Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.
Fiche du SPF Finances
Décision anticipée n° 2024.0278 du 04.06.2024
Impôt des sociétés · Fusions fiscalement neutre · Motifs économiques valables · Fraude ou évasion fiscale
TVA · Unité TVA
Résumé
Les opérations de fusion, qui visent à centraliser des activités d’exploitation analogues de plusieurs sociétés en une seule entité juridique, répondent aux dispositions de l’article 183bis du CIR 92 et peuvent avoir lieu sous le régime de la neutralité fiscale en application de l’article 211, § 1er, du CIR 92.
Les fusions susmentionnées constituent des opérations internes entre membres d’une même unité TVA, de sorte que les transferts ne relèvent pas du champ d’application de la TVA sur la base de l’article 4, § 2, du CTVA.
La décision est publiée uniquement dans la langue dans laquelle la demande a été introduite.
I. Voorwerp van de aanvraag
1. De aanvraag strekt ertoe bevestiging te verkrijgen dat:
1.1 de voorgenomen fusies door overneming van vennootschappen B en C door vennootschap A, alsook de voorgenomen geruisloze fusies door overneming van vennootschappen D en E door vennootschap A beantwoorden aan de voorwaarden zoals gesteld in artikel 211, §1, vierde lid van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 (hierna WIB 92) en niet als hoofddoel of één der hoofddoelen belastingfraude of belastingontwijking hebben in de zin van artikel 183bis WIB 92;
1.2 voor de toepassing van de vennootschapsbelasting de boekhoudkundige retroactiviteit kan worden aanvaard;
1.3 de voormelde fusies buiten het toepassingsgebied van btw vallen aangezien deze zullen plaatsvinden binnen een btw-eenheid.
II. Beschrijving van de verrichtingen door de aanvragers
2. De groep Q is actief in sector P en omvat verschillende Belgische exploitatievennootschappen A, B, C en D (dochtervennootschap van vennootschap A), die elk in één specifieke regio actief zijn. De vennootschappen A, B en C bezitten elk 1/3 van de aandelen van vennootschap E die louter ondersteunende diensten verricht voor de andere vennootschappen van de groep.
3. Recent werd de aandelen van de vennootschappen A, B en C overgedragen aan een holding waarin een buitenlandse investeerder T is ingestapt te samen met een aantal vroegere aandeelhouders van de betrokken vennootschappen.
4. Thans wenst men de groepsstructuur te vereenvoudigen aan de hand van volgende verrichtingen:
• de fusie door overneming van vennootschappen B en C door vennootschap A; en
• de geruisloze fusie door overneming van vennootschappen D en E door vennootschap A.
5. Gezien voorafgaandelijk aan de voorgenomen verrichtingen de aandelen van vennootschappen A, B en C gecentraliseerd zijn bij de centrale holding, zal deze holding na deze verrichtingen (waarbij vennootschap A als enige overnemende exploitatievennootschap zal overblijven) ook alle aandelen van vennootschap A aanhouden.
III. Beslissing
III.A. Inzake de toepassing van artikel 211, § 1, WIB 92
6. De aanvragers hebben bevestigd dat:
• de in randnummer 4, eerste bullet vermelde verrichtingen, waarbij het gehele vermogen van vennootschappen B en C zal overgaan naar hun zustervennootschap A tegen uitgifte van aandelen, fusies door overneming betreffen zoals omschreven in artikel 2, §1, 6°/1, a) WIB 92;
• de in randnummer 4, tweede bullet vermelde verrichtingen, waarbij het gehele vermogen van vennootschappen D en E wordt overgedragen aan hun moedervennootschap A zonder uitgifte van aandelen, met fusies gelijkgestelde verrichtingen betreffen zoals omschreven in artikel 2, §1, 6°/1, c), 1) WIB 92.
7. Het herleiden van de verscheidene operationele vennootschappen tot slechts één operationele entiteit zal ertoe leiden dat de reeds aanwezige synergiën tussen de 3 regionale groepen, die nu reeds een verregaand samenwerkingsverband hebben, nog verder kunnen worden gemaximaliseerd. De integratie beoogt een structuur te bekomen van waaruit groei kan worden verwezenlijkt en creëert een groepsstructuur die beter op toekomstige technologische ontwikkelingen is afgestemd.
8. De centralisatie van de activiteiten van de diverse Q-entiteiten is daarnaast ingegeven door de wens om de instap van een derde investeerder te faciliteren. Het investeringsfonds T is effectief ingestapt in de centrale holding waaraan de aandelen van vennootschappen A, B en C werden overgedragen.
9. De aanvragers hebben aangegeven dat de fusieverrichtingen geen impact zullen hebben op de tewerkstelling bij de betrokken vennootschappen, waaruit blijkt dat de activiteiten van de fuserende vennootschappen bij voortduur zullen worden verder gezet.
