Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.
Fiche du SPF Finances
Décision anticipée n° 2022.0717 du 11.10.2022
IMPÔT DES SOCIÉTÉS · Scission partielle fiscalement neutre · Motifs économiques valables · Fraude ou évasion fiscale · Plus-value sur actions · Revenus divers · Gestion normale du patrimoine privé
DROITS D’ENREGISTREMENT · Apport d’un bien immobilier
TVA
Résumé
La scission partielle de la société immobilière X, par laquelle des biens immobiliers résidentiels sont cédés à une nouvelle société immobilière Y à constituer, suivie par l’échange des actions ou parts/des certificats de X contre les actions ou parts/les certificats de Y, de sorte que les actions ou parts de X et de Y soient chacune détenues à 100 % par l’une des personnes physiques P et Q, de sorte que ces dernières obtiennent le contrôle total d’une des sociétés immobilières X et Y et que le patrimoine immobilier familial soit réparti équitablement, répond aux dispositions de l’article 183bis, CIR 92 et peut avoir lieu de manière fiscalement neutre en application de l'article 211, § 1er, CIR 92.
L’échange entre les personnes physiques P et Q, par lequel l’une d’elles échange ses certificats/actions ou parts de X contre les certificats/actions ou parts de Y, détenu(e)s par l’autre, peut être considéré comme une opération de gestion normale d’un patrimoine privé, de sorte que la plus-value ne sera pas imposée sur la base de l’article 90, alinéa 1er, 9°, premier tiret, CIR 92.
La cession des biens immobiliers dans le cadre de la scission partielle précitée sera taxée d’un droit d'enregistrement proportionnel au taux de 0 % par une application stricte de l'article 115bis du Code fédéral des droits d’enregistrement, avec toutefois un prélèvement minimum égal au droit fixe général en application de l'article 167 du Code fédéral des droits d’enregistrement, pour autant que cette cession se fasse sans dettes.
La décision est publiée uniquement dans la langue dans laquelle la demande a été introduite
I. Voorwerp van de aanvraag
1. De aanvraag strekt er toe de bevestiging te krijgen dat:
1.1. de partiële splitsing van NV A waarbij zij haar residentieel vastgoed overdraagt aan de nieuw op te richten vennootschap NV B beantwoordt aan de voorwaarden zoals gesteld in artikel 211, § 1, vierde lid van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 (hierna WIB 92) en niet als hoofddoel of één der hoofddoelen belastingfraude of belastingontwijking heeft in de zin van artikel 183bis, WIB 92;
1.2. de partiële splitsing onder de toepassing valt van artikel 115bis van het federale Wetboek van Registratie-, Hypotheek-, en Griffierechten (hierna W.Reg.);
1.3. de partiële splitsing niet valt onder de toepassing van de artikelen 11 en 18, § 3, van het Btw-Wetboek (hierna W.Btw), maar toch kan geschieden met een vrijstelling van btw in overeenstemming met artikel 44, § 2, 13°, W.Btw aangezien het vermogen dat naar de nieuw op te richten NV B wordt overgedragen enkel is aangewend ten behoeve van een in artikel 44 W.Btw vrijgestelde activiteit en er nooit enig recht op aftrek werd uitgeoefend voor de elementen die worden overgedragen;
1.4. dat de na de partiële splitsing uit te voeren certificatenruil tussen de natuurlijke personen x en y, waarbij geen opleg in geld zal worden betaald, kwalificeert als een verrichting van normaal beheer van privé-vermogen zoals bedoeld in artikel 90, 9°, WIB 92 en dat de inkomsten ingevolge de voormelde verrichting niet voortkomen uit speculatie zoals bedoeld in artikel 90, 1°, WIB 92.
II. Omschrijving van de verrichting
2. NV A is een vastgoedvennootschap met zowel residentieel vastgoed als industrieel vastgoed dat verhuurd wordt aan derden. De vennootschap stelt geen personeel tewerk.
3. De aandeelhouder is een Nederlandstalige stichting administratiekantoor (STAK). De uitgereikte certificaten werden door de ouders geschonken aan hun kinderen x en y.
4. De beoogde verrichting betreft de partiële splitsing van NV A waarbij het residentieel vastgoed en liquide middelen zullen worden overgedragen aan de nieuw op te richten vennootschap NV B. NV A zal de activiteit m.b.t. het industrieel vastgoed verder zetten.
