Impôt des sociétés, Scission partielle fiscalement neutre · Décisions anticipées

Aller au texte
Juriel

2018.0502 26 juin 2018

Rechercher
Texte en néerlandais

Impôt des sociétés, Scission partielle fiscalement neutreImpôt des sociétés - Scission partielle fiscalement neutre - Motifs économiques valables - Fraude ou évasion fiscale

https://juriel.be/fr/rulings/2018-0502-impot-societes-scission-partielle-fiscalement-c048

Numéro
2018.0502
Date
26 juin 2018

Sur le document

Collection
Décisions anticipées
Langue du texte
néerlandais
Version française
non publiée par le SPF

Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.

Texte

56 paragraphes

Fiche du SPF Finances

Décision anticipée n° 2018.0502 du 26.06.2018

Impôt des sociétés · Scission partielle fiscalement neutre · Motifs économiques valables · Fraude ou évasion fiscale

Résumé

Les scissions partielles envisagées de la SA P, la SA Q, la SA R et la SPRL S appartenant au groupe A, par lesquelles une partie de leur patrimoine est cédé à plusieurs sociétés appartenant au groupe B, suivies par la vente des actions ou parts à émettre des sociétés bénéficiaires par le groupe A au groupe B à l’occasion des scissions partielles et qui visent à supprimer la dépendance réciproque des deux groupes de sorte qu’ils puissent se développer de manière autonome, répondent aux dispositions de l’article 183bis, CIR 92 et peuvent avoir lieu dans la neutralité fiscale comme visée à l'article 211, § 1er, CIR 92.

L’ensemble des actes juridiques (scissions partielles suivies par la vente des nouvelles actions ou parts à émettre des sociétés bénéficiaires) ne constitue pas un abus fiscal au sens de l’article 344, § 1er du CIR 92.

Le transfert envisagé des activités au moyen de la scission partielle de la SPRL S doit avoir lieu en application des articles 11 et 18 §3, C.TVA.

Les cessions de biens et de la clientèle envisagées en ce qui concerne les activités visées à l'article 44, § 3 CTVA au moyen des scissions partielles de la SA P, la SA Q et la SA R sont qualifiées de livraisons exemptées de biens et de la clientèle au sens de l’article 44, § 2, 13° C.TVA.

La décision est publiée uniquement dans la langue dans laquelle la demande a été introduite.

I. Voorwerp van de aanvraag

1. De aanvraag strekt ertoe bevestiging te krijgen dat :

1.1. de voorgenomen partiële splitsingen van de NV P, de NV Q, de NV R en de BVBA S naar de betrokken entiteiten van de groep B, kunnen plaatsvinden in toepassing van het belastingneutraal regime zoals voorzien in artikel 211, § 1, WIB 92 en dat de voorgenomen reorganisatie niet als hoofddoel of één der hoofddoelen belastingfraude of belastingontwijking heeft in de zin van artikel 183bis, WIB 92;

1.2. de voorgenomen overdracht van goederen/diensten met betrekking tot de activiteiten x door middel van de partiële splitsing van de BVBS S niet kwalificeert als een levering van goederen of diensten en aldus geniet van het belastingneutrale btw-regime in de zin van de artikelen 11 en 18, § 3, W.BTW;

1.3. de voorgenomen overdrachten van goederen en cliënteel met betrekking tot de activiteiten y door middel van partiële splitsingen van de NV P, de NV Q en de NV R kwalificeren als vrijgestelde leveringen van goederen en cliënteel in de zin van artikel 44, § 2, 13°, WBTW;

1.4. de voorgenomen reorganisatie niet kwalificeert als fiscaal misbruik in de zin van artikel 344, §1, WIB 92

II. Omschrijving van de verrichtingen door de aanvrager

2. De groepen A en B zijn actief in dezelfde sector.

3. Groep A produceert activa die ze ter beschikking stelt van vennootschappen van groep B. De activa die gericht zijn op activiteit y zijn ondergebracht in de NV P, de NV Q en de NV R. De activa die betrekking hebben op activiteit x zijn ondergebracht in de BVBA S.

