Rubrique XXXI du tableau A de l’annexe de l’AR n° 20 · Décisions anticipées

Aller au texte
Juriel

2025.0102 15 avril 2025

Rechercher
Texte en néerlandais

Rubrique XXXI du tableau A de l’annexe de l’AR no 20TVA - Taux - Rubrique XXXI du tableau A de l’annexe de l’AR no 20

https://juriel.be/fr/rulings/2025-0102-taux-rubrique-xxxi-tableau-annexe-77cd

Numéro
2025.0102
Date
15 avril 2025

Sur le document

Collection
Décisions anticipées
Langue du texte
néerlandais
Version française
non publiée par le SPF

Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.

Texte

81 paragraphes

Fiche du SPF Finances

Décision anticipée n° 2025.0102 du 15.04.2025

TVA · Taux · Rubrique XXXI du tableau A de l’annexe de l’AR n° 20

Résumé

Le taux réduit de TVA de 6 % conformément à la rubrique XXXI du tableau A de l’annexe à l'AR TVA n° 20 du 20.07.1970, s’applique aux travaux immobiliers (travaux d’agrandissement et de transformation) et aux autres opérations visées dans la rubrique XXXI, § 3, 3° à 6° (dans les conditions stipulées dans la rubrique XXXI et à l’exclusion des opérations visées au § 1er, 1° et § 4, 1° et 2° de la rubrique XXXI).

Article 44, § 3, 1° a) du Code de la TVA

Texte de la décision

La décision est publiée uniquement dans la langue dans laquelle la demande a été introduite.

Beslissing

1. De voorwaarden van de artikelen 21 en 22 van voormelde wet van 24 december 2002 werden nageleefd.

2. De aanvraag om een voorafgaande beslissing beoogt de bevestiging van de toepassing van het verlaagd btw-tarief gelijk aan 6% voor renovatie met uitbreiding verricht aan de privéwoning waarvan de aanvrager eigenaar is en dit op grond van rubriek XXXI, tabel A, KB nr. 20 van 20 juli 1970 genomen ter uitvoering van artikel 37 van het btw-wetboek.

3. Het werk in onroerende staat (in de zin van artikel 19, § 2, derde lid W.BTW) en de in § 3 van rubriek XXXI genoemde daarmee gelijkgestelde handelingen worden onderworpen aan het verlaagde btw-tarief van 6% overeenkomstig rubriek XXXI van tabel A van de bijlage bij het Btw-KB nr. 20, voor zover de volgende voorwaarden gezamenlijk zijn vervuld:

• de handelingen moeten de omvorming, renovatie, rehabilitatie, verbetering, herstelling of het onderhoud, met uitsluiting van de reiniging, geheel of ten dele van een woning tot voorwerp hebben;

De bouw- of heropbouwwerken worden dus niet rechtstreeks door deze bepaling bedoeld. De aanschrijving nr. 6/1986 van 22.08.1986 bepaalt dat de werken in onroerende staat en de daarmee gelijkgestelde handelingen die de bouw of heropbouw van een nieuw gebouw tot voorwerp hebben, impliciet uitgesloten zijn van het voordeel van het verlaagd tarief en verduidelijkt hierbij hoe dergelijke werken van andere werken kunnen worden onderscheiden;

• de handelingen moeten betrekking hebben op een woning die, na de uitvoering ervan, hetzij uitsluitend, hetzij hoofdzakelijk, als privéwoning wordt gebruikt;

• de handelingen moeten worden verricht aan een woning waarvan de eerste ingebruikneming heeft plaatsgevonden in een kalenderjaar dat ten minste 10 jaar voorafgaat aan de datum van de eerste factuur met betrekking tot die werken;

• de handelingen moeten worden verstrekt en gefactureerd aan een eindverbruiker.

Onder eindverbruiker moet worden begrepen de persoon die een zakelijk recht (eigendom, vruchtgebruik, enzovoort) of een recht van genot (inzonderheid als huurder) bezit op de woning die hij geheel of gedeeltelijk als privéwoning gebruikt. Het werk in onroerende staat kan dus zowel verricht worden in opdracht van de eigenaar als in opdracht van de huurder van het onroerend goed.

• de door de dienstverrichter uitgereikte factuur en het dubbel dat hij bewaart, moeten wettelijk verplicht de vereiste uitgebreide standaardverklaring bevatten. Als de afnemer het btw-tarief niet schriftelijk betwist binnen een termijn van één maand vanaf de ontvangst van de bedoelde factuur, is de dienstverrichter ontlast van de aansprakelijkheid betreffende de vaststelling van het tarief (behalve in geval van samenspanning tussen de partijen).

