Taux réduit de la TVA de 6% applicable temporairement concernant la démolition · Décisions anticipées

Aller au texte
Juriel

2021.1187 15 février 2022

Rechercher
Texte en néerlandais

Taux réduit de la TVA de 6% applicable temporairement concernant la démolitionTVA - Taux - Taux réduit de la TVA de 6% applicable temporairement concernant la démolition de bâtiments et la reconstruction conjointe de bâtiments d’habitation sur l’ensemble du territoire belge et leur livraison - Article 1er quater, § 3 de l’AR no 20 fixant les taux de TVA (le texte de l’AR no 20, article 1er quater, est remplacé et applicable à partir du 01.01.2021 jusqu’au 31.12.2022 (article 15, Loi-programme du 20.12.2020, MB, 30.12.2020, 1ière édition, p. 96068))

https://juriel.be/fr/rulings/2021-1187-taux-reduit-tva-applicable-temporairement-0b93

Numéro
2021.1187
Date
15 février 2022

Sur le document

Collection
Décisions anticipées
Langue du texte
néerlandais
Version française
non publiée par le SPF

Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.

Texte

104 paragraphes

Fiche du SPF Finances

Décision anticipée n° 2021.1187 du 15.02.2022

TVA

Taux

Taux réduit de la TVA de 6% applicable temporairement concernant la démolition de bâtiments et la reconstruction conjointe de bâtiments d’habitation sur l’ensemble du territoire belge et leur livraison

Article 1er quater, § 3 de l’AR n° 20 fixant les taux de TVA (le texte de l’AR n° 20, article 1er quater, est remplacé et applicable à partir du 01.01.2021 jusqu’au 31.12.2022 (article 15, Loi-programme du 20.12.2020, MB, 30.12.2020, 1ière édition, p. 96068))

Résumé

La vente des unités d’habitation faisant partie du projet immobilier « V » à K entre en principe en considération pour l’application du taux réduit de TVA de 6% comme prévu à l'article 1quater, §3 de l’AR TVA n° 20 pour la TVA qui sera exigible sur ces ventes au cours de la période comprise entre le 01.01.2021 et le 31.12.2022.

La vente de places des garages intégrés avec allée et l’aménagement de jardin avec revêtement est également soumise au taux réduit de TVA de 6% susmentionné. La partie du prix ayant trait aux pavillons sera soumise au taux de TVA standard de 21%.

Cette décision anticipée est seulement valable pour les ventes, telles que visées ci-dessus, pour lesquelles la TVA n’est pas encore devenue exigible conformément à l’article 17, § 1er du Code de la TVA à la date de cette décision.

Il va de soi que l’application de ce taux réduit de TVA de 6% provisoire dépend ensuite des conditions de fond et de forme imposées par l’article 1quater, § 3, deuxième alinéa et § 8 de l’AR TVA n° 20, à savoir, en principal, la destination que l’acquéreur donne à l’habitation (habitation propre unique et principale), la possession faisant potentiellement obstacle dans le chef de l’acquéreur, le critère de superficie, la condition de délai et le respect des formalités à remplir.

Texte de la décision

La décision est publiée uniquement dans la langue dans laquelle la demande a été introduite

I. Voorwerp van de aanvraag

1. Deze aanvraag om een voorafgaande beslissing wordt ingediend in naam van projectontwikkelaar X.

2. X is actief als projectontwikkelaar en is sinds jaar x eigenaar van het onroerend goed gelegen te K, V, kadastraal gekend onder z.

3. Op jaar x+3 werd aan X een stedenbouwkundige vergunning afgeleverd houdende vergunning tot het slopen van de ééngezinswoning met bijgebouw gelegen op voornoemd perceel z. De facturen met betrekking tot de afbraakwerken werden ter inzage voorgelegd aan de rulingdienst.