4. Groep B baat de ter beschikking gestelde activa uit via haar verschillende groepsvennootschappen middels samenwerkingsovereenkomsten.

5. De beoogde verrichtingen betreffen de partiële splitsingen van de NV P, de NV Q, de NV R en de BVBA S doorgevoerd worden waarbij de activa en de samenwerkingsovereenkomsten zullen overgedragen worden aan de verschillende vennootschappen van groep B. De aandelen die n.a.v. de partiële splitsingen van de NV P, de NV Q, de NV R en de BVBA S zullen worden uitgegeven door de verkrijgende vennootschappen ter vergoeding van de overgenomen bestanddelen, zullen onmiddellijk na de partiële splitsingen verkocht worden door de groep A aan de groep B aan werkelijke waarde.

III. Beslissing

III.A. Betreffende de toepassing van de artikelen 183bis en 211, § 1, WIB 92

6. De huidige situatie en organisatie van de activiteiten is voor beide groepen vanuit meerdere opzichten niet meer optimaal vanwege de onderlinge afhankelijkheid en tegengestelde belangen op vlak van investeringen. Daarom zal er een herstructurering van de activiteiten doorgevoerd worden. Groep A zal de hierbij vrijgekomen middelen kunnen aanwenden om haar schulden af te bouwen en om nieuwe investeringen aan te gaan, los van de noden van groep B.

7. Er zullen daartoe partiële splitsingen van de NV P, de NV Q, de NV R en de BVBA S doorgevoerd worden waarbij de activa en de samenwerkingsovereenkomsten zullen overgedragen worden aan de verschillende vennootschappen van groep B. Wat betreft de activiteiten x zullen ook de werknemers en de contractors die hiervoor tewerkgesteld worden, overgaan naar de betrokken vennootschap van groep B. De voorgenomen verrichtingen zullen geen negatieve impact hebben op de totale tewerkstelling bij de groepen A en B.

8. De partieel te splitsen vennootschappen zijn winstgevend en hebben geen fiscaal overgedragen verliezen, overgedragen notionele intrestaftrek, overgedragen investeringsaftrek of DBI-overschotten.

9. Wat de verkrijgende vennootschappen betreft, zijn er een aantal met overgedragen verliezen. De overgedragen verliezen zullen beperkt worden conform artikel 206, § 2, eerste lid, WIB 92. Een aantal vennootschappen zullen hierdoor hun overgedragen verliezen in het geheel niet meer kunnen aftrekken na de partiële splitsingen aangezien hun eigen vermogen negatief is op de boekhoudkundige retroactiviteitsdatum (artikel 206, § 2, eerste lid, in fine, WIB 92). In totaal zal er groot deel van de overgedragen verliezen verloren gaan.

10. Enkele overnemende vennootschappen hebben een beperkt bedrag aan overgedragen aftrek voor risicokapitaal en investeringsaftrek.

11. De aanvragers hebben bevestigd dat de verdeling van de eigen vermogensbestanddelen van alle partiële splitsingen zal gebeuren met toepassing van artikel 213, WIB 92. De partieel te splitsen vennootschappen beschikken niet over vrijgestelde reserves.

12. Een aantal verkrijgende vennootschappen beschikken wel over vrijgestelde reserves, maar op geen enkele van deze reserves rust een herbeleggingsverplichting, zodat de partiële splitsingen er niet toe strekken om activa van de partieel te splitsen vennootschappen aan te duiden als herbeleggingsactiva in het kader van eventuele vrijstellingsvoorwaarden ten name van de verkrijgende vennootschappen.

13. De aandeelhouders van de partieel te splitsen vennootschappen dat ze niet de intentie hebben om de aandelen van deze vennootschappen na de partiële splitsingen te verkopen.

