Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.
Fiche du SPF Finances
Décision anticipée n° 2022.0837 du 13.12.2022
TVA
Exonérations
Exonération pour les opérations, y compris la négociation, portant sur les devises, les billets de banque et les monnaies qui sont des moyens de paiement légaux, à l’exception des monnaies et billets de collection
Résumé
Les pièces en argent visées, qui seront mises en vente en Belgique par X , sont des pièces qui sont considérées comme étant de collection au sens de l'article 44, § 3, 9° CTVA, de sorte que leur cession (vente) n'est pas exonérée de la TVA conformément à cette disposition légale, car ces pièces ne sont normalement pas utilisées comme moyen de paiement légal, même si elles sont un moyen de paiement légal dans le pays de provenance où elles ont été frappées, et indépendamment du fait que ces pièces présentent ou non un intérêt numismatique tel que visé à l'article 44, § 3, 9° CTVA.
Même si ces pièces en argent seraient normalement utilisées comme moyen de paiement légal - quod certe non in casu - dans les cas présents, ces pièces sont de toute façon considérées comme étant de collection au sens de l'article 44, § 3, 9° CTVA et leur cession (vente) est toujours imposable à la TVA, car ces pièces ont, en l’espèce, un intérêt numismatique au sens de l'article 44, § 3, 9° CTVA.
Par conséquent, dans ces circonstances, les cessions (ventes) de ces pièces d'argent envisagées par X sont considérées en Belgique comme des livraisons de biens au sens de l'article 10 du CTVA et sont imposables à la TVA au taux standard de 21%.
Texte de la décision
La décision est publiée uniquement dans la langue dans laquelle la demande a été introduite
I. Voorwerp van de aanvraag
1. De aanvraag om een voorafgaande beslissing wordt ingediend in naam van X, een in de EU buiten België gevestigde online edelmetaalhandelaar, aldaar geregistreerd voor btw-doeleinden.
X is momenteel niet geregistreerd voor btw-doeleinden in België.
2. X doet momenteel verkopen van zilveren munten die in het land van uitgifte als wettig betaalmiddel gelden en die voor btw-doeleinden worden geacht plaats te vinden in de EU-lidstaat van vestiging van X.
3. Deze onderneming is voornemens deze zilveren munten binnenkort ook te verkopen aan Belgische afnemers, waarbij de verkoop wordt geacht plaats te vinden in België voor btw-doeleinden. De munten waarop deze rulingaanvraag betrekking heeft, gelden altijd als wettig betaalmiddel in de landen waar zij worden geslagen.
4. De aanvrager heeft de rulingdienst voorbeelden gegeven van dergelijke zilveren munten die door X zullen worden aangeboden, zoals bijvoorbeeld de 1 oz Oostenrijkse (Weense) Philharmoniker met muziekthema, die wordt beschouwd als één van de mooiste munten ter wereld, of de 1 oz Britse silver Brittannia 2022 - 2 £.
II. Vraagstelling
5. Gelet op de vaststelling dat verscheidene muntenhandelaars in België zilveren munten die in het land van uitgifte als wettig betaalmiddel gelden, te koop aanbieden tegen een van btw vrijgestelde prijs, is ook X van oordeel dat de door haar voorgenomen overdrachten (verkopen) van dergelijke munten in België moeten kunnen worden vrijgesteld van btw op grond van artikel 44, § 3, 9° W.BTW.
6. Gelet op de argumentatie en motivering uiteengezet in de aanvraag om een voorafgaande beslissing, strekt deze aanvraag ertoe van de rulingdienst de bevestiging te verkrijgen dat in de hierna gegeven omstandigheden de overdracht (verkoop) van de bedoelde zilveren munten, zoals onder meer de hiervoor gegeven voorbeelden van dergelijke munten, in België vrijgesteld is van btw op grond van artikel 44, § 3, 9° W.BTW.
III. Beslissing
Uit het door de DVB verrichte onderzoek blijkt wat volgt.
