Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.
Fiche du SPF Finances
Décision anticipée n° 2024.0510 du 08.10.2024
Impôt des personnes physiques · Gestion normale d’un patrimoine privé · Société simple · Transparence fiscale
TVA · Non-assujettissement à la TVA · Article 4, § 1, premier alinéa du C.TVA
Résumé
Le SDA a décidé que :
1. la Société X (à créer) peut être considérée comme étant totalement fiscalement transparente à des fins fiscales en Belgique ;
2. la participation d’un participant à l'Œuvre via la Société X n’entraîne pas en tant que telle la mise en péril de la qualification d’« opérations de gestion normale d’un patrimoine privé » au sens de l’article 90, alinéa 1er, 1° du CIR 92 ;
3. l’achat et la future vente de l’Œuvre (individuelle) ne permettent pas de qualifier la Société X, dans les circonstances données propres à la société, d’assujetti au sens de l’article 4, § 1er du CTVA, en tenant compte que la présente décision relative à la TVA ne se réfère qu’à cette Société X (en question) et ne concerne pas les possibles futures structures de société qui pourraient être créées.
La décision est publiée uniquement dans la langue dans laquelle la demande a été introduite.
I. Voorwerp van de aanvraag
1. De aanvraag strekt ertoe bevestiging te verkrijgen dat:
1.1. de (nog op te richten) Belgische Maatschap X op basis van de verstrekte gegevens volkomen transparant is voor Belgische fiscale doeleinden;
1.2. het loutere feit dat een deelnemer participeert in de Maatschap X als dusdanig niet de kwalificatie als ‘normale verrichtingen van beheer van een privévermogen’ in de zin van artikel 90, 1°, eerste lid, 1°, van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992 (hierna “WIB 92”) in het gedrang brengt;
1.3. het aankopen en het latere verkopen van het Kunstwerk de Maatschap X niet doet kwalificeren als belastingplichtige in de zin van artikel 4, § 1 van het Btw-Wetboek (hierna “W.BTW”).
II. Beslissing
2. De aanvragers, Y BV en de op te richten Maatschap X, hebben in hun aanvraag de voorwaarden vervat in de artikelen 21 en 22 van de Wet van 24 december 2002 tot wijziging van de vennootschapsregeling inzake inkomstenbelastingen en tot instelling van een systeem van voorafgaande beslissingen in fiscale zaken nageleefd.
II.A. Beschrijving van de structuur en de activiteiten van X
II.A.1. Algemeen
3. De aanvragers hebben als bedoeling het opzetten van een structuur die het mogelijk maakt voor particulieren en vennootschappen om te beleggen in een individueel kunstwerk (hierna het “Kunstwerk”) door middel van het verwerven van fractioneel eigenaarschap.
4. Het verwerven van de bedoelde topkunst toegankelijk maken voor iedereen en erfgoed toegankelijk houden zijn de twee maatschappelijke doelen van de aanvragers. De aanvragers wensen dat deelnemers vanaf een relatief laag bedrag (bijvoorbeeld 150 euro) mee kunnen participeren en dat zij een deel van de meerwaarde ontvangen bij de verkoop van het Kunstwerk na een lange houdperiode van in principe 10 jaar (mogelijks verlengbaar met 3 maal 1 jaar). Daarnaast wensen zij erfgoed toegankelijk te houden en beogen zij de aangekochte kunst in langdurige bruikleen te geven aan een Belgisch museum waar deze aan het grote publiek getoond wordt.
5. Y BV heeft, binnen dezelfde doelstelling, in het verleden reeds een andere structuur opgezet die uitdrukkelijk niet het voorwerp uitmaakt van deze aanvraag. In het kader van deze vorige structuur werd een werk van een Belgische kunstenaar aangekocht en in langdurige bruikleen gegeven aan een Belgisch museum.
6. Daartoe wordt de oprichting beoogd van de Maatschap X, een maatschap naar Belgisch recht met zetel in België. Y BV zal optreden als statutaire zaakvoerder van Maatschap X en zal eveneens diensten verrichten ten behoeve van het beheer en de werking van Maatschap X.
7. De individuele maten, houders van deelbewijzen van de maatschap, zullen in hoofdzaak natuurlijke personen en rechtspersonen zijn die voornamelijk onderworpen zullen zijn aan de Belgische inkomstenbelastingen.
8. De Maatschap X zal het Kunstwerk verwerven met de door de individuele maten ingebrachte middelen. Elke maat zal, als gevolg van deze inbreng, houder zijn van een aantal deelbewijzen van de Maatschap X.