4. Het verlaagde btw-tarief van 6% overeenkomstig rubriek XXXI van tabel A van de bijlage bij het Btw-KB nr. 20 geldt ook voor de onroerende werken met betrekking tot wooncomplexen, voor zover aan de toepassingsvoorwaarden van voornoemde rubriek XXXI wordt voldaan.

5. Overeenkomstig § 1, 1° van voornoemde rubriek XXXI is het verlaagde btw-tarief van 6% van toepassing op werken in onroerende staat die de omvorming, de renovatie, de rehabilitatie, verbetering, de herstelling of het onderhoud, met uitsluiting van de reiniging, geheel of ten dele van een woning, tot voorwerp hebben.

6. De gehanteerde begrippen veronderstellen een ingrijpen dat niet zo ver gaat dat met de werken in wezen tot nieuwbouw wordt overgegaan. De wetgeving geeft echter geen omschrijving van wat onder ‘omvorming’ of ‘renovatie’ moet worden verstaan. Verder wordt ook niet gepreciseerd vanaf wanneer er geen sprake meer is van ‘omvorming’ of ‘renovatie’, maar wel van ‘nieuwbouw’.

7. In wezen is de toepassing van het verlaagde btw-tarief van 6% voor omvormingswerken van een bestaand oud gebouw onderworpen aan één of meerdere van de drie volgende administratieve criteria:

a) het criterium van het wezenlijk behoud van de wezenlijke elementen van de structuur van het gebouw;

b) het oppervlaktecriterium, en;

c) het criterium van niet-autonome (woon)eenheid of afhankelijkheidscriterium (concept afhankelijkheid van het oude gedeelte van het gebouw).

In principe moeten deze drie criteria los van elkaar worden onderzocht, waarbij het verlaagde btw-tarief van 6% niet van toepassing is van zodra aan één van de criteria niet is voldaan

Voor de uitbreidings- of vergrotingswerken van een bestaand gebouw moeten het oppervlaktecriterium en het criterium niet-autonome (woon)eenheid tegelijk worden onderzocht, aangezien die twee laatstbedoelde criteria over het algemeen met elkaar verbonden zijn

8. De btw-administratie heeft in een aanschrijving van 22.08.1986 een omschrijving gegeven van wat volgens haar onder ‘omvorming’ moet worden verstaan.

Meer concreet gaat het om “de verbouwing zowel aan de buitenkant (en inzonderheid de rehabilitatie) als aan de binnenkant van het gebouw of de vergroting door toevoeging van nieuwe vertrekken en de uitbreiding van bestaande vertrekken” .

Evenzo wordt het bestaan van een verbouwing door de btw-administratie niet bekritiseerd wanneer de omvormingswerken op een relevante wijze steunen op oude dragende muren (inzonderheid de buitenmuren) en, meer algemeen, op de wezenlijke elementen van de structuur van het te renoveren gebouw . Een ingrijpende wijziging van de oude structuren is dus uitgesloten. Het gaat om een feitenkwestie die geval per geval moet worden beoordeeld

9. De btw-administratie aanvaardt dat de uitbreiding van een bestaand gebouw als een omvorming (of een verbouwing) ervan wordt beschouwd als de volgende twee voorwaarden vervuld zijn:

• de oppervlakte van het oude gedeelte blijft betekenisvol in vergelijking met het nieuwe gedeelte. De btw-administratie vindt dat dit het geval is als de oppervlakte van het oude gedeelte groter is dan de helft van de totale oppervlakte van het wooncomplex na de uitvoering van de werken. Met andere woorden, de uitbreidingswerken mogen er niet toe leiden dat de vóór de aanvang van de werken bestaande oppervlakte wordt verdubbeld of nog meer wordt uitgebreid (oppervlaktecriterium).

Onder “oppervlakte van het oude gedeelte dat na de uitvoering van de werken blijft voortbestaan” moeten uiteraard de oude als zodanig bewoonbare en bruikbare oppervlaktes worden verstaan. Bijgevolg moet er voor de berekening van de oude oppervlakten geen rekening worden gehouden met de oude gedeelten van de woning die niet als dusdanig werden bewaard (meer bepaald omdat deze werden afgebroken). De oude gedeelten van de woning die volledig werden afgebroken maar op diezelfde oppervlakte opnieuw werden opgetrokken, maken echter deel uit van de berekening van de nieuwe oppervlakten;

• het nieuwe gedeelte kan niet onafhankelijk van het oude gedeelte functioneren maar vult het oude gedeelte aan en vormt er dus wat het gebruik van het gebouw betreft een coherent en complementair geheel mee (afhankelijkheidscriterium betreffende het oude voortbestaande gebouw). Het nieuwe gedeelte moet met andere woorden een bijkomstig karakter bewaren en mag zelf niet over een ‘eigen identiteit’ beschikken. Het nieuwe gedeelte hoeft zich daarentegen niet onder hetzelfde dak als het oude gedeelte te bevinden.