7. De aanvraag voldoet aan de voorwaarden van de artikelen 21 en 22 van de Wet van 24.12.2002 tot wijziging van de vennootschapsregeling inzake inkomstenbelastingen en tot instelling van een systeem van voorafgaande beslissingen in fiscale zaken.
III.A. Algemeen: handelingen betreffende deviezen, bankbiljetten en munten die wettig betaalmiddel zijn
8. Artikel 135, lid 1, littera e) van de btw-richtlijn 2006/112/EG van 28.11.2006 voorziet dat van btw zijn vrijgesteld “handelingen, bemiddeling daaronder begrepen, betreffende deviezen, bankbiljetten en munten die wettig betaalmiddel zijn, met uitzondering van munten en biljetten die verzamelobject zijn, namelijk gouden, zilveren of uit een ander metaal geslagen munten, alsmede biljetten, die normaal niet als wettig betaalmiddel worden gebruikt of die een numismatische waarde hebben”.
Artikel 45 van de Uitvoeringsverordening (EU) nr. 282/2011 van de Raad van 15.03.2011 verduidelijkt dat ‘platinum nobles’ (1) niet onder deze financiële vrijstelling van btw vallen.
[(1) De ‘platinum noble’ is een platinum muntstuk dat als (investerings)munt werd geïntroduceerd op het eiland Man. Het vormt aldaar een wettig betaalmiddel waarvan de waarde niet bepaald wordt door een wisselkoers maar wel door de waarde van het platinum waaruit de munt is gevormd.]
9. Artikel 18, § 1, tweede lid, 13° W.BTW merkt voor de toepassing van het btw-stelsel de bankverrichtingen en financiële verrichtingen expliciet aan als diensten. Wanneer een dergelijke verrichting neerkomt op een overdracht van munten vormt deze verrichting een dienst in de zin van artikel 18, § 1, tweede lid, 13° W.BTW.
Op grond van artikel 44, § 3, 9° W.BTW, het internrechtelijk pendant van artikel 135 lid 1, littera e) van voornoemde btw-richtlijn, worden als vrijgestelde financiële verrichtingen aangemerkt, de handelingen betreffende deviezen, bankbiljetten en munten die een wettig betaalmiddel zijn. Ook de bemiddelingsdiensten bij deze handelingen verricht door makelaars en agenten zijn vrijgesteld van btw.
Vermits het gaat om handelingen die betrekking hebben op geldeenheden die wettige betaalmiddelen uitmaken, kunnen deze verrichtingen niet als leveringen van goederen worden aangemerkt, maar vormen zij voor de toepassing van de btw dienstprestaties (2).
[(2) H.v.J. 14.07.1998, C-172/96, First National Bank of Chicago, www.curia.europa.eu.]
10. De hier besproken handelingen verlenen principieel geen recht op aftrek van voorbelasting. Dit is echter anders wanneer ze worden gesteld ten behoeve van een medecontractant die buiten de Europese Unie is gevestigd, of rechtstreeks samenhangen met goederen die bestemd zijn om te worden uitgevoerd (3).
[(3) Artikel 45, § 1, 4° en 5° W.BTW.]
III.B. Handelingen met betrekking tot bankbiljetten en munten die normaal niet als wettig betaalmiddel worden gebruikt en/of die een numismatische waarde hebben zoals bedoeld in artikel 44, § 3, 9° W.BTW
11. De financiële vrijstelling van artikel 44, § 3, 9° W.BTW geldt niet voor de levering van munten en bankbiljetten die als verzamelobject worden beschouwd.
Ook de zogenaamde ‘platinum nobles’ worden van het toepassingsgebied van de vrijstelling uitgesloten (4).
[(4) Artikel 45 van de Uitvoeringsverordening (EU) nr. 282/2011 van de Raad van 15.03.2011.]
Als verzamelobject worden beschouwd gouden, zilveren of uit een ander metaal geslagen munten, en bankbiljetten, die normaal niet als wettig betaalmiddel worden gebruikt en/of die een numismatische waarde hebben.