4. X is, na het verkrijgen van deze vergunning in jaar x+3, overgegaan tot volledige sloop van de bestaande woning en het bijgebouw, en dit met het oog op de latere oprichting van een nieuwe woning op het perceel (blijkens het grondplan met aanduiding van de gesloopte gebouwen en de inplanting van de nieuw op te richten woningen).

5. In het jaar x+5 werd door het gemeentebestuur van K een omgevingsvergunning afgeleverd aan Y (een verbonden vennootschap van X in de zin van artikel 1:20 WVV) tot het bouwen van 2 (twee) gekoppelde eengezinswoningen gelegen op voornoemd perceel aan de locatie V.

6. De rulingaanvraag betreft de oprichting van twee gekoppelde eengezinswoningen alsook het bouwen van twee tuinhuizen en het aanleggen van de tuin met verhardingen en afsluitingen. Elke woning zal verder beschikken over een eigen garage met oprit. De aanvraag omvat geen gedeelde inrichtingen of activiteiten.

7. Na de oprichting van de gebouwen zal een prekadastratie plaatsvinden opdat de woningen elk afzonderlijk, samen met het bijhorende terrein, kunnen worden verkocht aan particuliere kopers die het onroerend goed zullen aanwenden als hun woning. Er werd een indicatieve perceelsgrens aangeduid op het inplantingsplan.

8. De percelen en woningen zullen ongeveer even groot zijn.

9. X, dat eigenaar is van de betreffende site, is opgetreden als bouwheer van de afbraakwerken en zal ook instaan voor bouwwerken met betrekking tot de heropbouw van de twee nieuwe woningen.

10. Initieel was het de bedoeling om de omgevingsvergunning, die werd afgeleverd in het jaar x+5 aan de met X verbonden vennootschap Y, over te dragen van Y naar X, maar bij navraag door de architect bij de gemeente is gebleken dat dit niet nodig was aangezien de omgevingsvergunning geen betrekking heeft op een vergunningsplichtige exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit. De bouwwerken werden ondertussen al aangevat door X. De facturen van (onder)aannemers werden altijd opgemaakt ten aanzien van X en werden ook altijd door X betaald.

X en Y zijn verbonden ondernemingen in de zin van artikel 1:20 WVV aangezien beide vennootschappen onder centrale leiding staan van JVP die de meerderheid heeft van de stemrechten verbonden aan de aandelen van beide vennootschappen (cf. art. 1:20 juncto art. 1:19 WVV).

II. Vraagstelling

11. Gelet op de argumentatie en motivering uiteengezet in de aanvraag om een voorafgaande beslissing, strekt deze aanvraag ertoe van de rulingdienst de bevestiging te verkrijgen dat bij de verkoop van woningen die deel uitmaken van het hierna genoemde en besproken project, toepassing kan worden gemaakt van het verlaagde btw-tarief van 6% zoals voorzien door artikel 1quater, § 3 van Btw-KB nr. 20 ten aanzien van de btw die op deze verkopen opeisbaar zal worden in de periode tussen 01.01.2021 en 31.12.2022 en voor zover de kopers aan de daartoe gestelde grond- en vormvoorwaarden voldoen.

12. Het gaat meer bepaald over de woningen die zullen worden verkocht in het kader van het project ‘V’ in K.

13. Dit project wordt gecoördineerd door de projectontwikkelaar, met name X.

III. Beslissing

Uit het door de rulingdienst verrichte onderzoek blijkt wat volgt.

14. De aanvraag voldoet aan de voorwaarden van de artikelen 21 en 22 van de Wet van 24.12.2002 tot wijziging van de vennootschapsregeling inzake inkomstenbelastingen en tot instelling van een systeem van voorafgaande beslissingen in fiscale zaken.

