Transfert bien immobilier, Vente bien immoblier exonéré de tva · Décisions anticipées

Aller au texte
Juriel

2022.0580 22 novembre 2022

Rechercher
Texte en néerlandais

Transfert bien immobilier, Vente bien immoblier exonéré de tvaTVA - Transfert bien immobilier - Vente bien immoblier exonéré de tva

https://juriel.be/fr/rulings/2022-0580-transfert-bien-immobilier-vente-immoblier-fb81

Numéro
2022.0580
Date
22 novembre 2022

Sur le document

Collection
Décisions anticipées
Langue du texte
néerlandais
Version française
non publiée par le SPF

Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.

Texte

38 paragraphes

Fiche du SPF Finances

Décision anticipée n° 2022.0580 du 22.11.2022

TVA · Transfert bien immobilier · Vente bien immoblier exonéré de tva

Résumé

La vente d’un terrain par les personnes physiques A et B suivie de la réalisation d’un bâtiment par la société de projet X est exonérée de la TVA en vertu de l’art. 44, § 3, 1° du CTVA car la cession du terrain du projet et la cession de la construction ne sont ni réalisées par la même personne ni transférées simultanément.

Texte de la décision

La décision est publiée uniquement dans la langue dans laquelle la demande a été introduite

I. Voorwerp van de aanvraag

1. Deze aanvraag om een voorafgaande beslissing beoogt de bevestiging te verkrijgen dat:

• De aankoop door de aanvrager van het grondaandeel waarop het nieuwe … zal worden opgericht niet onderworpen is aan btw op grond van artikel 44, §3, 1° WBTW.

II. Beslissing

2. Uit het door de DVB gedane onderzoek blijkt het volgende :

3. De aanvraag voldoet aan de voorwaarden van artikel 21 en 22 van de wet van 24 december 2002 tot wijziging van de vennootschapsregeling inzake inkomstenbelastingen en tot instelling van een systeem van voorafgaande beslissingen in fiscale zaken.

4. Artikel 1, §9, eerste lid WBTW stelt:

§ 9. Voor de toepassing van dit Wetboek dient te worden verstaan:

1° onder gebouw of een gedeelte van een gebouw, ieder bouwwerk dat vast met de grond is verbonden;

2° onder bijhorend terrein, het terrein waarvoor de toelating werd verkregen om er op te bouwen en dat door éénzelfde persoon wordt overgedragen tegelijk met het gebouw waartoe het behoort. Het eerste lid, 2°, is niet van toepassing op artikel 44, § 3, 2°, d).

5. Artikel 44, 3§, 1° WBTW stelt:

§ 3. Van de belasting zijn nog vrijgesteld: 1° de volgende handelingen: a) de levering van uit hun aard onroerende goederen. Worden evenwel uitgesloten de levering van gebouwen, gedeelten van gebouwen en het bijhorende terrein bedoeld in artikel 1, § 9, eerste lid, wanneer hun vervreemding wordt verricht uiterlijk op 31 december van het tweede jaar volgend op het jaar van de eerste ingebruikneming of de eerste inbezitneming van de goederen bedoeld in artikel 1, § 9, eerste lid, 1°, door:

- hetzij een in artikel 12, § 2, beoogde belastingplichtige die voornoemde goederen bedoeld in artikel 1, § 9, eerste lid, 1°, heeft opgericht of heeft laten oprichten of met voldoening van de belasting heeft verkregen;

- hetzij een in artikel 8, § 1, beoogde belastingplichtige;

- hetzij elke andere belastingplichtige, wanneer hij op de door de Koning te bepalen wijze kennis heeft gegeven van zijn bedoeling een dergelijke vervreemding te verrichten met voldoening van de belasting;

II.I. Toepassing art. Artikel 44, 3 §, 1° WBTW m.b.t. de overdracht van het projectterrein.

6. De aanvrager stelt dat de overdracht van de projectsite en de overdracht van de constructie niet door dezelfde persoon zal geschieden. De projectsite zal verkocht worden door natuurlijke personen A (terrein) en B(woning). Verder stelt de aanvrager dat de overdragers van de projectsite die sinds geruime tijd eigenaar zijn van de betrokken percelen geen aandeelhouders, bestuurslid of personeelslid zijn van ….

7. De aanvrager brengt in dat kader volgende stukken bij:

- Offerte…

- Verkoopbelofte…

- Verkoopbelofte…

8. Uit de door de aanvrager voorgelegde verkoopbeloftes blijkt dat de onroerende goederen eigendom van de natuurlijke personen A en B rechtstreeks verkocht gaan worden aan …. Meer bepaald voorzien de desbetreffende verkoopbeloftes volgende passages:

“…zal de voormelde percelen waar zij alleen de rechtmatige eigenaar van is (enkel)verkopen aan … op het moment dat … hiertoe de vraag zal stellen en dit overeenkomstig de modaliteiten van deze overeenkomst…”(p. 2 verkoopbelofte …)

“… verbinden er zich toe om de Locatie … (enkel) aan … te verkopen overeenkomstig de modaliteiten van deze overeenkomst”(p. 2 verkoopbelofte …)

9. Uit de door de aanvrager o.m. voorgelegde offerte formulier blijkt dat het de bedoelding is om na de overdracht van het projectterrein de constructie van het … te verwezenlijken middels een DB(f) overeenkomst door projectvennootschap X.

10. Onmiddellijk aansluitend op het verlijden van de authentieke akte tot aankoop van de grond, vestigt … een (kosteloos) recht van opstal ten voordele van projectvennootschap X voor een periode die de bouwperiode overstijgt.

11. Bij de uitvoering van de ontwerp- en bouwwerkzaamheden met betrekking tot het nieuw op te richten gebouw treedt projectvennootschap X derhalve op als bouwheer-opstalhouder. Na voorlopige oplevering van de werken wordt de constructie verkocht aan ….

12. … betaalt de constructieprijs aan de opstalhouder na voorlopige oplevering. De … betaalt evenwel de prijs voor het ontwerp aan de architect a rato van de vordering van de ontwerp- en bouwwerkzaamheden.

13. Uit hetgeen voorafgaat kan dan ook geconcludeerd worden dat de overdracht van de projectgronden niet door de dezelfde personen( natuurlijke personen A en B) zal gebeuren als de overdracht van het verwezenlijkte … ( projectvennootschap X). Evenmin zal er een gelijktijdige overdracht gebeuren.

14. De DVB is dan ook van oordeel dat de voorgenomen verrichting met name de verkoop van de onroerende goederen(grond, woonhuis) door de natuurlijke personen A en B aan de aanvrager onder de vrijstelling van art. 44, §3, 1° WBTW valt en bijgevolg niet onderworpen is aan btw.

Textes cités

2
CTVA art. 443 occurrences
CTVA art. 11 occurrence