14. Wat betreft de verkoop van de aandelen die n.a.v. de partiële splitsingen door de verkrijgende vennootschappen zullen worden uitgegeven, heeft groep A het engagement aangegaan om de vergoeding die ze hiervoor zal ontvangen deels aan te wenden voor de afbouw van externe schulden en deels voor nieuwe investeringen binnen de groep. De aanvragers hebben zich tevens geëngageerd om een overzicht van de schuldaflossingen en de uitgevoerde investeringen tegen uiterlijk 30 juni 2021 te zullen overmaken aan de controlediensten vennootschapsbelasting die voor de partieel te splitsen vennootschappen bevoegd zijn.

15. Op basis van de door de aanvragers verstrekte inlichtingen kan worden aangenomen dat de voorgenomen partiële splitsingen van de NV P, de NV Q, de NV R en de BVBA S niet als hoofddoel of één der hoofddoelen belastingfraude of -ontwijking hebben in de zin van artikel 183bis, WIB 92.

16. De overnemende vennootschappen zijn allemaal Belgische vennootschappen. De aanvragers hebben bevestigd dat de partiële splitsingen conform de bepalingen van het Wetboek van vennootschappen zal verlopen.

17. Bijgevolg kunnen de voorgenomen partiële splitsingen van de NV P, de NV Q, de NV R en de BVBA S plaatsvinden onder het belastingneutrale stelsel zoals bedoeld in artikel 211, § 1, WIB 92.

III.B. Betreffende de toepassing van artikel 344, § 1, WIB 92

18. De aandelen die n.a.v. de partiële splitsingen van de NV P, de NV Q, de NV R en de BVBA S zullen worden uitgegeven door de verkrijgende vennootschappen ter vergoeding van de overgenomen bestanddelen, zullen onmiddellijk na de partiële splitsingen verkocht worden door de groep A aan de groep B aan werkelijke waarde.

19. Het geheel van de voorgenomen verrichtingen, met name de partiële splitsingen gevolgd door de verkoop van de aandelen die n.a.v. de partiële splitsingen door de verkrijgende vennootschappen zullen worden uitgegeven, zijn er op gericht de onderlinge afhankelijkheid tussen de groepen A en B en de tegengestelde belangen tussen beide groepen weg te werken, zodat ze zich op autonome wijze verder kunnen ontwikkelen.

20. Groep A heeft het engagement aangegaan om de ontvangsten uit de verkoop van de aandelen, deels aan te wenden voor de afbouw van de bankschulden en het resterende bedrag te investeren in andere activiteiten (zie dienaangaande randnummer 14).

21. De aandeelhouders van de partieel te splitsen vennootschappen dat ze niet de intentie hebben om de aandelen van deze vennootschappen na de partiële splitsingen te verkopen.

22. Bijgevolg kan gesteld worden dat de opeenvolgende rechtshandelingen, met name de partiële splitsingen en de daaropvolgende verkoop van de aandelen die n.a.v. de partiële splitsingen door de verkrijgende vennootschappen zullen worden uitgegeven, verantwoord zijn door andere motieven dan door het ontwijken van inkomstenbelastingen en geen misbruik uitmaken in de zin van artikel 344, § 1, WIB 92.

III.C. Betreffende de toepassing van de artikelen 11 en 18, § 3, W. BTW

23. De partiële splitsing van de BVBA S betreft :

- de afsplitsing van alle activa en passiva met betrekking tot de activiteit x, die door de overnemer verdergezet zal worden. Deze activiteit word niet beoogd door een btw- vrijstelling opgenomen in één van de bepalingen van artikel 44, § 3, BTW.

- de afsplitsing van de activa en passiva verbonden aan een activiteit die ressorteert onder de toepassing van artikel 44, § 3, W.BTW.

24. Daar de splitsing zowel activiteiten omvat die aan de btw onderworpen zijn, als activiteiten die vrijgesteld zijn van btw kwalificeert de overdrager op het tijdstip van de overdracht als een btw-plichtige met een gedeeltelijk recht op aftrek. De overnemer zal de betreffende activiteiten verderzetten en om deze redenen een btw-plichtige worden met gedeeltelijk recht op aftrek .

