Prestation de services complexe soumise à la TVA · Décisions anticipées

Aller au texte
Juriel

2019.0993 3 décembre 2019

Rechercher
Texte en néerlandais

Prestation de services complexe soumise à la TVATVA - Prestation de services complexe soumise à la TVA - Notion de prestation unique comprenant des prestations indissociables - Centre d’affaires - Article 18, § 1, premier alinéa du C.TVA

https://juriel.be/fr/rulings/2019-0993-prestation-services-complexe-soumise-tva-f746

Numéro
2019.0993
Date
3 décembre 2019

Sur le document

Collection
Décisions anticipées
Langue du texte
néerlandais
Version française
non publiée par le SPF

Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.

Texte

79 paragraphes

Fiche du SPF Finances

Décision anticipée n° 2019.0993 du 03.12.2019

TVA · Prestation de services complexe soumise à la TVA · Notion de prestation unique comprenant des prestations indissociables · Centre d’affaires · Article 18, § 1, premier alinéa du C.TVA

Résumé

La demande de décision anticipée vise à confirmer que les mises à disposition envisagées par le demandeur dans le cadre d'un ensemble global de services d'un centre d'affaires et de services, doivent être considérées comme des services soumis à la TVA en vertu de l'article 18, § 1er, premier alinéa du code TVA.

Le demandeur souhaite en particulier entendre confirmer au titre de services soumis à la TVA au sens de l'article 18, paragraphe 1er, premier alinéa, du code de la TVA, les mises à disposition envisagées par le demandeur en tant qu’exploitant dans le cadre d’un ensemble global de services d'un centre d'affaires et de services (i) par lequel le client concerné (en l'occurrence un thérapeute de revalidation) aménage différemment l'espace mis à disposition ou procède à des adaptations en ce qui concerne le mobilier nécessaire à son activité professionnelle (première situation) ou (ii) lorsque, dans la situation où le client visé a clairement son propre look and feel en raison de l'image de marque exclusive de son entreprise, l’exploitant du centre d'affaires et de services rachète les meubles et les chaises de bureau ergonomiques de ce client à un prix qui ne représente pas plus que le coût du mobilier standard fourni à l'origine par cet exploitant, qui est repris dans le prix forfaitaire qu'il imputera et qui ne sera pas réduit en conséquence (deuxième situation).

Les mises à disposition envisagées visées par l’exploitant pour le compte de ses clients dans le cadre d'un ensemble de services global d'un centre d'affaires et de services, tel que visé dans le projet de contrat de fourniture de services soumis au SDA, constituent des services soumis à la TVA, sur la base de l'article 18, § 1er, premier alinéa, du code de la TVA (service complexe non qualifié de location active) et conformément à la circulaire AFER 39/2005 (ET 108.816) du 27.09.2005.

La décision est publiée uniquement dans la langue dans laquelle la demande a été introduite

I. Voorwerp van de aanvraag

1. Deze aanvraag om een voorafgaande beslissing wordt ingediend in naam van een in België gevestigde vennootschap die is ingeschreven in de KBO.

2. De aanvrager wenst in zijn hoedanigheid van uitbater van een bedrijven- en dienstencentrum aan de gebruikers ervan, (genieters; ‘huurders’) het recht te verlenen hun beroepswerkzaamheid uit te oefenen in dit onroerend goedcomplex tegen de voorwaarden en modaliteiten overeengekomen in het ontwerp van dienstverleningsovereenkomst dat aan de DVB ter beoordeling werd voorgelegd.

II. Vraagstelling

3. Gelet op de argumentatie en motivering uiteengezet in de aanvraag om een voorafgaande beslissing, strekt deze aanvraag ertoe van de DVB bevestiging te verkrijgen dat de voorgenomen terbeschikkingstellingen door de aanvrager als uitbater in het kader van een globaal dienstenpakket van een bedrijven- en dienstencentrum, dienen te worden aangemerkt als btw-belaste diensten op grond van artikel 18, § 1, eerste lid, van het Btw-Wetboek (hierna aangeduid als “W.BTW”).