III.A. Algemeen

III.A.1. Draagwijdte van de tijdelijke, nieuwe regeling van artikel 1quater, § 3 van Btw-Kb nr. 20

15. Ingevolge de wet ter invoering van artikel 1quater, § 3 van Btw-KB nr. 20 (Programmawet van 20.12.2020, BS 30.12.2020, 1ste editie, p. 96068) is het verlaagde btw-tarief van 6% onder andere van toepassing op de btw-belaste levering van woningen en het bijhorend terrein door de belastingplichtige die de afbraak van een gebouw en de daarmee gepaard gaande heropbouw heeft uitgevoerd van een woning gelegen op hetzelfde kadastraal perceel als dat gebouw, wanneer de op die handelingen verschuldigde belasting overeenkomstig artikel 17, § 1 W.BTW opeisbaar is geworden tussen 01.01.2021 en 31.12.2022.

16. Het eerste lid van § 3 van artikel 1quater van Btw-KB nr. 20 luidt als volgt:

‘Het verlaagd tarief van 6 pct. is van toepassing op de levering van woningen en het bijhorend terrein, alsook op de vestiging, overdracht of wederoverdracht van de zakelijke rechten in de zin van artikel 9, tweede lid, 2°, van het Wetboek, op een woning en het bijhorend terrein, die niet overeenkomstig artikel 44, § 3, 1°, van het Wetboek van de belasting zijn vrijgesteld, door de belastingplichtige die de afbraak van een gebouw en de daarmee gepaard gaande heropbouw heeft uitgevoerd van een woning gelegen op hetzelfde kadastraal perceel als dat gebouw, wanneer de op die handelingen verschuldigde belasting opeisbaar is geworden overeenkomstig artikel 17, § 1, van het Wetboek tussen 1 januari 2021 en 31 december 2022’.

III.A.2. Voorwaarden gesteld aan projectontwikkeling onder de tijdelijke, nieuwe regeling

17. Artikel 1quater, § 3 van Btw-KB nr. 20 stelt onder meer als voorwaarden dat:

• de verkoper de afbraak en heropbouw van de woning moet hebben uitgevoerd - volgens de Memorie van Toelichting bij de Programmawet van 20.12.2020 wil dat zeggen dat de maatregel alleen betrekking heeft op projecten die worden uitgevoerd, vanaf de afbraak van het gebouw tot de levering van de woning, door dezelfde btw-plichtige (in de circulaire nr. 2021/C/18 van 25.02.2021 ook de verkoper genoemd) (Parl. St. Kamer 2020-21, nr. 55-1662/1, 26-27);

• de heropbouw van de woning moet gebeuren op hetzelfde kadastrale perceel als waar het afgebroken gebouw stond.

III.A.3. Afbakening van geformuleerde vraagstelling

18. Alle wooneenheden die worden verkocht in het project ‘V’ in K die het voorwerp uitmaken van deze rulingaanvraag, zullen volgens de aanvrager-verkoper van de wooneenheden voldoen aan het oppervlaktecriterium (i.e. totale bewoonbare oppervlakte van niet meer dan 200 m2 overeenkomstig artikel 1quater, § 3, tweede lid, 1°, a) jo. § 8 van Btw-KB nr. 20).

Daarenboven maakt de verkoper van de woningen zich sterk te zullen voldoen aan de voorwaarden zoals uiteengezet in artikel 1quater, § 3, tweede lid, 2° en 3° van Btw-KB nr. 20 (indiening gezamenlijke voorafgaande verklaring / factuurvermelding) mits uiteraard de koper voldoet aan de daartoe gestelde voorwaarden.

19. Deze rulingaanvraag is er dus louter op gericht bevestiging te krijgen van de rulingdienst dat de woningen, die in het kader van het project ‘V’ in K worden verkocht, principieel in aanmerking komen voor de toepassing van het betreffende verlaagde btw-tarief van 6% omdat de betreffende woningen allemaal worden gerealiseerd in het kader van een afbraak- en heropbouwproject en mits de kopers natuurlijk aan de voorwaarden, zoals uiteengezet in artikel 1quater, § 3, tweede lid, 1° van Btw-KB nr. 20 voldoen en de btw opeisbaar wordt in de periode tussen 01.01.2021 en 31.12.2022.

