Impôt des personnes physiques, Apport en société · Décisions anticipées

Aller au texte
Juriel

2024.0494 24 septembre 2024

Rechercher
Texte en néerlandais

Impôt des personnes physiques, Apport en sociétéIMPÔT DES PERSONNES PHYSIQUES - Apport en société - Plus-value de cessation - régime d'exonération - pertes antérieures - capital libéré - Avantage anormal ou bénévole - Mesure anti-abus - Régime de franchise de la TVA - DROITS D’ENREGISTREMENT

https://juriel.be/fr/rulings/2024-0494-impot-personnes-physiques-apport-societe-d31b

Numéro
2024.0494
Date
24 septembre 2024

Sur le document

Collection
Décisions anticipées
Langue du texte
néerlandais
Version française
non publiée par le SPF

Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.

Texte

33 paragraphes

Fiche du SPF Finances

Décision anticipée n° 2024.0494 du 24.09.2024

IMPÔT DES PERSONNES PHYSIQUES · Apport en société · Plus‑value de cessation · régime d'exonération · pertes antérieures · capital libéré · Avantage anormal ou bénévole · Mesure anti‑abus · Régime de franchise de la TVA

DROITS D’ENREGISTREMENT

Résumé

La plus‑value consécutive à l’apport d’une entreprise unipersonnelle dans une entreprise peut être imposée comme plus‑values de cessation à 10 %.

Si l’apporteur renonce au régime d’exonération (article 46 du CIR 92), la valeur d’apport peut être considérée comme un capital libéré au sens de l’article 184 du CIR 92 dans le chef de l’entreprise bénéficiaire. Les pertes reportées de l’entreprise unipersonnelle peuvent, en principe, être déduites du résultat imposable.

Aucun avantage anormal ou bénévole, au sens de l’article 26 du CIR 92, ne doit être retenu et il n’y a aucun abus fiscal (article 344 du CIR 92).

Puisque le commerce entier est apporté, l’apport peut se dérouler en application des articles 11 et 18, § 3, du C.TVA.

Dans le cadre des droits d’enregistrement, l’apport est soumis à un droit fixe, comme défini à l’article 115bis du Code des droits d'enregistrement, d'hypothèque et de greffe.

La décision est publiée uniquement dans la langue dans laquelle la demande a été introduite.

Beslissing

1. De aanvrager is X, 74 jaar, en wenst zijn eenmanszaak onder te brengen in een vennootschap. Deze eenmanszaak heeft omwille van vooral grote afschrijvingen op het onroerend goed grote verliezen opgebouwd in het verleden.

2. Naar aanleiding van de inbreng worden alle actiefbestanddelen gerealiseerd. De aanvrager zal de meerwaarde van y euro dienen aan te geven in de personenbelasting, cfr. Artikel 24, eerste lid, 2° en artikel 43 WIB 92.

3. Gezien de leeftijd van de aanvrager voldoet de meerwaarde aan de voorwaarden gesteld in artikel 28, eerste lid, 1° WIB 92 en kan de meerwaarde aangegeven worden als stopzettingsmeerwaarde. Bij toepassing van artikel 171, eerste lid, 2° WIB 92 is deze belastbaar aan 10%. Voor wat betreft de immateriële vaste activa (goodwill) is een tarief van 10% van toepassing voor zover ze niet meer bedragen dan hetgeen vermeld in artikel 171, eerste lid, 1°, c, WIB 92 (4x4‑regel).

4. Ook de meerwaarde op de gebouwen en terreinen zal hierbij worden aangegeven, niettegenstaande de aanvrager de oorspronkelijke aankoop niet had geboekt. Maar tijdens de uitbating heeft hij aanzienlijke investeringen aan deze activa gedaan en heeft hij de afschrijvingen in kosten geboekt, zodat de terreinen en gebouwen overeenkomstig artikel 41, eerste lid, 1° en 2° WIB 92 worden geacht voor het uitoefenen van de beroepswerkzaamheid te worden gebruikt.

5. De aanvrager wenst om de historisch, overgedragen verliezen ten bedrage van yy euro overeenkomstig 78, § 1 WIB 92 zonder enige aftrekbeperking aan te wenden op het belastbaar resultaat, dat gerealiseerd wordt naar aanleiding van de inbreng. De DVB maakt in haar beslissing voorbehoud voor de werkelijkheid en de grootte van deze overgedragen verliezen.

6. De aanvrager stelt dat het vrijstellingsregime van artikel 46, § 1, eerste lid, 2° WIB 92 facultatief is en verwijst hierbij naar Comm.IB 46/42‑43. Indien hij kiest voor de belastbaarheid van de meerwaarde in de personenbelasting, zal de totale inbrengwaarde ten bedrage van yyy euro in hoofde van de verkrijgende vennootschap in aanmerking komen als fiscaal gestort kapitaal in de zin van artikel 184 WIB 92.

7. De aanvrager voegt bij de aanvraag schattingsverslagen van deskundigen toe, waaruit blijkt dat de waardering van de éénmanszaak marktconform is. De DVB is akkoord dat de stopzettingsmeerwaarde niet kan worden beschouwd als abnormaal of goedgunstig voordeel in de zin van artikel 26 WIB 92.

8. Door de inbreng wordt de volledige éénmanszaak ingebracht, waardoor de inbreng op grond van de artikelen 11 en 18, § 3 W.Btw kan gebeuren met vrijstelling van BTW.

9. De inbreng is op vlak van de registratierechten onderworpen aan het vast recht, aangezien de onroerende goederen niet bestemd zijn voor bewoning, noch ervoor worden aangewend. Enkel een kleine conciergewoning wordt bewoond, maar de oppervlakte en waarde is verwaarloosbaar in vergelijking met de totale waarde van het ingebrachte onroerend goed. Bijgevolg is de inbreng onderworpen aan het 0%‑tarief van artikel 115bis W.Reg.

10. De DVB bevestigt dat de inbreng van de éénmanszaak in een nieuw op te richten vennootschap niet kwalificeert als fiscaal misbruik in de zin van artikel 344 WIB 92 in combinatie met voormelde artikelen. Volgende niet-fiscale motieven worden hierbij in rekening gehouden:

a) de leeftijd van de aanvrager en het feit dat hij in de toekomst niet meer in dezelfde mate beroepsmatig actief zal zijn. Bovendien werkt zijn zoon vooral in het buitenland, zodat deze minder beschikbaar is voor de onderneming;

b) de eenmanszaak is in de loop der jaren sterk gegroeid, waardoor het opportuun is om in de toekomst de leiding aan een professioneel management over te laten;

c) de nood aan vers kapitaal, voor verdere uitbreiding en onderhoud van de bestaande infrastructuur. Zo dienen de daken met asbest in de nabije toekomst vervangen worden;

d) de internationalisering van de uitbating, waardoor het veiliger is om de activiteit onder te brengen in een afzonderlijke juridische entiteit. Zo wordt het privatieve vermogen van de aanvrager beschermt bij eventuele gerechtszaken.

Textes cités

2
CTVA art. 111 occurrence
CTVA art. 181 occurrence