4. De aanvrager wenst in het bijzonder bevestigd te zien dat als btw-belaste diensten in de zin van artikel 18, § 1, eerste lid W.BTW dienen te worden aangemerkt, de voorgenomen terbeschikkingstellingen door de aanvrager als uitbater in het kader van een globaal dienstenpakket van een bedrijven- en dienstencentrum waarbij:

• de betrokken klant, in casu een revalidatietherapeut, de ter beschikking gestelde ruimte anders inricht of aanpassingen doorvoert aan het meubilair die nodig zijn voor zijn professionele activiteit (eerste situatie);

• in de situatie waar de hierna bedoelde klant naar aanleiding van bedrijfseigen branding van zijn onderneming duidelijk een eigen look en feel heeft, de uitbater van het bedrijven- en dienstencentrum, het eigen meubilair en de eigen ergonomische bureaustoelen van deze klant overkoopt voor een prijs die niet meer bedraagt dan de kostprijs van het oorspronkelijk door deze uitbater voorziene standaardmeubilair dat vervat zit in de door haar aangerekende enige, forfaitaire prijs, die hierdoor niet zal verminderen (tweede situatie).

III. Beslissing

Uit het door de DVB verrichte onderzoek blijkt wat volgt.

5. De aanvraag voldoet aan de voorwaarden van de artikelen 21 en 22 van de Wet van 24.12.2002 tot wijziging van de vennootschapsregeling inzake inkomstenbelastingen en tot instelling van een systeem van voorafgaande beslissingen in fiscale zaken.

III.A. Duiding van de problematiek

6. Een voorbeeld van een complexe handeling, meer bepaald een complexe actieve verhuur, zijn de diensten die worden verstrekt door bedrijven- en dienstencentra. De hoofdactiviteit van de bedrijven- en dienstencentra bestaat in het verlenen van een onlosmakelijk geheel van diensten aan ondernemingen, zelfstandigen of beoefenaars van een vrij beroep, door middel van het ter beschikking stellen van een complete en geïntegreerde infrastructuur. Dit geheel van diensten, aangeboden tegen een forfaitaire prijs, omvat tegelijkertijd de terbeschikkingstelling van gemeubelde privélokalen, het gebruik van infrastructuur die voor het gemeenschappelijk gebruik van alle ‘huurders’ is bestemd (vergaderzalen, sanitair, ontvangst- of ontspanningsruimte, kopieerapparaat, e.a.), het gebruik van een telefoon- en bureauticanetwerk, evenals diensten van diverse aard zoals onder meer het onthaal van bezoekers, het ontvangen van post en het onderhoud van de lokalen.

7. In een circulaire uit 2005 (Aanschrijving nr. AOIF 39/2005 (E.T. 108.816) van 27 september 2005, www.fisconetplus.be, hierna “circulaire nr. 39/2005” genoemd) heeft de btw-administratie, na onderzoek van de sector, uiteengezet welke criteria verplicht aanwezig moeten zijn om de dienstprestaties van bedrijven- en dienstencentra volledig aan de btw te onderwerpen.

8. Bedrijven- en dienstencentra die aan de minimumcriteria voldoen, dienen voor btw-doeleinden hun globale dienstverlening niet op te splitsen in afzonderlijke handelingen.

9. De bedrijven- en dienstencentra die voor deze regeling in aanmerking willen komen, moeten met hun klanten een overeenkomst sluiten waarin ze zich ertoe verbinden om minimum een geheel van niet te scheiden diensten te verlenen tegen een enige, forfaitaire prijs, waarin alle lasten, taksen en belastingen met betrekking tot het gebouw en alle klassieke lasten (elektriciteit, water, verwarming) begrepen zijn, zonder dat de klant de mogelijkheid heeft om aan bepaalde van deze diensten te verzaken tegen prijsvermindering (Aanschrijving nr. AOIF 39/2005 (E.T. 108.816) van 27.09.2005, punt 3.1., www.fisconetplus.be; Btw-Commentaar, editie 01.07.2018, Boekwerk VI, Hoofdstuk 16, Afdeling 2, (1) 48 (80)).

