en de door de DVB gemaakte analyse kan worden aangenomen dat de partiële splitsing van vennootschap X plaatsvindt op basis van zakelijke overwegingen en niet als hoofddoel of één der hoofddoelen belastingfraude of -ontwijking heeft in de zin van artikel 183bis, WIB 92.

10. De verkrijgende vennootschap Y zal een binnenlandse vennootschap zijn.

11. Derhalve kan worden besloten dat de partiële splitsing van vennootschap X belastingneutraal kan plaatsvinden in toepassing van artikel 211, §1, WIB 92.

III.B. Inzake de boekhoudkundige retroactiviteit op het vlak van de vennootschapsbelasting

12. De terugwerkende kracht van een vennootschapsakte is in de regel niet tegenstelbaar aan de Administratie. Van dit beginsel mag inzonderheid t.a.v. voormeld boekhoudkundig retroactiviteitsbeding slechts worden afgeweken wanneer de bedoelde retroactiviteitsclausule:

12.1 met de werkelijkheid overeenstemt en betrekking heeft op een korte periode: in dit verband kan een boekhoudkundige retroactiviteitsclausule van meer dan zeven maanden, in normale omstandigheden niet als een korte periode worden aangemerkt;

12.2 en een juiste toepassing van de belastingwetgeving niet in de weg staat.

13. De aanvrager bevestigt dat de partiële splitsing zal plaatsvinden met een boekhoudkundige retroactiviteit van maximaal 7 maanden.

14. In het kader van de in randnummer 12.2 gestelde voorwaarde wordt inzonderheid gewezen op het feit dat de fiscale nettowaarden kunnen worden gemanipuleerd met het oog op een maximale overdracht van de overgedragen fiscale verliezen of overgedragen DBI-aftrek door deze fiscale nettowaarden op de boekhoudkundige retroactiviteitsdatum (in plaats van op de juridische datum van de verrichting) in aanmerking te nemen (zie dienaangaande randnummer 211/14 van de administratieve commentaar op het WIB 92). In casu beschikken vennootschap X en de nieuw op te vennootschap Y niet over fiscaal overgedragen verliezen en/of overgedragen DBI-aftrek.

15. Derhalve kan worden besloten dat de boekhoudkundige retroactiviteit op het vlak van de vennootschapsbelasting kan worden aanvaard.

III.C. Inzake BTW

16. De partieel te splitsen vennootschap X is lid van de btw-eenheid Q.

17. Vennootschap Y, een in België gevestigde vennootschap, zal kwalificeren als een btw-belastingplichtige met een volledig recht op aftrek. Zoals hoger reeds uiteengezet, zal vennootschap Y, de nieuw op te richten vennootschap waarin de activiteit A wordt ingebracht, deze activiteit verder ontwikkelen. Vennootschap X zal gebruik maken van haar diensten en zal hiervoor een vergoeding betalen aan vennootschap Y.

18. Vennootschap Y zal als verplicht lid deel moeten uitmaken van die bestaande btw-eenheid Q (1). De DVB is echter niet bevoegd om zich hierover uit te spreken.


[(1) Artikel 1, §2 KB nr. 55, W.BTW]


1. Het is de intentie van de partijen dat vennootschap Y, die wordt opgericht ingevolge een partiële splitsing, waarbij de activiteit A naar vennootschap Y zal worden afgesplitst, meteen deel uitmaakt van de btw-eenheid Q. De partijen wensen daartoe gebruik te maken van de administratieve tolerantie (2):


[(2) Btw-commentaar, Boekwerk VI, Hoofdstuk 16, Afdeling 5, Titel 8, subtitel A, punt a.]


“Wanneer een nieuwe vennootschap wordt opgericht met de bedoeling meteen deel uit te maken van een bestaande btw-eenheid en zonder verwijl een verzoek tot toetreding van deze vennootschap tot die btw-eenheid wordt ingediend en goedgekeurd, dan worden de handelingen sinds haar oprichting maar kort voor de goedkeuring door de administratie van de toetreding van dat lid, om praktische redenen, opgenomen in de btw-aangifte van de btw-eenheid.

De administratie aanvaardt dat de btw-eenheid zich vanaf de oprichting van de nieuwe vennootschap in de plaats van deze vennootschap stelt voor alle rechten en verplichtingen inzake btw. Indien betrokkenen van deze administratieve tolerantie gebruik wensen te maken, dient de vertegenwoordiger van de btw-eenheid de bevoegde lokale diensten waaronder de btw-eenheid ressorteert hiervan in kennis te stellen.”

19. Indien nieuw op te richten vennootschap Y kan toetreden tot de btw-eenheid Q onmiddellijk na de partiële splitsing waarbij vennootschap X, lid van de btw-eenheid Q, (alle) activa en passiva met alle rechten en verplichtingen die verband houden met activiteit A, overdraagt aan vennootschap Y, valt deze overdracht buiten het toepassingsgebied van de btw. Ingevolge de toepassing van de bovenvermelde administratieve tolerantie worden de handelingen immers sinds de oprichting van vennootschap Y maar kort voor de goedkeuring door de administratie van de toetreding van dat lid, om praktische redenen, opgenomen in de btw-aangifte van de btw-eenheid.

20. Ingevolge artikel 4, §2, W.BTW vormen de belastingplichtigen, lid van een btw-eenheid, een enkele belastingplichtige voor de toepassing van het W.BTW en vallen alle leveringen van goederen en diensten die worden verricht tussen de leden van de btw-eenheid (de zogenaamde interne handelingen), zonder uitzondering, buiten de werkingssfeer van de btw (3). Hieruit volgt inzonderheid dat de artikelen 11 en 18, § 3, W.BTW niet van toepassing zijn tussen de leden van een btw-eenheid.


[(3) Btw-commentaar, Boekwerk VI, Hoofdstuk 16, Afdeling 5, Titel 9, subtitel B.]


21. In casu wordt de overdracht van alle activa en passiva die verband houden met de activiteit A, verricht tussen leden van dezelfde btw-eenheid Q (met toepassing van de bovenvermelde administratieve tolerantie) en bijgevolg aangemerkt als een interne handeling.

22. De overdracht van deze activa (en passiva) valt derhalve buiten de werkingssfeer van de btw in de veronderstelling dat de vertegenwoordiger van de btw-eenheid Q de bevoegde lokale diensten waaronder de btw-eenheid ressorteert, hiervan in kennis stelt en bij oprichting zonder verwijl een verzoek tot toetreding van vennootschap Y tot deze btw-eenheid zal worden ingediend.

Textes cités

2
AR no 55 art. 11 occurrence
CTVA art. 41 occurrence