Impôt des personnes morales, Irrecevable, impôt sur les revenus · Décisions anticipées

Aller au texte
Juriel

2018.0605 12 mars 2019

Rechercher
Texte en néerlandais

Impôt des personnes morales, Irrecevable, impôt sur les revenusImpôts sur les revenus - Impôt des personnes morales - Tva - Irrecevable

https://juriel.be/fr/rulings/2018-0605-impot-personnes-morales-irrecevable-revenus-6cd6

Numéro
2018.0605
Date
12 mars 2019

Sur le document

Collection
Décisions anticipées
Langue du texte
néerlandais
Version française
non publiée par le SPF

Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.

Texte

71 paragraphes

Fiche du SPF Finances

Décision anticipée n° 2018.0605 du 12.03.2019

Impôts sur les revenus · Impôt des personnes morales · Tva · Irrecevable

Résumé

Il a été décidé :

- que Z est soumise à l’impôt des personnes morales sur la base de l’article 220, 3° du CIR92 combiné à l’article 182, du CIR92;

- que cette décision est uniquement valable pour les deux premiers exercices comptables (jusqu’au XX/XX/XXXX inclus) et après ces deux exercices comptables, il est nécessaire de vérifier si Z remplit toujours les conditions pour être soumise à l’impôt des personnes morales;

- irrecevable en matière de TVA.

La décision est publiée uniquement dans la langue dans laquelle la demande a été introduite.

I. Voorwerp van de aanvraag

1. De aanvraag strekt ertoe bevestiging te krijgen dat:

- Z niet onderworpen is aan de vennootschapsbelasting, maar onderworpen is aan de rechtspersonenbelasting op basis van artikel 220, 3° van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992 (“WIB92”) juncto artikel 182 WIB92;

- Z een btw-belastingplichtige is in de zin van artikel 4 Wetboek BTW (W.Btw”);

- Z complexe dienstprestaties evenals andere diensten verricht die gelokaliseerd dienen te worden overeenkomstig artikel 21, §2 W.Btw;

- Z subsidies ontvangt die geen rechtstreeks verband houden met de prijs van de diensten (artikel 26 W.Btw);

- Z volledig recht op aftrek van btw heeft overeenkomstig artikel 45, §1 W.Btw.

II. Beslissing

2. A werd, ingevolge de verstrekte gegevens van de aanvrager opgericht XX/XX/XXXX en is onderworpen aan de rechtspersonenbelasting.

3. A fungeert als het verlengstuk van B. B zelf is een onafhankelijk orgaan van de Europese Unie die instaat voor het stimuleren van de integratie van een aantal kennisdeelgebieden met name hogere opleiding, onderzoek en innovatie.

4. De taak van A bestaat er, volgens de aanvrager, in om de door het B aan haar toegewezen activiteiten en opdrachten te vervullen, hierover te rapporteren en verantwoording af te leggen.

5. B financiert de werking van A. Een belangrijk gedeelte van de activiteiten waarvoor subsidies worden toegekend door het B situeren zich op het domein van opleiding en wetenschappelijk onderzoek. A functioneert als het ware als een facilitator of doorgeefluik van deze subsidies naar de diverse Partners toe. A gebruikt zelf slechts in beperkte mate tegemoetkomingen van B.

6. Ingevolge de verstrekte gegevens van de aanvrager werd sinds XXXX, onder de vleugels van A, een bijkomende activiteit ontwikkeld waarbij hoofdzakelijk werd gefocust op het creëren van een ondersteunend ecosysteem voor Europese start-ups met ambitie en groeipotentieel. In de pilotfase werd deze activiteit volledig gefinancierd met middelen van A (respectievelijk B). In deze pilotfase, werd volgens de aanvrager, vastgesteld dat er een gebrek was aan ondersteunende mechanismen binnen de Europese vrije markt voor scale-ups.

7. Ingevolge de verstrekte gegevens van de aanvrager werd vanaf XXXX de support-activiteit binnen A beperkt tot scale-ups. A wenst haar accelerator-concept verder uit te bouwen en te ontwikkelen door middel van een nieuw opgerichte Belgische entiteit onder de vorm van een IVZW, zijnde Z.