10. Opdat de gevraagde forfaitaire prijs voor het geheel aan btw zou zijn onderworpen, moeten volgens de circulaire nr. 39/2005 minimaal de volgende diensten worden aangeboden:

• de terbeschikkingstelling van één of meer uitgeruste lokalen, hetzij gedeeld, hetzij in exclusief gebruik, met een minimum aan meubels (bijvoorbeeld bureau, stoel, telefoontoestel en kast) waarbij de overeenkomst in ieder geval moet bepalen dat de klant de kantoorinrichting niet wezenlijk mag wijzigen (door bijvoorbeeld zijn eigen meubels mee te brengen of de muren te overschilderen; zie aanschrijving nr. AOIF 39/2005 (E.T. 108.816) van 27.09.2005, punt 3.1., eerste bullet point, www.fisconetplus.be);

• de terbeschikkingstelling van gemeenschappelijke vergaderzalen gedurende een bepaalde duur die variabel kan zijn;

• de terbeschikkingstelling van gemeenschappelijke ruimten (gangen, sanitair, liften, administratieve lokalen (voor het kopieerapparaat, de fax, enzovoort), en eventueel een uitgeruste keuken of kitchenette, een ontvangst- of ontspanningsruimte);

• de terbeschikkingstelling van gemeenschappelijke bureautica (kopieerapparaat, fax, printers, papiersnijmachine, inbindmachine, e.a.);

• de terbeschikkingstelling van ICT-infrastructuur (telefonie en internettoegang, e.a.);

• de regelmatige schoonmaak van de kantoren en de gemeenschappelijke ruimten, het algemeen onderhoud van de site en de uitrusting;

• een permanente (dagelijkse) aanwezigheid van personeel aan het onthaal gedurende de kantooruren;

• het ontvangen en het sorteren van de post door personeel van de uitbater van het centrum (Aanschrijving nr. AOIF 39/2005 (E.T. 108.816) van 27.09.2005, punt 3.2., www.fisconetplus.be; Btw-Commentaar, editie 01.07.2018, Boekwerk VI, Hoofdstuk 16, Afdeling 2, (1) 48 (80)).

11. Naast deze minimumdiensten kunnen bedrijven- en dienstencentra andere diensten verrichten, hetzij standaard in welk geval ze begrepen zijn in de aan de klanten aangerekende forfaitaire prijs, hetzij naar keuze volgens de behoeften van de klant in welk geval voor die andere diensten dan een bijkomende prijs kan worden aangerekend (Aanschrijving nr. AOIF 39/2005 (E.T. 108.816) van 27.09.2005, punt 3.3., www.fisconetplus.be).

Het gaat onder meer om de terbeschikkingstelling van parkeerplaatsen, de terbeschikkingstelling van refters, traiteurdiensten en marketing- en/of publiciteitsdiensten.

12. Bedrijven- en dienstencentra die het voorgeschreven minimumpakket van diensten aanbieden, worden beschouwd als een volledige btw-belastingplichtige.

13. Ten aanzien van bedrijven- en dienstencentra die niet het minimumpakket van diensten aanbieden (in welk geval er volgens de btw-administratie sprake is van een “passieve” verhuur) gaat de btw-administratie er van uit dat de terbeschikkingstelling van privélokalen en gemeenschappelijke lokalen (vergaderzalen, refters, sanitaire installaties, ontvangstruimtes) in principe voor het geheel als een vrijgestelde onroerende verhuur wordt beschouwd. Voor deze bedrijven- en dienstencentra vormt de terbeschikkingstelling van de roerende goederen (meubels, fax, kopieerapparaten) daarentegen een dienst die aan btw is onderworpen.

III.B. Toepassing in casu

III.B.1. ‘Gewone’ klantenaanvragen

14. In de circulaire nr. 39/2005 heeft de btw-administratie uiteengezet welke criteria verplicht aanwezig moeten zijn om de dienstprestaties van bedrijven- en dienstencentra volledig aan de btw te onderwerpen. Bedrijven- en dienstencentra die aan de minimumcriteria voldoen, dienen voor btw-doeleinden hun globale dienstverlening niet op te splitsen in afzonderlijke handelingen.

15. In de circulaire nr. 39/2005 wordt een tweetrapsredenering gemaakt. Eerst worden de globale kenmerken van de dienstverleningsovereenkomst in ogenschouw genomen. Vervolgens wordt een minimum aan diensten opgelegd die volgens de btw-administratie noodzakelijk zijn opdat de gevraagde forfaitaire prijs voor het geheel aan btw zou zijn onderworpen. Het gaat onder meer om de terbeschikkingstelling van één of meer uitgeruste lokalen, hetzij gedeeld, hetzij in exclusief gebruik, met een minimum aan meubels waarbij de klant de inrichting niet wezenlijk mag wijzigen (zoals bepaald in het aan de DVB voorgelegde ontwerp van dienstverleningsovereenkomst).