Munten of bankbiljetten die aan één van deze twee criteria (of beide) beantwoorden, worden bijgevolg als verzamelobject beschouwd in de zin van artikel 44, § 3, 9° W.BTW en worden uitdrukkelijk uitgesloten van deze btw-vrijstelling, ook al gelden ze in een bepaald land of in bepaalde landen als wettig betaalmiddel.
12. De overdracht (verkoop) van de munten en bankbiljetten die (i) in het land van uitgifte wettig betaalmiddel zijn maar normaal niet als wettig betaalmiddel worden gebruikt en/of die (ii) een numismatische waarde hebben en vanuit numismatisch oogpunt worden verhandeld, wordt beschouwd als de levering van lichamelijke goederen als bedoeld in artikel 10 W.BTW die met btw te belasten is (5).
[(5) Btw-Commentaar, editie 01.04.2022, Boekwerk II, Hoofstuk 9, Afdeling 30, punt 1.]
III.B.1. Eerste alternatief criterium: munten die normaal niet als wettig betaalmiddel worden gebruikt
13. Vooreerst merkt de rulingdienst op dat de in artikel 44bis W.BTW vervatte bijzondere regeling voor gouden munten die overeenkomstig artikel 1, § 8 W.BTW als beleggingsgoud worden beschouwd, in de gegeven omstandigheden niet van toepassing is en hier niet verder wordt becommentarieerd.
14. De zilveren munten die X wenst te verkopen en die het voorwerp uitmaken van deze rulingaanvraag (zie randnr. 3 en voorbeelden in randnr. 4 supra), zijn in het land van uitgifte wettig betaalmiddel, ook al is de werkelijke waarde van deze munten potentieel hoger dan hun nominale waarde.
15. Het staat de koper ervan altijd vrij om deze munten te gebruiken om dagdagelijkse aankopen te betalen in het land van uitgifte. Deze munten worden echter normaal niet gebruikt om dagdagelijkse aankopen te betalen maar worden gekocht en bewaard als belegging.
De rulingdienst maakt in dit verband de overweging dat de modale (doorsnee, gemiddelde) koper in principe immers geen prijs zal betalen die hoger is dan de nominale waarde (vaak een veelvoud daarvan) om de munten vervolgens als betaalmiddel te gebruiken tegen de nominale waarde (6).
[(6) Btw-Commentaar, editie 01.04.2022, Boekwerk II, Hoofstuk 9, Afdeling 30, punt 3.B.; Circulaire 2022/C/30 van 17.03.2022, 7de alinea, punt a.]
16. De bedoelde zilveren munten, die wettig betaalmiddel zijn in het land van uitgifte, zijn bijgevolg te beschouwen als munten die normaal niet als wettig betaalmiddel worden gebruikt en zijn uitdrukkelijk uitgesloten van de toepassing van artikel 44, § 3, 9° W.BTW.
Het is daarbij dan irrelevant dat de betreffende zilveren munten (i) desgevallend geen numismatische waarde hebben, (ii) in grote oplagen worden aangeboden op de wereldmarkten, (iii) niet geslagen zijn naar aanleiding van een bijzondere historische gebeurtenis of (iv) worden verhandeld in muntkokertjes (Tubes) en niet in een hiervoor ontworpen speciale verpakking.
III.B.2. Tweede alternatief criterium: munten met een numismatische waarde zoals bedoeld in artikel 44, § 3, 9° W.BTW
17. In een circulaire uit 2022 over munten die als verzamelobject worden beschouwd zoals bedoeld in artikel 44, § 3, 9° W.BTW, licht de btw-administratie haar standpunt toe met betrekking tot het begrip ‘numismatische waarde’ en geeft ze enkele richtsnoeren (7).
[(7) Circulaire 2022/C/30 van 17.03.2022 betreffende munten die als verzamelobject worden beschouwd zoals bedoeld in artikel 44, § 3, 9°, van het Btw-Wetboek (eigen benadrukking).]
18. De beslissing nr. E.T. 41.569 van 05.07.1989 (8) van de centrale btw-administratie waar de aanvrager ook naar verwijst, is niet relevant in de context van de vraagstelling over de toepasselijkheid van (de uitsluiting van) de vrijstelling van artikel 44, § 3, 9° W.BTW.