5. Na de partiële splitsing zal de STAK, tot aan de ontbinding ervan, eigenaar worden van de nieuw uitgegeven aandelen van NV B. In ruil voor deze aandelen zullen er door de STAK certificaten worden uitgegeven aan de natuurlijke personen x en y. Vervolgens zal een ruil van de certificaten gebeuren zonder geldopleg zodat de natuurlijke persoon x slechts over certificaten beschikt die betrekking hebben op aandelen NV B en de natuurlijke persoon y slechts over certificaten beschikt die betrekking hebben op aandelen NV A.
III. Beslissing
III.A. Inzake de toepassing van artikel 211, § 1, WIB 92
6. De in randnummer 4 vermelde verrichting beantwoordt aan de definitie van een met een splitsing gelijkgestelde verrichting als vermeld in artikel 2, § 1, 6°/1, g), WIB 92.
7. De bedoeling van de reorganisatie is het opsplitsen van het industrieel en residentieel vastgoed. Tevens kaderen de geplande verrichtingen in de verdeling van het familiaal vermogen. De natuurlijke personen x en y zullen elk afzonderlijk een onafhankelijk beleid voeren over hun eigen vastgoedvennootschap en ze deze verder kunnen uitbouwen volgens hun eigen visie binnen de eigen ondernemingsstructuur.
8. De aanvrager heeft bevestigd dat er ten aanzien van NV A geen lopende of aangekondigde claims of rechtsvorderingen zijn waarvoor geen middelen voorzien zijn, zodat de partiële splitsing er niet toe strekt om zich aan bepaalde financiële verplichtingen te onttrekken.
9. NV A is de laatste jaren winstgevend en heeft een belastbare basis. Zij beschikt niet over fiscaal overgedragen aftrekbare bestanddelen. Aangezien de verkrijgende vennootschap een nieuw op te richten vennootschap is, beschikt zij evenmin over dergelijke bestanddelen. Uit de door de aanvrager verstrekte prognoses blijkt dat de betrokken vennootschappen financieel leefbaar zullen zijn.
10. De aanvrager heeft bevestigd dat de eigenvermogensbestanddelen worden verdeeld in overeenstemming met artikel 213 WIB 92 en de administratieve commentaren (Com.IB 211/56-58). Dit blijkt ook uit het overgemaakte ontwerp van de splitsingsstaat.
11. NV A heeft een vrijgestelde reserve en zal de herbeleggingsverplichting inzake het saldo op haar nemen. De verkrijgende vennootschap NV B heeft geen vrijgestelde reserves waarvoor eventuele herbeleggingsverplichtingen openstaan, zodat de partiële splitsing er niet toe strekt om de ingevolge de partiële splitsing verkregen activa aan te duiden als herbeleggingsactief ten name van de verkrijgende vennootschap.
12. De aanvragers hebben tevens bevestigd dat, met uitzondering van de beschreven ruiloperatie, er geen enkele intentie is om de aandelen in de betrokken vennootschappen over te dragen.
13. Op basis van de door de aanvrager verstrekte inlichtingen kan worden aangenomen dat de partiële splitsing van NV A plaatsvindt op grond van zakelijke overwegingen en niet als hoofddoel of één der hoofddoelen belastingfraude of -ontwijking heeft in de zin van artikel 183bis, WIB 92.
14. De verkrijgende vennootschap NV B is een binnenlandse vennootschap.
15. Derhalve kan worden besloten dat aan de voorwaarden zoals gesteld in artikel 211, § 1, vierde lid, WIB 92 is voldaan, zodat de partiële splitsing van NV A kan worden verricht onder het belastingneutraal regime zoals bedoeld in artikel 211, § 1, WIB 92.
16. De aandacht wordt erop gevestigd dat de keuze voor een partiële splitsing van NV A gevolgd door de ruil van de certificaten die de aandelen van NV A en NV B vertegenwoordigen door de natuurlijke personen, niet tegenstelbaar is tegenover de Belgische belastingdienst, in die zin dat bij een latere inbreng van de tussen de natuurlijke personen x en y geruilde certificaten of van de aandelen die deze certificaten vertegenwoordigen in een (nieuwe) holding of in een andere vennootschap voor de bepaling van het gestorte kapitaal ten name van deze vennootschap in toepassing van artikel 184, vierde lid, WIB 92 geen rekening zal worden gehouden met de verhoogde aanschaffingswaarde (ruilwaarde) van deze geruilde certificaten maar met de aanschaffingswaarde die deze certificaten hadden op het ogenblik van de partiële splitsing waarbij - gelet op de fiscale neutraliteit van deze verrichting - de certificaten die de aandelen van NV A en NV B vertegenwoordigen na de partiële splitsing dezelfde aanschaffingswaarde zullen behouden als de certificaten die de aandelen van NV A vertegenwoordigen vóór de partiële splitsing.