II.A. Wat betreft de inkomstenbelastingen

8. Artikel 179 WIB92 stelt dat “binnenlandse vennootschappen onderworpen zijn aan de vennootschapsbelasting”. Artikel 2, §1, 5°, b) WIB92 definieert de binnenlandse vennootschap als enigerlei vennootschap die in België haar maatschappelijke zetel, haar voornaamste inrichting of haar zetel van bestuur heeft en niet van het toepassingsgebied van de vennootschapsbelasting is uitgesloten.

9. Artikel 2, §1, 5°, a) WIB92 definieert het begrip vennootschap als “enigerlei vennootschap, vereniging, inrichting of instelling die regelmatig is opgericht, rechtspersoonlijkheid bezit en een onderneming exploiteert of zich bezighoudt met verrichtingen van winstgevende aard”.

10. Artikel 220, 3° WIB92 bepaalt dat “rechtspersonen die in België hun maatschappelijke zetel, hun voornaamste inrichting of hun zetel van bestuur of beheer hebben en geen onderneming exploiteren of zich niet met verrichtingen van winstgevende aard bezighouden, of ingevolge artikel 181 en 182, niet aan de vennootschapsbelasting zijn onderworpen”.

11. De in de statuten van Z vermelde maatschappelijke zetel bevindt zich in België. Ingevolge de verstrekte gegevens van de aanvrager huurt Z kantoorruimte van waaruit de accelerator-activiteit zal worden aangestuurd.

12. Artikel 182 WIB92 stelt dat “voor verenigingen zonder winstoogmerk en andere rechtspersonen die geen winstoogmerk nastreven worden niet als verrichtingen van winstgevende aard aangemerkt:

1° alleenstaande of uitzonderlijke verrichtingen;

2° verrichtingen die bestaan in het beleggen van fondsen ingezameld in het kader van de statutaire opdracht;

3° verrichtingen die bestaan in een bedrijvigheid die slechts bijkomstig op nijverheids-, handels- of landbouwverrichtingen betrekking heeft of niet volgens nijverheids- of handelsmethoden wordt uitgevoerd.”

13. Comm.IB92 nr. 179/10 stelt dat “onder de uitdrukking "een onderneming exploiteren" moet worden verstaan een "nijverheids-, handels- of landbouwonderneming exploiteren" waarvan de winst een als dusdanig aan de PB onderworpen beroepsinkomen zou vormen indien die onderneming werd gevoerd door een natuurlijke persoon of door een vennootschap, vereniging, enz., zonder rechtspersoonlijkheid (art. 23, §1, 1° en 24, WIB 92).”

14. Comm.IB92 nr. 179/11 stelt dat “de uitdrukking "zich bezighouden met verrichtingen van winstgevende aard" tegelijk dekt:

1° de "winstgevende bezigheden" (art. 23, §1, 2° en 27, WIB 92), die de rechtspraak uitlegt als betekenend "bezigheden met winstoogmerken";

2° de "bezigheden van winstgevende aard, maar zonder winstoogmerken", gekenmerkt door een voortdurende beroepswerkzaamheid, bestaande uit:

a) verrichtingen van nijverheids-, handels- of landbouwkundige aard die zo vaak worden herhaald dat ze een "bezigheid" vormen;

b) de aanwending van nijverheids- of handelsmethoden.”

15. Ingevolge de verstrekte gegevens van de aanvrager is Z een verlengstuk van A (respectievelijk B).

16. Haar belangrijkste taak is volgens de aanvrager een ondernemingsecosysteem te creëren ter ondersteuning van de Europese scale-ups in de X-sector door middel van het stimuleren van de samenwerking tussen diverse bedrijven (groot en klein), industriegebieden, onderzoekscentra en universiteiten, teneinde een duurzame omgeving in Europa te creëren waarin creatieve ideeën en innovatie aangewakkerd worden.