25. Overeenkomstig artikel 11, W.BTW wordt niet als een levering beschouwd, de overdracht van een algemeenheid van goederen of van een bedrijfsafdeling, onder bezwarende titel of om niet, bij wege van inbreng in een vennootschap of anderszins, wanneer de overnemer een belastingplichtige is die de belasting, indien ze ingevolge de overdracht zou verschuldigd zijn, geheel of gedeeltelijk zou kunnen aftrekken. In dat geval wordt de overnemer geacht de persoon van de overdrager voort te zetten. Artikel 18, § 3, W.BTW bevat hetzelfde principe met betrekking tot diensten.

26. Wat betreft activiteit x, kan geconcludeerd worden dat twee bedrijfsafdelingen overgedragen worden. De voorwaarde met betrekking tot het gedeeltelijk recht op aftrek van de overnemer moet worden beoordeeld na de overdracht, zodat gesteld kan worden dat gezien de voortzetting van de activiteiten door de overnemer ingevolge de overdracht, ook in haar hoofde voormelde btw-hoedanigheid zal ontstaan, in zoverre dit al niet het geval zou zijn ingevolge andere reeds door haar uitgeoefende handelingen voorafgaand aan deze overdracht. De btw verschuldigd over deze overdracht zou gedeeltelijk in aftrek te brengen zijn.

27. De overgenomen activa en passiva, betrekking hebbend op activiteit x, die door de overnemer verdergezet zal worden, is een activiteit die niet wordt beoogd door een btw- vrijstelling opgenomen in één van de bepalingen van artikel 44, § 3, W.BTW, er noch voor aangewend wordt. De overdracht middels de partiële splitsing van de BVBA S kwalificeert daarom niet als een levering van goederen of diensten en geniet van het belastingneutrale btw-regime in de zin van de artikelen 11 en 18, §3, W.BTW.

III.D. Betreffende de toepassing van artikel 44, § 2, 13°, W. BTW

28. Bij de beoordeling van de partiële splitsing van de NV P, de NV Q en de NV R dienen de overdrachten vanuit btw-technisch oogpunt, beoordeeld te worden rekening houdend met de verklaring van de respectievelijke overlaters, zijnde dat de overgedragen activa uitsluitend door hen aangewend werden in het kader van de door hun bij artikel 44, § 3, W.BTW beoogde vrijgestelde activiteit, waardoor zij geen recht op aftrek van btw genoten hebben.

29. Na vastgesteld te hebben dat de door de respectievelijke overnemers met deze toestellen voor te zetten activiteiten uitsluitend zullen resulteren in handelingen als beoogd door artikel 44, § 3, W.BTW, dient geconcludeerd dat ook de overnemers louter voormelde vrijgestelde handelingen zullen stellen die hun geen recht op aftrek zullen verlenen.

30. Om deze redenen dient geconcludeerd dat de overdracht van de activa in het kader van de activiteit y en het ermee verbonden cliënteel bij toepassing van artikel 44, § 2, 13°, W.BTW, zal plaatsvinden.

31. De voorgenomen overdrachten van goederen en cliënteel met betrekking tot de in artikel 44, §3, W.BTW beoogde activiteiten door middel van de partiële splitsingen van de NV P, de NV Q en de NV R kwalificeren als vrijgestelde leveringen van goederen en cliënteel in de zin van artikel 44, § 2, 13°, W.BTW.

32. De onderhavige beslissing is gebaseerd op de elementen zoals deze door de aanvragers werden vermeld. De DVB spreekt zich, ondanks de vermelding in randnummers 13 en 21, in deze beslissing niet uit over de mogelijke toepassing van antimisbruikbepalingen (artikel 183bis en 344, § 1, WIB 92, …) ten gevolge van verrichtingen die niet omschreven zijn in deze beslissing, zoals de eventuele toekomstige overdracht van de aandelen van de partieel te splitsen vennootschappen.

Textes cités

3
CTVA art. 443 occurrences
CTVA art. 111 occurrence
CTVA art. 181 occurrence