III.B. Betreffende de toepassing van artikel 90, eerste lid, 1° en 9°, eerste gedachtestreepje, WIB 92
17. De aandelen van de vennootschap NV A zijn (via de STAK) in handen van de natuurlijke personen x en y. Zij hebben deze aandelen/certificaten verkregen van hun ouders middels schenking. De aandelen/certificaten behoren tot de respectievelijke privé-vermogens van de natuurlijke personen x en y.
18. Als gevolg van de geplande partiële splitsing van de NV A, zal de STAK eigenaar worden van de nieuw uitgegeven aandelen van NV B. In ruil voor deze aandelen zullen er door de STAK certificaten worden uitgegeven aan de natuurlijke personen x en y. Deze aandelen/certificaten zullen eveneens tot het privé-vermogen van de natuurlijke personen x en y behoren.
19. Er zal na de partiële splitsing een ruil van de certificaten gebeuren zodat de natuurlijke persoon x slechts over certificaten beschikt die betrekking hebben op aandelen NV B en de natuurlijke persoon y slechts over certificaten beschikt die betrekking hebben op aandelen NV A.
20. De ruil van deze aandelen/certificaten kan, gelet op de hierna vermelde overwegingen, worden aangemerkt als een normale verrichting van beheer van het privévermogen in de zin van artikel 90, eerste lid, 9°, eerste gedachtestreepje, WIB 92:
20.1. de natuurlijke personen x en y hebben hun aandelen/certificaten in de NV A verkregen van hun ouders middels schenking. Als gevolg van de geplande belastingneutrale partiële splitsing van de NV A zullen zij bijkomend nieuw uitgegeven aandelen NV B verkrijgen (in een 50/50 verhouding). De onderliggende aandelen zijn reeds geruime tijd in handen van de familie;
20.2. het betreft geen complexe verrichting, noch spitsvondig feitencomplex;
20.3. de aandelenruil wordt doorgevoerd zodat de natuurlijke personen x en y elk voor 100% aandeelhouder worden van één vastgoedvennootschap, die ze dan volgens hun eigen visie kunnen beheren en verder;
20.4. de meerwaarde die bij de voormelde ruil door de natuurlijke personen x en y wordt gerealiseerd, is gelet op de bezitsduur van de aandelen, de afwezigheid van financieringen en van hoge risico's, niet het gevolg van speculatie als bedoeld in artikel 90, eerste lid, 1°, WIB 92.
21. De meerwaarde die zal worden gerealiseerd naar aanleiding van de ruil, zal derhalve niet worden belast op grond van artikel 90, eerste lid, 9°, eerste gedachtestreepje, WIB 92.
III.C. Betreffende de toepassing van de artikelen 115bis en 120 Fed.W.Reg.
22. Uit de door de aanvragers voorgelegde splitsingsstaat blijkt dat in het kader van de partiële splitsing van NV A residentieel vastgoed zal worden overgedragen naar de nieuw op te richten vennootschap NV B.
23. De aanvragers stellen enkel een vraag naar de toepassing van artikel 115bis, Fed.W.Reg., zijnde het inbrengrecht op de inbreng van onroerende goederen. Er wordt geen vraag gesteld naar de toepassing van artikel 115 Fed.W.Reg. (het inbrengrecht op de inbreng van roerende goederen) noch naar de toepassing van artikel 117, § 2, Fed.W.Reg. waardoor door de DVB niet wordt ingegaan op de eventuele toepassing van deze artikelen in het kader van de voormelde partiële splitsing.
24. Artikel 115bis, Fed.W.Reg. bepaalt dat de inbrengen van onroerende goederen, andere dan die welke gedeeltelijk of geheel tot bewoning worden aangewend of voor bewoning bestemd zijn en door een natuurlijke persoon ingebracht worden, in vennootschappen waarvan de zetel van werkelijke leiding in België gevestigd is, of de statutaire zetel in België en de zetel van werkelijke leiding buiten het grondgebied van de lidstaten van de Europese Gemeenschap gevestigd is, aan het recht van 0% worden onderworpen.