III.B. Het verlaagde btw-tarief van 6% op grond van artikel 1quater, § 3 van Btw-Kb nr. 20: toepassing in casu

III.B.1. Afbraak en heropbouw door dezelfde persoon (vereiste van eenheid (identiteit) tussen degene die afbreekt en degene die de woning heropbouwt)

20. Voor de toepassing van het verlaagde btw-tarief van 6 % zoals voorzien door artikel 1quater, § 3 van Btw-KB nr. 20 is vereist dat dezelfde entiteit is opgetreden als bouwheer van enerzijds de afbraakwerken van de bestaande gebouwen en anderzijds van de werken met betrekking tot de heropbouw van de nieuwe woningen. Bij een levering van woningen door een projectontwikkelaar is vereist dat hij de afbraak- en heropbouwwerken zelf heeft verricht of zelf heeft laten uitvoeren.

21. X, dat eigenaar is van de betreffende site, is opgetreden als bouwheer van de afbraakwerken en zal ook instaan voor bouwwerken met betrekking tot de heropbouw van de twee nieuwe woningen.

22. Initieel was het de bedoeling om de omgevingsvergunning, die werd afgeleverd in het jaar x+5 aan de met X verbonden vennootschap Y, over te dragen van Y naar X, maar bij navraag door de architect bij de gemeente is gebleken dat dit niet nodig was aangezien de omgevingsvergunning geen betrekking heeft op een vergunningsplichtige exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit. De bouwwerken werden ondertussen al aangevat door X. De facturen van (onder)aannemers werden altijd opgemaakt ten aanzien van X en werden ook altijd door X betaald.

Hoe dan ook zijn X en Y verbonden ondernemingen in de zin van artikel 1:20 WVV aangezien beide vennootschappen onder centrale leiding staan van JVP die de meerderheid heeft van de stemrechten verbonden aan de aandelen van beide vennootschappen (cf. art. 1:20 juncto art. 1:19 WVV).

23. Aangezien X optreedt als projectontwikkelaar en al eigenaar is van de site worden zowel de grond als de constructies verkocht met toepassing van btw.

24. Het is blijkens de aan de rulingdienst gedane mededelingen en de aan haar voorgelegde stukken dezelfde partij, te weten de aanvrager, X, die de bestaande opstallen laat afbreken en het nieuwe vastgoedproject realiseert.

III.B.2. Volledige of wezenlijke afbraak

25. De opdrachtgever moet het gebouw in principe volledig (laten) slopen in die zin dat het betrekking moet hebben op een volledig gebouw (Circulaire nr. 2021/C/18 van 25.02.2021, punt 3.2)..

Hiermee wordt niet bedoeld dat het gebouw volledig wordt gesloopt, maar wel dat de afbraak het volledige gebouw moet affecteren.

26. X heeft in casu het volledige gebouw, een woning met bijgebouw, volledig laten slopen, waardoor deze voorwaarde vervuld is.

III.B.3. Heropbouw van het nieuwe woongebouw op hetzelfde kadastrale perceel als het afgebroken gebouw – opsplitsing van een perceel - tweelotsverkaveling

27. Eén van de grondvoorwaarden voor de tijdelijke btw-verlaging is dat de heropbouw moet gebeuren op hetzelfde kadastrale perceel als waar het afgebroken gebouw stond (zie de uitdrukkelijke tekst van artikel 1quater van Btw-KB nr. 20).

28. De afbraak van een gebouw en daarmee gepaard gaande heropbouw van een woning vereist niet dat beide op exact dezelfde plaats gelegen zijn. Het is voldoende dat beide zich op hetzelfde kadastraal perceel bevinden (1). Hieruit kan impliciet worden afgeleid dat de woning eender waar op dat perceel mag herrijzen (Circulaire nr. 2021/C/18 van 25.02.2021, punt 3.2.).