9. Het is de bedoeling van de aanvragers om het Kunstwerk, na aankoop hiervan door Maatschap X, in langdurige bruikleen te geven aan een Belgisch museum. Maatschap X zal geen eigen activiteit ontwikkelen naast het loutere aanhouden van het Kunstwerk. De promotie en valorisatie van het Kunstwerk zullen gebeuren door Y BV in de hoedanigheid van statutaire zaakvoerder.
10. Het Kunstwerk kan, na afloop van een bepaalde langdurige periode en onder strikte voorwaarden zoals bepaald in het maatschapscontract, verkocht worden aan een derde. De integrale opbrengst hiervan zal bij die gelegenheid na aftrek van de kosten uitbetaald worden aan de maten, waarna de Maatschap X ontbonden zal worden.
II.A.2. Oprichting Maatschap X
11. De Maatschap X zal in eerste instantie met een beperkte geldelijke inbreng worden opgericht door Y BV en een andere oprichter. De statuten van de Maatschap X zullen eveneens een afdoende regeling bevatten tussen de maten met betrekking tot de aankoop, het aanhouden en de eventuele verkoop van het Kunstwerk.
II.A.3. Inbreng bijkomende middelen in Maatschap X door deelnemers
12. De Maatschap X zal in een eerste beweging de nodige middelen voor de verwerving van het Kunstwerk ophalen bij een beperkt aantal maten (enkele tientallen) die in totaal 3 à 6 miljoen euro zullen inbrengen, met een minimale beoogde inbreng per maat van 100.000 euro. Het Kunstwerk wordt na deze eerste fase effectief aangekocht met de ingebrachte middelen.
13. De Maatschap X zal hiertoe in het kader van de inbreng van geldmiddelen bijkomende deelbewijzen uitgeven. De initiële maten zullen toetreden tot het maatschapscontract op basis van een subscription agreement.
II.A.4. Aanbieden deelbewijzen aan brede publiek door de Maatschap X
14. De initiële deelnemers zullen er zich jegens de Maatschap X toe verbinden, om tot maximaal 25% van hun aandeel (deelbewijzen) in de Maatschap X opnieuw ter beschikking te stellen van de Maatschap X, die deze vervolgens opnieuw kan aanbieden aan een breder publiek met een significant lagere minimale participatie per deelnemer en dit in een periode van 12 maanden na verwerving van het Kunstwerk. Deelnemers uit het bredere publiek zullen kunnen participeren vanaf een minimumbedrag van 150 euro. Het aanbieden van deze deelbewijzen aan het publiek zal gepaard gaan met het opstellen en neerleggen van een informatienota door Maatschap X bij de FSMA.
15. De effectieve verkoop door de initiële deelnemers van een deel van hun deelbewijzen is afhankelijk van de concrete interesse die hierin op dat moment bestaat. De verkoopprijs zal hierbij gekoppeld zijn aan de verwachte opwaardering van het Kunstwerk (pro rata temporis).
16. Tijdens de eerste 12 maanden na inbreng door de initiële deelnemers (zie rubriek II.A.3.) zijn de deelbewijzen enkel overdraagbaar van de eerste deelnemers naar de Maatschap X voor verdere aanbieding naar de publieke deelnemers toe (primaire markt). Slechts na deze eerste periode zullen de deelbewijzen rechtstreeks overdraagbaar worden door de deelnemers. De Maatschap X zal hiervoor een platform voorzien waarop potentiële verkopers en kopers elkaar zullen kunnen terugvinden. De verkregen prijs zal afhankelijk zijn van de concrete interesse in de deelbewijzen en dus eveneens gelinkt zijn aan de intrinsieke waarde van het Kunstwerk.
II.A.5. Bruikleen van het Kunstwerk
17. De Maatschap X zal het Kunstwerk in bruikleen geven aan een Belgisch museum en op die manier mogelijk maken dat het Kunstwerk door een zo breed mogelijk publiek gezien kan worden. Dit gegeven maakt een integraal deel uit van de mission statement van de aanvragers. De aanvragers wijzen er graag op dat het in bruikleen geven van een belangrijk kunstwerk aan een gereputeerd museum eveneens een courante praktijk uitmaakt voor particuliere kunstverzamelaars. Dit draagt immers alleen maar bij aan de bekendheid en zichtbaarheid van een kunstwerk.