10. Er zijn geen fiscale voordelen verbonden aan de fusieverrichtingen gelet op het volgende:
10.1 alle betrokken vennootschappen zijn de laatste jaren winstgevend en beschikken steeds over een belastbare basis;
10.2 geen enkele betrokken vennootschap beschikt over overgedragen fiscaal aftrekbare bestanddelen;
10.3 vennootschap A beschikt nog over een aantal acquisitieschulden, onder andere m.b.t. de over te nemen vennootschap E, maar uit de verstrekte kerncijfers en prognose blijkt dat vennootschap A over voldoende belastbare basis beschikt om haar intrestlasten zelf in aftrek te brengen;
10.4 de overnemende vennootschap A beschikt niet over vrijgestelde reserves waarvoor nog openstaande herbeleggings- of investeringsverplichtingen gelden, zodat de fusieverrichtingen er niet toe strekken om de ingevolge de fusies verkregen activa aan te duiden als herbelegging met het oog op het verkrijgen van een vrijstelling of van een stelsel van gespreide taxatie ten name van deze vennootschap.
11. Op basis van de door de aanvragers verstrekte inlichtingen kan worden aangenomen dat de fusieverrichtingen plaatsvinden op grond van zakelijke overwegingen en niet als hoofddoel of één der hoofddoelen belastingfraude of -ontwijking hebben in de zin van artikel 183bis, WIB 92.
12. De overnemende vennootschap in het kader van de verschillende fusieverrichtingen, met name vennootschap A, is een binnenlandse vennootschap.
13. Derhalve kan worden besloten dat de fusieverrichtingen belastingneutraal kunnen plaatsvinden in toepassing van artikel 211, § 1, WIB 92.
III.B. Inzake de boekhoudkundige retroactiviteit van de fusieverrichtingen op het vlak van de vennootschapsbelasting
14. De terugwerkende kracht van een vennootschapsakte is in de regel niet tegenstelbaar aan de Administratie. Van dit beginsel mag inzonderheid t.a.v. voormeld boekhoudkundig retroactiviteitsbeding slechts worden afgeweken wanneer de bedoelde retroactiviteitsclausule:
14.1 met de werkelijkheid overeenstemt en betrekking heeft op een korte periode: in dit verband kan een boekhoudkundige retroactiviteitsclausule van meer dan zeven maanden, in normale omstandigheden niet als een korte periode worden aangemerkt;
14.2 en een juiste toepassing van de belastingwetgeving niet in de weg staat.
15. De aanvragers hebben bevestigd dat de boekhoudkundige retroactiviteitsperiode niet meer dan zeven maanden zal bedragen.
16. In het kader van de in randnummer 14.2 gestelde voorwaarde wordt inzonderheid gewezen op het feit dat de fiscale nettowaarden kunnen worden gemanipuleerd met het oog op een maximale overdracht van de fiscaal overdraagbare verliezen of overgedragen DBI-aftrek door deze fiscale nettowaarden op de boekhoudkundige retroactiviteitsdatum (in plaats van op de juridische datum van de verrichting) in aanmerking te nemen (zie dienaangaande randnummer 211/14 van de administratieve commentaar op het WIB 92). In casu beschikt geen enkele van de te fuseren vennootschappen over fiscaal overdraagbare verliezen en/of overgedragen DBI-aftrek.
17. Derhalve kan worden besloten dat de boekhoudkundige retroactiviteit op het vlak van de vennootschapsbelasting kan worden aanvaard.
III.C. Inzake de toepassing van artikel 4, §2, W.BTW
18. Artikel 4, § 2, W.BTW bepaalt dat de in België gevestigde natuurlijke personen en rechtspersonen die zelfstandig zijn, doch financieel, economisch en organisatorisch met elkaar verbonden zijn voor de toepassing van de Belgische btw-regels, in welbepaalde gevallen door de Koning bepaald, als één belastingplichtige kunnen worden aangemerkt. De voorwaarden zijn vastgesteld in het Koninklijk Besluit nr. 55, van 9 maart 2007, met betrekking tot de regeling voor belastingplichtigen die een btw-eenheid vormen.
19. De fusieverrichtingen, die plaatsvinden tussen btw-plichtigen, allen lid van eenzelfde btw-eenheid, worden ingevolge artikel 4, §2, W.BTW aangemerkt als interne handelingen binnen de btw-eenheid en vallen bijgevolg buiten het toepassingsgebied van de btw.
20. De DVB spreekt zich niet uit over de voorafgaandelijke oprichting van een btw-eenheid, de daaraan gekoppelde voorwaarden en de mogelijke gevolgen, onder meer wat betreft herzieningen.
Référence citée
Raccourcis clavier
Inactifs pendant la saisie dans un champ.
- Rechercher dans le texte
- /Ctrl/⌘ F
- Occurrence suivante / précédente
- EntréeMaj Entrée
- Section suivante / précédente
- JK
- Mode lecture
- L
- Fermer un panneau
- Échap
Le mode lecture retire le sommaire et les repères, grossit le texte et recentre la colonne.