[(8) Beslissing nr. E.T. 41.569 van 05.07.1989, www.fisconetplus.be, Btw-Revue, nr. 87, blz. 364.]
In deze beslissing uit 1989 stelt de btw-administratie dat munten die wettig betaalmiddel zijn in het land van uitgifte, worden geacht een ‘numismatisch belang’ te hebben zodra ze worden uitgegeven vanwege het sterk gereguleerde karakter van wettig betaalmiddel. Deze beslissing is echter genomen met betrekking tot de eventuele toepasselijkheid van het 6%-tarief. Het btw-tarief van 6% overeenkomstig rubriek XXI van tabel A van de bijlage bij het Btw-KB nr. 20, geldt niet ten aanzien van de levering in België van voorwerpen voor verzamelingen zoals munten met een numismatisch belang in de betekenis die daaraan wordt gegeven in deze administratieve beslissing (§ 1, 1° en § 2, 2°, b) van voornoemde rubriek XXI (9)).
[(9) Btw-Commentaar, editie 01.11.2021, Boekwerk II, Hoofdstuk 7, Afdeling 3, punt 21, titel B.]
De leveringen van verzamelmuntstukken met numismatisch belang in de hiervoor bedoelde zin, zijn onderworpen aan het standaardtarief van 21% omdat zij door geen enkele rubriek van de tabellen van de bijlage bij het Btw-KB nr. 20 worden beoogd.
19. De verkoop door een belastingplichtige (bijvoorbeeld via een webshop) van muntstukken (onder andere 2 euro muntstukken) met een bijzonder ontwerp of een beperkte oplage, of andere kenmerken die ze interessant maken voor verzamelaars, tegen een prijs die boven de nominale waarde ligt (gewoonlijk een veelvoud daarvan), getuigt van hun numismatische waarde zoals bedoeld in artikel 44, § 3, 9° W.BTW.
Ter illustratie van kenmerken die muntstukken interessant maken voor verzamelaars, geeft de btw-administratie onder meer als voorbeeld dat munten te koop worden aangeboden in een hiervoor ontworpen speciale verpakking (bv. coincard) of in een set of dat ze een bepaalde kwaliteit(saanduiding) hebben (Proof, Fleur de Coin (FDC), Briljant Uncirculated (BU), Uncirculated (UNC), e.a.) (10).
[(10) Btw-Commentaar, editie 01.04.2022, Boekwerk II, Hoofstuk 9, Afdeling 30, punt 3.B.; Circulaire 2022/C/30 van 17.03.2022, 7de alinea, punten a en b.]
20. De bedoelde zilveren munten zijn voor omloop geslagen, maar niet in omloop gebracht (UNC). Dit is één van de kenmerken die voorkomen op de niet-limitatieve lijst van kenmerken die munten met verzamelwaarde volgens de centrale btw-administratie doorgaans vertonen.
De bedoelde zilveren munten worden op heden in serie geslagen en verkocht en worden samengedrukt en beschermd in (kunststof) muntcapsules (Single coin capsules), muntkokertjes (Tubes) of grote opbergboxen (Monster Boxes) (en dus niet in een voor deze munten ontworpen speciale verpakking),
21. De constatatie dat (i) het gaat om zilveren munten met een bijzonder ontwerp en met kwaliteitsaanduiding UNC en dat (ii) deze munten (via een webshop) worden verkocht tegen een prijs die boven de nominale waarde ligt, rechtvaardigt in de gegeven omstandigheden de conclusie van de rulingdienst dat deze munten een numismatische waarde hebben zoals bedoeld in artikel 44, § 3, 9° W.BTW. Het enkele feit dat deze munten niet in een ervoor ontworpen speciale verpakking te koop worden aangeboden, impliceert in casu niet dat een andere conclusie zich opdringt.