II.A.6. Verkoop Kunstwerk door Maatschap X
18. Het maatschapscontract bevat concrete afspraken over de uiteindelijke verkoop van het Kunstwerk. Het is de bedoeling om het Kunstwerk na een duurtijd van tien jaar te realiseren, doch binnen een strikt kader met verplichte tussentijdse waarderingen en voorkooprechten dat op een dergelijke manier georganiseerd is om de individuele deelnemer de zekerheid te geven dat het Kunstwerk op een correcte manier gerealiseerd zal worden zonder dat sprake kan zijn van enige vorm van belangenvermenging.
19. Juridisch is dit immers het enige significante verschil met een rechtstreekse aankoop van een kunstwerk. De houder van deelbewijzen van de Maatschap X kan immers niet zelf beslissen wanneer en aan welke prijs het Kunstwerk verkocht zal worden. De voorziene mechanismen maken het toch mogelijk om maximale zekerheid te bieden aan de deelnemer dat dit op een correcte, optimale en transparante manier zal gebeuren.
20. Na de verkoop van het Kunstwerk zal de verkoopprijs worden uitbetaald aan de maten en zal de Maatschap X worden ontbonden.
21. Er wordt principieel geen performance bonus of carried interest of andere resultaatsgebonden vergoeding voorzien voor Y BV of voor een andere gelieerde entiteit.
II.B. Beschrijving van de verrichtingen zoals bedoeld in artikel 23, tweede lid, 2°, Wet van 24 december 2002
22. De Maatschap X wenst, nadat de DVB een positieve beslissing heeft genomen, over te gaan tot de aankoop van het Kunstwerk van een derde met de door de maten ingebrachte middelen. In een tweede fase wenst de Maatschap X over te gaan tot de verkoop van het Kunstwerk en de opbrengst hiervan te laten toekomen aan de deelnemers.
II.C. M.b.t. de fiscale transparantie van de Maatschap X
23. Overeenkomstig artikel 4:1, eerste lid WVV is de maatschap een overeenkomst waarbij twee of meer personen zich verbinden om hun inbrengen in gemeenschap te brengen, met het oogmerk het rechtstreekse of onrechtstreekse vermogensvoordeel dat daaruit kan ontstaan, met elkaar te delen. Zij wordt in het gemeenschappelijk belang van de partijen aangegaan. Artikel 1:5, § 1 WVV bepaalt dat de maatschap een vennootschap is zonder rechtspersoonlijkheid.
24. De in de maatschap ingebrachte goederen worden beschouwd als een onverdeeldheid tussen de vennoten (artikel 4:13 WVV). De goederen die worden ingebracht in een vennootschap en die voortkomen uit de vennootschapsactiviteit vormen een onverdeeld vermogen tussen de vennoten.
25. Artikel 29, §1, WIB 92 bepaalt dat “in vennootschappen of verenigingen zonder rechtspersoonlijkheid, andere dan deze bedoeld in artikel 2, §1, 5°, a, eerste lid, tweede streepje, die winst of baten verkrijgen, de opnemingen van de vennoten of leden en hun deel in de verdeelde of onverdeelde winst of baten, als winst of baten van de vennoten of leden worden aangemerkt.”
26. Voor de toepassing van artikel 29, §1, WIB 92 is vereist dat de vennootschap zonder rechtspersoonlijkheid winst of baten verkrijgt. Overeenkomstig artikel 24, WIB 92 bestaat winst uit de inkomsten van nijverheids-, handels-, of landbouwondernemingen. Overeenkomstig artikel 27, WIB 92 zijn baten alle inkomsten uit een vrij beroep, een ambt of post, en alle niet als winst of als bezoldigingen aan te merken inkomsten uit een winstgevende bezigheid. Of een vennootschap zonder rechtspersoonlijkheid winst of baten verkrijgt, moet worden beoordeeld aan de hand van de feitelijke gegevens.
27. De aard van de burgerlijke maatschap, in het bijzonder de afwezigheid van rechtspersoonlijkheid, heeft tot gevolg dat de maatschap op het gebied van de inkomstenbelastingen beschouwd wordt als een transparante structuur.
28. De volkomen fiscale transparantie heeft tot gevolg dat de maatschap niet onderworpen is aan de vennootschaps- of rechtspersonenbelasting en dat de inkomsten van de maatschap belast worden alsof er geen maatschap is opgericht (de maatschap kan worden weggedacht). De inkomsten van de maatschap worden dan ook onmiddellijk belast in hoofde van elk van haar aandeelhouders, naar verhouding van hun deelgerechtigheid in de maatschap, dit zonder conversie van de aard of sfeerovergang van de inkomsten.