25. Artikel 120 Fed.W.Reg. bepaalt dat wanneer een inbreng in vennootschap gedeeltelijk vergolden wordt anders dan bij toekenning van maatschappelijke rechten, de overeenkomst, naarmate van deze vergelding, wordt onderworpen aan de rechten zoals ze in dit hoofdstuk vastgesteld zijn voor de overeenkomsten onder bezwarende titel die goederen van dezelfde aard tot voorwerp hebben. Zo een inbreng met onroerende goederen vermeld in artikel 115bis en goederen van een andere aard begrijpt, worden, niettegenstaande elk strijdig beding, de maatschappelijke rechten en de andere lasten, die de vergelding van bedoelde inbreng uitmaken, geacht evenredig verdeeld te zijn tussen de waarde die aan de onroerende goederen is toegekend en die welke aan de andere goederen is toegekend, bij de overeenkomst. De te vervallen huurprijzen van de huurcontracten waarvan de rechten worden ingebracht, worden evenwel geacht enkel op laatstbedoelde rechten betrekking te hebben. Deze bepalingen zijn evenwel niet toepasselijk bij inbreng van de universaliteit van de goederen of van een bedrijfstak overeenkomstig artikel 117 Fed.W.Reg.
26. Het betreft de inbreng, middels een partiële splitsing, in een vennootschap waarvan zowel de statutaire zetel als de zetel van werkelijke leiding in België gevestigd is, zodat aan de nationaliteitsvoorwaarde van artikel 115bis, Fed.W.Reg. wordt voldaan.
27. Er is geen sprake van de inbreng van een algemeenheid van goederen of van de inbreng van één of meer bedrijfstakken: het gaat in casu om de partiële splitsing van de NV A waarbij residentiel onroerend goed zonder schulden zal worden overgedragen naar de NV B.
28. Aangezien de partiële splitsing volledig wordt vergoed in aandelen waarbij er geen overname van schuld noch enige opleg in contanten is, is in casu artikel 120 Fed.W.Reg. niet van toepassing. Er kan dus worden gesteld dat de inbreng van het onroerend goed zal worden belast met het evenredig registratierecht aan het tarief van 0% door een zuivere toepassing van artikel 115bis, Fed.W.Reg., evenwel met een minimumheffing gelijk aan het algemeen vast recht bij toepassing van artikel 167 Fed.W.Reg.
29. Het af te splitsen onroerend goed is gelegen in Vlaanderen.
30. Voor de toepassing van de registratierechten worden de verrichtingen beoordeeld op het tijdstip van de inbreng zelf, zijnde de datum van het verlijden van de notariële akte, zonder retroactiviteit.
III.D. Inzake de btw
31. Artikel 44, § 2, 13°, W.Btw stelt vrij: de levering van goederen die uitsluitend ten behoeve van een op grond van dit artikel vrijgestelde activiteit werden aangewend als voor al deze goederen geen recht op aftrek is genoten; de overdracht van een cliënteel of het verlenen van rechten op een cliënteel, dat betrekking heeft op een op grond van dit artikel vrijgestelde activiteit; de levering van goederen waarvan de verkrijging of de bestemming het voorwerp heeft uitgemaakt van een uitsluiting van het recht op aftrek overeenkomstig artikel 45, § 3, van dit Wetboek.
32. Vaststellende dat:
- de verrichting een overdracht bij wijze van een partiële splitsing tot voorwerp heeft;
- de overdragende NV A een gemengde btw-belastingplichtige is met recht op aftrek;
- de verkrijgende NV B een btw-plichtige zal zijn zonder recht op aftrek bij toepassing van artikel 44, § 3, 2,° W.Btw;
- de goederen die overgedragen worden naar de verkrijgende NV B louter aangewend werden ten behoeve van een in artikel 44, § 3, 2,° W.Btw vrijgestelde activiteit;
- de aanvrager verklaart met betrekking tot de residentiële onroerende goederen, het cliënteel (hierin begrepen de kosten die verband houden met de verwerving, de verhuring en alle andere met de over te dragen onroerende goederen onrechtstreeks verbonden kosten) die naar de nieuwe NV B worden overgedragen, er nooit rechtstreeks of onrechtstreeks enige BTW in mindering werd gebracht.
33. Daar de overnemende NV B op basis van de door haar uit te oefenen activiteiten (verhuur van residentieel vastgoed) een vrijgestelde btw-belastingplichtige zal zijn zonder recht op aftrek, zijn de artikelen 11 en 18, § 3 W.Btw niet van toepassing op onderhavige partiële splitsing, maar ressorteert de overdracht onder de vrijstelling als beoogd door artikel 44, § 2, 13°, W.Btw.
Référence citée
Raccourcis clavier
Inactifs pendant la saisie dans un champ.
- Rechercher dans le texte
- /Ctrl/⌘ F
- Occurrence suivante / précédente
- EntréeMaj Entrée
- Section suivante / précédente
- JK
- Mode lecture
- L
- Fermer un panneau
- Échap
Le mode lecture retire le sommaire et les repères, grossit le texte et recentre la colonne.