10. Het verlaagde btw-tarief van 6% is overeenkomstig § 1, 1° en § 4, 1° en 2° van voornoemde rubriek XXXI enkel van toepassing wanneer de bedoelde werken in onroerende staat of gelijkgestelde handelingen betrekking hebben op de eigenlijke woning. Bijgevolg is dit 6%-renovatietarief in geen geval van toepassing op:

• werk in onroerende staat en andere onroerende handelingen die geen betrekking hebben op de eigenlijke woning, zoals bebouwingswerkzaamheden, tuinaanleg en het oprichten van afsluitingen;

• werk in onroerende staat en andere onroerende handelingen die tot voorwerp hebben de bestanddelen of een gedeelte van de bestanddelen van zwembaden, sauna's, minigolfbanen, tennisterreinen en dergelijke installaties, en;

• de gehele of gedeeltelijke reiniging van een woning.

11. De vraag is of het verlaagde btw-tarief van 6% overeenkomstig voornoemde rubriek XXXI toepasselijk is op de geplande onroerende werken aan de hiervoor bedoelde privé bewoning.

12. Zowel voor omvormings- als voor renovatiewerken, kan het verlaagde btw-tarief van 6% worden genoten op grond van rubriek XXXI van tabel A van de bijlage bij het Btw-KB nr. 20, vermits in casu de volgende grondvoorwaarden zijn vervuld.

• De woning/het wooncomplex waaraan de werken worden verricht, moet minstens 10 jaar oud zijn.

Het btw-tarief van 6% is slechts van toepassing voor zover de bedoelde handelingen worden verricht aan een woning/wooncomplex waarvan de eerste ingebruikneming heeft plaatsgevonden in een kalenderjaar dat ten minste 10 jaar voorafgaat aan de datum van de eerste factuur met betrekking tot die werken.

Dat de eerste ingebruikneming van het project “woning” ten minste 10 jaar voorafgaand aan de geplande werken is gebeurd, blijkt uit de aanvraag dat het gebouw oorspronkelijk een residentiële invulling had. Het gebouw werd volgens de aanvrager gebouwd in 1883.

• De privéwoning die deel uitmaakt van deze aanvraag zal volgens de aanvrager bestemd zijn voor privé bewoning.

• De werken moeten worden verstrekt en gefactureerd aan een eindverbruiker.

• De werken dienen de omvorming, renovatie, rehabilitatie, verbetering, herstelling of het onderhoud, met uitsluiting van de reiniging, tot voorwerp te hebben van een woning.

Opdat het renovatietarief van 6% toepassing kan vinden, is het met andere woorden van belang dat de werken niet zo ver gaan dat in wezen tot nieuwbouw wordt overgegaan.

Dit is volgens de administratieve richtlijnen aan de orde in de volgende twee gevallen:

de omvormingswerken blijven op een relevante wijze steunen op de oude dragende muren en meer algemeen op de wezenlijke elementen van de structuur van het te renoveren gebouw.

Hieraan is volgens de administratieve richtlijnen voldaan als meer dan de helft van de oude dragende muren, in het bijzonder van de dragende buitenmuren, na uitvoering van de werken wordt behouden.

De oude dragende muren die worden afgebroken en heropgebouwd, worden hierbij aangemerkt als nieuwe dragende muren.

in de mate waarin er sprake is van een uitbreiding, kunnen de werken bovendien slechts worden aangemerkt als een omvorming (en niet als nieuwbouw) wanneer de oppervlakte van het oude gedeelte betekenisvol is ten aanzien van het nieuwe gedeelte.

Verder mag het nieuwe gedeelte niet onafhankelijk van het oude gedeelte functioneren, maar dient deze nieuwe ruimte het oude gedeelte aan te vullen en dient deze er dus - wat het gebruik van het gebouw betreft - een coherent en complementair geheel mee te vormen. Het nieuwe gedeelte hoeft zich daarentegen evenwel niet onder hetzelfde dak te bevinden als het oude gedeelte.

13. Tot voldoening van de rulingdienst wordt, zoals hierna genoegzaam zal blijken door de aanvrager aangetoond dat:

• de beperkte werken aan project privéwoning op relevante wijze blijven steunen op de oude dragende muren en meer algemeen op de wezenlijke elementen van de structuur van het te renoveren gebouw;

• De ‘oude’ oppervlakte betekenisvol blijft ten aanzien van de totale oppervlakte na de werken.