29. De Maatschap X zal zich beperken tot het louter aanhouden van het Kunstwerk.
30. Gelet op het beperkte doel van de Maatschap X en op het feit dat de statuten van de Maatschap X zullen voorzien dat de Maatschap X geen andere activiteiten mag ontwikkelen, kan worden aangenomen dat de Maatschap X geen winsten of baten verkrijgt, doch enkel uitzicht heeft op één toekomstige meerwaarde (of desgevallend minwaarde) bij de realisatie van het Kunstwerk.
31. Gelet op voorgaande, dient dan ook te worden besloten dat de Maatschap X als volkomen fiscaal transparant kan worden beschouwd voor de Belgische belastingdoeleinden. De eventuele inkomsten die door de Maatschap X zullen worden ontvangen, moeten dan ook voor fiscale doeleinden worden geacht onmiddellijk en rechtstreeks aan de vennoten toe te komen, naar verhouding van hun deelgerechtigheid in de Maatschap X en dit zonder conversie van de aard van de inkomsten.
II.D. M.b.t. de kwalificatie ‘normale verrichtingen van beheer van een privévermogen’ (in de zin van artikel 90, eerste lid, 1°, WIB 92)
32. Artikel 90, 1° WIB belast winsten of baten, die zelfs occasioneel of toevallig, buiten het uitoefenen van een beroepswerkzaamheid, voortkomen uit enige prestatie, verrichting of speculatie of uit diensten bewezen aan derden, daaronder niet begrepen normale verrichtingen van beheer van een privévermogen bestaande uit onroerende goederen, portefeuillewaarden en roerende voorwerpen.
33. De doelstelling van de aanvragers is om de financiële drempel die aanwezig is bij veel particulieren om een kunstwerk aan te kopen als investering op langere termijn weg te nemen en dit door een participatiestructuur aan te bieden die zo nauw mogelijk een rechtstreekse aankoop benadert op juridisch en economisch vlak.
34. Het is met andere woorden de bedoeling dat de individuele maten rechtstreeks (proportioneel) participeren in de toekomstige meerwaarde (of gebeurlijke minwaarde) bij realisatie van het Kunstwerk. Tijdens de duurtijd van het project zullen de deelnemers geen enkel financieel rendement ontvangen, aangezien het Kunstwerk ook geen tussentijdse rendementen oplevert. Het uiteindelijke rendement van de maten is dus exact gelijk aan de toekomstige potentiële waardevermeerdering van het Kunstwerk na aftrek van de kosten. De aankoop van het Kunstwerk zal volledig gefinancierd worden met de inbrengen van de deelnemers. Er is bijgevolg geen sprake van externe financiering op het niveau van de Maatschap X.
35. De structuur, en meer bepaald de aankoop van het Kunstwerk door de Maatschap X waarbij de deelnemer deelbewijzen van de maatschap verwerft in plaats van rechtstreeks een (aandeel in een) Kunstwerk, is gestoeld op het economische motief om de instapdrempel voor een dergelijke aankoop aanmerkelijk te verlagen.
36. Bijkomend gaat het niet om een bijzonder complexe verrichting in de mate dat de gekozen juridische structuur van de verrichting volledig verantwoord wordt door de voornoemde economische motieven en de nood om bij een gefragmenteerd eigenaarschap een centrale administratie, in casu via Y BV, te organiseren.
37. Wat betreft de omvang van de toekomstige meerwaarde geldt dat dit niet aanmerkelijk verschillend zal zijn van een rechtstreekse aankoop van het Kunstwerk.
38. Uiteraard kan geen uitspraak gedaan worden over de wijze van financiering van de verwerving van de deelbewijzen door een maat, maar kan er niettemin aangenomen worden dat de voorliggende maatschapstructuur geen enkele impact heeft op de wijze van financiering.
39. Ten slotte geven de aanvragers mee dat het deelbewijzenregister van de Maatschap X op een digitale manier zal worden bijgehouden. De deelnemer zal op een online platform kunnen inloggen en hierop deelbewijzen kunnen verwerven en verkopen. Ook de uitbetaling van de toekomstige meerwaarde zal via dit platform verlopen. Commercieel zullen de deelbewijzen aangeboden worden als ‘tokens’ die een economische fractiewaarde van het Kunstwerk vertegenwoordigen. Echter heeft deze digitale manier van werken geen impact op de juridische en economische gerechtigdheden van de maten.