[(1) Memorie van Toelichting, Parl. St. Kamer, 2020-2021, nr. 55-1662/001, 21; zie ook al Informaties en Mededelingen van 22.06.2007/1 (E.T. 112.400).]


29. Bij projectontwikkeling is vaak sprake van een opsplitsing van kadastrale percelen, zoals in het onderhavige geval.

30. In casu zullen twee nieuwe woningen worden opgericht op het kadastraal perceel waarop de gesloopte woning en het bijgebouw zich bevonden. Na de bouwwerken zal het perceel worden gesplitst in twee afzonderlijke kadastrale percelen om een afzonderlijke overdracht van de woningen mogelijk te maken.

31. Indien een gebouw wordt gesloopt op een perceel waarop daarna meerdere woningen worden opgericht (splitsing bebouwd perceel), kan de oprichting van de nieuwe woningen, in principe, gebeuren met toepassing van het verlaagde btw-tarief van 6%. De nieuw opgetrokken woningen zijn gelegen op een nieuw perceel dat deel uitmaakt van een oud bebouwd perceel, waarop het afgebroken bouwwerk stond. Het afgebroken gebouw dient vanzelfsprekend betekenisvol te zijn ten opzichte van de nieuw opgetrokken woningen (Circulaire nr. 2021/C/18 van 25.02.2021, punt 3.4.).

Het gegeven dat het bebouwde perceel waarop wordt afgebroken, wordt gesplitst met het oog op de oprichting van meerdere woningen, is voor de btw-administratie ‘in principe’ geen probleem. De heropgerichte woningen liggen immers allemaal op een perceel dat deel uitmaakt van het oude bebouwde perceel waarop werd afgebroken.

32. In casu is in deze splitsing voor een tweelotsverkaveling aldus aan de gestelde voorwaarde voldaan (Circulaire nr. 2021/C/18 van 25.02.2021, punt 3.4.).

III.B.4. Afbraak van oud gebouw van significante omvang en evenredigheidsverhouding

33. De aanwending van het te slopen gebouw vóór de sloop (Circulaire nr. 2021/C/18 van 25.02.2021, punt 3.2. a.i.) alsook de ouderdom ervan zijn van geen belang. De afbraak van een loods, fabriek, winkelruimte, enzovoort om er vervolgens een appartementsgebouw op te trekken, komt dus in aanmerking voor de tijdelijke, nieuwe regeling.

34. Onder de tijdelijke, nieuwe regeling moet het gesloopte gebouw een gebouw zijn in de zin van artikel 1, § 9, 1° W.BTW dat is opgetrokken in duurzame materialen en dat een ‘significante’ ‘omvang’ heeft, desgevallend in verhouding tot de opgerichte woning(en). De circulaire nr. 2021/C/18 voegt aan de wet toe dat het moet gaan om een gebouwd onroerend goed waaraan een kadastraal inkomen kan worden toegekend. De btw-administratie stelt dat een oude woning, loods, fabriek of winkelruimte normaliter op zich beschouwd worden aangemerkt als significant (Memorie van Toelichting, Parl. St. Kamer, 2020-2021, nr. 55-1662/001, 20; Circulaire nr. 2021/C/18 van 25.02.2021, punt 3.2.).

De circulaire herhaalt dat de beoordeling geval per geval moet gebeuren. (Circulaire nr. 2021/C/18 van 25.02.2021, punt 3.2).

35. De tekst zelf van artikel 1quater van Btw-KB nr. 20 verwijst niet naar de voorwaarde “desgevallend in verhouding tot de opgerichte woning(en).” Deze voorwaarde komt enkel voor in de Memorie van Toelichting.

Ook in de circulaire worden geen concrete criteria vermeld, omdat de btw-administratie niet de bevoegdheid heeft normatieve criteria ter zake op te leggen. Of een af te breken gebouw significant is in verhouding tot de op te richten gebouwen, is en blijft bijgevolg een feitenkwestie (Circulaire nr. 2021/C/18 van 25.02.2021, punt 3.2).