III.C. Conclusie
22. De bedoelde munten die aan één van de twee hiervoor vermelde criteria (of aan beide criteria) beantwoorden, worden als verzamelobject in de zin van artikel 44, § 3, 9° W.BTW beschouwd en vallen dan ook niet onder deze btw-vrijstelling, ook al zijn ze in een bepaald land of in bepaalde landen wettig betaalmiddel.
23. De bedoelde zilveren munten die in België te koop zullen worden aangeboden door X, zoals bijvoorbeeld de 1 oz Oostenrijkse (Weense) Philharmoniker - 1,50 € met muziekthema, die wordt beschouwd als één van de mooiste munten ter wereld, of de 1 oz Britse silver Brittannia 2022 - 2 £, zijn wettig betaalmiddel in het land van uitgifte, maar worden normaal niet als wettig betaalmiddel gebruikt.
24. Deze zilveren munten hebben in de gegeven omstandigheden bovendien numismatische waarde zoals bedoeld in artikel 44, § 3, 9° W.BTW.
25. Vermits de bedoelde zilveren munten normaal niet als wettig betaalmiddel worden gebruikt, is de overdracht (verkoop) ervan met btw te belasten, ongeacht of deze munten numismatische waarde hebben zoals bedoeld in artikel 44, § 3, 9° W.BTW of niet.
Zelfs als deze munten normaal wel als wettig betaalmiddel zouden worden gebruikt – quod certe non in casu -, worden zij in de onderhavige gevallen sowieso toch nog als verzamelobject in de zin van artikel 44, § 3, 9° W.BTW beschouwd en is de overdracht (verkoop) ervan onverminderd met btw te belasten, omdat deze munten numismatische waarde hebben zoals bedoeld in artikel 44, § 3, 9° W.BTW.
26. De voorgenomen overdrachten (verkopen) van de bedoelde zilveren munten zijn dus geen van btw vrijgestelde dienstprestaties overeenkomstig artikel 44, § 3, 9° W.BTW maar wel goederenleveringen in de zin van artikel 10 W.BTW die met btw te belasten zijn (onder de normale regeling of, indien toepasselijk, de facultatieve winstmargeregeling van artikel 58, § 4 W.BTW) aan het standaardtarief van 21%.
IV. Conclusie
27. De bedoelde zilveren munten die in België te koop zullen worden aangeboden door X, zoals onder meer de hiervoor gegeven voorbeelden, zijn munten die als verzamelobject in de zin van artikel 44, § 3, 9° W.BTW worden beschouwd, zodat de overdracht (verkoop) ervan overeenkomstig deze wetsbepaling niet is vrijgesteld van btw, omdat die munten normaal niet als wettig betaalmiddel worden gebruikt, ook al gelden ze in het land van herkomst waar ze geslagen zijn, als wettig betaalmiddel, en ongeacht of deze munten numismatische waarde hebben zoals bedoeld in artikel 44, § 3, 9° W.BTW of niet.
28. Zelfs als deze zilveren munten normaal wel als wettig betaalmiddel zouden worden gebruikt – quod certe non in casu -, worden die munten in de onderhavige gevallen sowieso toch nog als verzamelobject in de zin van artikel 44, § 3, 9° W.BTW beschouwd en is de overdracht (verkoop) ervan onverminderd met btw te belasten, omdat deze munten in casu numismatische waarde hebben zoals bedoeld in artikel 44, § 3, 9° W.BTW.
29. Bijgevolg worden de door X voorgenomen overdrachten (verkopen) van de bedoelde zilveren munten in België in de gegeven omstandigheden beschouwd als goederenleveringen in de zin van artikel 10 W.BTW en zijn zij met btw te belasten aan het standaardtarief van 21%.
Référence citée
Raccourcis clavier
Inactifs pendant la saisie dans un champ.
- Rechercher dans le texte
- /Ctrl/⌘ F
- Occurrence suivante / précédente
- EntréeMaj Entrée
- Section suivante / précédente
- JK
- Mode lecture
- L
- Fermer un panneau
- Échap
Le mode lecture retire le sommaire et les repères, grossit le texte et recentre la colonne.