17. Ingevolge de verstrekte gegevens van de aanvrager focust Z zich hoofdzakelijk op high-growth, high-impact en high-fit scale-ups en zal ze daarbij diensten verlenen om hun groei te versnellen. Z zal volgens de aanvrager uitsluitend scale-ups ondersteunen die voldoen aan de volgende vier criteria:

- groeipotentieel;

- een omzet van minstens N EUR,

- een team van minstens N werknemers; of

- een nood aan investeringen tussen de N EUR tot N EUR.

18. De leden van Z zijn momenteel, volgens haar statuten, A en Y.

19. Zoals reeds vermeld wordt Z momenteel gefinancierd en zal ze gedurende de opstartfase gefinancierd worden (dewelke volgens de aanvrager loopt tot XXXX) via subsidies van A.

20. A ontvangt deze subsidies op haar beurt van B. De aanwending van deze subsidies gebeurt volgens de aanvrager in overeenstemming met de raamovereenkomst afgesloten tussen B en A en de bijzondere overeenkomsten die afgesloten worden. De raamovereenkomst bevat onder meer de procedure die dient te worden nageleefd om subsidies te ontvangen, de controles die (kunnen) worden uitgevoerd op de aanwending en de verantwoordelijkheden van A en haar Partners. Verder is de bijzondere subsidie-overeenkomst een specifieke overeenkomst tussen A en B die onder andere beschrijft welke subsidies worden toegekend, de soorten kosten die kunnen worden gesubsidieerd en de manier waarop deze subsidies zullen worden toegekend.

21. A kan met andere woorden niet vrij beschikken over deze subsidies maar dient deze te besteden conform de gemaakte afspraken tussen het B en A, dewelke streng worden gecontroleerd. Z dient de subsidies die ze van A ontvangt dan ook enkel aan te wenden met het oog op de realisatie van haar statutair doel en stellen haar in staat om de kosten te dekken.

22. Om haar doel te verwezenlijken biedt A de scale-ups drie vormen van diensten aan.

23. Afhankelijk van de diensten die Z verleent aan de scale-ups zal ze een vergoeding vragen aan deze scale-ups. De vergoeding die aan de scale-ups wordt gevraagd dient, volgens de aanvrager, louter om haar werking te financieren.

24. Ingevolge de verstrekte gegevens van de aanvrager is het de bedoeling dat Z tegen XXXX zelfbedruipend is. In de toekomst zullen de werkingsmiddelen vanwege Z dan ook afnemen en dienen deze gefinancierd te worden met de middelen die men ontvangt van de scale-ups en dit louter om de werkings- en personeelskosten van de accelerator-activiteit te dekken.

25. De aanvrager heeft bevestigd dat eventuele overschotten worden toegerekend aan de volgende werkingsjaren en kunnen enkel worden bestemd voor het doel waarvoor Z werd opgericht. De aanvrager heeft bovendien bevestigd dat indien Z naar de toekomst toe winsten zou maken, zij hetzij haar prijzen zou aanpassen en/of kortingen zou toekennen zodat er geen winst gemaakt wordt maar er enkel voldoende inkomsten zijn om de kosten te dekken hetzij die winst zal herinvesteren in haar non for profit activiteiten.

26. Het hoofddoel van Z bestaat uit het ondersteunen van innovatieve scale-ups met internationale ambities en groeipotentieel teneinde voor de scale-ups op Europees niveau meerwaarde te creëren (en dus niet voor Z zelf). Ingevolge de verstrekte gegevens van de aanvrager zal Z zich niet bezighouden met de commercialisatie en/of de exploitatie van de activiteiten van deze scale-ups. Z speelt dus louter een intermediaire rol tussen de scale-ups en het ecosysteem voor internationaal ondernemerschap.

27. Z voert volgens de aanvrager geen reclame met het oog op het aantrekken van klanten om hieruit winsten te genereren. Eventuele publiciteit die zou worden gemaakt heeft niet tot doel klanten te verwerven met het oog op realisatie van winsten, doch enkel de werking van de accelerator-activiteit onder de aandacht te brengen bij scale-ups die internationale groei beogen om zo de scale-ups (die ondersteuning nodig hebben) te informeren over haar ondersteunende activiteiten en diensten.