36. Uit de aan de rulingdienst voorgelegde stukken blijkt dat de af te breken gebouwen (cf. supra) genoeg significante omvang hebben, ook in verhouding tot het te realiseren vastgoedproject.

III.B.5. Verband (link) tussen afbraak en heropbouw – as such geen maximaal tijdsverloop

37. De nieuwe, tijdelijke regelgeving (artikel 1quater van Btw-KB nr. 20) veronderstelt dat er een verband (link) is tussen de afbraak en de daarmee gepaard gaande heropbouw (‘reconstruction conjointe’), zonder dat hieraan een criterium inzake tijdsverloop (‘chronologie’) kan worden verbonden (Circulaire nr. 2021/C/18 van 25.02.2021, punt. 3.2.). Nergens in de regeling wordt in dit verband voorzien in een tijdslimiet.

38. Er kan dus geruime tijd verlopen tussen het moment van de afbraak en de heropbouw. Van belang is dat de bouwheer de afbraak van een gebouw heeft verricht met het oog op de wederopbouw van de woning. Wat verder in de circulaire luidt het dat er sprake moet zijn van een ‘eenheid van project’, waarbij de afbraak van het oorspronkelijke gebouw en de wederopbouw van de woningen of appartementen gebeurt als een globaal project. Ook dit is een feitenkwestie, maar dit blijkt normaliter uit de omgevingsvergunning (Circulaire nr. 2021/C/18 van 25.02.2021, punt. 3.2.).

39. Het gegeven dat de afbraak al heeft plaatsgevonden of al geruime tijd geleden gebeurde, hoeft as such geen beletsel te zijn voor de toepassing van het tijdelijk verlaagde btw-tarief van 6%, althans voor zover duidelijk is dat er eenheid is tussen degene die afbreekt en degene die de woning heropbouwt (zie echter de administratieve toegeving op basis van punt 5.1. van de circulaire nr. 2021/C/18 van 25.02.2021 voor lopende projecten per 31.12.2020 als die eenheid tussen afbraak en heropbouw wordt verbroken) en de heropbouw van de woning op het projectgebied sinds de vergunning(en) organisch is gegroeid.

40. Een langer tijdsverloop tussen afbraak en heropbouw kan verantwoord zijn, bijvoorbeeld bij afbraak van een gebouw waarna de onroerende werken een tijd worden stilgelegd omwille van juridische betwistingen, een bodemonderzoek, enzovoort. Dit is uiteraard een feitenkwestie.

41. In casu werd het afgebroken pand met grond te K, locatie V, initieel aangekocht in het jaar x-1 door de heer TVP. De heer TVP is de zoon van de heer JVP, aandeelhouder en bestuurder van X.

42. De heer TVP was voornemens om op het betrokken perceel een nieuwe woning te bouwen (voor eigen bewoning) na afbraak van de bestaande (bouwvallige) woning. Daartoe heeft de heer TVP in het jaar x een vergunning verkregen van de gemeente K, bekend onder referte R met als onderwerp: ‘bouwen van een woning na afbraak van de bestaande woning’.

Door omstandigheden heeft de heer TVP zijn plannen niet kunnen doorvoeren en werd de afbraak en daaropvolgende heropbouw van een nieuwe woning niet uitgevoerd.

43. Vervolgens heeft de heer TVP in het jaar x het af te breken pand met bijhorende grond verkocht aan X. X is, zoals vermeld, de vennootschap van de vader van de heer TVP waarvan de activiteit bestaat in de aan- en verkoop van onroerend goed. Het pand werd overgekocht met de uitdrukkelijke bedoeling om het pand af te breken en er een nieuw pand op te bouwen. De aan- en verkoop van onroerend goed is immers de belangrijkste doelstelling van de investeringsmaatschappij X.

44. De oorspronkelijke bedoeling van X was om de bouwplannen van de heer TVP verder uit te voeren, namelijk de bouw van een nieuwe privéwoning, na afbraak van de bestaande woning, en om de nieuwe woning (met winst) te verkopen aan een derde.