40. De vraag of de door een belegger gedane verrichtingen al dan niet als normale verrichtingen van beheer van privévermogen moeten worden aangemerkt, is een feitenkwestie die moet worden onderzocht met inachtneming van de omstandigheden die eigen zijn aan elk geval afzonderlijk.
41. Het loutere feit dat iemand participeert in het Kunstwerk via de Maatschap X als dusdanig, heeft evenwel niet als gevolg dat de kwalificatie van ‘normale verrichtingen van beheer van een privévermogen’ in de zin van artikel 90, eerste lid, 1°, WIB 92 in het gedrang wordt gebracht.
II.E. M.b.t. de niet-btw-plichtigheid in de zin van artikel 4, § 1, W.BTW in hoofde van de Maatschap X
42. Artikel 4, § 1, eerste lid, W.BTW bepaalt dat eenieder die in de uitoefening van een economische activiteit geregeld en zelfstandig, met of zonder winstoogmerk, hoofdzakelijk of aanvullend, leveringen van goederen en diensten verricht die in het Btw-Wetboek zijn omschreven, ongeacht op welke plaats de economische activiteit wordt uitgeoefend, belastingplichtige is voor de toepassing van de btw.
43. De maatschap die niet als ‘stille’ maatschap wordt aangemerkt en die geen rechtspersoonlijkheid bezit, wordt als btw-plichtige in de zin van artikel 4, § 1, eerste lid, W.BTW aangemerkt voor zover zij voldoet aan de in deze wetsbepaling voorkomende voorwaarden (1).
[(1) Circulaire 2023/C/100 van 13.12.023 (E.T. 140.625) met betrekking tot de belastingplicht van maatschappen en feitelijke verenigingen en van hun vennoten/leden., II, C, i.]
44. Om belastingplichtige te zijn moet de persoon geregeld goederenleveringen doen of diensten verrichten in de zin van het Btw-Wetboek. Het onderscheid tussen het toevallig (incidenteel) en het geregeld stellen van handelingen is een feitenkwestie. Alleszins is regelmaat vereist om de hoedanigheid van belastingplichtige (van rechtswege) te verwerven. Het geregeld uitoefenen van een activiteit veronderstelt het bij herhaling en doorlopend verrichten van bepaalde handelingen (2).
45. Het is niet vereist dat de opeenvolging van belastbare handelingen zich binnen een korte tijdsspanne voordoet of zeer veelvuldig is. Uitgesloten zijn wel de handelingen die toevallig of eenmalig worden verricht. Waar het dus op aankomt is dat handelingen met een bepaalde regelmaat plaatsvinden. Zo wordt bijvoorbeeld een geregelde activiteit uitgeoefend door een vereniging die, in het kader van een samenkomst die zij ieder jaar op hetzelfde tijdstip organiseert, handelingen verricht die in het Btw-Wetboek zijn omschreven (3).
[(3) Btw-Commentaar, editie 15.04.2024 , Boekwerk I, Hoofdstuk 1, Afdeling 3, titel 4; Aanschrijving nr. 81/1971 van 13.05.1971.]
46. Uit wat voorafgaat volgt aldus dat een persoon of groepering die slechts toevallig (incidenteel) een handeling verricht die in het algemeen door een fabrikant, handelaar of dienstverrichter wordt uitgevoerd, in beginsel niet als een belastingplichtige in de zin van artikel 4, § 1, eerste lid, W.BTW wordt aangemerkt (4).
[(4) Ibidem.]
47. In de huidige omstandigheden geldt vooral dat de Maatschap X de economische activiteit slechts eenmalig en slechts met betrekking tot één Kunstwerk zal uitvoeren.
48. Hoewel traditioneel wordt geoordeeld dat een activiteit met betrekking tot één voorwerp die voldoende duurzaam en geregeld is, toch een belastingplichtige activiteit voor btw kan uitmaken, is deze beoordeling in de gegeven omstandigheden niet relevant aangezien de betreffende activiteit niet herhaald zal worden.
49. Zo werd al geoordeeld door het Hof van Justitie van de Europese Unie dat de verhuur van één kampeerwagen kan leiden tot de kwalificatie als belastingplichtige voor btw (5). De verhuur van roerende goederen is immers een doorlopende activiteit. Vanuit dat oogpunt is het dan ook logisch dat de periodieke verhuur van één goed een belastingplichtige activiteit voor btw kan uitmaken.
[(5) H.v.J. 26.09.1996, Enkler, C-230/94, www.curia.europa.eu; Beslissing nr. T. 3.484 van 11.05.1971.]