14. De aanvrager verklaart dat bij de bestaand structuur enkel een zeer beperkte nieuwe uitbreiding zal plaatsvinden van m². Het terras van het appartement op de eerste verdieping zal worden ontwikkeld op het platte dak van het gelijkvloers en vormt enkel als uitbreiding.

Alle appartementen zullen worden gerealiseerd binnen het bestaande gebouw. De terrassen op de tweede verdieping en het dakverdiep zullen daarbij inpandig gecreëerd worden binnen de bestaande oppervlakte.

15. Het volledige gebouw, met inbegrip van de fundering, de vloerplaten en -niveau’s, de ramen, de trappen en de dragende buitengevels zullen worden behouden. Ook de dragende dakstructuur (o.a. dakspanten) zullen worden behouden. Deze dragende dakstructuur rust op de te behouden buitengevels en zal de draagstructuur niet wijzigen.

16. De lengte van de te behouden dragende muren is volgens de aanvrager groter dan de totale lengte van de nieuwe dragende muren. De aanvrager verklaart dat de lengte van de te behouden dragende muren voor ongeveer 90% zullen uitmaken van het totaal aan dragende muren.

17. De DVB deelt mee de voorgaande berekening van de oppervlaktes alsook van de lopende meters niet te hebben onderzocht en niet te hebben afgestemd met de plannen en zich enkel baseert op de gegevens/berekening zoals meegedeeld door de aanvrager. De concrete toetsing van de voorgelegde cijfers met de realiteit zal door de controlediensten gebeuren.

18. In geval van uitbreiding van een bestaand gebouw, kunnen de werken dan worden aangemerkt als een omvorming van dat gebouw voor zover:

• de oppervlakte van het oude gedeelte betekenisvol blijft ten aanzien van het nieuwe gedeelte (oppervlaktecriterium);

• het nieuwe gedeelte niet onafhankelijk van het oude gedeelte kan functioneren (afhankelijkheidscriterium)

19. De oppervlakte van het oude gedeelte moet betekenisvol blijven ten aanzien van het nieuwe gedeelte. Volgens de btw-administratie mag men ervan uitgaan dat dit het geval is wanneer de oppervlakte van het oude gedeelte groter blijft dan de helft van de totale oppervlakte van de woning of het wooncomplex na de uitvoering van de werken.

20. Als leidraad bij de berekening van de te vergelijken oppervlaktes, geeft de btw-administratie enkele richtlijnen mee.

Zo moet:

o er gemeten worden vanaf en tot de buitenkanten van de opgaande muren;

o er rekening worden gehouden met de totale oppervlakte van ieder vlak gedeelte (draagvloer) van de woning/het wooncomplex, inclusief dus verloren oppervlakte, zoals onder een schuin dak;

o er rekening worden gehouden met de oppervlakte van bergruimte, kelder, zolder en in- of aangebouwde garage;

o de oppervlakte van de gedempte kelder worden weggelaten bij de berekening van de oppervlakte van het oude gedeelte dat overblijft na de werken.

21. Artikel 44, §3, 1° a) wbtw stelt vrij van btw:

a) de levering van uit hun aard onroerende goederen.

Worden evenwel uitgesloten de levering van gebouwen, gedeelten van gebouwen en het bijhorende terrein bedoeld in artikel 1, § 9, eerste lid, wanneer hun vervreemding wordt verricht uiterlijk op 31 december van het tweede jaar volgend op het jaar van de eerste ingebruikneming of de eerste inbezitneming van de goederen bedoeld in artikel 1, § 9, eerste lid, 1°, door:

- hetzij een in artikel 12, § 2, beoogde belastingplichtige die voornoemde goederen bedoeld in artikel 1, § 9, eerste lid, 1°, heeft opgericht of heeft laten oprichten of met voldoening van de belasting heeft verkregen;

- hetzij een in artikel 8, § 1, beoogde belastingplichtige;

- hetzij elke andere belastingplichtige, wanneer hij op de door de Koning te bepalen wijze kennis heeft gegeven van zijn bedoeling een dergelijke vervreemding te verrichten met voldoening van de belasting;

22. De rulingdienst is van oordeel dat het verlaagde btw-tarief van 6% overeenkomstig voornoemde rubriek XXXI van toepassing is op de hiervoor bedoelde geplande renovatie- en omvormingswerken uitgevoerd aan het project “woning”

23. Het onroerende goed “gebouw” voldoet aan de voorwaarden van de btw-vrijstelling volgens art 44 §3, 1° a) wbtw en wordt niet gekwalificeerd als vernieuwbouw.

Textes cités

2
CTVA art. 371 occurrence
CTVA art. 441 occurrence