III.B.1.1. Globale kenmerken van de overeenkomst

16. De uitbater van het bedrijven- en dienstencentrum (hierna “uitbater” genoemd) zal met zijn klanten een dienstverleningsovereenkomst sluiten waarin hij zich ertoe verbindt om minimum een geheel van niet te scheiden diensten (cf. infra) te verlenen tegen een enige, forfaitaire prijs, waarin alle lasten, taksen en belastingen met betrekking tot het gebouw (verzekeringen, onroerende voorheffing, diverse gewest- en gemeentebelastingen) en alle klassieke lasten (elektriciteit, water, verwarming en koeling) begrepen zijn, zonder dat de klanten de mogelijkheid hebben om aan bepaalde van deze diensten te verzaken tegen prijsvermindering.

17. In deze door de uitbater aangerekende enige, forfaitaire prijs zijn begrepen:

• de kosten voor het verbruik van water, elektriciteit, ICT bandbreedte en telefoon door de klant, alsook voor het onderhoud, de herstelling en de goede werking van de installaties;

• de kosten voor het verbruik van elektriciteit in de gemeenschappelijke ruimtes;

• de kosten van onroerende voorheffing en eventuele andere taksen en belastingen met betrekking tot de ter beschikking gestelde kantoorruimte evenals de kosten van de verzekeringen (brandverzekering) van de ter beschikking gestelde kantoorruimte.

III.B.1.2. Minimaal vereiste diensten

18. De betreffende dienstverleningssovereenkomst die zal worden gesloten door de uitbater voorziet de volgende minimumdiensten, waarvan de klanten niet kunnen afzien en die altijd in de forfaitaire vergoeding zijn inbegrepen:

• de terbeschikkingstelling van één of meer ingerichte lokalen, hetzij gedeeld, hetzij in exclusief gebruik, met een minimum aan meubels, waarbij het de klanten niet is toegestaan om de kantoorinrichting zoals voorzien op het inrichtingsplan wezenlijk te wijzigen;

• het gebruik van de volgende gemeenschappelijke ruimten: toegangshal, wachtruimten, gangen, sanitaire eenheden, kitchenette, fitnessruimte, sportfaciliteiten, chill-out room, overdekte fietsenberging, deelfietsen;

• het gebruik van de gemeenschappelijke vergaderzalen mits reservatie. De agenda van gebruik van de gemeenschappelijke vergaderzalen zal bijgehouden worden door de uitbater;

• de terbeschikkingstelling van gemeenschappelijke bureautica (kopieerappaat), ICT infrastructuur (het abonnement bij de telecommunicatieoperatoren wordt genomen door de uitbater), internettoegang en telefonie;

• de uitbater staat in voor de regelmatige (wekelijkse) schoonmaak van voornoemde kantoren en de gemeenschappelijke ruimtes en voor het algemeen onderhoud van de site en haar uitrusting;

• een permanente (dagelijkse) aanwezigheid van personeel van de uitbater aan het onthaal gedurende de kantooruren alsook een gepersonaliseerd telefonisch antwoord in naam van de klant bij diens afwezigheid;

• de uitbater zal de postontvangst en sortering regelen.

III.B.1.3. Variabele diensten

19. Naast de hiervoor bedoelde minimumdiensten verricht de uitbater ook nog andere diensten, waarvoor de prijs in voornoemd forfait vervat zit. Het gaat meer bepaald om:

• de terbeschikkingstelling van ruime parkeerplaatsen voor personeel en bezoekers;

• de terbeschikkingstelling van refters (inclusief keuken) en de mogelijkheid van verbruik ter plaatse;

• de terbeschikkingstelling van marketing- en/of publiciteitsdiensten.

III.B.1.4. Tussenbesluit

20. De bedoelde voorgenomen terbeschikkingstellingen door de uitbater in het kader van een globaal dienstenpakket van een bedrijven- en dienstencentrum, zijn met btw te belasten diensten op grond van artikel 18, § 1, eerste lid W.BTW (onbenoemde complexe dienst van actieve verhuur) en conform voornoemde circulaire nr. 39/2005 van 27.09.2005.

21. In de gegeven omstandigheden is sprake van een all-in dienstenpakket voor de klanten. Die kunnen gebruik maken van alle diensten aangeboden door de uitbater in het bedrijven- en dienstencentrum. Het dienstenpakket wordt aangeboden tegen een vooraf gekende forfaitaire prijs, waarbij er een quotum kan worden overeengekomen voor de kosten voor het verbruik van water, elektriciteit en energie. De DVB wijst er op dat dit quotum minstens een normaal gebruik moet dekken. Bij het overschrijden van het quotum zal een bijkomende facturatie gebeuren tegen de tussen de partijen overeengekomen eenheidsprijzen.