28. Bijkomstige activiteiten, zoals het inrichten van cursussen en organiseren van evenementen, passen binnen het statutair doel van Z. Eventuele vergoedingen die voor dergelijke activiteiten worden gevraagd zijn er opgericht om kostendekkend te kunnen werken.

29. Zoals hierboven reeds vermeld worden de werkzaamheden van Z niet gefinancierd zoals een handelsvennootschap die financiert. Immers, door de verleende spreiding van betaling van de (basis-)fee, neemt Z een aanzienlijk risico op niet-betaling gegeven het hoge risico op falen van de scale-ups. Bovendien is, in afwijking van wat courant gebeurt door investeringsfondsen, winstmaximalisatie vreemd aan de diensten binnen het luik A2M en A2F, gezien de uitdrukkelijke beperking op de fee (via een forfait) en het voorwaardelijk maken van de verschuldigdheid ervan aan het realiseren van een relevante stap in de groei van de scale up. Bovendien wordt ultiem uitvoering gegeven aan het beleid van het B en staat A ook om die reden onder financieel en operationeel toezicht.

30. Uit de verstrekte gegevens van de aanvrager blijkt bovendien duidelijk dat de activiteiten van Z zich onderscheidt van een activiteit die een normale winstgevende handelsvennootschap uitoefent aangezien:

- Z geen participatie (profit share) neemt in de scale-ups die ze begeleidt, terwijl andere incubators financiële middelen investeren en in ruil aandelen verkrijgen;

- Z zich situeert in een atypisch segment van de markt:

i. andere spelers investeren in pas opgerichte start-ups die doorgaans nog geen product gelanceerd hebben. Daarnaast werken zij doorgaans met een ander vergoedingssysteem. Z draagt meer risico, zij richten zich op scale-ups die reeds een product hebben dat ze op de markt verkopen maar zich in een fase bevinden waar ze hun diensten nodig hebben om de volgende stap naar uitbreiding te zetten;

ii. waar de andere spelers voor korte periodes werken met de start-ups, gaat Z normaal over een periode van N jaar werken met de scale-ups);

iii. de activiteiten van Z leveren onvoldoende inkomsten op om hun kosten te dekken. Z levert hoge kwaliteit van ondersteuning maar de prijs kan niet worden gezet in functie van die kwaliteit want dan is het voor de scale-ups financieel niet haalbaar;

- Z stelt haar eigen netwerk en middelen ter beschikking van de scale-ups en draagt zodoende een risico zonder daar een marktconforme tegenprestatie voor te vragen. Dit is niet wat een normale onderneming met winstgevende activiteit doet;

- uit het businessplan van Z blijkt dat ze momenteel volledig steunt op haar netwerk (en de hierdoor beschikbare middelen) om haar activiteiten uit te oefenen. Zodoende moeten de winstgevende verrichtingen die zij uitoefent de komende jaren uitgebouwd worden met als enig opzet de afnemende subsidies te vervangen naar de toekomst toe. Op die manier hoopt zij haar onbaatzuchtig doel naar de toekomst toe te blijven verwezenlijken wanneer zij minder subsidies ontvangt. Een onderneming die een activiteit uitoefent gebaseerd op de normale winstgevende principes zal niet volledig afhankelijk zijn van haar netwerk maar gaat haar activiteiten uitoefenen op een manier die ertoe leidt dat deze haar kosten dekken en winst opleveren.

31. Bij ontbinding van Z kunnen eventuele overschotten, mochten die er al zijn, krachtens artikel 27 c) van haar statuten worden overgedragen aan een organisatie zonder winstoogmerk met een vergelijkbaar doel.

32. Gelet op het bovenstaande is Z bijgevolg onderworpen aan de rechtspersonenbelasting ingevolge de toepassing van artikel 220, 3° WIB92 juncto artikel 182 WIB92.

II.B. Wat betreft de BTW

33. Z was reeds geïdentificeerd voor btw doeleinden en had reeds periodiek btw aangiften ingediend zodat de btw verrichtingen fiscale uitwerking hebben en de aanvraag voor dit luik onontvankelijk is.

Textes cités

1
CTVA art. 41 occurrence