Article 1 quater, §3 AR nr. 20 · Décisions anticipées

Aller au texte
Juriel

2021.0184 4 mai 2021

Rechercher
Texte en néerlandais

Article 1 quater, §3 AR nr. 20TVA - Article 1 quater, §3 AR nr. 20 - Démolition et reconstruction

https://juriel.be/fr/rulings/2021-0184-article-quater-demolition-reconstruction-taux-6d00

Numéro
2021.0184
Date
4 mai 2021

Sur le document

Collection
Décisions anticipées
Langue du texte
néerlandais
Version française
non publiée par le SPF

Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.

Texte

32 paragraphes

Fiche du SPF Finances

Décision anticipée n° 2021.0184 du 04.05.2021

TVA · Article 1 quater, §3 AR nr. 20 · Démolition et reconstruction

Résumé

Les appartements qui doivent encore être livrés entrent en principe en considération pour l’application du taux réduit de TVA de 6 %, conformément à l'article 1quater, § 3 de l’AR n°20.

L’application effective du taux réduit dépend ensuite des conditions imposées par l’article 1quater, § 3, alinéa 2, § 4, § 5 et § 8 de l’AR n° 20, à savoir, essentiellement, la destination que les bénéficiaires donnent aux appartements, la possession potentiellement gênante dans le chef des bénéficiaires, la limite de superficie et les formalités à remplir.

Cette réglementation relative au taux réduit de 6 pour cent est temporaire et n’est d’application que lorsque la taxe due sur la livraison est exigible conformément à l’article 17, §1er du Code de la TVA. La TVA est exigible au plus tard le 31 décembre 2022.

Texte de la décision

La décision est publiée uniquement dans la langue dans laquelle la demande a été introduite

I. Voorwerp van de aanvraag

De aanvraag heeft betrekking op de toepassing van het verlaagde BTW-tarief van 6% overeenkomstig KB nr. 20 artikel 1quater, §3 (nieuw) met betrekking tot de levering van appartementen die opgericht werden op samengevoegde percelen die deels bebouwd en deels onbebouwd waren.

II. Omschrijving van de verrichtingen

2. A kocht meerdere percelen, die toebehoorden aan X aan en vestigde een opstalrecht ten voordele van B.

3. Twee percelen zijn onbebouwd maar vormden vanuit functioneel oogpunt één geheel met de bebouwde percelen die meerdere woningen en andere grote gebouwen herbergden. Zij werden door X aangewend voor de uitoefening van één en dezelfde activiteit.

4. B heeft een omgevingsvergunning verkregen om de bestaande gebouwen te slopen en er vervolgens vijf meergezinswoningen op te richten omvattende 65 appartementen, 5 grondgebonden eengezinswoningen, twee handelsruimten en één grote ondergrondse parking.

III. Beslissing

5. Het onderzoek en de beslissing van de DVB beperkt zich tot de vaststelling dat het in de aanvraag opgenomen project :

5.1. betrekking heeft op de afbraak van meerdere gebouwen als beoogd in artikel 1, §9, 1° van het btw-wetboek, waarbij de nieuw opgerichte meergezinswoningen als één gebouw aangemerkt moet worden;

5.2. voldoet aan de voorwaarden ingesteld middels een administratieve toegeving opgenomen onder nummer 3.3 van de circulaire 2021/C/18 en in het bijzonder wat betreft de samenvoeging percelen;

5.3. de omvang van de afgebroken gebouwen betekenins vol is ten opzichte van de nieuwe constructies

6. Volgende elementen zijn doorslaggevend in het onderzoek of de opgerichte meergezinswoningen als een gebouw aangemerkt kunnen worden :

6.1. het feit dat de algemene draagconstructie deze van de gemeenschappelijke ondergrondse parkeergarage is. Zonder het bestaan van deze ondergrondse constructie zouden de woonblokken boven het maaiveld niet kunnen bestaan. Zij zijn geen constructies die een structuur op zichzelf kunnen vormen. Zij zijn met de grond verbonden door het bestaan van de gemeenschappelijke constructie in de gemeenschappelijke ondergrond;

6.2. bovendien is het ondergrondse verbindingsvolume essentieel om toegang te bekomen met de wagen tot de diverse woonblokken. De toegang tot de ondergrondse parking voor deze blokken is dezelfde;

6.3. diverse leidingen komen gemeenschappelijk toe en vertrekken er gemeenschappelijk uit de kelder. Zij zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden;

6.4. verder wordt het gebouw in de basisakte als 1 beschouwd met 1 vereniging van mede-eigenaars. Ook door de diensten van het kadaster wordt het gebouw als 1 beschouwd, daar er slechts sprake is van 1 bronperceelnummer.

7. Op basis van voormelde en vaststellende dat de bovengrondse woonblokken verbonden zijn via een gemeenschappelijke ondergrondse garage/kelder die dient als een blijvende en permanente doorgang tussen de ondergrondse ruimten en gemeenschappelijke voorzieningen die betrekking hebben op alle woonblokken en die bovendien als fundering geldt voor de bovengrondse woonblokken dient in casu besloten te worden dat er sprake is van één gebouw.

8. De circulaire 2021/C/18 onder randnummer 3.3 bepaalt dat de administratie uit pragmatische overwegingen aanvaardt dat indien het nieuwe gebouw, na afbraak van de oude bestaande gebouwen, voor ten minste 50% gelegen is op de vroegere bebouwde kadastrale percelen, het ganse gebouw principieel in aanmerking komt voor de toepassing van artikel 1 quater §3 KB. nr 20.

9. Het gesloopte goed moet wel een gebouw zijn voor de toepassing van de btw, hierbij refererend naar artikel 1,§9, 1° btw-wetboek. Waarbij in voormelde circulaire bovendien gesteld wordt dat in het kader van deze regeling (artikel 1 quater KB nr 20) als gebouw aangemerkt wordt : “alle gebouwde onroerende goederen uit hun aard waaraan een kadastraal inkomen van gebouwd onroerend goed kan worden toegekend.”

10. De 50%-regel inzake de samenvoeging van percelen dient dus te worden beoordeeld op basis van de grondoppervlak van dat enig gebouw. In casu dient gesteld dat het gebouw zich voor meer dan 50% bevindt op het bebouwde perceel. De levering van de appartementen – mits tevens de andere voorwaarden vervuld zijn – kan plaatsvinden bij toepassing van artikel 1 quater §3 KB nr. 20.

11. De woningen werden opgericht op de plaats alwaar de inmiddels afgebroken groot gebouw zich bevond. Deze werden aldus duidelijk opgericht op het bebouwde perceel en komen mits de andere voorwaarden als opgenomen in artikel 1 quater KB nr 20, vervuld worden in aanmerking om geleverd te worden met toepassing van het btw verlaagd tarief van 6%.

12. Daar er zich diverse woningen en andere gebouwen bevonden op het desbetreffend terrein meent de DVB dat besloten kan worden dat in onderhavige casus de afbraak betekenisvol is ten opzichte van de heropbouw.

Textes cités

3
CTVA art. 12 occurrences
CTVA art. 171 occurrence