50. In de huidige omstandigheden wordt het Kunstwerk echter niet verhuurd, zodat er geen sprake is van de aanwezigheid van een doorlopend of geregeld karakter. De enige handelingen die de Maatschap X gedurende haar bestaan zal stellen, zijn de aankoop van het Kunstwerk en, na in principe een tiental jaar, de verkoop ervan. De aanvragers bevestigen bovendien ook dat het vanuit praktisch oogpunt niet haalbaar is om andere opbrengsten te genereren. Zo zal de Maatschap X enige intellectuele eigendomsrechten met betrekking tot het Kunstwerk niet exploiteren.
51. Ter illustratie verwijzen de aanvragers ook nog naar een vonnis van de rechtbank van eerste aanleg van Luik in een zaak waarbij eenmalig een geïsoleerde drukwerkactiviteit werd uitgevoerd ten voordele van een cultureel centrum. Aangezien er geen sprake was van regelmatige en opeenvolgende prestaties, oordeelde de rechtbank dat de drukker in kwestie niet kwalificeerde als een belastingplichtige voor btw (6).
[(6) Rb. Luik 25.02.2016, nr. 02/3407/A, www.monkey.be.]
52. De beoogde handelingen van de Maatschap X dienen volgens de aanvragers bovendien vergeleken te worden met de hypothese van eenzelfde aankoop en latere verkoop door een particuliere deelnemer. Dezelfde btw-analyse als deze voor een natuurlijke persoon die rechtstreeks één kunstwerk koopt, dient aldus gemaakt te worden.
53. Volledigheidshalve wijzen de aanvragers er wel op dat de Zaakvoerder, bij een succesvolle transactie via de Maatschap X, mogelijk in de toekomst via parallelle maatschapstructuren en met nieuwe deelnemers, nog andere gelijkaardige projecten zal trachten op te zetten.
54. In de zin van wat voorafgaat oefent de Maatschap X dus geen economische activiteit uit in de zin van het Btw-Wetboek en verwerft zij voor btw niet de hoedanigheid van belastingplichtige op grond van artikel 4, § 1, W.BTW. Zij heeft bijgevolg evenmin recht op aftrek van voorbelasting.
55. De Zaakvoerder zal weliswaar bepaalde beheersdiensten verrichten voor de Maatschap X en instaan voor het beheer van het Kunstwerk. De Zaakvoerder zal hiervoor facturen uitreiken aan de Maatschap X en de bedoelde door de Zaakvoerder verrichte handelingen, die betrekking hebben op diens gebruikelijke economische activiteit, zullen met btw te belasten zijn en onderworpen zijn aan het standaardtarief. De Maatschap X zal deze btw niet in aftrek kunnen brengen.
III. Conclusie
56. De (op te richten) Maatschap X kan als volkomen fiscaal transparant worden beschouwd voor Belgische fiscale doeleinden.
57. De participatie van een deelnemer in het Kunstwerk via de Maatschap X heeft als dusdanig niet tot gevolg dat dit de kwalificatie als ‘normale verrichtingen van beheer van een privévermogen’ in de zin van artikel 90, eerste lid, 1°, WIB 92 in het gedrang brengt.
58. Het aankopen en het latere verkopen van het (individuele) Kunstwerk doet de Maatschap X in de gegeven omstandigheden eigen aan de zaak niet kwalificeren als belastingplichtige in de zin van artikel 4, § 1, W.BTW, er hierbij rekening mee houdend dat deze beslissing inzake btw enkel slaat op deze (betreffende) Maatschap X en geen betrekking heeft op mogelijke toekomstige maatschapstructuren die zouden worden opgezet.
59. De aandacht wordt er op gevestigd dat deze beslissing geen uitspraak inhoudt:
59.1. over andere elementen die eventueel ten name van een individuele belegger (maat/deelnemer) in aanmerking komen voor de beoordeling van de kwalificatie ‘normale verrichtingen van beheer van een privévermogen’ dan de loutere toetreding tot de Maatschap X;
59.2. over de fiscale kwalificatie van de eventuele meerwaarde die later zal worden gerealiseerd op de verkoop van het Kunstwerk.
Référence citée
Raccourcis clavier
Inactifs pendant la saisie dans un champ.
- Rechercher dans le texte
- /Ctrl/⌘ F
- Occurrence suivante / précédente
- EntréeMaj Entrée
- Section suivante / précédente
- JK
- Mode lecture
- L
- Fermer un panneau
- Échap
Le mode lecture retire le sommaire et les repères, grossit le texte et recentre la colonne.