III.B.2. Specifieke klantenaanvragen

22. De aanvrager wenst in het bijzonder bevestigd te zien dat ook als btw-belaste diensten op grond van artikel 18, § 1, eerste lid W.BTW dienen te worden aangemerkt, de terbeschikkingstellingen door de uitbater in het kader van een globaal dienstenpakket van een bedrijven- en dienstencentrum waarbij:

• de betrokken klant (in casu een revalidatietherapeut) de ter beschikking gestelde ruimte anders inricht of aanpassingen doorvoert aan het meubilair die nodig zijn voor zijn professionele activiteit voor zover deze klant bij het opzeggen van de dienstverleningsovereenkomst de ter beschikking gestelde uitgeruste ruimte in zijn oorspronkelijke toestand terugbrengt (eerste situatie);

• in de situatie waar de hierna bedoelde klant naar aanleiding van bedrijfseigen branding van zijn onderneming duidelijk een eigen look en feel heeft, de uitbater van het bedrijven- en dienstencentrum, het eigen meubilair en de eigen ergonomische bureaustoelen van deze klant overkoopt voor een prijs die niet meer bedraagt dan de kostprijs van het oorspronkelijk door deze uitbater voorziene standaardmeubilair dat vervat zit in de door hem aangerekende enige, forfaitaire prijs, die hierdoor niet zal verminderen (tweede situatie).

In beide voornoemde gevallen zal de uitbater aan deze klanten geen vermindering van de hiervoor bedoelde enige, forfaitaire vergoeding toekennen.

III.B.2.1. Eerste situatie: beroepsspecifiek meubilair

23. In de eerste situatie heeft de klant, bijvoorbeeld een revalidatietherapeut, gelet op zijn activiteiten beroepsspecifiek meubilair nodig dat in de betreffende ruimte wordt geplaatst. Dit beroepsspecifiek meubilair betreft zijn eigen meubilair dat hij te zijnen laste toevoegt aan het in het bedrijven- en dienstencentrum door de uitbater ter beschikking gestelde standaardmeubilair. Net zoals alle andere klanten geniet deze klant dezelfde diensten in bedoeld centrum en betaalt hij daarvoor de voorziene (maandelijkse) forfaitaire vergoeding.

24. Het is vaststaande rulingpraktijk dat deze modus operandi op zich geen afbreuk doet aan de kwalificatie van het bedoelde centrum als bedrijven- en dienstencentrum in de zin van de circulaire nr. 39/2005 (zie Voorafg. Besliss. nr. 2019.0512 van 09.07.2019, randnr. 23 in fine).

III.B.2.2. Tweede situatie: employer branding

25. Deze klant heeft een heel uitgesproken branding die terugkomt in al haar kantoren en dat is ook hoe de groep haar klanten en werknemers wenst te ontvangen. Haar verschillende kantoren vertonen overal dezelfde sprekende kenmerken.

26. De DVB aanvaardt in deze situatie waar de hiervoor bedoelde klant duidelijk een eigen look en feel heeft naar aanleiding van de bedrijfseigen branding van zijn onderneming, dat in hoofde van de uitbater geen afbreuk wordt gedaan aan de kwalificatie van het onroerend goedcomplex als bedrijven- en dienstencentrum in de zin van de circulaire nr. 39/2005, op voorwaarde dat de uitbater van het bedrijven- en dienstencentrum, het eigen meubilair en de eigen ergonomische bureaustoelen van deze klant overkoopt voor een prijs die niet meer bedraagt dan de kostprijs van het oorspronkelijk door deze uitbater voorziene standaardmeubilair dat vervat zit in de door haar aangerekende enige, forfaitaire prijs, die hierdoor niet zal verminderen.

De aanvrager bevestigt dat de prijs die deze uitbater aan deze klant zal betalen voor de aankoop van zijn eigen meubilair en ergonomische bureaustoelen, overeenstemt met de effectieve reële economische waarde van die meubels, desgevallend begrensd tot de in het vorige lid vermelde kostprijs.

Textes cités

1
CTVA art. 185 occurrences