Gaandeweg groeide echter de idee om niet één nieuwe privéwoning, na voorafgaande afbraak, op te richten, maar om twee gekoppelde eengezinswoningen op te richten. Daartoe werden informele gesprekken opgestart met de gemeente.

45. Gezien de af te breken woning zich in een slechte staat bevond en niet werd bewoond, ontving X in de jaren x-x+2 verschillende aktes van vaststelling van verwaarlozing.

46. Gezien het sowieso de intentie was om een nieuwbouw te bouwen en gezien de slechte staat van de oude bestaande woning, werd in het jaar x+3 beslist om de woning te slopen om zo een einde te maken aan de discussies omtrent de taks op verwaarlozing. Daartoe werd beroep gedaan op het architectenbureau Z dat evenzeer heeft ingestaan voor de indiening van de bouwaanvraag voor de woning van de heer TVP (jaar x) als voor de twee koppelwoningen (in jaar x+5) voor de vennootschap X.

47. De historiek en de aan de rulingdienst voorgelegde stukken tonen naar het oordeel van de rulingdienst afdoende aan dat het van bij de aankoop door de heer TVP de bedoeling was om de bestaande (bouwvallige) woning te slopen en daaropvolgend en daarmee gepaard gaand op hetzelfde perceel een nieuwe woning te bouwen en dat deze intentie werd overgenomen door X toen laatstgenoemde vennootschap de woning heeft overgekocht van de heer TVP.

Het gegeven dat in dit project de afbraak al geruime tijd geleden gebeurde, vormt in de gegeven omstandigheden geen beletsel voor de toepassing van het betreffende 6%-heropbouwtarief. De regeling veronderstelt immers dat er een verband (link) is tussen de afbraak en de heropbouw, zonder dat hieraan een criterium inzake tijdsverloop (chronologie) kan worden verbonden (Circulaire nr. 2021/C/18 van 25.02.2021, punt 3.2.).

III.B.6. Bijgebouwen en aanhorigheden

48. Het verlaagde btw-tarief is niet van toepassing op aanhorigheden van de eigenlijke woning (zwembaden, sauna's, en dergelijke installaties). Zo is het verlaagde btw-tarief dus niet van toepassing op tuinhuizen, serres en pergola's die vrijstaan van de heropgerichte woning en die aan te merken zijn als aanhorigheden van een tuin (Circulaire 2021/C/18/ van 25.02.2021, punt 3.6).

49. Ook garages die vrijstaan van de eigenlijke woning zijn in principe geen gebouwen bestemd voor huisvesting, en kunnen dus niet worden afgebroken en heropgebouwd aan het tijdelijk 6% btw-tarief.

Maar dit is anders wanneer een garage geïntegreerd is in een woning of wanneer, zelfs als ze er niet aan grenst, ze deel uitmaakt van de woning door het onmiddellijke nut dat ze voor de eigenaar (of zijn huurder) meebrengt. In een dergelijk geval is het verlaagde btw-tarief van toepassing zelfs voor de oprichting van deze garage (Circulaire 2021/C/18/ van 25.02.2021, punt 3.6. in fine).

De btw-administratie benadrukt dat de oprichting van een garage bij de heropgerichte woning kan gebeuren aan 6%, voor zover uiteraard alle overige voorwaarden zijn vervuld, terwijl met de oppervlakte van een garage geen rekening wordt gehouden bij de berekening van de totale bewoonbare oppervlakte van niet meer dan 200 m2 (Circulaire 2021/C/18/ van 25.02.2021, punt 3.6 in fine).

50. Het gedeelte van de prijs dat betrekking heeft op het aanleggen van paden, perken, tuinen en afsluitingen, die samen met het bijhorend terrein met toepassing van btw worden verkocht, alsook de kosten voor de levering met plaatsing van een keuken (inbouwkasten en toestellen) waarvan de kosten zijn inbegrepen in de maatstaf van heffing van de levering, genieten het verlaagde btw-tarief (Circulaire nr. 2021/C/18 van 25.02.2021, punt 5.3.).

51. Voor de verkoop van de 2 (twee) garages met oprit en de gerelateerde tuinaanleg met verhardingen, die samen met de gerealiseerde woningen zullen worden verkocht, kan ook toepassing worden gemaakt van het verlaagde btw-tarief van 6% zoals bepaald door artikel 1quater, § 3 van Btw-KB nr. 20. Dit standpunt is gebaseerd op de volgende vaststellingen:

i. in de wet ter invoering van artikel 1quater, § 3 van Btw-KB nr. 20 staat te lezen dat zwembaden, sauna's, midgetgolfbanen, tennisterreinen en dergelijke installaties, van het verlaagde btw-tarief van 6% zijn uitgesloten. Het is duidelijk dat parkeerplaatsen niet vergelijkbaar zijn met zwembaden, sauna’s, tennisterreinen, e.d., maar voor bewoners eerder het verlengde vormen van de door hen aangekochte wooneenheid. Parkeerplaatsen kunnen dus niet als ‘dergelijke installaties’ in de zin van voornoemde bepaling worden beschouwd;

ii. wanneer, zoals in het onderhavige geval, de garage met oprit van onmiddellijk nut is voor de woningen, wordt aanvaard dat de oprichting ervan ook onderworpen is aan het verlaagde btw-tarief van 6% als bedoeld in artikel 1quater, § 3 van Btw-KB nr. 20. Dit standpunt wordt overigens uitdrukkelijk door de btw-administratie bevestigd in de hiervoor geciteerde circulaire.

52. De woningen inclusief geïntegreerde garages met oprit en tuinaanleg met verhardingen die in dit project worden gerealiseerd, komen bijgevolg principieel in aanmerking voor de toepassing van het bedoelde verlaagde btw-tarief van 6% wanneer de koper aan de daartoe gestelde voorwaarden voldoet.

Het bedoelde 6%-heropbouwtarief is daarentegen niet van toepassing op de tuinhuizen.

III.C. Conclusie

53. De verkoop van de 2 (wee) gekoppelde eengezinswoningen die deel uitmaken van het hiervoor genoemde en besproken project ‘V’ in K, komt principieel in aanmerking voor de toepassing van het verlaagde btw-tarief van 6% zoals voorzien door artikel 1quater, § 3 van Btw-KB nr. 20 ten aanzien van de btw die op deze verkopen opeisbaar zal worden in de periode tussen 01.01.2021 en 31.12.2022.

54. Ook de verkoop van de hiervoor bedoelde garages met oprit en tuinaanleg met verhardingen, is onderworpen aan het bedoelde verlaagde btw-tarief van 6%.

55. Het deel van de prijs dat betrekking heeft op de bedoelde tuinhuizen zal onderworpen zijn aan het standaard btw-tarief van 21%.

56. Deze voorafgaande beslissing is slechts geldig voor die verkopen, zoals hiervoor bedoeld, waarvoor nog geen btw opeisbaar is geworden overeenkomstig artikel 17, § 1 W.BTW op datum van deze beslissing.

57. Het spreekt voor zich dat de toepassing van dit tijdelijk verlaagde btw-tarief van 6% verder afhankelijk is van de in artikel 1quater, § 3, tweede lid, § 4, § 5 en § 8 van Btw-KB nr. 20 opgelegde grond- en vormvoorwaarden, i.e. in hoofdzaak de bestemming die de verkrijger aan de woning geeft (enige en hoofzakelijk eigen woning), het mogelijks verhinderend bezit in hoofde van de verkrijger, het oppervlaktecriterium, de termijnvoorwaarde en de naleving van de te vervullen formaliteiten.

Textes cités

3
AR no 20 art. 1quater16 occurrences
CTVA art. 171 occurrence
CTVA art. 91 occurrence